artikel

Worstelen met de toekomst

woningbouw

Worstelen met de toekomst

“Change before you have to.” Met deze woorden van de Amerikaanse ondernemer Jack Welch sloot moderator Charles Groenhuijsen het Nationaal Bouwdebat af. Het vat de middag goed samen: zowel bouwers als architecten, installateurs en ontwikkelaars zijn het erover eens dat de maatschappij ingrijpend aan het veranderen is en dat als gevolg daarvan nieuwe, complexe bouwopgaven ontstaan. Met de eindgebruiker centraal.

Dat vraagt andere competenties van de bouw en het zet alle bestaande verhoudingen binnen de keten op scherp. Verandering is nodig, maar hoe dan? Moeten de aanbestedingsprocedures veranderen, de manier waarop we plannen ontwikkelen of gedwongen worden het verduurzamen van de bestaande voorraad aan te pakken? Aan de hand van drie door Cobouw geponeerde stellingen keken kopstukken en opiniemakers uit de bouw naar de toekomst.

Ontwikkelaars zijn overbodig

“Projectontwikkelaars hebben ons land weinig goed gedaan”, opent Adri Duijvestein het Nationaal Bouwdebat. Het Eerste Kamerlid voor de PvdA en oud-wethouder van Almere illustreert dit aan de hand van de Vinex-wijken. “Projectontwikkelaars leefden zich daar uit met seriebouw, 80 procent van het aanbod bestaat uit standaardwoningen – met door de aannemer bijgeleverde plattegronden, waardoor ook het vak van architect totaal is uitgekleed. En speculanten konden hun gang gaan omdat de gemeente vaak geen eigenaar van de grond was. Die speculanten zijn we later ontwikkelaars gaan noemen.”

“Zowel voor gemeenten als voor de bouw was de Vinex één grote geldmachine. Gebouwd voor het gemiddelde. Eigenlijk een anti-stad. Want diversiteit, dát maakt een stad interessant. En zoals je in het Homeruskwartier in Almere kunt zien, waar alleen onder particulier opdrachtgeverschap is gebouwd, ontstaan er prachtige dingen als mensen het zelf mogen doen.”

Zijn ontwikkelaars overbodig? Over die stelling gingen PvdA-senator Adri Duijvestein en Jan Fokkema, directeur NEPROM, met elkaar in debat. Foto Ingmar Timmer 

Jan Fokkema, directeur van de Neprom, ziet dat steeds meer ontwikkelaars experimenteren met nieuwe methoden om de eindgebruiker naar voren te halen in de bouwketen. “Hoe kun je de consument zo goed mogelijk bedienen voor zo weinig mogelijk geld, dat is nu ook bij ontwikkelaars de centrale vraag.” Fokkema ziet de rol van de ontwikkelaar als risiconemer nooit verdwijnen. “Kijk naar de Markthal in Rotterdam: dat is zo’n revolutionair concept, alleen een ontwikkelaar samen met een belegger kan dat aan.” Daar is Duijvestein het mee eens, voor complexe opgaven zijn ontwikkelaars absoluut nodig. “Maar bij individuele opgaven, en dat is woningbouw, heb je als ontwikkelaar niets te zoeken. Laat dat zoveel mogelijk door mensen zelf doen.” 

Emvi is dood, leve de laagste prijs

Henri Witteveen, ex-pps-directeur bij BAM, noemt emvi een mooi ideaal, maar je kunt je er als bouwer niet meer mee onderscheiden. “Het toevoegen van de emvi-criteria vraagt erg veel tijd, energie en dus kosten. Een tender voor een grote opdracht kost al snel 10, 12 miljoen. En daar krijg je gewoon te weinig compensatie voor als inschrijver.” Witteveen pleit daarom voor een vergoeding voor de inschrijvers en voor meer transparantie in de beoordelingsmethodes. De dialoogprocessen bij tenders leveren opdrachtgevers immers veel informatie op, die onbetaald blijft. Als de opdrachtgever beter uitlegt hoe hij tot de beoordeling is gekomen, kunnen bouwers daarvan leren. André Dorée, hoogleraar markt en organisatie aan de Universiteit Twente, begrijpt de positie van de inschrijvers, maar denkt dat het gedetailleerd motiveren en uitleggen van de beoordelingen alleen maar leidt tot slepende geschillentrajecten. “Emvi heeft al geleid tot een schonere en slimmere bedrijfstak. Nog meer feedback is onnodig.”

Witteveen en Dorée zijn het eens dat gedetailleerd uitvragen leidt tot nivellering in plaats van tot meer kwaliteit. Dorée ziet wel andere mogelijkheden, zoals bouwteam-achtige constructies en sneller doorsteken naar partnerkeuze. Daarna kan de aanbesteding verder worden uitgewerkt. Het inschrijven op een aanbesteding, hoe die dan ook is vormgegeven, blijft een ondernemersrisico dat je moet nemen, stelt Dorée. “Je kunt niet van opdrachtgevers verlangen dat zij de aanbesteding zo vormgeven als de inschrijvers willen.”

Presentator Charles Groenhuijsen met André Dorée en Henri Witteveen, die debatteerden over de stelling Emvi is dood, leve de laagste prijs. Foto Ingmar Timmer

We moeten stoppen met nieuwbouw

“De bouw zal niet fundamenteel veranderen als we geen radicale maatregelen nemen”, schudt Gerben van Dijk, procesmanager bij Vernieuwing Bouw, het publiek wakker. Hij verdedigt daarom het extreme standpunt ‘stoppen met nieuwbouw’, geïllustreerd met beelden van leegstandscijfers, krimpgebieden en bouwborden in weilanden. “Iedereen wil verandering, maar willen we ook zelf veranderen? De gemeenten hangen nog steeds aan het infuus van grondopbrengsten, de leegstandscijfers blijven stijgen en we ruimen de troep die we hebben achtergelaten niet op. Waarom gaan we niet van vastgoed naar flexgoed? En als we leegstandsbelasting heffen en kunstmatig schaarste creëren, komt er vanzelf ruimte voor creativiteit, innovatie en iets nieuws.”

“Nieuwbouw uitsluiten is sovjetdenken”, pareert zijn tegenstander Maxime Verhagen. Hij geeft toe dat de tijd van bouwen volgens het aanbodmodel voorbij is, flexibel bouwen het devies is en dat er beter naar de vraag kan worden gekeken, maar wijst erop dat het miljoen huishoudens dat er tot 2040 bij zal komen, ook gehuisvest moet worden. De suggestie van Van Dijk dat de bestaande bouw hier voldoende kansen voor biedt, wijst hij van de hand: “Je wilt je kinderen toch niet in een getransformeerd kantoor laten wonen?”

De discussie spitst zich daarna toe op het verduurzamingsvraagstuk: is het mogelijk de behoefte van de toekomst op te vangen met de bestaande bouw of niet? Verhagen meent van niet, maar Van Dijk stelt dat bestaande gebouwen vol embodied energy zitten die benut kan worden. Dat vraagt echter wel om een andere werkwijze van de bouw. “Bouw staat te vaak synoniem voor nieuwbouw, in plaats van oplossingen te bieden voor wat mensen vragen.”

Gerben van Dijk, procesmanager bij Vernieuwing Bouw, in debat met Maxime Verhagen, over de stelling We moeten stoppen met nieuwbouw. Foto Ingmar Timmer. 

Het Nationaal Bouwdebat is georganiseerd door Cobouw en de Jaarbeurs in het kader van de Week van de Bouw

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels