nieuws

Wim Sturris: ‘Circulaire huizen van hout: het is niet alleen ideologie, het is ook handel’

woningbouw 1926

Wim Sturris: ‘Circulaire huizen van hout: het is niet alleen ideologie, het is ook handel’
Wim Sturris, directeur van De Groot Vroomshoop: 'Je moet het eerst naar de markt brengen. Dan kunnen mensen eraan voelen en ruiken.'

VolkerWessels’ dochter De Groot Vroomshoop gaat de productie van houten flexwoningen, zoals de houten Finch Buildings, flink opvoeren. Directeur Wim Sturris hoopt dat er binnen vijftien jaar in Nederland alleen nog maar circulaire woningen worden gemaakt. “We moeten zorgen dat we geen litteken achterlaten.”

Het is hout wat de klok slaat in Vroomshoop. Die kant moet het op, zegt Wim Sturris in zijn werkkamer op het bedrijfsterrein van tien hectare in het Twentse Vroomshoop waar de hallen bol staan van FSC-hout. Met die kant op bedoelt de directeur van De Groot Vroomshoop circulaire woningbouw. Geen window dressing, maar echt. “Je moet op de aarde geen litteken achterlaten”, zal hij een aantal keer deze middag zeggen.

Na de zomer wil de directeur een onafgebroken productie van woonmodules. Elke dag twee. Driehonderd per jaar. Met modules voor scholen en kantoren (deels nog wel beton en staal) erbij worden dat er in totaal 450. Opdrachten zijn er van corporaties Woonwaard uit Alkmaar (40 woningen), voor Wooncompagnie in Monnickendam (21 woningen) en ontwikkelaar BMB (41). Ook zijn er bijna-orders uit Tilburg en Eindhoven. En er is meer in de maak.

Lijkkisten van beton verkopen beter dan woningen van hout, hoorde Wim Sturris

De zegen van moederbedrijf VolkerWessels heeft Sturris. “Toeleverende bedrijven als Westo (Coevorden), De Mors (Rijssen) en De Groot Vroomshoop passen in onze industrialisatieagenda”, onderstreepte het bestuur van Nederlands een-na-grootste bouwconcern eerder dit jaar.  De Groot Vroomshoop bouwt naast woonmodules ook modules voor scholen, kantoren en verzorgingstehuizen plus scharnierkappen, gevels en schuurtjes (8000 per jaar).

Houten woningen? Wie in baksteenland Nederland heeft daar nu zin in? Iemand in de omgeving van Sturris zei een tijdje geleden: ”Ik denk dat we nog eerder lijkkisten van beton verkopen dan woningen van hout.” De Twentenaar glimlacht. Zo’n uitspraak daagt hem uit.

Sturris schuift een boekje over het project in Monnickendam over de tafel. “Volgend jaar op deze tijd staat het wooncomplex er.” Gemaakt van hout. “Het enige bouwmateriaal dat groeit.” CLT (cross laminated timber) om precies te zijn. “Kruislings op elkaar verlijmd hout, waardoor je licht, oersterk, brandvertragend bouwmateriaal krijgt”, staat er te lezen. Sturris bladert naar de illustratie van de gestapelde houten modules. “Een superding”, zegt hij. “Gaat honderd jaar mee. En als de tijd voor het gebouw gekomen is, kun je het gebouw weer oppakken en ergens anders zetten.”

Zo gaat het er straks in Monnickendam uitzien. Wim Sturris: “Een superding. Gaat honderd jaar mee. En als de tijd voor het gebouw gekomen is, kun je het gebouw weer oppakken en ergens anders zetten.”

Binnen vijftien jaar elke nieuwbouwwoning circulair

Die kant op dus. Het vervallen van de verplichting om nieuwbouwwoningen op gas aan te sluiten was al een duw  in de goede richting. Maar nu is het volgens Sturris tijd voor de volgende stap. “Binnen vijftien jaar moet elke nieuwbouwwoning circulair zijn”, vindt Sturris.

