nieuws

Kampt Zuidasdok met onmacht of onwil? “Die spiegel, dat helpt vaak bij mediation.”

infra 6053

Kampt Zuidasdok met onmacht of onwil? “Die spiegel, dat helpt vaak bij mediation.”

Is de impasse bij het project Zuidasdok nog te doorbreken? Volgens ervaren mediators bestaat er een reële kans dat de weggelopen bouwers terugkeren naar de tekentafel. Bemiddeling is bij 70 tot 80 procent de redding bij bouwgeschillen. “Partijen volharden in standpunten en dan houd je een spiegel voor.”

Dat is de ervaring van Huub Sprangers die afgelopen decennia bij meer dan honderd bouwconflicten bemiddelde en er een boek over schreef. Hij is niet de enige mediator die prof. Marcel Hertogh niet bij voorbaat kansloos acht in zijn poging om het contract Zuidasdok te redden. Dat blijkt uit een inventarisatie van Cobouw onder bouwmediators.

De echte pijnpunten bij de Zuidasdok

Sprangers: “Het helpt heel goed om partijen een spiegel voor te houden en te zien waar de echte pijnpunten zitten. Het is de kunst om alle problemen terug te brengen tot een puur zakelijk geschil. Praat met individuele partijen en partijen samen om alle oneigenlijke ruis weg te filteren. Dan zeg ik regelmatig ‘dat standpunt hoor ik nu voor de vijfde keer en snijdt geen hout’.”

Zijn ervaring is dat een conflict zelden een enkel punt is, maar een opeenstapeling van pijnpunten, wantrouwen en verstoorde relaties. “Om daar doorheen te breken, is het nodig om afstand te creëren, zodat het geschil terugkomt tot de essentie. Als het lukt om partijen op afstand te zetten, ontstaat vaak ruimte voor een oplossing. Die ruimte is nodig om als een breekijzer alternatieven te forceren. Regelmatig is dat een oud idee dat eerder werd afgeschoten.”

Of zoiets gaat lukken bij de Zuidasdok durft Sprangers niet te voorspellen: “Statistische gegevens zeggen niets over individuele gevallen en concrete resultaten, maar de kans op succes ligt hoger dan fifty/fifty”, stelt hij retorisch.

De wil, daar gaat het om

Het is zeker niet onmogelijk om een groot bouwconflict tot een goed einde te brengen, is de brede overtuiging van de ervaren mediators. Ook minister Cora van Nieuwenhuizen stipte dat vorige week aan: Een frisse blik helpt, maar een oplossing valt of staat met de bereidheid met – “de wil” – om er uit te komen. Zij heeft haar hoop gevestigd op de bemiddelingspoging van Hertogh.

De TU-professor loste eerder het conflict Ring Groningen op en werd al vaker te hulp geroepen bij slepende conflicten. Hij doet een ultieme poging om een oplossingsrichting te forceren. Nog voor de bouwvak moet duidelijk zijn of het contract wordt ontbonden of dat er toch nog licht gloort aan het einde van de tunnel.

Wantrouwen overheerst bij Zuidasdok

Het conflict over de ondertunneling van de A10 op de Zuidas staat op scherp sinds Rijkswaterstaat dreigt het voorlopig ontwerp af te keuren en de bouwers half juni besloten het werk neer te leggen. Combinatie Zuidplus (Heijmans, Fluor Hochtief) is alleen bereid terug te komen als het project wordt ‘herijkt’ en versoberd. Het wantrouwen overheerst en van goede samenwerking en afstemming is allang geen sprake meer. Is zo’n geschil nog wel oplosbaar?

Voorwaarden voor goede samenwerking

  • Open houding, eerlijkheid, vertrouwen, duidelijke afspraken, rollen duidelijk en verwachtingen duidelijk
  • Voldoende goed contract, passend bij de opgave, juiste mensen met juiste opdracht op het project
  • Goed begrip vraag en aanbod, een setproces en procedure-afspraken
  • Een constructieve open houding en een ‘goede start’ vanaf dag 1
  • Actief afstemmen, management
  • Afstemming, helderheid rollen, structuur

Bron: Peter Kamminga

“Een bemiddelingspoging maakt alleen kans van slagen als de partijen bereid zijn om elkaars nieren te proeven. Beide kanten moeten op ‘boardniveau’ een gelijke gerichtheid hebben om eruit te komen. Als dat bij een van beide partijen ontbreekt of er speelt een andere agenda, dan is ‘mediation’ een heilloze missie”, is de ervaring van Jan Kees de Pagter die het conflict rond de Tweede Coentunnel oploste en meer vijftien jaar ervaring heeft als bouwmediator.

Eén persoon en individule gesprekken

Hij kent de feiten rond het conflict rond de Zuidasdok niet precies, maar herkent het geschil op hoofdlijnen: de risico’s passen niet bij de inschrijfprijs en de kans op een probleemproject is levensgroot. “Dat probleem zie je vaker bij infra-projecten en speelde ook bij knooppunt Hoevelaken, de zeesluis IJmuiden en de Ring Groningen.” De Pagter heeft ervaren dat het beste werkt om van zowel de opdrachtgever als van de marktkant om tafel te gaan met één persoon.

“Die moet wel mandaat hebben. Vaak lukt het dan om een gezamenlijk belang te formuleren. Als die hoofdlijn staat, kan de uitwerking later wel volgen. Als zo’n gezamenlijke richting ontbreekt, kan je beter stoppen. Dat klinkt heel logisch en simpel, maar dat is mediation zelden.”

Zuidasdok onaantrekkelijk project

Dat is ook de ervaring van Peter Kamminga, universitair docent aan de VU Amsterdam en Harvard, die eveneens bij meerdere conflicten bemiddelde in zowel Nederland als de Verenigde Staten. “Bouwprojecten zijn eigenlijk altijd complex. Aanbesteden betekent per definitie onder scherp inschrijven onder hoge tijdsdruk. De inkoper is blij met zo’n lage prijs, maar de contractmanager zal constateren dat er dingen over het hoofd zijn gezien en het project voor die prijs eigenlijk onuitvoerbaar is. Pas na gunning wordt dan precies gekeken naar de eisen in combinatie met het ontwerp en blijken onderdelen meteen al tegen te vallen. En in dit geval is de markt in een paar jaar volledig gekanteld, zijn prijzen enorm gestegen en vraagt de bouwer zich af: ‘Hebben wij hier nog zin in. Dit is een onaantrekkelijk project.’”

Jouw-pakkie-an

“De betrokken partijen zien geen enkele uitweg meer en zijn in het geval van de Zuidasdok zelfs weggelopen. Dat is een heel krachtig signaal vanuit de marktpartijen. Het zou al enorm helpen als de opdrachtgever de bouwers het leven makkelijker zou maken en meedenkt met de problemen van de markt. Bij Schiphol- Amsterdam Almere doen ze dat al. Bij veel design & constructcontracten heerst vaak een ‘zoek het lekker zelf uit-mentaliteit’ en ‘jouw-pakkie-an’.

Project Zuidasdok

  • Opdrachtgever: Rijkswaterstaat, ProRail, Amsterdam
  • Opdrachtnemer: Zuidplus (Heijmans, Fluor en Hochtief)
  • Contractvorm: d&c
  • Contractwaarde: 990 miljoen euro
  • Projectinvestering: 1,9 miljard euro
  • Gegund: februari 2017
  • Herijking: zomer 2019
  • Start bouw: 2020?
  • Oplevering: 2028?

Ze ervaren een moeras waar geen beweging meer in zit: De frustraties zijn hoog opgelopen en de irritatiegraad is eveneens hoog. In een-op-een gesprekken kan je confrontatie aangaan en hoef je niet per se een terughoudende positie in te nemen. Dan is het de taak van een mediator om het probleem in stukken te hakken en deel voor deel op te lossen. Complexe problemen blijken dan toch relatief snel te ontrafelen. Mijn ervaring is dat niemand als eerste het bijltje erbij wil neergooien. Partijen zijn vastgelopen en zakken weg in het moeras, maar worden daar graag uitgetrokken.”

Torenhoge claims

Kamminga bemiddelde onlangs bij een scheefgezakte woontoren in Californië waar voor 2 miljard dollar claims op tafel lagen. “Bij een goede oplossing is niemand echt blij, maar is er wel weer vertrouwen om verder te kunnen.” Zijn ervaring is dat bij mediation in 80 procent van de bouwprojecten een uitweg wordt gevonden.

Toch weet Kamminga dat opnieuw aanbesteden bij complexe projecten soms ook aantrekkelijk lijkt, “want dan heeft de opdrachtgever zijn rug recht gehouden en is er niets toegegeven. Extra geld of een andere risicoverdeling kan zeker bij een overheidsproject niet zomaar. Bij een privaat project mag je eindeloos onderhandelen, maar bij een aanbesteding is de speelruimte beperkt. Maar mijn ervaring is om ook bij mediation niet te snel op te geven. Zodra er zicht is op een oplossingsrichting, verandert de dynamiek en is de kans van slagen groot.”

Top 5 mediation valkuilen:

  1. Te weinig informatie/ Partijen hebben het juridische onvoldoende in kaart – daardoor onduidelijk of onrealistische verwachtingen en niet in staat om goed de kosten en baten van het alternatief (bijv. procederen of arbitreren) af te wegen ten opzichte van een compromis vinden.
  2. Te weinig actieve mediator/ Een mediator die geen voortouw neemt – de ‘luie mediator’ is van oorsprong in de mediation opleiding als ideaalbeeld meegegeven: “De partijen moeten het werk doen.” Uiteindelijk maken partijen de beslissing maar de mediator is degene die moed erin houdt en voortouw neemt.
  3. Misinterpretaties/ Onmacht bij partijen verwarren met onwil – Partijen zitten vast. Gebrek aan medewerking of enthousiasme van een partij interpreteren als onwil. Dat is een veelvoorkomende fout. Help partijen en de ander de bomen door het bos te zien en complexiteit op te knippen en zo het pad naar een mogelijke uitweg te vinden en niet te snel het bijltje erbij neergooien.
  4. Te voorzichtig/ De mediator durft niet kritisch te zijn – De mediator wil de partijen niet tegen zich in het harnas jagen en spaart partijen. Maar onredelijkheid of onrealistische verwachtingen benoemen hoort erbij. “Die claim is vergezocht,” “de arbiter heeft waarschijnlijk weinig sympathie voor een dergelijke opstelling.” Een reality-check en een spiegel voorhouden kan de boel in beweging zetten.
  5. Pragmatisch vs. Juridisch/ Er is geen risk-manager aanwezig – partijen blijven in technische of juridische analyses hangen en concluderen dat ze er gewoon verschillend tegenaan kijken. Wat mist is een besluitennemer die de risico’s van de verschillende scenario’s op een rijtje zet die het juridische of technische los kan laten en durft een business beslissing te nemen – een pragmatist.

Bron: Peter Kamminga

 

Reageer op dit artikel