nieuws

EIB kritisch over snel energieneutraal maken miljoenen woningen

woningbouw Premium 2539

EIB kritisch over snel energieneutraal maken miljoenen woningen

Nederland moet niet als een blinde de hele woningvoorraad snel energieneutraal maken om de klimaatdoelstellingen in 2050 te halen. Er moet straks ook ruimte zijn voor woningen die wél energie gebruiken.

Dat opvallende standpunt neemt het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in. In het rapport Klimaatbeleid en de gebouwde omgeving, van ambities naar resultaten, stellen EIB-directeur Taco van Hoek en onderzoeker Martin Koning dat “een aanpak waarbij er op lange termijn woningen zijn die wel enig energieverbruik kennen, een goede route is.”

Van Hoek en Koning werpen de vraag op of alle kaarten wel op energieneutraliteit of nul op de meter gezet moeten worden. “Als energie duurzaam wordt opgewekt, waarom zou enig energieverbruik in een woning dan per definitie onwenselijk zijn?”

De EIB’ers vinden de verduurzaming van de woningvoorraad een “maatschappelijke investeringsopgave van een enorme dimensie […] waarbij een doelmatige en rationale fasering wel zou passen”.

Volledig energieneutraal of deels- dat is de vraag

Ze zetten hun argumenten kracht bij met enkele berekeningen. Het volledig energieneutraal maken van de woningvoorraad kost volgens de EIB-berekeningen 235 miljard euro, terwijl de weg naar label C 25 miljard euro zou kosten en naar A 80 miljard. Om van B naar Beng (bijna energieeneutraal) te gaan heb je 190 miljard euro nodig, daarvan zal 50 miljard euro terugkomen in de vorm van besparingen op energierekeningen. De resterende 140 miljard euro zal op andere manier gedekt moeten worden. Een kostbare zaak dus.

Belangrijk is volgens Van Hoek en Koning dat we ons in Nederland niet blindstaren op hoeveel woningen er verduurzaamd of energieneutraal gemaakt moeten worden. Dat “communiceert misschien goed”, maar belangrijker is om de kijken of de klimaatdoelen dichterbij komen. Dan valt volgens hen op dat je bij een mix van investeringen een heel eind komt. Als 50 procent van de woningvoorraad in 2050 nog B is dan wordt 208 PJ aan energie bespaard, terwijl er 261 PJ bespaard wordt als alle woningen energieneutraal worden. De kosten zullen in het eerste geval (50 procent energieneutraal) volgens het EIB aanzienlijk lager zijn, 282 miljard euro in plaats van 410 miljard euro.

Mix in duurzaamheidsstappen nodig

Volledig energieneutraal in 2050 of niet, het EIB beveelt aan dat corporaties gedifferentieerd omgaan met verduurzaming. Soms zullen ze kiezen voor vervangende nieuwbouw, soms kunnen ze beter doorstoten naar energieneutraal, en in andere gevallen is het verstandiger om een stap naar label B te maken om bijvoorbeeld twintig jaar later over te gaan tot sloop en vervangende nieuwbouw.

Als duurzaamheidsmaatregelen stapelbaar zijn, is het voor vastgoedeigenaren zoals corporaties niet nodig om direct voor energieneutraal te kiezen. Gefaseerd van F naar B en vervolgens met geringe meerkosten naar energieneutraal gaan zou verstandig kunnen zijn. Maar dat moet dan wel evenveel kosten als in één keer van F naar energieneutraal. Nog een voordeel van een tussenstation: er kan geprofiteerd worden van technologische vooruitgang bij warmtepompen, zonnepanelen en andere apparatuur. En als het goed is dalen de kosten in de loop der tijd.

De bouweconomen wijzen erop dat investeringen in label C en hoger op dit moment financieel economisch onrendabel zijn en de stap richting energieneutraliteit bij bestaande woningen helemaal onrendabel is. Hoe meer je investeert in hogere labelstappen, hoe minder de meeropbrengsten. Van A naar BENG (bijna energieneutraal) levert misschien meer besparingen op dan een gemiddelde labelstap, maar groot is het verschil niet. Ter illustratie: opschuiven naar het C-label kost gemiddeld 9.000 tot 15000 euro. Van label A naar BENG (bijna energieneutraal) kost bijna evenveel als alle labelstappen naar A bij elkaar opgeteld.

Mix van labelstapjes en reuzensprongen

Dus nu niet als een gek alle woningen energieneutraal maken, maar liever een gespreide aanpak, is de boodschap van het EIB tussen de regels. Groot voordeel daarvan is ook dat die keuze een gelijkmatigere afzetontwikkeling voor de bouw- en installatiesector betekent. En het geef de sectoren tijd om mensen aan te trekken en op te leiden.

Ook zou een mix van labelstapjes en reuzensprongen het beslag binnen de branche verdelen. Energieneutraal doet volgens het EIB een groot beroep op de installatiesector, terwijl energiebesparing in de schil een relatief groot beroep doet op de uitvoerende bouw. Gunstig is ook dat energiebesparing goed door het mkb kan worden opgepakt, terwijl industrieel bouwen en verbouwen richting energieneutraal relatief meer bij het grootbedrijf neerslaat.

Corporaties zullen massaal doorgaan hun woningen te verduurzamen. Voor particulieren ligt er een hogere drempel, omdat investeren in een energiezuinigere woning leidt tot een “redelijk tot matig rendement”. Ze hebben misschien een duwtje in de rug nodig, denken Van Hoek en Koning. Ze sommen een aantal maatregelen op: maak isolatiemaatregelen vrij van btw, maak energie duurder, maak de energierekening volledig variabel (want het vastrecht is vanuit oogpunt van duurzaamheid ongelukkig). Alle maatregelen bij elkaar kunnen een krachtige stimulans vormen om in duurzaamheid te investeren.

Reageer op dit artikel