nieuws

Succesondernemer Albert ten Brinke houdt alles in eigen hand: ‘Winst valt niet uit de lucht, hè?’

woningbouw Premium 6696

Succesondernemer Albert ten Brinke houdt alles in eigen hand: ‘Winst valt niet uit de lucht, hè?’

Ten Brinke Group haalt van alle Nederlandse bouwers al jaren een van hoogste rendementen. Hoe doen ze dat in Varsseveld? Directeur en grootaandeelhouder Albert ten Brinke (56) doet, bij hoge uitzondering, een boekje open. “Alleen dode vissen gaan met de stroom mee.”

Albert ten Brinke is nooit een meeloper geweest en dat verwacht hij van zijn mensen ook niet. In het keukentje van Ten Brinke Group in Varsseveld hangt een geel bordje met een tekening van een oudere man in pak die voorovergebogen met een groot volume een jonge medewerker uitfoetert. “Meinungsaustausch ist, wenn man mit seiner Meinung zum Chef geht und met dessen Meinung zuruckkomt”, staat er in het Duits bij (In het Nederlands: Uitwisseling van meningen is wanneer u naar de baas gaat met uw mening en terugkeert met zijn mening).

De grootaandeelhouder met energieke, twinkelende ogen toont een brede lach. In het kantoor in de Achterhoek is meer dan de helft van het personeel Duits; 85 procent van de omzet (ruim 900 miljoen euro verwacht in boekjaar 2018-2019) komt van de oosterburen. De meeste Duitse medewerkers hebben van huis uit meegekregen te allen tijde naar de baas te luisteren. Dat ze bij het Nederlandse bouwbedrijf juist wordt gevraagd kritisch te zijn en een eigen inbreng te hebben, was voor sommigen in het begin wel even wennen, zegt Ten Brinke. Maar het gele bordje laat volgens hem zien dat de boodschap overgekomen is. Blijf nadenken, houd zelf de controle. Die mentaliteit probeert Ten Brinke zijn mensen bij te brengen, al vanaf dat hij in 1993 bij het bedrijf in Varsseveld instapte. “Niet met de stroom meegaan. Alleen dode vissen gaan met de stroom mee”, vertelt hij op zijn werkkamer op de derde verdieping met wijds uitzicht over de werkplaatsen, opslaghallen en het materieel achter het kantoor. Aan de wand hangen grote zwartwitfoto’s op canvas van hem met zijn gezin.

‘Als je alleen aannemer bent, dan ben je de laatste in de rij’

Albert ten Brinke komt uit Twente, uit het plaatsje Enter, naast bouwstad Rijssen. “Achterhoekers zijn nóg geslotener dan Twentenaren”, herinnert hij zijn begintijd in Varsseveld. De Achterhoekers waren gewend aan hiërarchie, de Tukker wilde een open bedrijfscultuur. Ten Brinke Group was onder zijn voorganger Hans Ten Brinke (geen familie, zie kader) nog een puur bouwbedrijf. Albert ten Brinke wilde naast bouw ook projectontwikkeling doen. “Als je alleen aannemer bent, dan ben je de laatste in de rij, zei ik tegen Hans. Als er problemen zijn, komen ze bij jou.” Ook heb je voor projectontwikkeling een ander slag mensen nodig. “Als je begint met een project, is er nog niet veel. Dan moet je veel zelf bedenken.”

De nieuwe lichting kwam er. Inmiddels komt 80 procent van het werk dat het bedrijf doet uit eigen projectontwikkeling. De bouwende ontwikkelaar die ook financiert en belegt groeide het afgelopen jaar met ruim honderd medewerkers naar negenhonderd mensen. “Wij laten ze heel erg vrij. We zitten hier niet de hele tijd te kijken: ‘Wat doe je precies? En moet dat wel?’ We delegeren hier geen bevelen, maar we delegeren doelstellingen. Zelfontplooiing is heel belangrijk.” Het Gelderse bedrijf heeft een winstdelingsregeling.

Bij Ten Brinke Group keren zelfs gepensioneerden terug om jongeren te begeleiden. “Mensen worden toch anders oud. Vroeger stopten ze je op je 65ste in een bejaardenhuis en daar wachtte je het einde kwam. Maar de mensen die nu met pensioen gaan willen helemaal niet stoppen, die zijn nog gezond. Ze willen alleen de druk niet meer dat een project af moet. Ze kunnen met de jonge medewerkers die ze begeleiden zelf hun werktijden indelen.”

