Joost Fijneman
columnist
Plaatsvervangend directeur Sociale Zaken & Ledenservice Bouwend Nederland

columnist
Plaatsvervangend directeur Sociale Zaken & Ledenservice Bouwend Nederland

Mistroostig werd ik ervan. Van het gekerm begin deze week in allerlei media over de nieuwe Aanbestedingswet. Verongelijkt gejammer de dag nadat de wet in werking was getreden. Het zou veel te veel motiveringsplichten bevatten en daarmee een lawyer's paradise worden. Ik denk niet dat het zo'n vaart zal lopen, maar zelfs als het tegenvalt:
Afgelopen woensdagmiddag had ik een thuiswedstrijd. Op de fiets naar de Dom in mijn woonplaats Utrecht voor een middag over scholenbouw in stad. Het ging onder meer over de mogelijkheden van innovatief aanbesteden - vandaar dat ik gevraagd was erbij te zijn. Met twee koters in een Utrechtse school had ik - als direct betrokkene
Je kunt overal rechtszaken over voeren. Dat kan een keuze zijn. Maar het kan je ook overkomen. Dat je het gevoel hebt dat je er niets aan kunt doen. Bij aanbestedingsgeschillen voelt een aanbesteder het vaak zo. Het is namelijk altijd één van de inschrijvers die een zaak aanhangig maakt. En als opdrachtgever ben je
Eén van de meest opmerkelijke nieuwigheden van de nieuwe Aanbestedingswet is het clustertje bepalingen uit de Gids Proportionaliteit over Algemene Voorwaarden. Deze vereiste roportionaliteit van de contractsvoorwaarden gaat een grote impact hebben. Zeker bij aanbestedingen voor werken. De praktijk van de grote pakken met afwijkingen van de UAV moet daarmee ten einde komen. Die inmiddels
De nieuwe Aanbestedingswet kent een clusterverbod. Het zal u niet ontgaan zijn. De trend van het steeds maar grootschaliger aanpakken van werken, leveringen en diensten moest worden gekeerd. Ten faveure van het midden- en kleinbedrijf (mkb). Een nobel streven. Maar het maakt veel tongen los. Het leidt bij sommige opdrachtgevers zelfs tot een opstandige sfeer.
De uitverkoop. Slenterend langs vitrines en etalages, op zoek naar nieuwe schoenen. In de motregen denk ik aan een recente uitspraak over schoenen die moesten worden aanbesteed. Gevechtslaarzen. Juist ja, bestemd voor het leger. Ik ben zo vrij u even mee te nemen naar deze wondere wereld. Niet omdat het zo relevant is voor de
Er zijn wel honderd manieren om aan te tonen dat je - als inschrijver bij een aanbesteding - bijvoorbeeld een duurzame bedrijfsvoering nastreeft. Wie daarvoor een oplossing zoekt, komt al gauw bij een ladder terecht. Een mooi instrument om verschillende prestaties van een bedrijf te combineren. De uitkomst is een 'trede' op de ladder. Niets
Ik heb het altijd als een tegenstelling ervaren. Ik vind het belangrijk dat er voldoende materiekennis aanwezig moet zijn bij een aanbesteding. En inkopers denken daar juist anders over. Zij willen de invloed van materiedeskundigen juist beperken. Ik dacht dat ik dat begreep: inkopers willen hun eigen taak uitvoeren. Ze willen niet voor de voeten
Wat als je concurrent bij een inschrijving een overheidsbedrijf is, behoorlijk is gesubsidieerd en daardoor alles veel goedkoper kan doen. Daar valt eigenlijk niet tegen op te concurreren. Weinig kans dus om hiertegen bezwaar te maken, zo blijkt.
Vorige week organiseerden we met het Aanbestedingsinstituut en SMI ons jaarlijkse congres. Het onderwerp was de nieuwe aanbestedingswetgeving. Een schot in de roos; de zaal zat tot de laatste stoel vol. Met name decentrale aanbestedende diensten wilden graag het naadje van de kous weten over wat hen te wachten stond. Het is ook nogal wat,