artikel

Opdrachtgevers en zzp’ers: zorg dat zelfstandige niet wordt aangemerkt als schijnzelfstandige

bouwbreed 2554

Begin februari werd bekend dat de overheid de aanpak van ‘schijnzelfstandigen’ heeft opgeschort tot 1 januari 2020. Vanaf 1 juli 2018 worden ‘kwaadwillenden’ wel aangepakt. Het duurt dus nog wel minimaal twee jaar voor we weten waar we aan toe zijn. Maar wacht daar niet op, zorg dat je nu al duidelijkheid krijgt. En ja, dat is mogelijk!

Opdrachtgevers en zzp’ers: zorg dat zelfstandige niet wordt aangemerkt als schijnzelfstandige

Als je aan het werk gaat, heb je een keuze: of je gaat in loondienst of je wordt zelfstandig ondernemer. Ondernemers zonder personeel noemen we zzp’ers. Daar hebben we er veel van in de bouw. Om het ondernemerschap te stimuleren, geeft de Belastingdienst allerlei belastingvoordelen aan ondernemers. De Belastingdienst wil alleen voorkomen dat zogenoemde schijnzelfstandigen gebruikmaken van die voordelen. Als de Belastingdienst vindt dat je een schijnzelfstandige bent, moet je alle belastingvoordelen terugbetalen via naheffingen en heb je kans op boetes. Ook degene die de zzp’er inhuurt (de opdrachtgever) moet dan alsnog loonheffingen en sociale premies aftikken. Over maximaal de afgelopen vijf jaar.

Kwaadwillenden

Tot nu toe worden alleen de ernstigste gevallen van kwaadwillenden aangepakt. Mensen die dus opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Daarbij is dan sprake van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting. Vanaf 1 juli 2018 wordt niet langer alleen bij de ernstigste gevallen gehandhaafd, maar kan dat ook bij minder ernstige. Het gaat dan om partijen die opzettelijk een situatie van duidelijke schijnzelfstandigheid laten ontstaan of voortbestaan.

Naar de kantonrechter

In de discussie over zzp’ers hoor ik weinig mensen over de juridische risico’s. Toch wordt er daar juist  regelmatig over geprocedeerd. Vaak in het voordeel van de zzp’er (die dan als werknemer wordt gezien) en dus in het nadeel van de opdrachtgever.

Wanneer een zzp’er arbeidsongeschikt raakt, loop je bij een schijnzelfstandige het risico dat de zzp’er achteraf stelt juridisch gezien werknemer te zijn. Dus dat hij op papier weliswaar geen arbeidsovereenkomst heeft, maar in werkelijkheid wel. Kantonrechters die zich over arbeidszaken buigen, trekken zich weinig aan van papier. Een kantonrechter beoordeelt wat de feitelijke situatie was en bekijkt vervolgens of de zzp’er arbeidsrechtelijke bescherming toekomt. Denk aan het doorbetalen van loon bij ziekte en ontslagbescherming.

Hoe nu verder?

Kortom, zowel de zzp’er als de opdrachtgever hebben er veel belang bij dat de zelfstandige niet wordt aangemerkt als schijnzelfstandige. Veel zzp’ers en opdrachtgevers laten het op z’n beloop en wachten af tot de overheid met meer duidelijkheid komt.

Dat kan ik niet aanraden. Ten eerste niet omdat de Belastingdienst ‘kwaadwillenden’ wel gewoon aanpakt. En vanaf 1 juli 2018 vallen daar veel meer zzp’ers onder dan nu het geval is. Los daarvan loop je altijd het risico dat de zzp’er claimt dat hij werknemer is. Dat de opdrachtgever hem daarom tijdens ziekte moet doorbetalen en hem niet zomaar kan ontslaan.

Voorkomen is goedkoper dan genezen

Wanneer je op de overheid blijft wachten, kan het nog wel even duren. De vraag of er wel of niet sprake is van schijnzelfstandigheid, is niet eenvoudig te beantwoorden. Daarnaast is het niet verstandig om zo maar aan te nemen dat je voorlopig wel goed zit. Het risico dat je loopt is gewoon te groot. Alle omstandigheden moeten namelijk worden meegewogen. Het is daarom verstandig nu al:

  • advies bij een deskundige (bij voorkeur een kantoor met zowel fiscalisten als arbeidsrechtadvocaten) in te winnen over jouw situatie;
  • een duidelijk contract op te stellen voor de relatie tussen de zzp’er en de opdrachtgever (als je die nog niet hebt). Sluit dan zo veel mogelijk aan bij de modelovereenkomsten van de Belastingdienst. Je hoeft niet bij iedere opdracht een contract te tekenen, een raamwerkovereenkomst volstaat ook. Wanneer je geen contract kunt laten zien tijdens een controle, sta je sterk op achterstand.

 

Meer advies voor de vakman

Volg CobouwVak ook via Facebook >>

 

Reageer op dit artikel