nieuws

Duitse markt loopt langzaam warm voor Nederlandse techniek van overlaging bruggen

infra 2648

Duitse markt loopt langzaam warm voor Nederlandse techniek van overlaging bruggen

Nadat de Duitsers jarenlang de kat uit de boom keken is de eerste helft van een snelwegbrug over de Rijn voorzien van een pakket hogesterktebeton. Strukton en Bolidt hopen dat daarmee de langverwachte markt openbreekt voor versterking van de vele vermoeide stalen bruggen in Duitsland.

De noordelijke brughelft is zo’n beetje klaar.  Achtereenvolgens zijn het asfalt verwijderd, staalwerk hersteld , een hechtlaag aangebracht een pakket hogesterktebeton gestort en tot slot is alles afgewerkt met een slijtlaag. Daarmee kan de Maxau Rijnbrug bij Karlsruhe, er weer zeker dertig jaar tegenaan. Dat wil zeggen: nadat dit najaar ook de zuidelijke helft onder handen is genomen.

Oscar Vos van Strukton en Peter Staal van Bolidt hebben er alle vertrouwen in dat ook de tweede fase succesvol zal verlopen. Hun vertrouwen stoelt op een ervaring van inmiddels 15 jaar met het versterken van stalen bruggen door het vervangen van het asfalt door een laag hogesterktebeton.  Het is wat hen betreft bewezen technologie waarvan ze het proces met alle gevoeligheden goed onder de knie hebben.

De keerzijde van de Duitse gründlichkeit 

Voor hun Duitse opdrachtgevers ligt dat duidelijk anders. De keerzijde van de veelgeroemde Duitse gründlichkeit, is enorme voorzichtigheid om iets toe te passen dat niet over een officiele zulassung beschikt. Ook al is de techniek nog zo vaak succesvol toegepast in buurland Nederland. Samen met  aannemer Leonhard Weiss moest Strukton afgelopen jaren aantonen dat het kon, de Maxau brug op deze manier versterken. En toeleveranciers als Bolidt draaiden volop mee in het test- en certificeringstraject dat werd opgetuigd. Duitse ingenieurs stonden tien jaar terug al mee te kijken bij de grote Nederlandse brugoverlagingen. In Duitsland zelf hebben Strukton en Leonhard Weiss na uitvoerige laboratoriumbeproevingen in 2014 een bescheiden brug in het Beimerstetten aangepakt met het HSB-concept. Vorig jaar september is er een ‘Probeplatte’, een proefplaat, van 20 meter versterkt met precies de specificaties en breedte van Maxau brug. Die werd uitgevoerd met de mensen, materiaal en materieel die tijdens de èchte versterking ook zouden worden ingezet. Nadat die operatie, waarbij ook weer Bolidt een grote rol speelde,  succesvol werd afgerond, konden ze dit voorjaar eindelijk op de Rijnbrug aan de slag. Bijna driehonderd strekkende meter tuibrug.

Spanningsconcentraties zijn uit den boze

Hoewel ze soms wel eens de wenkbrauwen fronsten, begrijpen Staal en hij de voorzichtigheid ook wel weer. De introductie van de overlagingstechniek in Nederland verliep op zijn zachtst gezegd ook niet zonder slag of stoot. En dat weten de Duitsers maar al te goed. Na een kleinschalige proef op de Calandbrug moesten de Hagesteinbrug en de Moerdijkbrug in 2005 zo’n beetje tegelijkertijd worden overlaagd. Staal herinnert zich goed hoe de methode waarover al sinds midden jaren ’90 werd gefilosofeerd koortsachtig moest worden uitgewerkt. “In online sessies met ingenieurs over de hele wereld werden breuksterktes, elasticiteitsmodulus en andere parameters doorgegeven en direct in de computer ingevoerd om te kijken wat het effect was als ze daarmee zouden variëren. Staal: “Dat lijkt muggenzifterij, maar uiteindelijk moet het hele pakket in het HSB-overlagingsconcept goed samenwerken. De optredende krachten moeten via het HSB en door de hechtlaag naar de stalen dekplaat worden afgevoerd. Elke schakel is belangrijk en er mogen vooral geen grote spanningsconcentraties in het staal ontstaan. Dat wordt immers al zwaarder belast dan waar het ooit op was ontworpen.”

Aanbrengen van de hechtlaag

 

Theoretisch kwamen ze er met Rijkswaterstaat, ingenieursbureaus en de andere adviseurs goed uit. In de praktijk moesten nog wel wat stappen worden gezet. Mensen moesten opgeleid, werkmethoden bedacht, apparatuur ontwikkeld enzovoorts. Want een standaard slipformpaver is veel te zwaar om over het oververmoeide brugdek te laten rijden. Op de Moerdijkbrug ging het in eerste instantie goed mis en moest er een stuk opnieuw worden gedaan.