Voordat Albert ten Brinke in de Achterhoek neerstreek, werkte hij tien jaar bij Wessels in Rijssen. Dik en zijn broer Herman Wessels waren zijn baas. “Dik en Herman kende ik heel goed.” Op zijn 26ste werd Ten Brinke directeur bij een Duitse bv van Wessels. “Terwijl ik nog niet eens wist of ik projectontwikkeling met een c of een k moest schrijven.”

Ontmoeting in München

De in Enter (Twente) geboren en getogen Albert ten Brinke kwam 25 jaar geleden bij Ten Brinke Group werken. Begin jaren negentig kwam hij Hans ten Brinke tegen op een vliegveld in München. Beiden wachtten op een vliegtuig toen Herr Ten Brinke werd opgeroepen. Stonden ze dus naast elkaar aan de balie, waar ze aan de praat raakten. Hans zocht een opvolger om een prima lopend bouwbedrijf over te nemen. Dat Albert, die bij Wessels in Rijssen werkte, dezelfde achternaam had, kwam goed uit. Albert vreesde een beetje dat Ten Brinke uit Varsseveld te weinig internationale ambities had, maar durfde het avontuur in de Achterhoek wel aan. In 1996 had hij de helft van de aandelen overgenomen, in 2011 de rest.

Hij heeft heel veel geleerd van Dik en Herman Wessels, zegt Ten Brinke. En later ook van Hans ten Brinke. “De opleiding van mensen, de aandacht voor mensen maar ook ondernemerschap en het hele projectontwikkelingsgebeuren.” Soms zat hij met Dik en Herman voor zaken in de auto naar Duitsland. Met een brede glimlach: “Dat waren intensieve gesprekken, want ik was niet zo heel snel te overtuigen. Het kwam wel eens voor dat Dik Wessels op zijn knieën op de voorbank zat, omgekeerd naar mij, terwijl zijn secretaresse reed. En dan zei hij tegen haar: ‘Sini, zeg jij het hem eens, hij wil het niet met me eens zijn!’” Wessels had, vertelt Ten Brinke, een belang van 49 procent in een onderneming genomen, een Duitse ondernemer ook 49 procent en de schoonvader van de Duitser 2 procent. “Je bent een domoor, je hebt je laten inpakken”, zou Ten Brinke op de achterbank tegen de bijrijder gezegd hebben.

Het paste bij de cultuur in Rijssen. “Die was heel open, je kon zeggen wat je dacht. Als je zei: je bent een klootzak, betekende dat niet dat je ruzie had, maar je bedoelde: je hebt iets doms gedaan. Het was niet afzeiken, het was altijd positief.” Ten Brinke zag de vorig jaar overleden Dik Wessels later uitgroeien tot een fenomeen. “Van bouwen an sich had Dik Wessels niet al te veel verstand, van ondernemen des te meer. Hij had een ongekend gevoel voor timing: wanneer moet ik wat doen. Kijk naar WorldOnline of Reggefiber. Of de keuze om naar of van de beurs te gaan.”

Ten Brinke is in omzet al jaren in een van de tien grootste burgelijke en utiliteitsbouwbedrijven van Nederland

Ten Brinke boert goed. Ten Brinke Group is in omzet al jaren in een van de tien grootste burgelijke en utiliteitsbouwbedrijven van Nederland en behaalt daarbij een van de hoogste winstmarges. De onderneming heeft inmiddels 26 vestigingen verdeeld over Nederland, Duitsland, Griekenland en Spanje, van waaruit nu de eerste stappen in Portugal worden gezet. De laatste tien jaar ligt de nadruk sterk op Duitsland, waar het bedrijf vooral actief is in het zuiden, het Ruhrgebied, Hamburg, Frankfurt en Berlijn. “In Nederland was er tijdens de crisis geen fatsoenlijk werk meer te krijgen.” Het Nederlandse bouwbedrijf van Ten Brinke koos er in die jaren voor een groot deel van zijn omzet in Duitsland te halen. Inmiddels is er ook op de Nederlandse markt weer voldoende werk voorhanden, zien de Achterhoekers en zal er ook in Nederland meer gebouwd worden.

Albert Ten Brinke: “Ik kan een Duits contract beter lezen dan een Nederland contract.” Foto: Guido Benschop

Naast de 85 procent Duitse omzet komt 10 procent van de omzet uit Nederland, 4 procent uit Spanje en 1 procent uit Griekenland. Ten Brinke Group is van alle markten thuis. Het concern bouwt ziekenhuizen, scholen, kinderopvangcentra, woningen, winkels, hotels, verzorgingshuizen, logistieke centra en kantoren.

