nieuws

Gasloos bouwen: de stand van zaken

bouwbreed 10590

Gasloos bouwen: de stand van zaken

We weten het inmiddels allemaal: Nederland moet van het gas af. Sinds 1 juli 2018 mogen nieuwbouwhuizen al niet meer aangesloten worden op het gasnet en per jaar moeten zo’n 30.000 tot 50.000 bestaande woningen van het gas af worden gehaald. Het is nogal een opgave en daarom zet Cobouw alle informatie over dit onderwerp voor u op een rij.

In 2050 moet de hele woningvoorraad van 6 miljoen woningen verduurzaamd zijn. Beginnend met honderdduizend voor 2022. Daarna moet het tempo snel omhoog naar jaarlijks 200.000 transformaties. Ook moeten 1 miljoen gebouwen van het gas af. En dat betekent hard werken, héél hard werken als we dit willen halen. Want het is een giga-opdracht. Hoe moeten we dat aanpakken? Lees het in dit overzichtsverhaal.

Waarom van het gas af?

Laten we beginnen met de vraag: waarom moet Nederland eigenlijk van het gas af? Het antwoord is simpel: onze aarde warmt te snel op. De klimaatverandering zet te snel door. Daarnaast wil Nederland minder afhankelijk worden van Gronings gas.

Dat betekent dat de CO2-uitstoot fors teruggedrongen moet worden. In twaalf jaar tijd (tot 2030) maar liefst met 49 procent en in 2050 tot 95 procent. Dat is het doel van het nieuwe Klimaatakkoord, waarover onlangs een conceptakkoord gepresenteerd is.

Voor de bouw betekent dit een besparing van 7 megaton. Dit is een forse besparing, maar niet zo fors als die van andere sectoren als industrie en elektriciteit. Toch staat de bouwsector misschien wel voor de lastigste opgave van allemaal: miljoenen woningen aardgasvrij maken is iets waar we nog geen enkele ervaring mee hebben.

De grootste uitdagingen

Dat de uitdagingen groot zijn, weten we allemaal. Maar er is een groot verschil tussen de uitdagingen voor nieuwbouw en bestaande bouw. Daarom hieronder apart uiteen gezet.

Nieuwbouw

Voor nieuwbouw geldt sinds 1 juli 2018 een aardgasverbod. Dat betekent dat géén nieuwbouwhuis dat na die datum een vergunning heeft gekregen, op het aardgas mag worden aangesloten. Het klinkt als een enorme opgave, en dat is het voor sommige projecten ook, maar het is bij nieuwbouw wel een stuk makkelijker een huis gasloos te bouwen dan in een bestaand huis. Er hoeft niet van alles aangepast te worden in het huis, maar al vanaf begin van de bouw kan er rekening worden gehouden met bijvoorbeeld de plaatsing van een warmtepomp.

Voor sommige projecten, waar al voor 1 juli mee was begonnen, maar waar nog geen vergunning voor was, leidde dat overigens na de invoering van het verbod wel tot problemen. Dit kwam omdat ontwerpen uitgingen van een gasaansluiting. Daarom moesten ontwerpen worden aangepast en nieuwe materialen aangeschaft. Het heeft extra kosten en vertraging opgeleverd. Slokker Bouwgroep bijvoorbeeld, besloot om bij een woningbouwproject in Baarn op het laatste moment alsnog van het gas af te gaan. Dit leverde een vertraging op van vier weken. Ook was er een forse extra investering nodig van de opdrachtgever.

Het project dat vertraging opliep en waarvoor een forse investering nodig was, van Slokker Bouwgroep.

Wel kon er het afgelopen half jaar gebruik worden gemaakt van de uitzonderingsregeling op het aardgasverbod, als projecten écht in de knel zouden komen. Echter hebben weinig gemeenten daarvan gebruik gemaakt: slechts vijftien, blijkt uit het gasregister van het ACM. Of dit dan ook betekent dat er weinig projecten in de knel zijn gekomen, is niet te zeggen, omdat sommige gemeenten ook bewust niet gebruik hebben gemaakt van de regeling. En ook ontwikkelaars hebben sommige extra kosten gewoon voor lief genomen, omdat duurzaamheidsdoelstellingen hoog in het vaandel staan.

