nieuws

Dura Vermeer: Stroomversnelling was succes, maar knelde

woningbouw 4345

Dura Vermeer: Stroomversnelling was succes, maar knelde

De Stroomversnelling was een “oprecht succes”, maar was op het einde een “te strak jasje”, vindt André Köster, divisiedirecteur van Dura Vermeer.

Ja, de aantallen nul-op-de-meterrenovaties die de Stroomversnelling haalde, waren heel teleurstellend, zegt André Köster, divisiedirecteur van Dura Vermeer en betrokken bij De Stroomversnelling. Vijfhonderd nul-op-de-meterrenovaties, waar het er eind 2016 11.000 hadden moeten zijn.

Toch is de innovatiebeweging volgens hem een “oprecht succes”. “Ik denk dat we nooit zover waren gekomen als we elkaar niet hadden beetgepakt.” Het “nom”-gedachtengoed is geland en met een energieprestatievergoeding is een nom-renovatie terug te verdienen.

Joh, is het beter als we stoppen?

Dura Vermeer plukt de vruchten. “We hebben zeven- à achthonderd nul-op-de-meterwoningen in portefeuille. Daarvan komt 80 procent voort uit De Stroomversnelling. De aantallen komen echt op gang.”

Toch was de vraag van de zes corporaties en drie bouwers van De Stroomversnelling, zoals Köster het formuleert: “Krijgen we nog energie van elkaar? Levert het nog toegevoegde waarde op? Of zeggen we: joh, het is beter als we stoppen?”

Het werd dat laatste.

Stroomversnelling werd strak jasje

De in 2013 afgesloten deal Stroomversnelling werd een “te strak jasje”, vindt hij. De corporatie moest een rendement van 5,25 procent halen; een nom-renovatie moest in zoveel dagen; voor een vaste kostprijs en initiële investering.”

Niet alle projecten passen in dat jasje. Een uitbouw? Knappe jongen die dat voor hetzelfde geld als een gewone grondgebonden woning kan vernommen. Met de energieprestievergoeding wordt het dan moeilijk rekenen.

André Köster, Dura Vermeer

André Köster, Dura Vermeer

Liever wil Köster per project kijken wat de beste aanpak is. Hij wijst naar de gemeenten en corporaties die naar gasloze wijken willen. “En soms kun je beter alleen de schil aanpakken en niet de installaties. Een woning NOM-ready maken.”

Hoogbouw is ook een hoofdbreker. Oplossingen waarbij je aanvult met restwarmte of stadswarmte zijn soms een goede oplossing. Maar het strakke jasje wil dan dat je opgewekte of aangeleverde energie koppelt aan verbruik om uiteindelijk nul op de meter over te houden. Een energieprestatievergoeding toegespitst op hoogbouw moet uitkomst bieden.

Gedwongen winkelnering is voor niemand goed

Na het opheffen van de Stroomversnelling zullen de bouwers en corporaties met elkaar hier en daar blijven samenwerken op projectniveau. Maar van “gedwongen winkelnering” tussen corporaties en bouwers is dan geen sprake meer. Dat is volgens Köster voor niemand goed.

Dus BAM en VolkerWessels mogen dus nog steeds komen kijken hoe Dura Vermeer nul-op-de-meterprojecten aanpakt? Köster: “Ja ja, zeker!”

De bouwdirecteur herkent zich niet in het beeld dat er soms gemor binnen de geledingen van de Stroomversnelling klonk dat bouwers niet happig waren om conculega’s een kijkje in de keuken te gunnen. “Dat valt wel mee. Uiteraard is het een zoektocht naar wat deel je wel met elkaar en wat niet.” Maar daar zit volgens hem niet de kiem van het einde van De Stroomversnelling.

Stroomversnellers waren volledig committed, nu tijd voor doen en meters maken

Een paar maanden geleden is de knoop eigenlijk al doorgehakt om de Stroomversnelling als vereniging te stoppen, zegt Köster. Tot het einde waren ze alle negen “volledig commited, de groep was altijd compleet”. Maar het bij elkaar zitten leverde weinig meerwaarde meer op. Ze keken elkaar aan en trokken dezelfde conclusie: opheffen. Geen eenvoudig beslissing. “Het is stoer als je de vereniging durft op te heffen.”

Bovendien werd de vereniging ook een “gedoe”, meent Köster. Jaarrekeningen, collectief beslissingen nemen. Liever even niet.

Het is tijd voor “doen”, zegt de bouwdirecteur. “Meters maken. Produceren.”

“Velen” van de negen partijen van De Stroomversnelling gaan gewoon “vol door”, is zijn indruk. Iedereen sluit zich aan bij de Brede Stroomversnelling, dat uit de Stroomversnelling is voortgekomen en verder kijkt dan alleen het renoveren van bestaande grondgebonden huurwoningen.

Dura Vermeer gaat ondertussen door met “vernommen” van huurwoningen. Het bouwconcern zit inmiddels op break even met zijn nom-renovatieconcept. “We verdienen niets. Maar met de aantallen woningen die er nu aankomen, gaat de prijs sterk dalen.” Voor opdrachtgevers worden nul-op-de-meterrenovaties daarmee steeds aantrekkelijker.


Stroomversnelling: succes voor bouwers?

VolkerWessels ziet de Stroomversnelling als succes. “We hebben met zijn allen echt iets in gang gezet. De samenwerking houdt wat ons betreft dan ook niet op. We blijven gezamenlijke afspraken maken en elkaar opzoeken om af kennis te delen, met andere bouwers maar ook met corporaties. Zo kunnen we de komende jaren verder bouwen met de door ons ontwikkelde concepten”, zegt een woordvoerder.

Voor Ballast Nedam was de Stroomversnelling in ieder geval geen succes. Het door verliezen geplaagde bouw concern stapte vorig jaar april uit de vereniging. Reden: “gebrek aan tijd, geld en mensen”

BAM houdt zich op de vlakte op de Stroomversnelling. BAM Wonen-directeur Joost Nelis wil alleen kwijt dat de “vereniging De Stroomversnelling niet meer nodig is, maar dat is wat anders dan het einde van de deal”.  De nom-renovaties gaan door, maar niet meer in clubverband.


Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels