Ronald Wenting zit tijdens de dag van de constructeur nietsvermoedend in de zaal. Voordat de juryvoorzitter bekendmaakt wie de titel Constructeur van het Jaar krijgt, hoort hij zijn CV voorbijkomen. “Ik wist niet eens dat ik genomineerd was”, vertelt Wenting naderhand.
De keuze van de jury had twee belangrijke redenen: zijn vroege inzet voor duurzaamheid en zijn interdisciplinaire manier van samenwerken. Wenting vertelt dat hij zich al vanaf 2010 bezighoudt met het verduurzamen van zijn vak.
“Op een avond zag ik een documentaire over klimaatverandering en de exponentiële groei van de wereldbevolking. Dat was voor mij een kantelpunt. Ik realiseerde me dat de manier waarop de bouw grondstoffen consumeert en de impact daarvan simpelweg niet houdbaar is richting de toekomst. Vanaf dat moment ben ik me daar actief voor gaan inzetten. Dat ging niet vanzelf, in het begin moest ik mensen nog echt overtuigen.”
Verschil maken
Nu hoeft dat gelukkig niet meer. Het besef van de noodzaak om te verduurzamen is breed doorgedrongen. “Juist binnen mijn vakgebied kunnen we daarin een groot verschil maken”, vindt Wenting. “De constructie is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het materiaalgebruik en heeft daarmee een aanzienlijke impact.” Het is een boeiend en uitdagend vraagstuk, want er is niet één antwoord te geven op wat een duurzame constructie is. Juist die zoektocht en het gesprek daarover maken het werk voor de kersverse constructeur van 2026 zo boeiend. “Het vraagt om dialoog, om samen steeds betere afwegingen te maken.”
Terugkijken naar vroeger
Tegelijkertijd ziet hij volop kansen voor de sector om grote stappen te zetten door slimmer en efficiënter met materialen om te gaan. “Ik probeer aandacht hiervoor te creëren, want dat mis ik in de huidige discussie over verduurzaming. Veel moderne gebouwen zijn relatief zwaar en materiaalintensief, simpelweg omdat dat eenvoudiger te realiseren is en arbeidskosten bespaart. Kijk je echter naar de eerste helft van de twintigste eeuw, dan zie je dat lichtere ontwerpen juist gangbaar waren. Materialen waren toen kostbaar en arbeid relatief goedkoop.”
Wenting weet dan ook goed waarvoor hij komend jaar het platform dat hij nu krijgt, wil gebruiken: de discussie op gang brengen over het herontdekken van materiaalefficiënte constructies uit de vorige eeuw en die te herdefiniëren op een eigentijdse manier. “We moeten meer uitdagingen oplossen met materiaalvriendelijke mechanicaprincipes. Ook omdat materialen misschien nu relatief goedkoop zijn, maar niet oneindig beschikbaar en bovendien in de toekomst duurder zullen worden door schaarste en invoering van een onvermijdelijke CO2-taks. Zo zien we nu dat zoiets evidents als zand schaars wordt.”
Over de grenzen heen
Dat de nominatie werd gedaan door een architect in plaats van vakgenoten, illustreert volgens de juryvoorzitter “niet alleen de waardering voor zijn bijdrage aan samenwerking in projecten, maar ook de brug die hij legt tussen architectuur en constructie.” Voor Wenting is dat eigenlijk vanzelfsprekend, doordat hij naast constructief ontwerper ook opgeleid is tot architect.
Ook al is het voor Wenting heel logisch, een goede samenwerking met andere disciplines is belangrijk om tot een goed ontwerp te komen. Hij houdt er niet van als iedereen in zijn eigen hokje blijft en het gedane werk over de schutting gooit naar de volgende in de keten. “Ik heb een passie voor waar architectuur en constructie elkaar ontmoeten. De constructie moet niet alleen dragen, maar moet ook spreken en verbeelden. Daarvoor moet je de dialoog met de architect voeren. Bovendien ontstaan op het raakvlak van verschillende vakgebieden de innovaties, dus ik wil juist over de grens heenkijken want daar gebeurt het.”
De Constructeur van het Jaar wordt elk jaar bekendgemaakt op de dag van de constructeur, een evenement van VNconstructeurs, KPE en het Hoger Technisch Instituut.
Lees meer:











