nieuws

‘Noodwet woningbouw levert niets op: stop misbruik bezwaarmakers’

woningbouw Premium 841

‘Noodwet woningbouw levert niets op: stop misbruik bezwaarmakers’

De nieuwe regels om woningbouwprojecten te stimuleren leveren nauwelijks iet op of schieten hun doel voorbij. Dat zegt Jan Fokkema, directeur van de vereniging voor projectontwikkelaars Neprom. Daarnaast roept hij de minister op om af te rekenen met bezwaarmakers die eindeloos procederen puur uit eigen belang.

De Tweede Kamer vergadert vanmiddag over de bouwopgave van jaarlijks 75.000 nieuwe woningen. Volgens Jan Fokkema, directeur van de Neprom, zet de minister haar beste beentje voor maar is er meer nodig om het tempo naar het gewenste niveau op te schroeven.

“Zo maakt de minister (Ollongren, red) woondeals met de grote steden. Dat is op zich goed ( al is nog niet duidelijk wat er precies in komt), maar het is noodzakelijk dat ze prestatieafspraken maakt met provincies en gemeenten in het hele land. Zo ver wil ze echter niet gaan.”

Minister Ollongren wil het bouwtempo ook aanjagen met soepelere procedures. Het CDA drong eerder dit jaar zelfs aan op een noodwet, maar Ollongren houdt het vooralsnog bij een nieuwe tranche van de Crisis- en herstelwet.

Aanvullende duurzaamheidseisen

Fokkema: “Daar zitten dingen in die goed zijn, zoals het projectuitvoeringsbesluit dat bezwaarprocedures kan verkorten, maar er staan ook regels in die juist nadelig dreigen uit te pakken voor binnenstedelijke ontwikkelingen.”

Hij vervolgt:

“Zo krijgen zes gemeenten, waaronder Amsterdam, de mogelijkheid om in 2019 aanvullende eisen te stellen aan woningbouwprojecten op het gebied van duurzaamheid. Dat werkt eerder vertragend dan versnellend.”

Fokkema dringt aan op maatregelen die wel werken. Zo zouden ‘notoire’ bezwaarmakers op tal van locaties in het land procederen om het procederen (zie kader onderaan de tekst met een voorbeeld). Er zijn volgens hem twee soorten.

Procederen om het procederen

“De een doet het puur uit eigen gewin. Als je hem of niet afkoopt kan je dat zo twee, drie jaar tijdsverlies kosten. De andere grijpt alles aan, dieren, geluid, archeologie, om een project tegen te houden.  Wij willen de rechtspositie van burgers niet aantasten, maar nu wordt er op tal van plekken bewust misbruik gemaakt van de regels.”

Een paar maanden voor de provinciale Statenverkiezingen signaleert Fokkema dat provincies het woningbouwtempo ook frustreren.

“Ook daar zou meer ruimte moeten komen. Te vaak hoor ik gemeenten zeggen dat provincies hun plannen tegenhouden ondanks de enorme vraag en de behoefte. Uiteraard moet zo veel mogelijk binnenstedelijk, maar nu schieten veel steden door en ontaard het in wensdenken en met onrealistische tenders voor torens tot in de hemel, met toeters en bellen. Waarbij veel bouwers zeggen: dit kan ik niet maken.”


Voorbeeld van bezwaarmakers die een woningbouwproject ‘gijzelen’ (Bron: Neprom)

De vlaggenmast

In dit geval houdt een te hoge vlaggenmast de vernieuwing van een stadscentrum tegen. De eerste plannen op papier, (op een “rotte plek in de gemeente”, veel laagbouw en dorps), op papier dateren uit 2010. Corporatie, private ontwikkelaar en gemeente zijn enthousiast.

Over de manier van verkeersafwikkeling zijn wel wat bezwaren. In 2013 wordt het bestemmingsplan vastgesteld. Als de initiatiefnemer de aanvraag indient voor de omgevingsvergunning begint de ‘ellende’.

Tegenstanders maken bezwaar tegen een vlaggenmast die in het ontwerp is opgenomen. Deze komt namelijk nét boven de in het bestemmingsplan vastgelegde maximaal toegestane bouwhoogte uit. En dus is het bouwplan in strijd met het bestemmingsplan. De ontwikkelaar en de architect hadden niet goed opgelet.

Als ze dat tijdig hadden gezien hadden ze de hoogte van de vlaggenmast in het ontwerp aangepast, zodat het plan wel zou voldoen aan het bestemmingsplan. Zo essentieel is de hoogte van die vlaggenmast ook weer niet in het ontwerp. Tal van procedures en kosten later is het project nog altijd in het geding.

 

Reageer op dit artikel