De slijtlaag was bijvoorbeeld zo’n toevoeging die ontstond door onverwachtse praktijkomstandigheden. Om de bruggen, die toch al aan de grens van hun capaciteit zaten, niet verder te belasten was het idee om geen asfalt aan te brengen. De auto’s zouden dus na de overlaging rechtstreeks over het beton rijden, dat bewust was opgeruwd. Maar na drie weken bleken alle poriën en groeven compleet dichtgeslibd te zijn met rubber van autobanden en vuil en bleek het wegdek spekglad. Dus moest er voortaan een slijtlaag overheen. Net als de hechtlaag werd dat een klus voor Bolidt. En ook al zijn beide lagen betrekkelijk dun, samenstelling, structuur en hechting luisteren extreem nauw. Beide lagen worden inmiddels machinaal aangebracht, zo’n 10.000 m2 per dag.

Bij hogesterktebeton draait het om nauwkeurigheden van millimeters

Overlagen met hogesterktebeton is niet te vergelijken met regulier betonwerk, weten Vos en Staal. Het aanmaken en verwerken van HSB luistert extreem nauw en is vergeleken met traditioneel beton echt hightech. Waar bij standaard beton in de civiele techniek een nauwkeurigheid van enkele centimeters vaak het hoogst haalbare is, draait het bij hsb echt om millimeters. Vos: “Dat vraagt dus ook een heel andere instelling van de mensen die je op het werk haalt. We werken met goed getrainde mensen en tegelijkertijd is het proces zo ingericht dat het niet fout gaat als er iemand even niet oplet of een slechte dag heeft. Daar mag het resultaat niet van afhankelijk zijn. We hebben speciaal materieel ontwikkeld dat altijd voldoende energie voor de verdichting in de dikke stroperige betonmortel krijgt.” En laagdikten worden continu gemonitord en sowieso is de kwaliteitsbewaking enorm. De kwaliteit van de hecht- en de slijtlaag wordt voortdurend aangetoond met trekproeven. Strukton en Bolidt nemen allebei hun eigen laboratoria mee naar het werk, zodat er razendsnel resultaten bekend zijn. “Daar waren de Duitsers erg van onder de indruk”, weet Staal.

“Misschien moeten we het gewoon geen beton meer noemen”

Er zit een vleugje cement in en flink wat stalen wapening. Maar daarmee houdt de vergelijking met beton ook wel op. Eigenlijk moeten we volgens Oscar Vos van Strukton ophouden om hogesterktebeton nog langer beton te noemen.  “Opslag van materialen, verwerkingsomstandigheden, kwaliteitscontroles … werkelijk alles, doet eerder denken aan hightech dan aan beton. Het woord beton zet veel mensen op het verkeerde been en is er mede oorzaak van dat er in de beginfase van de HSB-overlagingstechniek projecten mislukten. Aannemers kunnen echt niet zomaar een reguliere betonploeg naar een overlagingsproject sturen. Dit vraagt echt om andere mensen, met heel specifieke en specialistische vaardigheden.”

Er zijn natuurlijk meer Nederlandse partijen die de techniek van het overlagen beheersen en dat kunnen staven met succesvol afgeronde projecten. En toch blijkt het nog lastig die kennis en expertise te behouden en door te ontwikkelen. Vos: “Op de Brienenoordbrug na hebben we de grote overlagingsprojecten in Nederland wel gehad. Voor zover er ooit al sprake was van een gestage markt waar je als aannemer en toeleverancier kennis op kon ontwikkelen, dreigt het nu toch echt op te drogen. In het ideale geval zouden er eigenlijk per jaar vier of vijf nieuwe overlagingen op de markt moeten komen. Dan heb je er als aannemer altijd een paar in uitvoering, een paar in voorbereiding en ben je aan het tenderen op nog een paar. Dan kun je mensen en kennis vasthouden en expertise doorontwikkelen. “

Goed doordrongen van de urgentie

Hij hoopt ook vurig dat na de Maxau brug de Duitse markt definitief openbreekt. Want er liggen echt nog wel wat stalen bruggen in het snelwegennet, die aan het eind van hun levensduur zitten en vermoeiingsverschijnselen vertonen omdat ze veel zwaarder worden belast dan waar ze ooit op zijn ontworpen. Staal: “Dat weten ze ook wel hoor, de Duitsers. Ze zijn doordrongen van de urgentie van de problematiek. Maar ja, die gründlichkeit he. Meestal is het een kwaliteit. Maar het is er ook oorzaak van dat ze niet eerder doorpakten.”

Reageer op dit artikel