Sinds 1 januari 2019 geldt die regeling niet meer, en dat betekent dat vanaf nu alleen nog maar nieuwbouwhuizen worden gebouwd zonder gasaansluiting.

Alle ins en outs over Gasloos bouwen en verbouwen

Alle ins en outs over Gasloos bouwen en verbouwen

Bestaande bouw

Ook al bestaat er geen gasverbod voor bestaande bouw, toch is de uitdaging hier vele malen groter dan bij nieuwbouw. De totale woningvoorraad van 6 miljoen woningen moet voor 2050 verduurzaamd zijn. Dat betekent dat er diepgaande renovatie nodig is. Bestaande woningen worden namelijk niet zomaar even aangesloten op een nieuwe energiebron. Daarvoor moeten de huizen eerst goed geïsoleerd worden, moeten gasleidingen omgebouwd worden en noem maar op. En dat is vooral bij oude woningen, niet zomaar even gedaan. Bovendien kost het bakken vol met geld. Niet voor niets heeft het Waarborgfonds Sociale Woningbouw een tijdje geleden aangegeven dat corporaties onvoldoende geld hebben om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen.

Een ander probleem dat daarbij komt, is dat de bouw kampt met een tekort aan installateurs. Doekle Terpstra, van branchevereniging Techniek Nederland (voorheen UNETO-VNI) voorspelde onlangs nog dat er straks wel eens een wachtlijst kan ontstaan voor installateurs om woningen te verduurzamen. Er zijn namelijk te weinig mensen opgeleid hiervoor. UNETO-VNI heeft samen met de warmtepompbranche, opleidingsbedrijven en andere brancheorganisaties daarvoor wel een nieuw opleidingsprogramma opgetuigd, maar of daarmee het capaciteitsprobleem helemaal wordt opgelost, is niet zeker.

Het tekort aan installateurs met kennis van warmtepompen, gaat zorgen voor problemen. Foto: ANP

Of het gaat lukken om de woningvoorraad voor 2050 te hebben verduurzaamd, is daardoor sterk de vraag. Een rekensommetje (die de laatste tijd vaak gebruikt wordt door kenners) leert dat we 1.000 woningen per dag moeten verduurzamen, willen we dit aantal halen. Maar dat gebeurt bij lange na nog niet.

Toch beginnen de plannen voor het verduurzamen van bestaande bouw zich inmiddels wel steeds verder te ontwikkelen. Zo hebben een aantal gemeenten al ambitieuze plannen opgesteld om met bestaande woningen aan de slag te gaan. Gemeente Den Haag wil de komende vijf jaar 25.000 tot 30.000 woningen energieneutraal maken. Rotterdam wil 10.000 woningen aanpakken en Amsterdam drie wijken.

Ook heeft het kabinet aangekondigd de komende jaren elk jaar 50 miljoen euro te reserveren voor verduurzamen van woningen en 100 miljoen euro extra stoppen in de verduurzaming van sociale huurwoningen. De eerste 120 miljoen euro is in oktober al beschikbaar gesteld om woonwijken van het aardgas af te helpen. 27 wijken kunnen daardoor gasloos worden gemaakt. Dit is natuurlijk nog niets, als je nagaat hoeveel wijken in Nederland nog moeten, maar door met deze 27 wijken te beginnen is een eerste stap gemaakt. Bovendien is het de bedoeling kennis op te doen voor het gasloos maken voor toekomstige wijken.

Daarnaast hebben elf basisscholen subsidie ontvangen om hun schoolgebouwen aardgasvrij te maken.

Hoeveel kost het?

Volgens berekeningen van het EIB (Economisch Instituut voor de Bouw) kost het energieneutraal maken van de totale woningvoorraad 235 miljard euro,terwijl de weg naar label C 25 miljard euro zou kosten en naar A 80 miljard. Om van B naar Beng (bijna energieeneutraal) te gaan heb je 190 miljard euro nodig, daarvan zal 50 miljard euro terugkomen in de vorm van besparingen op energierekeningen. De resterende 140 miljard euro zal op een andere manier gedekt moeten worden. Een kostbare zaak dus.

