Duurzaamheid, betaalbaarheid en het toenemend tekort aan vakkrachten sturen de bouwsector in de richting van meer prefabricage en industrialisatie. “Willen we de woningnood oplossen, dan moeten we op een andere manier gaan bouwen”, is ook de overtuiging van Louis Nijssen, hoofd engineering en calculatie bij Bemar. Dit bedrijf maakt onderdeel uit van Interduct, dat met 23 bedrijven de grootste ventilatiespecialist van Nederland vormt.
Installaties kunnen in die trend niet achterblijven, maar Nijssen constateert dat dát onderdeel ondergeschikt is geraakt. “Bouwers zijn sterk gefocust op het prefab maken van het gebouw op zich. Installaties worden nog veelal traditioneel aangebracht. Dat verbaast mij.”
Complexer en compacter
Temeer omdat de tijd dat de installaties in een woning bestonden uit een HR-ketel en een eenvoudige mv-box ver achter ons ligt. Warmtepomp, WTW-unit, boiler, buffervat en regeltechniek: het aantal installaties in een woning, en de kosten en complexiteit daarvan zijn flink gestegen. Idem voor eisen aan energieprestaties en geluid.
Dat geldt niet voor de beschikbare ruimte. Die staat door de trend om compacter te bouwen juist onder druk. “Het gevolg is dat we op elk project opnieuw met elkaar moeten bakkeleien”, zegt Nijssen. “Waar komt de WTW-unit? Waar komt de warmtepomp? Hetzelfde cirkeltje. Alsof je niets van het vorige project hebt geleerd. Dat kan echt anders.”

Gestandaardiseerde technische ruimte
Volgens Interduct is het hoog tijd om als ontwikkelaars, bouwers, adviseurs, installateurs en andere ketenpartners na te denken over een toekomstbestendige gestandaardiseerde technische ruimte. Waar alle techniek op de juiste logische plek zit, met alle voordelen die je erbij kan bedenken qua servicebaarheid, bedienbaarheid en vervangingsmogelijkheden. Nijssen: "Als je dat goed met elkaar afstemt, dan heb je minder plek nodig. Dat hebben wij al laten zien in de praktijk, net als concurrenten en concullega’s die met skids en samengestelde installaties werken.”
Visiedocument
Als startschot voor de zoektocht heeft Interduct een visiedocument opgesteld, met de titel ‘De technische ruimte van vandaag en morgen’. Dat is gebaseerd op een reeks kwalitatieve diepte-interviews met een kleine, zorgvuldig gekozen groep experts uit de bouw- en installatiesector. De centrale vraag: hoe ziet de technische ruimte van vandaag én morgen eruit, gezien vanuit verschillende schakels in de keten, met nadruk op (seriematige) woningbouw en gestapelde bouw. “We willen met dit visiedocument bewustwording creëren”, licht Nijssen toe. “Waarom doen we nog altijd zoveel dingen traditioneel? We weten dat we zaken moeten veranderen als we sneller willen bouwen, de kwaliteit willen verhogen én slim willen omgaan met het groeiende tekort aan technische vakmensen.”
Samenwerking en integraliteit
Om tot die technische ruimte van de toekomst te komen, is samenwerking cruciaal. Daar kan Interduct over meepraten: te vaak nog komt het bedrijf eigenlijk net te laat in het proces aan tafel. Het moment waarop een architect begint te schetsen, is ook het moment om na te denken over installaties, stelt Nijssen. “Ergens in het gebouw zullen schachtruimtes en technische ruimtes moeten komen, ook in de plattegrond van een appartement of een grondgebonden woning. Dan ontwerp je van binnenuit naar buiten. Installatietechnisch gezien wordt dat nu veel te weinig gedaan. De technische kern die nodig is, moet al op papier staan wil je daaromheen een goede woning kunnen bouwen.”
De technische kern die nodig is, moet al op papier staan wil je daaromheen een goede woning kunnen bouwen”
Ieders ervaring is daarbij nodig. De kennis van hoe bewoners systemen ervaren, en hoe installaties het beste kunnen worden neergezet met het oog op service en onderhoud, zit bij de installateur. “Dat is ook de gedachte achter het nadenken over de technische ruimte van de toekomst: nog altijd is daarbij de vakkennis van specialisten nodig. Elektricien, loodgieter, bouwer, architect, als je de club heel vroeg in het traject bij elkaar zet, kun je samen hele mooie dingen bereiken.”
Glazen bol
Een kijkje in de glazen bol tot besluit: de technische ruimte van de toekomst is wat Nijssen betreft één superefficiënt totaalapparaat voor verwarming, koeling en ventilatie. Hij trekt de vergelijking met een auto. “Daarin zet je de temperatuur op 21 graden. Het systeem zorgt er vervolgens voor dat je die temperatuur krijgt, met voldoende verse lucht, en gaat daarbij zo optimaal en zuinig mogelijk om met de benodigde energie. Daar zit álles in. Woningen rusten we ondertussen nog uit met separate systemen, die we los van elkaar moeten aansturen. Een totaalapparaat, waar alles inzit, is voor mij de technische ruimte van morgen.”
Voordat die stap is gemaakt, ziet Nijssen eerst nog een route waarbij die losse installaties beter met elkaar gaan communiceren om het energiegebruik van een woning beter beheersbaar te maken en het binnenhuisklimaat te optimaliseren. “Apparaten die elkaar ondersteunen, waar dat kan. Maar het zal een opmaat zijn naar een totaalapparaat waar alles inzit.”
Dit artikel is gesponsord door Interduct.









