De Nederlandse bouw- en infrasector zit in een spagaat. “Projecten moeten steeds duurzamer worden, terwijl ze tegelijkertijd voorspelbaar, betaalbaar en uitvoerbaar moeten blijven”, zegt innovatiespecialist Boy de Vries. “In de praktijk blijken duurzaamheid en innovatie vaak losse sporen: ambities in beleid, innovaties in pilots en projecten die vooral proberen overeind te blijven. Wat ontbreekt is samenhang en structuur.”
Duurzaamheid en innovatie
Bij Koninklijke Oosterhof Holman zien ze die zoektocht dagelijks terug in projecten. Zwart en De Vries begeleiden daar projectteams bij het verbinden van beleid, innovatie en uitvoering. “In een sector waar duurzaamheid en innovatie vaak los van elkaar worden georganiseerd, kiezen wij bewust voor samenhang”, zegt Zwart. “Innovaties worden niet los ontwikkeld, maar standaard beoordeeld op hun bijdrage aan duurzame projectdoelen en direct gekoppeld aan concrete toepassingen in projecten. Innovatie is daarmee geen tijdelijk programma, maar een vast onderdeel van de manier van werken. Duurzaamheid fungeert niet als beleidslaag achteraf, maar als afwegingskader voor ontwerp- en uitvoeringskeuzes in de dagelijkse praktijk.”
Volgens Zwart begint toekomstbestendig bouwen bij focus. “De sector wil vaak alles tegelijk. Maar duurzaamheid wordt pas werkbaar wanneer je kiest waar je echt invloed hebt en dat consequent doorvertaalt naar ontwerp, inkoop en uitvoering.”
Sustainable Development Goals
Steeds vaker gebruiken projectteams daarbij de Sustainable Development Goals als richtinggevend kader. Niet als checklist, maar als hulpmiddel om keuzes te onderbouwen. “Dan wordt duurzaamheid geen extra eis, maar een manier om betere ontwerpbeslissingen te nemen”, zegt Zwart. “Wat betekent een materiaalkeuze voor grondstoffen? Wat betekent een ontwerp voor de leefomgeving? En wat vraagt het van de mensen die ermee moeten werken?”
Pas als duurzaamheid structureel onderdeel wordt van besluitvorming, zie je effect”
Deze aanpak brengt duurzaamheid terug naar het project zelf, waar opdrachtgevers en teams elke dag keuzes maken. “Zolang het vooral in beleidsdocumenten blijft zitten, verandert er op de bouwplaats weinig. Pas als duurzaamheid structureel onderdeel wordt van besluitvorming, zie je effect.”
Procesmatig
Innovatiespecialist De Vries ziet een vergelijkbare beweging bij Innovatie: “De sector zit vol goede ideeën, maar zonder structuur verdwijnen ze in pilots. Juist die structuur bepaalt of innovatie uiteindelijk toepasbaar wordt.” Daarom wordt innovatie bij Oosterhof Holman procesmatig aangepakt. Ideeën worden geselecteerd op impact en haalbaarheid, ontwikkeld in korte cycli en pas toegepast wanneer ze aantoonbaar waarde toevoegen aan projecten. “Niet elk idee hoeft te slagen,” zegt De Vries, “maar elk idee moet iets opleveren waar projecten direct van profiteren.”
Bouwlaadwijzer
Een concreet voorbeeld is de Bouwlaadwijzer: een digitale tool die projectteams helpt om de energiebehoefte van bouwplaatsen inzichtelijk te maken en verschillende energievoorzieningsscenario’s te vergelijken. Kosten, milieueffecten en logistiek worden in één overzicht samengebracht, zodat opdrachtgevers, aannemers en leveranciers gezamenlijk onderbouwde keuzes kunnen maken. “Dat voorkomt verrassingen tijdens de uitvoering”, zegt De Vries. “En het maakt het gesprek feitelijk in plaats van gevoelsmatig.”
De tool is ontwikkeld vanuit praktijkvragen, getest in projecten en inmiddels breed inzetbaar. Volgens Zwart laat dit zien hoe duurzaamheid en innovatie elkaar kunnen versterken. “Duurzaamheid werkt alleen als het gedeeld eigenaarschap wordt. Niet als verplicht nummer in een contract, maar als gezamenlijke ontwerpvraag.”
Intensievere samenwerking
Die gedeelde verantwoordelijkheid vraagt om intensieve samenwerking in netwerken en ketens. “Initiatieven als Circulair Drenthe, Entrance en het Emissieloos Netwerk Infra laten zien dat duurzame en innovatieve oplossingen vooral ontstaan waar partijen kennis, praktijkervaring en data met elkaar verbinden en waar projecten daarvan direct profiteren”, zegt de Vries.
Zonder veilige en lerende teams kun je geen duurzame transitie maken”
Maar zelfs de beste structuren en tools werken alleen als mensen ze kunnen en willen toepassen. Daarom benadrukt Zwart dat techniek en beleid altijd landen bij mensen. Veiligheid, opleiding en inclusie zijn geen bijzaken, maar randvoorwaarden voor kwaliteit. “Zonder veilige en lerende teams kun je geen duurzame transitie maken. Dan blijft het bij systemen, niet bij gedrag.”
Generatievraagstuk
Dat raakt ook aan het bredere generatievraagstuk in de sector. Ervaren vakmensen vertrekken, terwijl de instroom achterblijft. Kennisborging, opleiding en sociale veiligheid worden daarmee steeds bepalender voor de continuïteit van projecten.
Wat beide experts vooral benadrukken, is dat opdrachtgevers steeds vaker vragen om aantoonbaarheid. Niet alleen of iets duurzaam of innovatief is, maar wat het concreet oplevert: in CO₂-reductie, in levensduur, in onderhoud en in maatschappelijke waarde. Dat maakt dit gesprek relevant voor iedereen die projecten voorbereidt, ontwerpt of uitvoert.
Consistentie
Volgens De Vries ligt de sleutel niet in méér beleid, maar in consistentie. “De bouw hoeft zichzelf niet opnieuw uit te vinden, maar wel consequenter te worden in hoe we keuzes maken en hoe we daarvan leren.” Zwart besluit: “Dan worden duurzaamheid en innovatie geen belofte voor later, maar gewoon onderdeel van goed vakmanschap in elk project.”
Dit artikel is gesponsord door Koninklijke Oosterhof Holman