De woningbouw maakt een evolutie door, legt Sturris uit. Na de krotwoningen van ruim een eeuw terug was het tijd voor de Woningwet. Fatsoenlijk wonen werd de standaard. De huizen werden beter en beter, maar er ging ook wel eens wat mis. Op veel na de Tweede Wereldoorlog gebouwde woningen kun je niet trots zijn. “Die zijn vaak bagger.” Pas de laatste twintig jaar zijn de woningen volgens de Twentenaar van goede kwaliteit. De energieprestatie wordt steeds beter en de geluidsisolatie is goed.

Prachtig vindt Sturris wat Bouwbedrijven Jongen met Dusseldorp doen in Kerkrade. Daar wordt een oude flat zoveel mogelijk ontmanteld om te worden hergebruikt. “Als je hier slim in wordt, dan krijg je een heel ander verdienmodel. Natuurlijk zal er weerstand uit de bouw komen. Maar mijn overtuiging wordt over vijftien jaar de sloopkogel nog maar sporadisch gebruikt.”

Wie is Wim Sturris?

Wim Sturris (54) werd geboren in Ommen en werkte veertien jaar voor Plegt-Vos. Hij was hoofd productie, adjunct-directeur en directeur woningbouw. Gerrit Plegt wakkerde bij hem de wil om te innoveren aan. “Wat is je ambitie?”, vroeg Plegt op een dag aan Sturris. Die dacht even na en zei toen: “Ik sluit niets uit”. “Wat sluit je niet uit?” “Ik sluit niet uit dat ik directeur van het toonaangevende bouwbedrijf in Nederland wordt!” “Van BAM?” vroeg Plegt. “Nee, het bedrijf waar ik het verschil kan maken.” In 2001 vertelt hij aan Cobouw zijn plannen over robotisering en over klanten die in de toekomst zelf hun woningen samenstellen. Plegt-Vos kan op dat moment al twaalf weken na het storten van de fundering opleveren. Na Plegt-Vos werkte hij bij Van Dijk Bouw uit Hardenberg. Dat bedrijf ging in 2015 failliet. Sturris werd gevraagd te komen werken voor De Groot Vroomshoop. Hij aarzelde eerst om bij een toeleverancier te gaan werken. Zou hij niet te veel een zetbaas worden voor de top van VolkerWessels? Maar de industrialisatieplannen haalden hem over. “Ik ben enorm op mijn plek hier.”

De bouw moet af van ‘wie dan leeft, wie dan zorgt’, vindt Wim Sturris

Nee, de bouw moet niet verder op de oude leest. Sturris: “De oude vertrouwde bouw is: “wie dan leeft, wie dan zorgt”. Betonnen muren storten en kalkzandsteenblokken lijmen. Wat gaan we dan met die materialen doen als het huis gesloopt moet worden? Een deel onder het asfalt, ja. En de rest?”

Sturris heeft nog geen permanente, circulaire nieuwbouwwoning gezien. Terwijl makers van flexwoningen wel die richting op gaan.“Op dat vlak kunnen de permanente huisvesters van flexibele huisvesters leren”, vindt Sturris. Want kijk eens hoe hard de wereldbevolking groeit. “In honderd jaar zijn er vier keer zoveel mensen, het wordt hartstikke druk. En dan hebben wij nog geen oplossingen voor woningen. Het is ten hemel schreiend. Ik heb zelf ook kleinkinderen.” Daar moet je als woningbouwer wat mee.

Hij heeft passie voor de bouw, verklaart hij zijn drive. Altijd gehad. Maar maak van hem niet de grote circulaire-huizen-goeroe. Dat is hij niet. “Het is niet alleen ideologie, het is ook handel.” De in Ommen geboren Sturris is de bescheidenheid zelve. Als we in de bedrijfshallen langs stapels hout en werkstations lopen waar isolatiemateriaal geautomatiseerd in de scharnierkappen wordt aangebracht, maakt hij her en der met werklieden een praatje of steekt hij een duim op en groet met een vriendelijk, Twents “hoi”.

Dik Wessels injecteerde Wim Sturris met het innovatievirus

Misschien dat de innovatiedrang bij hem wat extra geïnjecteerd is door de grote roerganger van VolkerWessels, wijlen Dik Wessels. Die haalde hem na een “prachtig gesprek”  binnen. Sturris was uit het juiste hout gesneden. “Maak er wat moois van”, gaf Wessels Sturris mee. Niet veel later kwam de grootaandeelhouder langs in Vroomshoop. Sturris wijst naar de vilten stoeltjes aan de andere kant van de tafel. “Daar zat Dik, daar zat Sini, zijn secretaresse.” Wessels spoorde Sturris en mede-directeur Gerard Beltman aan om te innoveren. De mannen knoopten dat goed in hun oren.