Opvallende projecten? In Berlijn worden binnenkort een project met 1.100 woningen gebouwd, in Mainz 800 woningen, in Bonn een groot hotel kantoor en een winkelcentrum en in Nederland worden woningen in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Eindhoven neergezet. In Griekenland zijn kantoren van een Griekse “bad bank”, die er van haar vastgoedleningen af wilde, opgekocht om te worden “opgepept” en daarna met een nieuwe huurders erin weer worden doorverkocht. In Spanje worden er naast commercieel onroerend goed ook weer woningen ontwikkeld en gebouwd door de vestiging van Ten Brinke Group in Madrid.

‘Als je de grond niet gezien hebt, kun je die ook niet verkopen’

Waar het bedrijf vijf jaar geleden nog twee derde van zijn omzet uit utiliteitsbouw haalde, komt nu twee derde uit woningbouw. Dat heeft met de booming woningmarkt te maken. In Duitsland is de markt voor grote appartementencomplexen de laatste vijf jaar gigantisch gegroeid. “De druk op die woningmarkt in Berlijn, München en andere grote steden is daar ook enorm”, zegt Ten Brinke. Institutionele beleggers investeren in vastgoed bij gebrek aan goede alternatieven. Geld op de bank zetten en staatsleningen vallen tegenwoordig af. “Als je aan de Duitse Staat geld leent, krijg je over tien jaar 98 procent terug. Dus dat is niet interessant.” Ten Brinke zag de Duitse groeimarkt aankomen. “We waren er heel vroeg bij. Beleggers komen nu bij ons: ik wil een project in het zuiden of in het Ruhrgebied en Berlijn. Dat kan. Dan kunnen we een mandje aanbieden.” Wat in dat mandje zit? “Tegen de beleggers zeg ik: ik heb liever dat je zegt wat en hoe je het wilt hebben, dan kunnen wij het maken, in plaats van dat je op de markt gaat kijken wat je kunt vinden.” Twee- of driekamer appartementen? Balkon? Parkeerplaats? Der Kunde ist König.

De werkvloer heeft de regie als het om grondaankopen gaat. Albert ten Brinke krijgt de calculatie, verkoopprijzen en marktkansen per e-mail toegestuurd. Vaak rijdt hij zelf naar de grond toe om die te zien. “Ik doe zelf veel verkoop van projecten aan beleggers. Als je de grond niet gezien hebt, kun je die ook niet verkopen.”

Het is wel eens gebeurd dat Google Streetview is geraadpleegd. Maar het huis dat Google nog zag, was in het echt al afgebroken. “Daar moet je mee oppassen”, lacht hij. “Maar in principe kan over grondaankopen direct worden beslist. Maar de vraag is natuurlijk wel: hebben we de mensen ervoor? We kunnen op dit moment veel meer projecten krijgen dan we aankunnen. Maar als we samen besluiten, dat wij de grond willen kopen, kunnen wij vandaag nog naar de notaris gaan.”

Net als andere bouwers ziet Albert ten Brinke dat een aantrekkende woningmarkt niet alleen maar voordelen heeft. “Het is niet zo dat als de markt goed is, dat je goed verdient. De buitenkansjes zijn weg. Het risico bij grondaankoop is groter dan in de slechte tijd. In de slechte tijd kon je nog voorwaarden stellen bij grondaankoop: als ik koop, moet ik wel een bouwvergunning hebben, een huurder en misschien zelfs een belegger. Maar als je dat nu doet, zeggen ze: als je vandaag niet koopt, koopt er morgen een ander. Dat geldt zowel voor Duitsland als Nederland. Het klinkt misschien raar: maar we zijn niet zo gelukkig dat die markt zo overspannen is.”

‘Ik kan een Duits contract beter lezen dan een Nederland contract’

Overspannen markt of niet, als ondernemer is en blijft hij verliebt auf Deutschland. “Ik kan een Duits contract beter lezen dan een Nederland contract”, zegt hij. Als Albert ten Brinke voor zaken in het zuiden van Duitsland is, vragen ze hem of hij uit het Ruhrgebied komt. “Ik schijn een Ruhrpottaccent te hebben. Het klinkt niedlich – schattig, hoor ik soms. Of ik uit Nederland kom, vragen ze nooit.” Wie goed luistert, hoort een licht Duitse tongval gemende met een Twentse accent. Hij spreekt tijdens het interview Duits met zijn Duitse secretaresse, die ook een mondje Nederlands spreekt, net als veel andere Duitse medewerkers. Bij de receptie wordt reclame gemaakt voor een te bouwen “Geschäftshaus” in Metzingen. In de wandelgangen wordt vaak Duits gesproken; in het kantoor is meer dan de helft van het personeel Duits.

