nieuws

Waren de flinterdunne bentonietmatten toch de boosdoener bij het Julianakanaal?

infra Premium 4351

Waren de flinterdunne bentonietmatten toch de boosdoener bij het Julianakanaal?

Bij de verruiming van het Julianakanaal gebruikte De Vries & Van de Wiel de allergoedkoopste en minst betrouwbare variant bentonietmatten. Volgens diverse leveranciers van de afdichtingsmatten was het wachten tot het fout zou gaan en lekkages voor grote problemen zouden gaan zorgen.  

Dat viel te beluisteren op de vakbeurs InfraTech vorige week in Rotterdam. De grote leveranciers van de afdichtende bodemmatten waren daar allemaal vertegenwoordigd met een stand. Na wat aandringen waren de meesten wel bereid te vertellen wat er volgens hen is misgegaan bij de verbreding en verdieping van het Limburgse kanaal.

Na aanhoudende lekkages die maar niet gestopt konden worden, zette Rijkswaterstaat de aannemer eind vorig jaar van het werk. De dienst is nu op zoek naar een nieuwe aannemer en heeft aangekondigd de schade en meerkosten te verhalen op de De Vries & Van de Wiel. Zo lang de onderhandelingen met de Deme-dochter nog niet zijn afgerond wil Rijkswaterstaat niet zeggen wat er volgens haar precies is misgegaan op het werk, wat noopte tot die opvallende stap. De Vries & Van de Wiel nam het werk in 2014 aan voor 37,4 miljoen euro met een opvallende oplossing waarvan op Youtube nog een filmpje rondzwerft.

Christian Psiorz van de Duitse fabrikant Naue meldt dat dat er volgens hem te lichte bentonietmatten zijn toegepast: “Ze drijven meteen op zodra je ze over de bodem uitrolt. Weliswaar worden ze kort daarna afgestort met grind en waterbouwsteen, maar je voorkomt bijna niet dat de mat dan al een klein stukje omhoog is gekomen”.

Tussen de traverse waarmee je de mat over de bodem afrolt en de passage van de valpijpdie steen stort zit volgens Psiorz zomaar dertig centimeter. En vaak wel meer. Dat is al genoeg om de lichte bentonietmat een stukje op te laten drijven en een lek te laten ontstaan. Dat speelt zowel langs de oever en de damwanden, als bij de als bij de naden tussen twee aansluitende matten. Ook als er een flinke overlap wordt aangehouden. Het gevaar is volgens de Duitse afdichtingsspecialist des te groter omdat de scheepvaart op het Julianakanaal tijdens de uitvoering onverminderd doorging. Dat veroorzaakte lokaal sterke stromingen.

De bentonietmatten die De Vries & Van de Wiel toepaste bestonden uit twee open geotextielen met amper 7 mm bentoniet ertussen legde de omgevingsmanager drie jaar terug uit in Cobouw. De vulkanische klei zwelt op maar kan dat  door de structuur van de mat nauwelijks naar boven toe, maar vooral opzij. Zo zou de afsluitende kleibodem van het kanaal een stuk kunnen worden afgegraven zonder dat de onderafdichting in gevaar kwam. Het Julianakanaal is bij de aanleg in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw namelijk grotendeels aangelegd op maaiveld door twee parallelle dijken in het Limburgse land op te werpen. Een aangebracht kleilaag moest voorkomen dat het water weglekte.

Naue destijds heeft destijds ook aangeboden op het werk, maar de klus niet gekregen. Zijn bedrijf heeft er volgens de vestigingsleider wel een geschikte oplossing voor: een dubbellaagse mat die bovenop de onderlaag van bentoniet ook een laag zand bevat. De bentoniet, de klei die zo lekker opzwelt als het in aanraking komt met water, zorgt dus voor de afsluitende werking, terwijl het zware zand voorkomt dat de mat opdrijft. “Overigens moet je wel heel nauwkeurig werken, waarschuwt Psiorz. Met GPS, sonar en andere apparatuur zodat je precies weet waar je wat neerlegt onder water.”

Psiorz wijst op nog een factor die de kwaliteit ernstig beïnvloedt: bentonietdeeltjes die door ionen-uitwisseling de mat verlaten. Dat gebeurt gemakkelijk door de poriën van het geotextiel. Dat kun je tegengaan door aan één kant de mat uit te voeren met een waterdicht folie., maar dat is bij het Julianakanaal niet gebeurd. Daar is de allersimpelste bentonietmat toegepast. “

Rijkswaterstaat en aannemer namen riskante route

Ook Eugene Timmermans van Trisoplast vindt dat Rijkswaterstaat en de aannemer een riskante route hebben bewandeld. “Een bentonietmat heeft sowieso zijn beperkingen. De toegepaste mat is er één van  gangbaar type met een dikte die vaak wordt aangeboden.  Als het dan mis gaat roept men achteraf gauw dat het wel goed gegaan was als ze een dikkere hadden genomen. Er wordt te vaak de grens opgezocht van wat er wel en niet kan met het materiaal. Maar je ziet wat er van terecht is gekomen. In het vervolgtraject zijn wij er nog bijgehaald, maar toen was de keuze voor de bentonietmat al gemaakt en goedgekeurd door RWS. Daarbij vond men onze Trisoplast in een dikkere mat te duur.”

De Vries & van De Wiel paste een mat toe met een gewicht van 5 kg per vierkante meter. Dat is de op-een-na lichtste variant. Twintig jaar terug waren matten met een gewicht van 9 of 11 kilo gangbaar, maar in de loop der tijd is men volgens Timmermans steeds lichter gaan werken. De lichtste standaardmat weegt nu 3 kg per vierkante meter.

Bij Trisoplast zijn de matten gevuld met een mengsel van zand en bentoniet waaraan polymeren zijn toegevoegd. Die gaan een verbinding aan met de bentonietdeeltjes en kitten die aan elkaar waardoor ze niet uitspoelen. Ze kunnen wel opzwellen, zodat ze hun afsluitende werk goed kunnen doen, maar kunnen het korrelskelet met zand niet verlaten.  Timermans: “Zo weet je zeker dat de bentoniet overal zit. Door het zand, dat meer dan 80% van de vulling bedraagt, is de mat bovendien zwaar genoeg om goed af te zinken en zal ook niet opdrijven. Bovendien is het weefsel van het geotextiel voorzien van een extra coating, waardoor de bentonietklei niet uit de mat kan zwellen. De polymeren verhogen ook de chemische stabiliteit van de vulling. Het mengsel is 100 tot 1000 keer dichter dan een gangbare kleiafdichting.

In het geval van het Julianakanaal was de kans op uitspoeling volgens Timmermans extra groot. De scheepvaart ging ook gewoon door tijdens de werkzaamheden. De scheepsschroeven zorgen voor enorme waterstromen over de bodem. Door de aanwezige zuiging en stroming ontstaat er een zeer reële kans dat  de bentoniet bij de traditionele bentoniet matten door het vlies van het geotextiel heen uitspoelt.  Dan hebben we het nog niet over wat er gebeurt bij de aansluiting op de zijwanden.

Het gevaar is levensgroot dat je de bentoniet opzij perst

Zelfs als je dit allemaal in de hand hebt, moet je blijven uitkijken als je traditionele bentonietmatten gebruikt”, vertelt Timmermans. “Het gevaar is groot dat er bij het afstorten van de mat fijne kleideeltjes plaatselijk opzij geperst worden. Je ‘squeezed’  de mat. Het is per slot van rekening maar een heel dun laagje zachte klei. Dan zit de bentoniet nog wel in de mat, maar niet op de plek waar je het nodig hebt en waar het de bodem af zou moeten sluiten. Dan ben je echt in de aap gelogeerd. Met onze polymeren ga je ook dat tegen. Het mengsel is veel stijver en heeft een hoge wrijving.”

Mark Visser van Genap bekent met enige schroom dat hij de matten heeft geleverd die in het Julianakanaal zijn toegepast. “Maar”, voegt hij er direct aan toe:  “Veel meer dan importeur van de matten van het Poolse Cetco zijn we niet geweest. Wij wilden ze graag zelf aanbrengen, want we denken dat we daar goed in zijn, maar dat wilde De Vries & Van de Wiel per se niet. Ik denk dat we te duur waren ofzo. Dat hebben ze niet laten weten. We hebben ongeveer de helft van de geplande 250.000 m2 matten uitgeleverd. Daarna stokte het werk en werd de rest van de bestelling gecanceld. Ik ben blij dat ik niet in een keer alles had opgevraagd uit Polen, anders lag nu ons complete opslagterrein vol.”

Wat er precies is fout gegaan, durft Visser niet te zeggen. De aannemer heeft hem er, naar eigen zeggen, ook niet van op de hoogte gebracht. Dat het iets met opdrijven en uitspoelen van de bentoniet is zou hem niet verbazen. Dat de kwestie hem niet lekker zit is aan zijn gezicht af te lezen. “We kunnen er niets aan doen, maar dit kan toch onze reputatie schaden. We hebben er geen grip op.”

In een eerder interview met Cobouw ontkende de directeur van De Vries & Van de Wiel stellig dat de problemen stellig te maken zouden hebben met de bentonietmatten.  Daar houdt hij het desgevraagd nog steeds op. De gedane uitspraken laat hij voor rekening van de leveranciers. “Over ruim twaalf kilometer is het prima gegaan. Die matten zijn prima op de bodem terecht gekomen en sluiten de bodem effectief af. Op het bewuste tracé bij Obbricht ontstonden de problemen juist  voordat we de matten aanbrachten. Je kunt de matten pas aanbrengen als je de bestaande kleilaag hebt verwijderd.”

Rijkswaterstaat is nog bondiger in haar commentaar op de bevindingen van de leveranciers van geotextielen, bentonietmatten en andere afdichtingen. “Zolang de onderhandelingen over afwikkelingen van het contract lopen, zeggen we niets. Hopelijk lukt het om nog voor de zomer de aanbesteding te starten voor de voltooiing van het project.”

Reageer op dit artikel