Per gebouw, project, of woning, kunnen de kosten heel verschillend uitvallen. Deze zijn afhankelijk van de maatregelen die genomen moeten worden, en of het gaat om een bestaande woning of nieuwbouwhuis.

Voor een nieuwbouwwoning gaat het om zo’n 15.000 euro extra per woning, wil je deze gasloos maken, maar voor een kantoor of zorginstelling kan dat bedrag nog veel hoger uitpakken. Ook als een ontwerp al was gemaakt, en dat moet worden aangepast, dan kunnen de kosten een stuk hoger uitvallen. Denk dan aan zo’n 25.000 euro per woning.

Een bestaande woning gasloos  maken, kan al gauw zo’n 60.000 euro (of meer) kosten. Dit is voor veel woningeigenaren te veel geld, want een woning wordt er vaak niet 60.000 euro meer door waard.

Wil je als particulier een warmtepomp plaatsen, moet je ook denken aan zo’n 15.000 euro. Dit terwijl een doorsnee cv-ketel zo’n 1.500 euro kost.

Alternatieven voor gas

Warmtepomp
Wat voor alternatieven zijn er voor gas? De meest voor de hand liggende oplossing en die ook tot nu toe het meeste gebruikt wordt, is de warmtepomp. Dit omdat er genoeg warmtepompen voor handen zijn. Voor Nederland is de warmtepomp dan misschien nieuw, maar in andere landen wordt deze al jaren gebruikt. In Zweden is het zelfs zo standaard als hier de cv-ketel is.

Nadeel: Warmtepompen zijn nu nog vrij duur. Bovendien kunnen ze niet zomaar in elk huis worden geplaatst. Een huis moet daarvoor onder andere goed geïsoleerd zijn.

Warmtenetten (stadverwarming)
Warmtenetten zijn een ander alternatief en dat is vooral goed bruikbaar voor bestaande bouw, volgens installatie-adviseur Peter Heijboer. “Omdat het bijna onmogelijk is om alle woningen in Nederland zo vergaand te renoveren dat er warmtepompen kunnen worden toegepast, zijn warmtenetten een goede optie. Zeker als het mogelijk is om hoogwaardige warmte in de woning te brengen van ongeveer 70 graden. Dan is schilverbetering niet per se nodig, hoewel het natuurlijk altijd beter is.” Op veel plekken in Nederland zijn al van dit soort hoge temperatuurwarmtenetten, en op sommige plekken worden ze uitgebreid.

Nadeel: niet alle warmtenetten zijn even duurzaam. Zo is in Purmerend de oude fossiele bron een paar jaar geleden vervangen door een biomassacentrale. Bovendien is het aanleggen van warmtenetten een uitdaging en zijn de kosten hoog.

Aanleg van een warmtenet.

Biogas
Dit werkt hetzelfde als aardgas, alleen is de bron van biogas duurzaam. Het gas ontstaat bij de vergisting van mest of gft-afval.

Nadeel: Er is niet veel biogas beschikbaar in Nederland, dus in particuliere woningen komt het niet vaak voor. Ook was er in het verleden regelmatig kritiek op biogas, omdat sommige biovergisters niet alleen mest gebruiken, maar ook bijproducten als maïs.

Geothermie gekoppeld aan warmteopslag
Geothermie gekoppeld aan warmteopslag in de bodem kan op termijn voorzien in een groot deel van de Nederlandse warmtevraag, gelooft TNO. Als je meer water oppompt uit de diepe ondergrond en dat tijdelijk opslaat in ondiepe reservoirs, kunnen die fungeren als een batterij voor zonnewarmte en industriële restwarmte, gelooft het kennisinstituut. Tweederde van de Nederlandse huishoudens kan op termijn dan aangesloten worden op een warmtenet en die kan worden gevoed met geothermie. Volgens TNO zouden in 2050 zo’n 700 doubletten ( een combinatie van twee naast elkaar liggende diepboringen waarmee in de ondergrond voorhanden warm water circuleert tussen natuurlijke waterhoudende grondlagen) in het leeuwendeel van de Nederlandse warmtevraag kunnen voorzien.

Nadeel:
Grote hindernis zijn de kosten. Aanleg van 175 doubletten in 2030 zou al 3,5 miljard euro kosten. De terugverdientijd is te lang omdat ze alleen in de zomer kunnen produceren.

Warmtekoudeopslag
WKO is een collectieve oplossing voor laagtemperatuurverwarming die vooral geschikt is voor appartementen. Per woning moet nog een combiwarmtepomp worden ingezet om de warmte verder op te waarderen. Het is een bewezen technologie met een hoog rendement en het levert energiezuinige koeling in de zomer. Een wko houdt wel een verplichte aansluiting voor eindgebruikers in.

Nadeel:
WKO is niet overal mogelijk of toegestaan vanwege bodemopbouw of grondwaterbescherming. Bovendien is er sprake van hoge aansluitkosten per woning. WKO’s worden vooral toegepast in nieuwbouw, maar bij een intensieve renovatie kunnen er ook bestaande gebouwen op aangesloten worden.

Houtpalletkachels
Houtpelletkachels werken door de verbranding van korrels van geperste houtsnippers. In een pelletkachel worden die bijna volledig verbrand met een rendement tot 90 procent.

Nadeel: Een groot nadeel van de pelletkachel is dat ze nog altijd relatief veel fijnstof uitstoten. Dat maakt deze vorm van verwarming ongeschikt voor toepassing in woonwijken. Voor woningen in het buitengebied kan het een goed alternatief zijn, mits de herkomst van de houtpellets duurzaam is.

Elektrische cv-ketel
Een elektrische CV-ketel werkt zoals de term al aangeeft op elektriciteit. Een elektrische CV-ketel produceert geen koolmonoxide en er is geen rookgaskanaal nodig, zoals bij een CV-ketel op gas.

Nadeel:
In veel gevallen is het echter niet meteen interessant om voor een elektrische CV-ketel te kiezen, omdat het elektriciteitsverbruik dan hoog uitvalt. Slechts wanneer het huis heel goed geïsoleerd is, kan een elektrische CV-ketel interessant zijn. Maar meestal is het efficiënter om een warmtepomp aan te schaffen.

Infraroodpanelen
Infraroodpanelen kunnen worden ingezet voor het verwarmen van een woning. Deze panelen verwarmen niet de lucht, maar een object. Dus bijvoorbeeld een bank of een muur. De opwarming van een huis gaat hierdoor sneller.

Nadeel:
Deze techniek is vooral geschikt als bijverwarming of voor het verwarmen van weinig gebruikte ruimtes. Alleen in zeer goed geïsoleerde huizen kan de volledige verwarming van de woning met infraroodpanelen worden gerealiseerd.

Zonnepanelen of zonneboilers
Een duurzame manier om de woning te verwarmen is via een zonneboiler in combinatie met zonnepanelen.

Nadeel
: dit gaat vaak om bijverwarming, je kunt niet de hele woning hiermee gasloos maken.

Waterstof
In de Rotterdamse deelgemeente Rozenburg is een proef gestart om huizen te verwarmen met waterstof. Dit is nooit eerder gebeurd dat woningen met hr-ketels worden verwarmd op pure waterstof. Bij de verbranding van waterstof komt geen broeikasgasvrij en daarom denken deskundigen dat dit een goed alternatief kan zijn voor aardgas. Het distributienet van aardgas kan daarvoor geschikt zijn, denken deskundigen.

Nadeel:
het hele idee moet nog verder onderzocht worden. Het is nog een proef. Of dit dus echt werkt, is nog niet duidelijk.

Power2Gas-installatie in Rozenburg met de waterstofinstallatie (blauwe containers) en het appartementencomplex (links midden) dat begin 2019 met waterstof wordt verwarmd. FOTO: STEDIN/DNV GL

Rioolwarmte
Rioolwarmte of riothermie is nog vrij nieuw. In Goes is in 2018 voor het eerst bij een nieuw woningbouwcomplex van 60 appartementen deze vorm van verwarming toegepast. De huizen hebben rioolbuizen gekregen met ingebouwde warmtewisselaar van roestvastalen platen. De platen dragen hun warmte over aan ingestorte leidingen onderin, waardoor koelvloeistof circuleert.

Nadeel:
riothermie is nog vrij nieuw en is in Nederland naast dit project bijna alleen nog maar toegepast voor grote warmtevragers als zwembaden. Het is dus afwachten of het werkt voor woningen. Het kan zijn dat op extreem koude winterdagen het riool net te weinig warmte levert.

IJsbuffer
Een andere nieuwe manier van verwarmen kan via een ijsbuffer. Dit is een afgesloten betonnen bak met ijs, dat in de zomer het huis afkoelt. Als in de winter het gesmolten ijs weer bevroren wordt, komt warmte vrij, waarmee het huis verwarmd kan worden. Dit systeem komt uit Duistland en wordt tot nu toe vooral toegepast voor grote complexen zoals ziekenhuizen. Voor woningbouw is het systeem nog nooit toegepast, behalve in een herstructeringswijk in Goes-West. Daar maken tien woningen gebruik van dit systeem.

Nadeel:
ook dit systeem is vrij nieuw en nog nauwelijks toegepast in de woningbouw.

Oplossingen/ ideeën

Onbetaalbaar, onhaalbaar. Dat is vaak de kritiek die de energietransitie moet verduren. Maar er zijn ook kenners die wél geloven dat (zo goed als) gasloos in 2050 mogelijk moet zijn. Ook voor bestaande bouw. Maar dan moet er wel wat veranderen, vinden zij. Cobouw heeft een aantal oplossingen en ideeën op een rij gezet.

  1. Volgens Milieudefensie kan tachtig procent van de Nederlandse woningvoorraad over twaalf jaar gasloos zijn. Wel moeten er dan nodige zaken veranderen. Denk aan een verlaging van de rente op het hypotheekdeel dat wordt gebruikt voor verduurzaming van de woning, verlaging van de onroerendezaakbelasting voor duurzame huizen. Verder moet werk worden gemaakt van de aanleg van warmtenetten (restwarmte van industrie, aardwarmte, collectief gebruik van zonneboilers) en kunnen gemeenten mensen met een smalle beurs financieel helpen bij verduurzaming. Ook gaat een Co2-belasting helpen met het halen van de doelstellingen, meent Milieudefensie.
  2. Volgens het EIB moet Nederland niet als een blinde de hele woningvoorraad energieneutraal willen maken. Belangrijker is het volgens directeur Taco van der Hoek of de klimaatdoelen dichterbij komen. Dan valt volgens hen op dat je bij een mix van investeringen een heel eind komt. Als 50 procent van de woningvoorraad in 2050 nog B is dan wordt 208 PJ aan energie bespaard, terwijl er 261 PJ bespaard wordt als alle woningen energieneutraal worden. De kosten zullen in het eerste geval (50 procent energieneutraal) volgens het EIB aanzienlijk lager zijn, 282 miljard euro in plaats van 410 miljard euro.
  3. Volgens Diederik Samsom (hoofd van de Klimaattafel Gebouwde Omgeving) gaat het veel helpen als huiseigenaren door zachte dwang gaan verduurzamen. Het helpt al om de gastarieven met 10 cent te verhogen en de elektriciteitstarieven met 7 cent te verlagen. Dat verandert de energierekening nog nauwelijks, maar is een enorme stimulans om warmtenetten aan te kunnen leggen. De gasprijzen zijn in Nederland kunstmatig laag. Denemarken heeft dat bijvoorbeeld al heel anders aangepakt en nooit hele lage tarieven gerekend. De verslaving is daar een stuk minder, zei hij in een eerder interview met Cobouw.
  4. Biense Dijkstra, directeur van bouwer Dijkstra Draisma, kunnen de klimaatdoelstellingen alleen gehaald worden als het kabinet ‘systeemkeuzes’ maakt. “We geven subsidie op maatregelen die dat juist niet doen, zoals zonnepanelen. Zonne-energie is een druppel op een gloeiende plaat, daarmee gaan we het bij lange na niet redden. Er zijn echt systeemkeuzes nodig die het nieuwe kabinet moet maken”, zei hij tijdens een Cobouwcafé. “Wat je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken. Dus we moeten  vol inzetten op besparingsmaatregelen. Die zijn belangrijker dan nog meer windparken.”
  5. Volgens TNO is er een grootschalige en diepgaande renovatie nodig, wil het kabinet de doelstellingen halen. Dit gaat echter niet lukken, binnen de huidige rolverdelingen, concludeert de organisatie uit op basis van onderzoek. Volgens TNO heeft diepgaande renovatie van woningen alleen echt kans van slagen indien deze ingebed is in een transitieopgave richting toekomstbestendige buurt of wijk. “Renovatie wordt dan onderdeel van een maatschappelijke opgave om, samen met alle betrokkenen, op wijkniveau de gewenste toekomstwaarde van de gebouwde omgeving te definiëren en uit te voeren. Een dergelijke aanpak op grotere schaal maakt het mogelijk om meer waarde te creëren dan gerealiseerd kan worden door alleen woningen aan te pakken. Denk hierbij aan een infrastructuur die optimaal gebruik maakt van de lokale mogelijkheden voor opwekking, uitwisseling en opslag van warmte en elektriciteit. Of aan een betere kwaliteit van de leefomgeving, bijvoorbeeld door “groenblauwe dooradering” van de wijk, resulterend in een hogere vastgoedwaarde en een beter vestigingsklimaat”, schreef het kennisinstituut eerder.
  6. Volgens Jan Willem van de Groep is een energieneutraal Nederland in 2050 ook haalbaar. Maar dan moet er wel fors geïnvesteerd worden in innovatie en industrialisatie. “Als ik zie welk geldbedrag mensen nu over hebben voor energie, dan is het een kwestie van tijd tot energieneutraal verbouwen goedkoper is dan het betalen van je energierekening.”
  7. Volgens Doekle Terpstra van UNETO-VNI zou de ambitie nog veel hoger moeten liggen. Niet energieneutraal in 2050, maar al in 2030. “Of we dat ook echt gaan halen vind ik niet eens zo belangrijk. Maar je geeft er wel de juiste richting mee aan”, zei hij eerder tegen Cobouw.

Kansen voor de bouw

De energietransitie is niet alleen een opgave voor de bouw, het biedt ook tal van kansen volgens kenners.  Een aantal op een rij:

  1. De energietransitie zorgt voor veel meer banen in de bouw. Alleen al door de groei in zonne-energie zorgde voor een groei van banen van 2300 naar 7.000 in 2016. Als installateur kun je overal terecht (CBS). Volgens Bouwend Nederland kan het 130 duizend nieuwe banen in de totale bouwsector opleveren.
  2. De energietransitie zorgt voor goed gevulde orderportefeuilles in de bouw. Jaarlijks 200.000 op te knappen woningen liggen in het verschiet.
  3. Eigenaren van koophuizen en VvE’s komen allemaal voor de vraag te staan hoe ze hun bezit kunnen verduurzamen. Voor bedrijven die adviseren, subsidie- en financieringsvraagstukken helpen op te lossen en de uitvoering regelen, ligt een grote markt in het verschiet. (Ed Nijpels)
  4. Enorm veel kansen om te innoveren en kennis te ontwikkelen.  Want innovaties zijn hard nodig om de energietransitie te versnellen.
  5. Er ligt een enorme markt voor fabrikanten van duurzame energieproducten, zoals voor warmtepompleveranciers.
  6. Het tempo ‘verduurzaming gebouwde omgeving’ moet fors omhoog. Bouwers die deze opschaling mogelijk maken staan vooraan voor grote langlopende projecten in het kader van de wijkgerichte aanpak. (Ed Nijpels)
Reageer op dit artikel