nieuws

‘Strandrecreatie lucratieve bouwmarkt’

utiliteitsbouw Premium 2798

‘Strandrecreatie lucratieve bouwmarkt’

Van Cadzand tot Terschelling staan er langs de Nederlandse kust zo’n 320 kleine en grote strandpaviljoens. Zeker de helft ervan werd neergezet door de firma Meerkerk Houtbouw uit Hardinxveld-Giessendam. Het in 1950 opgerichte familie­bedrijf was oorspronkelijk toeleverancier voor de fabricage van haring­tonnen. Maar strand­recreatie bleek een lucratievere markt.

“Wij zijn de grootste bouwer van strandpaviljoens in Nederland”, claimt Johan Meerkerk. Hij behoort tot de derde generatie Meerkerk die zijn brood verdient in dit bedrijf . En ook voor komende generaties ziet de toekomst er zonnig uit. Tot voor kort was de zandstrook langs de Belgische kust taboe voor paviljoens. Maar dat gaat veranderen. “In België komen volop mogelijkheden”, is Meerkerks overtuiging.

In Nederland maakte Meerkerk ooit een voorzichtige start met mobiele badhuisjes voor welgestelde dames die ‘s-zomers verbleven in het Kurhaus in Scheveningen. Daarna volgden kleine uitgiftehokjes voor patat, ijsjes en limonade. Vervolgens groeiden de strandtenten mee met de welvaart. Ze werden groter en luxueuzer. Tegenwoordig ligt de grens bij een vloeroppervlak van duizend vierkante meter, inclusief terras.

Strenge eisen voor bouwen aan de kust

Het toegestane oppervlak verschilt per badplaats, vertelt Meerkerk. In Katwijk en in Zeeland zijn de normen ruimer dan in andere gemeenten, waar zeshonderd meter vaak het maximum is. Bepalend zijn niet alleen gemeentelijke voorschriften. Ook Rijkswaterstaat en waterschappen stellen met het oog op de veiligheid strenge eisen aan het ruimtegebruik langs de kust.

Strandpaviljoens zorgen het hele jaar voor werk. Seizoengebonden paviljoens worden in het voorjaar opgebouwd en in het najaar weer afgebroken, opgeslagen en waar nodig onderhouden. Dat gaat om zo’n tachtig stuks. Omstreeks oktober begint de bouw van nieuwe permanente paviljoens, zodat die bij de start van het strandseizoen in april hun deuren kunnen openen.

Omdat iedere exploitant zijn eigen wensen en opvattingen heeft over stijl en uiterlijk, worden steeds meer paviljoens ontworpen door een architect. Tegenwoordig zo’n negentig procent, schat Meerkerk. “Geen enkele exploitant wil dat zijn zaak lijkt op die van de buren. Ze zijn allemaal anders.’’  Aan het ontwerp van demontabele seizoengebonden paviljoens daarentegen komt zelden een architect te pas. “Daar doen wij het tekenwerk meestal zelf voor, in overleg met de opdrachtgever. Zo’n zaak moet elk jaar in en uit elkaar. Wij weten beter hoe dat werkt dan een architect.”

Strandpaviljoens zijn door hun unieke ligging direct aan zee kwetsbare bouwwerken. ,,Het strand is een lastig gebied om te bebouwen,’’ weet Johan Meerkerk. Hoog water is een serieuze bedreiging, zo niet voor het gebouw zelf, dan toch wel voor het terras. Verder staan de paviljoens bloot aan de grillen van de elementen. Windbelasting, zoutaanslag en de schurende werking van zand zijn factoren om serieus rekening mee te houden. Wil een paviljoen daartegen bestand zijn, dan moet het degelijk zijn gebouwd en opgetrokken uit solide materiaal.

Alles staat of valt met fundatie

Daarom gebruikt Meerkerk voor zijn paviljoens in de regel hardhout. Verankering om stormbestendig te zijn is noodzakelijk. “Alles staat of valt letterlijk met een goede fundatie”, weet de bouwer uit ervaring. Om te vervolgen: “Jaarrond exploitaties staan altijd op palen, je hebt vaak te maken met een forse zandafslag.” Seizoenszaken worden op een wat veiliger hoogte gebouwd.

Goed hang- en sluitwerk is in een strandpaviljoen onmisbaar. Al is het maar om te voorkomen dat de deur bij een harde wind openwaait en kapotslaat. Ook geboden: verf die tegen een stootje kan. Als de exploitant tenminste een ander kleurtje op zijn gevel wil dan de onderhoudsvrije red ceder die standaard als gevelbekleding wordt gebruikt. In het verleden gebeurde het wel dat complete strandtenten of delen ervan bij storm in zee verdwenen. Dat komt steeds minder vaak voor, als gevolg van beter materiaal en verbeterde bouwtechnieken. Ook de verhoging van het vloerniveau voorkomt veel narigheid. Dat werd bijvoorbeeld in Scheveningen van 4,5 naar 5,5 meter boven NAP gebracht. Op het Texelse strand is de norm zelfs 6 meter boven NAP.

“In deze business moet je met veel factoren rekening houden”, vat Johan Meerkerk samen. “Het is gecompliceerd, maar ook leuk. Wij dragen bij aan de levendigheid van het strand. Al merken we daar zelf weinig van. Voordat een paviljoen in gebruik wordt genomen, zijn wij alweer ergens anders aan het werk.”


Zomerbouwers

Ondanks de bouwvak wordt er in de zomer volop doorgebouwd. Niet in de laatste plaats door bedrijven die het juist van de zomermaanden moeten hebben. Ze leggen zwembaden aan, bouwen strandtenten, onderhouden campings of verbouwen complete hotels. Wij zoeken ze op: de bedrijven die ervoor zorgen dat de rest van Nederland kan genieten van een onbezorgde vakantie.

Reageer op dit artikel