Het geheim van Dijkstra Draisma: 9 gouden ingrediënten

Dijkstra Draisma wint opnieuw de Cobouw50 Award. Wat is het geheim van het Friese bouwbedrijf, dat grossiert in innovaties en tegelijkertijd financieel stevig op zijn benen staat? Negen gouden ingrediënten.
Delen:
Foto: Kees van de Veen/ANP

1. Niet smijten met geld
“We hebben altijd het geld in het bedrijf achtergelaten. Er is een spaarpotje”, zei Biense Dijkstra in 2012 toen hij het bedrijf nog met zijn broer Jan leidde. Vader Rintje was in 2001 uit het bedrijf gestapt. Broer Tjerk had al een tijdje een bouwbedrijf op Vlieland, “We hebben ons nooit laten verleiden door adviseurs die zeiden: Je hebt veel te veel geld in het bedrijf zitten. Ga nou wat meer lenen. We hebben altijd gezegd: Als je het in de portemonnee hebt, kun je het ook uitgeven.”

2. Voorbereiding is alles
Het businessmodel van Dijkstra Draisma, de nummer 36 in de Cobouw50 van dit jaar, is eigenlijk heel simpel, legde Biense Dijkstra jaren terug uit. “We willen invloed. Iedereen die het project moet maken, betrekken we erbij. We gaan in een zo vroeg mogelijk stadium met iedereen – de hele keten – om tafel zitten. Ketensamenwerking? Heel flauw, maar wij werken al vijftien jaar samen in een keet.” In die keet zitten vaak Ingenieursbureau Dijkhuis, projectmanager H. van Dijk en architecten Jaap Hoekstra en Willem Dijkstra, blijkt uit Cobouw Bouwberichten. Prijsvechten, daar heeft Biense Dijkstra geen zin in. “We willen teams vormen die elkaar werk gunnen, we hebben geen inkopers. Design and Build past heel goed bij ons. Meer dan 70 procent van ons werk bestaat daaruit.” Voorbereiding is alles, vindt de Friese bouwondernemer. Dit perfectioneerde de bouwer op de Waddeneilanden, waar het bedrijf regelmatig projecten via broer Tjerk binnenhaalt. “Logistiek is daar van groot belang. De veerboot gaat echt niet op jouw betonmixer wachten.”

3. Robots: gewoon beginnen
De metselrobot van Dijkstra Draisma moest vier jaar geleden geregeld met zijn baas voor fotografen poseren. De ijverige armen van de “Robi-One”, een robot die steenstrips plakt, verving het werk van zes timmerlieden. De Friezen waren een van de eersten in de bouw die op grote schaal geïndustrialiseerd gevels maakten. Investeren in een robot is een gok? “Ja, maar ik ben ondernemer, hè. Je ziet dat de markt eraan komt. We moeten oplossingen creëren om aan die vraag te kunnen voldoen.” Inmiddels is de fabriek een eind op streek: vorig jaar werden voor 650 bestaande en nieuwe woningen industriële gevels en daken gemaakt, blijkt uit een inventarisatie van bouwdeskundige Marjet Rutten. Voor 2021 zaten er 750 huizen in de pijplijn.

4. Vernieuwingsdrang
Het zaadje van de vernieuwingsdrang bij Dijkstra Draisma werd al eerder geplant. Hennes de Ridder, voormalig hoogleraar en voortrekker van legolisering in de bouw, kwam in 2002 naar Bolsward om te spreken toen een nieuw pand van Dijkstra Draisma werd geopend. “Hennes gingen even uitleggen hoe fout onze industrie georganiseerd was”, vertelde Dijkstra later. Parametrisch ontwerpen was een van zijn stokpaardjes. Dijkstra hield contact met De Ridder, en Dijkstra raakte overtuigd. Zeker toen de kredietcrisis in Friesland toesloeg. “Ik zei tegen ons managementteam: wat we doen, is alleen maar werken voor de laagste prijs. Er is voor de sector nog maar één verdienmodel: meer- en minderwerk en fouten in het bestek. Hou daar mee op.”

5. Herbruikbare leasewoningen
Ook in financiering kun je innoveren. Begin 2021 introduceerde Dijkstra Draisma leasewoningen voor corporaties. Doel: het financieel haalbaar maken voor corporaties om hun voorraad betaalbare woningen uit te breiden. De corporaties betalen elke maand een leasebedrag. Daardoor kunnen ze bijvoorbeeld geld overhouden om aan verduurzaming van bestaande woningen te besteden. Dijkstra Draisma wil met het initiatief ook de circulaire economie aanzwengelen. De leasewoningen worden eigendom van een joint venture, genaamd Buurblok. Rabobank financiert de woningen, die bij Dijkstra Draisma op de balans staan. WoonFriesland heeft er al tien herbruikbare droogstapelwoningen besteld.

6. Leren met rietsigaren
Op de proeftuin van de Friezen groeit inmiddels ook lisdodde. Vorig jaar werd tien hectare grond op een paar minuten rijden van het bedrijfspand in Dokkum gekocht. De rietsigaar kan als isolerend materiaal worden gebruikt, vanwege de luchtkamers in de stengel. Met het biobased materiaal zijn al proefwanden voor woningen gemaakt. Maar het mag nog niet toegepast worden bij een echte woning, omdat er voor lisdodde nog geen certificeringsmethode bestaat. “We willen geen boer worden”, vertelde innovator Folkert Linnemans van het bedrijf onlangs. “Maar wat we wel willen, is laten zien dat het kan. We willen laten zien dat er een nieuw verdienmodel ligt, en dan hopen we dat andere partijen zeggen: ‘Ja, dit willen we gaan verbouwen.’ En dan trekken wij ons weer terug als bouwer.”

7. Diversificatie
Dijkstra Draisma levert twintig tot dertig projecten per jaar op. Het meeste werk zit in woningbouw, maar in onderwijs- en bedrijfsgebouwen zijn de Friezen ook groot. Sport, horeca, winkels, cultuur, zorg: ook daar is het bedrijf uit Dokkum in actief. Ongeveer de helft van het werk gebeurt in Friesland en verder vooral in Groningen (21 procent) en Noord-Holland (16 procent).

8. Eer je geschiedenis
Duurzaamheid zit misschien wel in zijn genen, legde de in Damwoude geboren Dijkstra een aantal jaar geleden uit. Zijn opa en oma van moederskant uit Appelscha waren agrariërs en voortrekkers in biologisch-dynamisch tuinieren. Ze stookten op hout, omdat ze geen gas wilden gebruiken; voor het doortrekken van de wc werd een emmer water uit de vaart gehaald.
Dijkstra: “Ik heb bewondering voor hoe die mensen met de wereld omgingen. Toen ik jong was, dacht ik: je kunt ook overdrijven. Later kwam het inzicht: Wow, die mensen waren goed bezig, die probeerden op hun manier toch door te zetten.”

9. Genieten
Biense Dijkstra leeft zijn droom. “De cirkel van invloed bij ons bedrijf is groot voor iedereen. Laat ze vooral doen waar ze goed in zijn. Dat is machtig om te faciliteren”, sprak de directeur-eigenaar in 2017. “Ik vind het mooi dat al die mensen hier zo kunnen genieten. Daar geniet ik van. Als je werk je hobby is, wat wil je dan nog meer?”