nieuws

Extreme engineering aan de Kaspische Zee

infra 1660

Extreme engineering aan de Kaspische Zee

Nederlandse kennis van waterbouw wordt succesvol geëxporteerd. Grote projecten drijven op Nederlandse kracht en kunde. Een voorbeeld is de Kaspische Zee in Kazachstan. Witteveen+Bos is hier verantwoordelijk voor de engineering van een uitdagende cargo transportroute.

“Extreme engineering”, noemt Johan Lijftogt het. Hij is als regiomanager CIS bij Witteveen+Bos direct betrokken bij het megaproject in een desolaat deel van Kazachstan. “In 2014 ben ik erbij gekomen. Op dat moment liep het allemaal wat stroef. De opdracht­gever was niet tevreden, maar er was ook veel onduidelijk en onuitgesproken tussen alle betrokken partijen. Verwachtingen en manier van werken lagen gewoon te ver uit elkaar.”

De opdrachtgever is olieconsortium Tengizchevroil (TCO), waarvan het Amerikaanse Chevron voor 50 procent eigenaar is. ”Wij hebben vooral met Chevron te maken. De manier waarop een olieconcern naar projecten kijkt, is anders: in alles gedetailleerder. Dat gaat echt veel verder dan bij een civiel-technisch werk zoals dit gebruikelijk is. We hebben voor dit project waarschijnlijk zeven keer zoveel tekeningen gemaakt dan normaal.”

Communicatie

In feite moesten er twee werelden worden samengebracht. De kern voor het succesvol laten verlopen van de hele operatie volgens Lijftogt: “Het is een enorm en veeleisend project met ontzettend veel uitdagingen. Dan is het essentieel dat we elkaars taal spreken en elkaar dus ook begrijpen. Dat is gelukt en dat maakt me echt trots. Overigens ook dankzij de projectmanager bij de opdrachtgever die echt zijn best heeft gedaan om ook ons te begrijpen en samen tot oplossingen te komen.”

“Knettergek”

Op de damwanden wordt een beschermende coating aangebracht.

De grootste uitdaging bij een extreem project zat dus uiteindelijk in de samenwerking. Dat wil niet zeggen dat er geen uitdaging zat in het meer technische gedeelte en de realisatie. “Je moet je voorstellen dat daar echt helemaal niks was. Het terrein was op het eerste oog ook niet heel geschikt om alles uit voeren. Dat was een behoorlijke uitdaging.”

De oplossing was heel Hollands met een kanaal en vooral een lange dijk. Heel gewoon voor ons, maar in Kazachstan alles behalve. Lijftogt lacht: “Meer dan eens kreeg ik te horen: ‘jullie Nederlanders zijn gek, knettergek’. Dat wij hadden bedacht dat een dijk die in lokale ogen niet meer dan een dirt road was de juiste oplossing was, stuitte nog al eens op verbazing. Er moeten tenslotte wel modules van 2000 ton overheen. Maar wij geloofden er in, al onze berekeningen lieten ook zien dat het geen enkel probleem zou opleveren.”

“Het is essentieel dat we elkaars taal spreken”

Spannend

De dijk kwam er dan ook geheel volgens planning. “Maar dan is het natuurlijk wel spannend als de eerste module met een slakkengang over de dijk heen gaat.” Wat geheel volgens plan en probleemloos verliep. “Ja, volgens ons wel”, vertelt Lijftogt. ”Maar ik werd in dikke paniek gebeld toen men dacht een scheurtje in de dijk te zien.” Uiteraard iets om meteen te onderzoeken. “Dat bleek om een van de waiting places te gaan. Die hebben we aan de dijk vastgezet, zodat gewoon verkeer veilig aan de kant kan als er zo’n module voorbij schuift.” Uit kosten en tijdsoverwegingen was besloten die anders te dichten. Op de grens ontstonden kleine scheurtjes. “Geen enkel probleem, maar we hebben wel even iedereen moeten geruststellen. En ook nu alle modules er inmiddels overheen zijn, ligt de dijk er nog steeds prima bij.”

Complex

Voor Lijftogt en Witteveen+Bos was het een van de grootste en meest complexe projecten. “We hebben in moeilijk weer gezeten. Maar ik ben echt trots hoe we daaruit zijn gekomen en het allemaal gewoon goed voor elkaar hebben gekregen. Trots ook voor de erkenning die we nu krijgen dat we gewoon een goede partner zijn gebleken.”

Transportroute Kazachstan

De Cargo Transportation Route (CaTRo) in de Prorva-regio in Kazachstan verbindt een nieuwe haven aan de noordoostkust van de Kaspische Zee met de binnenlandse olierijke regio’s. Het 70 kilometer lange kanaal start in het diepere gedeelte van de Kaspische Zee en eindigt in de nieuw aangelegde haven, die een oppervlakte heeft van ongeveer twintig hectare, inclusief opslagfaciliteiten. Daarnaast komt er een 65-kilometer lange weg voor goederenvervoer. De overslaghaven krijgt diverse voorzieningen om zware lasten vanuit schepen over te laden op het land, zoals verstevigde vloeren waar grote kranen op kunnen staan, roll on roll off berths en een 1.180 meter lange kademuur. Het project omvat de transportweg zelf, de verschillende loodsen en opstelterreinen voor trailers voor zwaar transport, administratiegebouwen, een overnachtingskamp voor vijfhonderd personen en een eigen waterzuiveringsinstallatie en energievoorziening.

Witteveen+Bos werkte in opdracht van Teniz Service LLP aan CaTRo. Daartoe voerde het ingenieursbureau de afgelopen jaren onder andere haalbaarheidsstudies uit, adviseerde over grond- en baggerwerk, maakte het ontwerp, stelde bestekken op en hield zich bezig met de verdere detailengineering. De aanleg van de transport­route bevindt zich momenteel in de afrondende fase.

Reageer op dit artikel