Het bedrijf uit Varsseveld is volgens Ten Brinke een mix van Nederlandse ongecompliceerdheid en Duitse gründlichkeit. Voor hem op tafel ligt het bewijs. Een schrijfblok met ruitjes. Daar houdt hij per dag alle afspraken in bij. “Ik schrijf alles op en heb mijn schrijfblok altijd mee.” Hij bladert erdoorheen. Een datum bovenaan en daaronder in een keurig handschrift actiepunten. “Dan kun je later nog eens nakijken of je geheugen je niet bedriegt en of iets klopt.” Zijn secretaresse houdt alle jaargangen bij.

De bouwer houdt het liefst alles in eigen hand. De kantoren zijn in eigendom, het materieel en ook de ruim driehonderd auto’s. “We hebben hier een hele hal met winterbanden”, zegt Ten Brinke terwijl hij schuin over zijn schouder naar buiten wijst. Bij onderaannemers bedingen de Achterhoekers drie procent korting als binnen 10 dagen betaald wordt. Leningen heeft het bedrijf nagenoeg niet, ontwikkelposities betaalt Ten Brinke Group uit eigen zak. Dat is een groot voordeel bij het opstarten van ontwikkelingsprojecten. Zeker nu Nederlandse banken volgens Ten Brinke en financieel directeur Peter Zents nog bijna net zo terughoudend zijn met het financieren van projectontwikkeling als tijdens de crisis. “Winst valt niet uit de lucht, hè?”, verklaart Albert ten Brinke de wil om de touwtjes in eigen hand te houden. “Iedereen draagt zijn steentje bij. Het begint met de telefoniste beneden. Dat ze netjes en hulpbereid is, dat ze niet de telefoon twintig keer laat rinkelen en niet zegt: die meneer is er niet, belt u morgen maar weer terug.” Ook inkopers moeten altijd scherp zijn. “Ze moeten onderaannemers niet als slachtoffers behandelen, maar als partner, zeker nu.”

‘We zorgen ervoor dat we de kennis zo veel mogelijk in eigen huis hebben’

Aan uitbesteden van werk aan bureaus die “geen navenante kwaliteit” leveren, hebben ze bij Ten Brinke Group een broertje dood. “We zorgen ervoor dat we de kennis zo veel mogelijk in eigen huis hebben.” De tekeningen worden zelf gemaakt, de koop- en huurcontracten zelf opgesteld en de projectbeschrijvingen zijn ook van eigen hand. Opvallend: zelfs de jaarrekening wordt geheel zelf opgesteld. De externe accountant komt alleen nog controleren en een goedkeurende verklaring afgeven. Ook hier komt weer een handig Ten Brinke-foefje om de hoek kijken: de dure accountantskosten worden omzeild door met gebroken boekjaren te werken. De accountants hebben het iets rustiger als ze in het najaar komen controleren en dus zijn ze ook goedkoper, geeft financieel directeur Peter Zents toe.

Nu de bouw in Nederland weer aantrekt, wil Ten Brinke in het moederland weer uitbreiden. Er staan al wat potjes op het vuur. Over de totale omzet van Ten Brinke van 796 miljoen euro is Nederland goed voor een aandeel van 10 procent. “Dat mag eigenlijk wel naar zo’n 15 à 20 procent”, vindt de grootaandeelhouder. Zonder dat het ten koste gaat van omzet in Duitsland en Spanje. Echt kiezen tussen Duitsland en Nederland of tussen woningbouw en utiliteitsbouw, wil Albert ten Brinke niet. “We houden er niet van ons te zeer te specialiseren. Ook al kun je ergens betere marges halen. Als je een markt verlaten hebt, kan dat in de toekomst een probleem worden, je hebt namelijk daar dan geen contacten meer. Als goede markten, zoals de woningmarkt over zeg drie jaar wegvallen, denk je: ik ben blij dat ik die andere markt nog heb. Het blijft niet altijd en overal hallelujah natuurlijk.”

Reageer op dit artikel