Hij ziet in de bouw al een kentering ontstaan. Circulair bouwen is aan het landen in de bouw. In Vroomshoop is het al gearriveerd. Sturris wil als De Groot Vroomshoop toonaangevend zijn. Hij gelooft dat een marktaandeel van 5 procent voor houten woningen in de nabije toekomst realistisch is. Dat komt neer op 3.000 woningen per jaar in Nederland. De Groot Vroomshoop kan volgens hem een marktaandeel van 20 procent pakken.

Oké, dat kost tijd. “Je moet het eerst naar de markt brengen. Dan kunnen mensen eraan voelen en ruiken”, begint Sturris over de houten woonmodules, die in de markt inmiddels bekend staan als Finch Buildings. Die popten op verschillende plekken op in Nederland, zoals in Leiden, Amsterdam en Tilburg. “Maar wil je echt gas geven, dan heb je beleggers nodig”, is de overtuiging van Sturris. “Die moeten het zien als een duurzaam beleggingsproduct.”

De stapelbare houten woonmodules zijn 29 vierkante meter groot en kosten 40.000 euro per stuk

Finch Buildings die te zien waren in Amsterdam. Foto: Kees Hummel

Blij met plannen minister Ollongren

Gas geven wil hij. Daarom is hij content met de plannen van minister Ollongren. Naast zijn toetsenbord ligt een printje van een Cobouw-artikel: “Ollongren plaveit weg voor verplaatsbare woningen”. Met zijn houten pen heeft Sturris erbij geschreven dat de minister met hem vindt dat flexwoningen allang qua kwaliteit het stadium van containerwoningen zijn gepasseerd. Sturris glundert: het project van De Groot Vroomshoop met Finch Buildings in Leiden wordt ook door de minister genoemd.

Gunstig noemt hij het voornemen in het wetsontwerp van Ollongren dat flexwoningen straks niet tien maar vijftien jaar mogen blijven staan. “Daardoor is een stuk onrendabele top weg, en wordt het interessanter om te doen.” Hoe langer de woningen mogen blijven staan, hoe lager de restwaarde, dus hoe kleiner de risico’s. Eigenlijk zou een vergunning voor twintig jaar nog beter zijn. “Als De Groot Vroomshoop een restwaarde van, zeg, 40.000 per woning op de balans moet zetten en ik bouw 500 woningen jaar, zal ik 20 miljoen euro per jaar apart moeten zetten. Dat wil je als bedrijf niet, je wilt kortere balansen.”

Alle woningen zijn tijdelijk

De Groot Vroomshoop brengt de kwaliteit van een flexwoning bewust naar het niveau van permanente huisvesting. “Top of the bill, ook qua energieprestatie en geluidsisolatie”, zegt Sturris. De beleggers kunnen volgens hem de woningen na vijftien jaar gerust nog een keer vijftien jaar exploiteren, maakt niet uit waar. “Ze zijn locatieonafhankelijk.”

Wel zou hij nog willen dat de wetgever een oplossing heeft voor het feit dat verplaatsbare woningen gezien worden als roerende goederen. “Je krijg alleen onroerend goed gefinancieerd, terwijl je ook op roerend goed hypotheek zou willen vestigen. Nu flexwoningen mainstream worden, zou je de regelgeving daaromtrent moeten aanpassen.” Als je dat niet doet stimuleer je eigenlijk de niet-circulaire bouw, terwijl je de circulaire afremt. Dat is raar natuurlijk. “Daar wordt te makkelijk in de brief van de minister aan voorbij gegaan.” Er is volgens hem geen enkele reden om flexwoningen niet gelijk te trekken met permanente woningen. “Alle woningen zijn tijdelijk.”

Verplaatsbare huizen vliegen de fabriek uit

Verplaatsbare huizen vliegen de fabriek uit


Circulair bouwen

Als je wilt, weet je er alles over.

Kijk maar

 

Reageer op dit artikel