Wentzel B.V.
Maak een einde aan de leegstand van kantoren. Dat roept de sector. En dat doet hij steeds harder. Ontwikkelaars, beleggers, bouwers, gemeenten, adviseurs en makelaars schreeuwen om maatregelen. Aardig is vooral de vorm waarin die boodschap wordt gegoten. De een dreigt, de ander waarschuwt en weer een ander noemt de huidige situatie 'onacceptabel'. Maar ze
De installatiebranche kan een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van het Actieprogramma Aanpak Leegstand Kantoren, meent Marcel Engels. Ook dat plan hecht er veel waarde aan dat leegstaande kantoren een kwaliteitsverbetering ondergaan en zo nodig geschikt worden gemaakt voor een nieuwe, eigentijdse bestemming. Leegstaande bedrijfsgebouwen. Opvallende geveldoeken met de tekst 'Kantoorruimte te huur'. We
Liftadviseur Onlangs werd in deze krant een interview gepubliceerd met liftadviseur de heer Alderik Bos ('Een tonnetje extra voor een lift maakt niet uit', Cobouw 29 maart). Met grote verbazing heeft de VLR, de Nederlandse branchevereniging binnen de lift- en roltrapindustrie, kennisgenomen van dit artikel. De heer Bos geeft ons inziens een zeer eenzijdige voorstelling
Wat gaan we in de komende jaren doen in Nederland? Harm Tilman, de hoofdredacteur van 's lands architectuurkroniek, sombert in zijn blog op de website van De Architectover het gebrek aan actie. "Er wordt in Nederland op dit moment nul komma nul gerealiseerd". Architect Fons Verheijen klaagt op website Architectuur.nlover de verdere uitholling van de
Veel bouwers kunnen zich heel goed onderscheiden, door het vinden en het realiseren van kwalitatief hoogwaardige oplossingen. Voor nogal ingewikkelde problemen. Gelukkig maar. Maar dat talent kan een opdrachtgever vaak pas herkennen, nadat de opdracht aan die bouwer is gegeven. En vaak pas als die opdracht is uitgevoerd. En wie weet zelfs dan nog steeds
Duurzaamheid zit niet in nieuwbouw en technologie, vindt Ronald Rovers. Er zijn andere en effectievere oplossingen. Afname van materiaal- en energiegebruik bijvoorbeeld.
Hugo Gastkemper (1957) is directeur van Stichting Rioned, de koepelorganisatie voor de riolering en het stedelijk waterbeheer in Nederland. Rioneds belangrijkste taak is kennis verzamelen en die beschikbaar stellen aan de vakwereld: gemeenten, waterschappen, bedrijven en onderwijsinstellingen. 'Kennisstrategie' is het woord waarop veel afspraken in Gastkempers agenda betrekking hebben.
Zowel bij publieke opdrachtgevers als bij private partners uit de bouw of infra bestaan nog steeds veel misverstanden over de wijze van aanbesteden, selectiecriteria en proce-dures. Dat blijkt ook uit de reacties op onze artikelen die eerder in Cobouw verschenen. In de praktijk blijken die misverstanden nogal eens te leiden tot tempoverlies, frustraties en vooral onrendabele investeringen. Dat zou onnodig moeten zijn, zeker in een periode waarin de sector het moeilijk heeft.
Een belangrijke aanvulling in de nieuwe RAW Standaard 2010 is de verwijzing in deelhoofdstuk 31.4 straatwerk naar CROW-publicatie 282 (d.d. 15 januari 2010) met de titel 'mechanisch aanbrengen elementenverharding; verantwoorde afweging tussen handmatig en mechanisch straatwerk'.
