Joost Fijneman
columnist
Plaatsvervangend directeur Sociale Zaken & Ledenservice Bouwend Nederland

columnist
Plaatsvervangend directeur Sociale Zaken & Ledenservice Bouwend Nederland

Stelt u zich eens voor. Een smalle weg waar aan een vluchtheuvel gewerkt moet worden. Ruimte voor een afzetting waarlangs het verkeer kan rijden is er niet.

Vorige week vrijdag was ik in Nijmegen. In het Technovium. Een prachtig pand volgestouwd met opleidingskansen in de bouw, de installatietechniek en het schildersvak.

"Als ik niet met de opdrachtgever kan praten voordat ik een aanbieding moet doen, doe ik niet mee." Aldus een tendermanager van een grote bouwer.

Het staat er zo mooi, voorop de aanbestedingsleidraad. Gezocht: De beste aannemer voor bouwkundig onderhoud voor Rotterdam. Dat getuigt van ambitie. Een ambitie die past bij een gemeente als Rotterdam, denk je dan.

Op het gebied van past performance is van alles aan de hand. Ervaring uit het verleden laten meetellen bij aanbestedingen. Logischer kan haast niet. Want het werkt twee kanten op. De opdrachtgever weet dat hij een goede partij treft. En de ondernemer weet dat hij goed moet presteren om in de toekomst opnieuw kans te maken.

Wie dacht dat aanbestedingsproblematiek iets van de 'laatste jaren' was?
Het is al een tijdje hip om mfa's te bouwen. Multifunctionele accommodaties, dus. De school die tevens gymzaal en buurtcentrum is. Het liefst een markant gebouw. Een baken van cultuur en civilisatie in de buurt. Groots en meeslepend.
Soms loopt een aanbestedingsprocedure niet zoals je, als aanbesteder, had gehoopt. Je hebt niet scherp genoeg uitgevraagd. De markt heeft niet gereageerd zoals je verwachtte. Dat is gelukkig gemakkelijk te ondervangen: je zet de aanbestedingsprocedure stop. Ook al heb je de aanbiedingen al binnen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Zeker als het om overheidsgeld gaat.
Minister Asscher heeft de Was, Wet aanpak schijnconstructies, kort voor het kerstreces vastgesteld. De Kamers moeten zich er nog over buigen. Maar dat er een wet komt, is duidelijk.
Sommige prestaties zijn nu eenmaal meer subjectief. Ook in de sport. Zoals een kür bij kunstschaatsen. Die krijgt een juryscore. Wat opvalt, is dat achter een dergelijke beoordeling een strak systeem zit. En daarom lopen de individuele scores zelden ver uiteen. Een getraind oog kan dan ook goed inschatten waarop de score bij benadering zal uitkomen.