nieuws

Beschouwing | Kat-en-muisspel voor de grote jongens

infra 4540

Beschouwing | Kat-en-muisspel voor de grote jongens

De marges te laag, de risico’s te hoog. Grote bouwers klagen steen en been over de staat van de gww-markt. Rijkswaterstaat belooft met wat horten en stoten de spelregels aan te passen om zo het kat- en muisspel op het gww-’slagveld’ uit te bannen. Maar uit alles blijkt dat het ‘spel samen spelen’ voor Rijkswaterstaat nog een stap te ver lijkt.

Het kat en muisspel is al jaren aan de gang. Steeds vaker escaleert het spel, vooral door de gekantelde markt is het speelveld veranderd. De problemen bij de Zuidasdok, de Ring Groningen/A7, knooppunt Hoevelaken, de zeesluis IJmuiden en de Twentekanalen zijn daar aansprekende voorbeelden van. Het spel wordt afgebroken, opnieuw gespeeld of krijgt ineens veel duurdere nieuwe spelregels.

Monopolie boven kwart miljard

Vooral voor de grote projecten is sprake van een scheve monopolistische markt. Voor infra-opdrachten boven de 250 miljoen euro is Rijkswaterstaat de enige opdrachtgever. Die daarvoor weer volledig afhankelijk is van het handjevol grote bouwers op de Nederlandse markt.

Opdrachtgevers infra-projecten (2012-2018) naar projectgrootte

  • alles               rws 65%         overig 35%
  • 10-100 mln   rws 42%        overig 58%
  • 100-250 mln rws 36%         overig 64%
  • 250-500 mln rws 100%
  • +500 mln       rws 100%

Bron: Toekomstige opgave Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat bepaalt als machtige opdrachtgever de kaders voor de spelregels, maar kan slechts kiezen uit maximaal tien tegenstanders. Het spel wordt gedomineerd door de top 10 Nederlandse bouwbedrijven: BAM, VolkerWessels, Boskalis, Strukton, TBI, Van Oord, Heijmans, Dura Vermeer, Ballast Nedam en Mourik. McKinsey becijferde dat deze tien in de periode 2014-2017 circa 50 procent van de totale gww-omzet voor hun rekening nemen.

Buitenlandse spelers

Rijkswaterstaat krijgt ook regelmatig te maken met andere internationale deelnemers, die vaak een combinatie aangaan met de Nederlandse spelers. Voorbeelden hiervan zijn het Oostenrijkse Strabag – met dochter Zublin -, de Duitse marktpartijen Hochtief – van het Spaanse moederbedrijf ACS – en Max Bogl, het Amerikaanse Fluor, de Belgische spelers Besix en DEME – als onderdeel van CFE – en het Franse Vinci. Potentiële spelers als het Spaanse Sacyr en Ferrovial en de Belgische baggeraar Jan de Nul mochten tot nog toe alleen vanaf de zijlijn meekijken.

Geen rode cent

“De marges zijn te laag en de risico’s te hoog. Bouwers houden afgelopen jaren geen rode cent over aan die grote opdrachten”, legde Verhagen de scheef gegroeide spelregels uit, ingegeven door de geïntegreerde contracten met risico’s die vooral voor rekening komen van de markt. Tunnels, wegen of sluizen worden stuk voor stuk met verlies afgesloten, simpelweg omdat er altijd tegenvallers zijn te verwerken waar de markt voor opdraait.

Het is een confronterend overzicht in het McKinsey-rapport. Gww-bouwers in Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië, Tsjechië en Polen maken nauwelijks winst. Ze scoren ver onder het gemiddelde van de andere bouwsectoren en ook procentpunten onder andere industrieën.

Tekst loopt verder onder de afbeelding

Kortom het loont om de focus te verleggen naar andere sectoren dan de gww: zowel andere industrieën scoren beter, maar andere deelsectoren in de bouw, zoals projectontwikkeling en de gespecialiseerde bouwen draaien meer dan het dubbele aan winstpercentages. Andere deelsectoren in Europa maken tussen de 7 en 10 procent winst, terwijl de gww blijft steken op 4 a 5 procent. In Nederland zijn de winstmarges op geïntegreerde contracten nog een veel slechter.

Het antwoord op die scheefgroei uit zich in kieskeurig gedrag en ‘nee zeggen’ bij de bouwers. De kanteling van vechtcontracten naar een terugtrekkend defensief gedrag is inmiddels alweer een paar jaar aan de gang. Maar het laatste jaar ging hat snel: De zeesluis IJmuiden is het nieuwe dieptepunt als het gaat om verlieslatende projecten met grote risico’s. In het kielzog werd het contract voor knooppunt Hoevelaken afgebroken, lopen er stroeve ‘herijkings’ onderhandelingen over de Zuidasdok en moeten de Twentekanalen opnieuw in de markt worden gezet.

Tien mythes over samenwerken

  1. “Het is of samenwerken of het contract volgen”
  2. “Een goed dichtgeregeld contract vervangt samenwerking”
  3. “Samenwerking betekent focus op de gezamenlijke doelen en niet op de individuele doelen”
  4. “De samenwerking bouw je pas op ná de aanbesteding”
  5. “Als de samenwerking maar goed is dan kan je van elk project iets moois maken”
  6. “Samenwerking kan je niet in een contract vangen”
  7. “De samenwerking wordt bepaald door het type contract”
  8. “Samenwerking is het pakkie-an van de projectorganisatie, dat hoort niet in het contract”
  9. “Met de juiste mensen loopt de samenwerking goed”
  10. “Het ideale contract regelt het allemaal”

Bron: Peter Kamminga, VUAmsterdam/Harvard

McKinsey schetst daarbij een terugtrekkende markt die plaats heeft gemaakt voor de vechtmarkt uit de crisisjaren waarbij de bouwers tegen beter weten in inschreven tegen veel te lage prijzen. Elders in de sector liggen betere winkansen met meer kans op succes, vooral in de woningbouw en gespecialiseerde bouw.

Poeslief en aardig

Ingrijpen in die spelregels, is het devies van McKinsey die de gww-markt op verzoek van Rijkswaterstaat in kaart bracht. Poeslief zaten Michele Blom en Maxime Verhagen begin deze maand naast elkaar om uit te leggen dat de spelregels op het gww-slagveld veranderen.

De simpele nieuwe regels zijn al deels al aangepast. Bij de meest recente inkoopplanning zijn voor het eerst ook diverse ‘factsheets’ toegevoegd, uitwerkingen zodat marktpartijen sneller kunnen zien of een opdracht bij hun past. Het gaat om de Ring Utrecht, de heraanbesteding van de Twentekanalen en meerdere prestatiecontracten.

Bom barst bij Zuidasdok

De sector is enorm gebaat bij voorspelbaarheid en continuïteit, lichtte Maxime Verhagen van Bouwend Nederland het rapport toe. “Dit gaat we doen. Het is hard nodig”, wond Michele Blom van Rijkswaterstaat er geen doekjes om. In diezelfde week barst de bom bij de Zuidasdok en lopen de bouwers boos weg van de tekentafel. Het tunnelproject verkeert in een impasse en de nieuwe spelregels bieden geen soelaas. Lopende tenders en projecten in uitvoering blijven immers ongemoeid en worden tot het bittere eind uitgespeeld.

Het gaat dus nog jaren en jaren duren voordat bouwers weer winst kunnen maken op een groot gww-werk. Komt het ingrijpen wel op tijd? Ingrijpen in lopende contracten is uitgesloten. Ingrijpen op lopende tenders ook niet aan de orde. Experimenteren met nieuwe contractvormen en andere risicoverdeling is alleen aan de orde bij nieuwe projecten. En dan ook nog alleen als pilot, pas als zo’n ingreep succesvol blijkt, volgt bredere uitrol. Het gaat nog heel lang duren voordat marges weer op peil zullen zijn.

Samen kat-en-muisspel spelen?

De optie om het spel samen te spelen, lijkt voor Rijkswaterstaat nog een stap te ver. De opdrachtgever is niet happig op vergaande samenwerking. De opdrachtgever houdt vooral vast aan d&c en prestatiecontracten en voelt weinig voor een bouwteam of alliantie. Die laatste twee vormen gaan uit van een 50/50 verdeling van de risico’s en vergen een relatief grote inspanning van de opdrachtgever die actief moet meedenken. Dat gaat Rijkswaterstaat een stap te ver.

Bouwend Nederland heeft gepraat als brugman, maar kon Rijkswaterstaat niet overtuigen. Verhagen “hoopt en verwacht” nog steeds dat ook deze aanbeveling van McKinsey wordt overgenomen, maar constateert dat op dat vlak nu nog geen beweging is.

Nieuwe varianten

Wel is er bereidheid om nieuwe varianten van het spel te spelen. Zo belooft de opdrachtgever het twee-fasen-contract op te pakken en wil ook het portfolio-contract uitproberen, met mandjes gelijksoortige projecten. “We voegen nieuwe varianten toe aan het assortiment, maar we schrappen geen enkele contractvorm”, stelt Blom.

De gww-sector zal nog een lange adem moeten hebben voordat zij daadwerkelijk iets merken van het ingrijpen.

Reageer op dit artikel