Een aanbestedende dienst is op grond van Europese jurisprudentie gehouden eisen met betrekking tot selectie en geschiktheid zo te formuleren dat alle behoorlijk geïnformeerde en oplettende inschrijvers deze op dezelfde wijze interpreteren. In de praktijk lijken aanbestedende diensten daar regelmatig moeite mee te hebben. Zo blijkt onder meer uit een uitspraak van de rechtbank Breda (2 februari 2011, LJN: BP2926) over vergunningen in het kader van verwerken van afvalstromen. Enkele gemeenten schrijven gezamenlijk een aanbesteding uit voor het verwerken van afvalstromen en eventueel verzorgen van transport en opslagmiddelen. In de aankondiging en het bestek stellen zij als 'selectiecriterium' de volgende eis: "het overleggen van een overzicht van de vergunningen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de dienstverlening".Aanvankelijk zal aan de laagste inschrijver worden gegund, maar later veranderen de gemeenten van gedachten, omdat één van de vergunningen van deze inschrijver ontoereikend zou zijn. De gepasseerde inschrijver legt de kwestie voor aan de rechtbank Breda. In haar vonnis van 2 februari 2011 overweegt de rechtbank dat de gemeenten de aanbieding van de betreffende inschrijver op goede gronden ongeldig hebben verklaard. De gemeenten mochten immers - stelt de Rechtbank - afgaan op hetgeen zij vernamen van de provincie, namelijk dat de betreffende vergunning van deze inschrijver niet (geheel) toereikend was voor het verwerken van de afvalstromen. Niet duidelijk is op welke grond de inschrijver volgens de gemeenten en de rechtbank ongeldig zou zijn. Immers, de gemeenten stelden in de aankondiging en het bestek uitdrukkelijk niet de eis dat de inschrijver (ten tijde van de inschrijving) diende te beschikken over een verplichte vergunning voor de uitvoering. De gemeenten vroegen slechts een overzicht van de noodzakelijke vergunningen, waarbij het overigens de vraag is of een dergelijke eis gekwalificeerd kan worden als selectiecriterium (zoals vermeld in de aankondiging en het bestek). BedoelingMogelijk bedoelden de gemeenten dat de inschrijvers daadwerkelijk over de betreffende vergunningen dienden te beschikken, maar deze eis is niet gesteld. Als de gemeenten een dergelijke eis wilden opleggen, hadden zij dit duidelijk in de aanbestedingsstukken moeten vermelden, zodat iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver de eis op deze manier zou begrijpen. Dit hebben zij echter nagelaten.De gemeenten hebben slechts een overzicht van de noodzakelijke vergunningen gevraagd. Was dit overzicht onvolledig geweest, dan is het zeer de vraag of de gemeenten hieraan gevolgen mochten verbinden, nu zij geen concrete eis aan dit verzoek koppelden. Vragen naar bescheiden waaraan geen eis is verbonden, is betrekkelijk zinloos. De Raad van Arbitrage voor de Bouw reeds overwoog dit reeds enkele jaren geleden. In dit geval geldt dit des te meer, nu de gemeenten wisten (of behoorden te weten) welke vergunningen noodzakelijk waren voor de uitvoering van de opdracht. Aldus valt in beginsel niet in te zien dat herstel van een fout in dit overzicht in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel. De vraag of de inschrijver kon beschikken over de vereiste vergunningen lijkt verder eerder een uitvoerings- dan een aanbestedingskwestie. Mogelijk is in deel 3 van het bestek de eis gesteld dat de aannemer (en dus niet de inschrijver) in het bezit moet zijn van de vereiste vergunningen. Kon de betreffende onderneming tijdens de uitvoering niet beschikken over de juiste/vereiste vergunningen, dan kon sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming, omdat hij de afvalstromen niet kan verwerken. Echter, uitsluiting van de aanbestedingsprocedure omdat de inschrijver ten tijde van de aanbesteding niet over een afdoende vergunning beschikte, lijkt vooralsnog in strijd met het aanbestedingsrecht. Dit kan slechts anders zijn als op voorhand is aan te tonen dat sprake is van een irreële bieding, omdat de inschrijver nooit aan de gestelde eisen zou kunnen voldoen. Uit het vonnis valt echter niet af te leiden dat hiervan sprake zou zijn. De voorzitter van de Raad van Arbitrage betoogde onlangs in deze krant dat aanbestedingszaken beter behandeld kunnen worden door de raad dan door de rechtbank. Met betrekking tot deze zaak, kan ik zijn mening onderschrijven.Severijn Hulshof advocatenwww.severijnhulshof.nl