“Eindeloos ontwerploops maken.” Zo beschrijft Verali von Meijenfeldt het ontwerpproces voor het nieuwe Amsterdamse kantoor van Arcadis. “Wat zijn de gevolgen wanneer je van een prefabbeton-constructie overstapt naar staal om uiteindelijk te komen bij hout? Wat betekent het voor de materiaalfootprint, maar ook voor de fundering, de verdiepingshoogte, de lichtinval, het binnenklimaat, de installaties, het energieverbruik en al die andere aspecten die het succes van een gebouw bepalen? Om nog maar te zwijgen van de kosten.”
Elk proces om tot een voorlopig ontwerp te komen zit altijd vol met dit soort terugkoppelingen en trade-offs. Noodzakelijk om de consequenties van keuzes in een latere ontwerpfase te kunnen inschatten. Maar vanwege de ambities die Arcadis met het nieuwe onderkomen had, waren die exercities volgens duurzaamheidsmanager Von Meijenfeldt intensiever dan normaal.
Sinds begin maart huist de internationale directie van het 34.000 medewerkers tellende ingenieursbureau in het nieuwste pand van de Zuidas. Voor de kenners: het staat tussen The Rock en de Zandloper pal aan de A10. Ook het bestaande Amsterdamse kantoor van Arcadis in Sloterdijk is naar The CubeHouse verhuisd. Van daaruit kijken ze recht in de bouwput van het Zuidasdok, waar heel wat collega’s druk mee zijn.
Duurzaam
Op de 2,5 verdieping die Arcadis in gebruik heeft zijn 150 flexibele werkplekken beschikbaar. De andere huurder, BNP Paribas, trekt binnenkort in. De Franse bank neemt het leeuwendeel van het 16.000 vierkante meter grote pand in gebruik. De bovenste verdieping, met onder andere de boardroom, delen de twee bedrijven. Ook de directies van multinationals hebben vandaag de dag flexibele werkplekken.
Het stond volgens Von Meijenfeldt vanaf het begin vast dat Arcadis niet een eigen pand aan de Amsterdamse toplocatie zou neerzetten, maar zou gaan huren. Ze voelden zich wel aan hun stand verplicht om een zo duurzaam mogelijk pand te betrekken. Dus de ingenieurs besloten niet lijdzaam af te wachten totdat een ontwikkelaar daar misschien ooit het initiatief toe zou nemen.
Daarom was Von Meijenfeldt al vanaf het prille begin in 2018 betrokken bij de zoektocht naar een nieuw onderkomen in de hoofdstad. Het oog viel uiteindelijk op de laatste beschikbare kavel van deelplan Mahler4. Samen met ontwikkelaar G&S& en medehuurder BNP spanden ze zich in voor een maximaal duurzaam pand. Dat werd uiteindelijk het eerste Paris Proof gebouw aan de Zuidas.
Dat de constructie volledig in hout zou worden uitgevoerd was volgens Von Meijenfeldt, zeker geen uitgemaakte zaak. Er lag al een globaal plan voor een staalconstructie met kanaalplaatvloeren voor de betreffende kavel. En op het moment dat de keuzes werden gemaakt had de Nederlandse bouw en ingenieurswereld nog weinig ervaring met CLT. Anno 2020 waren er alleen nog woongebouwen van vijf of zes verdiepingen gerealiseerd. En dat vond iedereen op dat moment eigenlijk nog heel spannend. Van woontoren Haut was net het beton voor de kelder gestort. Sawa in Rotterdam bestond ook alleen nog maar op papier.
Twee verdiepingen extra
Houtbouw was volgens Von Meijenfeldt niet alleen ingewikkeld, want onbekend, maar ook duur. Dat laatste geldt nog steeds. Het was de duurste van alle bouwmethoden die tijdens al die ontwerploops langs kwamen. Maar wat voor ontwikkelaar en beleggers prettig uitpakte, was dat er dankzij de lichte houtbouwmethode twee verdiepingen extra gerealiseerd konden worden. Het hoogste deel van the CubeHouse, de centrale toren met de stabiliteitskern, kreeg uiteindelijk niet negen, maar elf verdiepingen. “Dat maakte het ook financieel tot een interessante optie.”
Dat the CubeHouse voor Zuidas-begrippen vrij laag bleef komt omdat het voor een groot deel boven op de bestaande parkeergarage van Mahler4 werd gebouwd. Dat vroeg volgens designmanager Wiljan Houweling van Arcadis om een uitvoerige puzzel. Want daarmee lagen het grid en de paalbelastingen van de fundering vast.
De gevel van buurman The Rock (uit 2010) bleek bovendien iets over de kavelgrenzen te zijn gebouwd, waardoor een deel van de beoogde fundering lastig bereikbaar bleek. Om een stalen vakwerk te plaatsen om de paalkoppen te bereiken, had een deel van de gevel van the Rock gesloopt moeten worden. Dat vond de eigenaar van dat pand niet zo’n goed idee.
Zo kwam de keuze tot stand om the CubeHouse aan die kant lager te houden. Gelukkig bood de afgeschuinde wand aan andere kant van de parkeergarage wel weer ruimte om daarbuiten extra funderingspalen te plaatsen. Daar paste precies die 11 verdiepingen hoge toren op met de liftkern. Arcadis heeft daarvan de bovenste drie in gebruik.

Collectie
Ook die keuze kwam tot stand tijdens het maken van die eindeloze ontwerploops, dit maal in nauw overleg met het in New York gevestigde architectenbureau SO-IL van de Nederlandse architect Florian Idenburg met zijn Chinese partner. De gemeente stond volgens Von Meijenfeldt welwillend tegenover de keuze voor deze architect omdat het op de Zuidas streeft naar een collectie van verschillende ontwerpen. “Daar staat Van Egeraat, daar UN Studio”, zegt ze terwijl ze een blik uit het raam werpt. En als ze zich omdraait wijst ze op een ontwerp van Dam & Partners. “Verderop staan MVRDV en Norman Foster. Noem een internationaal bureau van naam en ze hebben hier wel een gebouw neergezet.”
Het ontwerp van So-IlL bestaat in essentie uit een aantal gestapelde kubussen, waar overheen de architecten een gevel drapeerden van staal en glas. Onder die sluier ontstonden op de hoeken van de kubussen vanzelf ‘breath spaces’. Dat zijn getemperde zones met veel planten waar mensen kunnen relaxen, lunchen, maar ook bellen of informeel vergaderen. Ze spelen een prominente rol in de klimatisering en temperatuurregulatie van het gebouw.
Van alle maatregelen die maken dat the CubeHouse heel wat duurzame hokjes aanvinkt (Breeam excellent, Well Gold, Paris Proof, gasloos, Beng 1, Mpg van 0,713) springt de inzet van CLT voor de constructie toch het meest in het oog. Die keuze is volgens ontwerpmanager Houweling ook verantwoordelijk voor de scherpe score van 111 kilo CO2-equivalenten per vierkante meter vloeroppervlak. “Als je 250 haalt scoor je momenteel goed met een project. En daar duiken we met het CubeHouse dus flink onder.”
Hij moet dat ook meteen nuanceren. “Want de embodied carbon is ook zo laag omdat we de bestaande fundering en parkeerkelder dus niet hoefden mee te rekenen. Die waren vijftien jaar terug al gerealiseerd, terwijl dat ook bij traditionele gebouwen de onderdelen zijn die het zwaarst drukken op de materiaalfootprint. De kelder is gerealiseerd met onderwaterbeton, dus daar zijn grote mortelvolumes met een hoog cementgehalte toegepast. Als je eerlijk bent moet je de milieuschade die vijftien jaar terug is aangericht wel deels toekennen aan the CubeHouse. Maar daar houden de beoordelingssystematieken geen rekening mee.”

Isolatie
Behalve voor de funderingspalen, de kelder en de stabiliteitskern is er ook nog beton toegepast voor massa en akoestische demping boven op de houten vloeren van the Cube. Maar dat is niet meer dan een laag van 8 centimeter boven op 3 centimeter isolatie. Veel minder complex dus dan bij woongebouwen waarbij de CLT-vloer soms wel met meerdere lagen betonnen toplaag wordt uitgevoerd om aan de geluidsisolatieeisen te voldoen.
“De akoestische eisen voor kantoren zijn natuurlijk een stuk lager dan voor woningbouw”, benadrukt de designmanager. “Met aannemer Visser & Smit is gekeken of de benodigde massa ook kon worden gerealiseerd met bijvoorbeeld grind en zand. Dat is uit oogpunt van circulariteit en hergebruik veel beter. Maar de aannemer had moeite om daarmee de vereiste garanties te kunnen afgeven, dus werd het uiteindelijk toch een betonnen druklaag.”
Houtbouw gaat niet meer weg, maar we hebben nog wel een weg af te leggen”
De houten vloeren gaan dus aan de bovenkant schuil onder beton, waar op de meeste plaatsen tapijt en tegels zijn aangebracht. Ook van onderaf zijn de 22 centimeter dikke platen van CLT aan het zicht onttrokken door de klimaatplafonds. Maar de kolommen en balken waar de vloeren op rusten zijn goed zichtbaar en verraden de ware aard van the Cube. Het overvloedige hout tegen de wanden betreft vooral afbouw en decoratie en heeft geen constructieve functie.
Houweling rekende wel eerder aan houtconstructies, en een paar gebouwen in CLT werden ook uitgevoerd. Maar the CubeHouse is de eerste serieuze hoofddraagconstructie van zijn hand die is gerealiseerd. Hij is blij met het resultaat en zal er de komende tijd vast en zeker relaties rondleiden.
Tegelijkertijd beseft hij maar al te goed dat hoogbouw in hout nog niet is uitontwikkeld. Voor een recent boek boog hij zich over het ultieme houtdetail. Voor staal- en betonbouw zijn die er in overvloed en elke ontwerper en elke aannemer weet meteen wat de consequenties zijn als er bijvoorbeeld een keuze wordt gemaakt voor tunnelgietbouw, of een staalskelet met kanaalplaatvloeren. “We realiseerden dat we met houtbouw nog niet zover zijn. Dat komt er heus wel, houtbouw gaat niet meer weg, maar we hebben nog wel een weg af te leggen.”
Lees meer:










