nieuws

iPhone belangrijker dan groot huis

woningbouw 2280

iPhone belangrijker dan groot huis

Kleine woningen zijn in opkomst. De crisis lijkt niet de oorzaak, blijkt uit onderzoek van Stec Groep in opdracht van RVO. Er is meer aan de hand, zegt Bart Dopper, adviseur klein wonen bij Stec groep.

Dus het is niet: hoe beter het gaat met Nederland, hoe groter we wonen?

“Nee. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn de huizen wel groter geworden. Ieder jaar een vierkant metertje erbij, zeg maar. De afgelopen jaren is dat echter omgeslagen: nieuwe woningen worden steeds kleiner. Maar er is geen correlatie met het Bruto Binnenlands Product (BBP). Het komt ergens anders door.”

Zijn grote woningen te duur voor de nieuwe generatie die zich op de woningmarkt meldt?

“Zo moet je het niet zijn. De nieuwe generatie, de millennials, wil een woning die past bij zijn leefstijl. Daarna wordt gekeken: hé, ik heb een beperkt budget. Ik wil die of die woning. Het is altijd een compromis. Als je kiest voor een stedelijke woonstijl, met de stad als je woonkamer, maak je een andere keuze dan als je kies voor een grote woning buiten de stad. Woon-identiteit gaat steeds meer prevaleren boven stenen.”

De nieuwe generatie geeft meer om iPhones dan om vierkante meters?

“Ja. En om reizen en ervaringen. Ze zoeken niet de standaard woonproducten, althans er is een flinke categorie die een andere keuze maakt.”

Wanneer is een woning eigenlijk klein?

“Dat verschil per gebied. In Amsterdam 25 vierkante meter, in kleinere gemeenten is dat 40 à 50 vierkante meter of kleiner.”

Jullie onderscheiden naast microwonen en tiny houses ook ‘tijdelijk klein wonen’. Waarom?

“Je hebt groepen die bewust in de stad willen wonen en groep die kiest voor een duurzame en zelfvoorzienende leefstijl. De vraag naar woningen die hierbij past, is intrinsiek. Daarnaast heb je een groep die urgent een woning zoekt, bijvoorbeeld starters of statushouders. Zij hebben gewoon snel een woning nodig.”

Zijn woningen tijdelijk of de bewoners tijdelijk?

“Dat kan beide. Je hebt aan de ene kant verplaatsbare, afbreekbare woningen. Tegelijk zie je ook het opkomende fenomeen van short stay-bewoning. Ik denk dat het complementair kan werken. Maar een short stayers hoeft niet in een tijdelijke woning te wonen.”

Bart Dopper: "Kleine woningen zijn de smeerolie van de woningmarkt.”

Bart Dopper: “Kleine woningen zijn de smeerolie van de woningmarkt.”

Ouderen zijn ook een doelgroep voor klein wonen. Ik neem aan dat ze niet in tiny houses gaan wonen?”

“Nee, microwoningen zouden interessant kunnen zijn, en voor een relatief beperkte doelgroep gaat het om tiny houses, vanuit filosofische overwegingen. Een gelijkvloers appartement dicht bij voorzieningen. Maar we zijn nog aan het verkennen hoe de vraag van ouderen er precies uitziet. Ouderen zijn heel kritisch, een huis mag ook weer niet te klein zijn.”

Waarom is het belangrijk om al die doelgroepen voor klein wonen te onderscheiden?

“Het is belangrijk te weten hoe duurzaam de investering in de woningen is. Als er een intrinsieke motivatie is, dan hoef je niet te kiezen voor tijdelijke woningen. Als het gaat om woonurgenten, kun je daar wel voor kiezen. Door doelgroepen te onderscheiden kun je betere product-marktcombinaties kiezen.”

Wordt de woningmarkt beter als er meer kleine woningen gebouwd worden?

“Er zijn te weinig middeldure huurwoningen en de wachttijden voor sociale huurwoningen zijn lang. Als er meer kleine woningen gebouwd worden, kunnen starters makkelijker aan een woning komen, omdat kleine woningen vaak goedkoper zijn. Als ouderen naar kleine woningen/appartementen verhuizen, laten ze een grote woning achter. Voor de doorstroming van de woningmarkt is het dus goed. Kleine woningen dienen in die zin als smeerolie van de woningmarkt.”

Hebben we over twintig jaar geen spijt van al die kleine woninkjes?

“Natuurlijk kunnen we niet in een glazen bol kijken. Maar er lijkt sprake van een trend. De huishoudens blijven zich verdunnen. Natuurlijk worden er nu misschien iets meer kleine woningen gebouwd vanwege de druk op de woningmarkt. Het kan zijn dat het nu piekt, dan weer inzakt en daarna weer opkomt. Maar we vermoeden sterk dat er altijd behoefte zal zijn aan kleine woningen. Op dit moment is er behoefte aan 60.000 tot 100.000 extra woningen, en omdat de demografische groei in de eenpersoonshuishoudens zit, en daar weinig aanbod voor is, vermoeden we dat de vraag structureel is.”

Pakken gemeenten en de markt de vraag naar kleine woningen voldoende op?

“Er wordt veel geëxperimenteerd in Amsterdam, maar je ziet ook steeds meer projecten in Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Maar beleggers zouden het meer kunnen oppakken. Ook corporaties. Overheden hebben ook nog koudwatervrees, nog meer dan beleggers. Ze zijn huiverig en hebben geen idee hoe structureel de vraag is. We zien kansen in historische G32-steden en studentensteden”

Die vraag is structureel, zeggen jullie. Dus bouwen maar?

“Je moet per regio ieder geval een visie hebben. Doe goed onderzoek naar de doelgroepen, dat helpt om marktpartijen aan te zetten tot actie. Op plekken waar je het niet zeker weet, zorg dan dat je daar adaptief bouwt. Bouw kleine appartementen die je later eventueel kunt samenvoegen tot een groot appartement. Dat kun je doen door bijvoorbeeld ongewapende wanden te plaatsen en meer te denken in kubieke meters dan in vierkante meters. Ruimte gaat niet alleen over vierkante meters, maar ook over kubieke meters. Door hogere plafonds bijvoorbeeld creëer je ruimte voor een vide waar je een bed kunt plaatsen, met daaronder een bureau of zithoek. Zo ben je voorbereid op de toekomst.”

Meer over verplaatsbare woningen staat in dit dossier

Op dinsdag 3 oktober organiseren Platform31, RVO.nl, gemeente Almere, het Woningbouwatelier en het ministerie van BZK samen het congres Klein wonen, grootse blik.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels