nieuws

Binnenkort denderen zware vrachtwagens over de zonnepanelen

infra Premium 10302

Binnenkort denderen zware vrachtwagens over de zonnepanelen

Een volwassen technologie is het misschien nog niet, maar op steeds meer plekken worden wegdekken uitgerust met geïntegreerde zonnepanelen. Op de Infratech in Rotterdam zijn drie Nederlandse initiatieven zichtbaar. Ook het buitenland laat zich niet onbetuigd.

Ze trokken wereldwijd aandacht in 2014. Bij Krommenie rustte consortium SolaRoad  60 meter fietspad uit met geïntegreerde zonnepanelen. Het wegdek werd daarmee niet alleen ingezet om verkeer af te wikkelen, maar ook om stroom op te wekken. Toenmalig minister Kamp opende het pilotproject in het bijzijn van de complete wereldpers. Een jaar later bleken ook nog eens dat het zonnefietspad een heel behoorlijk rendement opleverde.

De opbrengsten waren vooraf veel te conservatief ingeschat

“Zoals ingenieurs eigen, hadden we vooraf heel conservatief gerekend,” legt directeur Jan van Stratum van Strukton Prefab Beton uit. Marketing-managers zouden aan de positieve kant gaan zitten en enorme rendementen voorspiegelen vergelijkbaar met die van zonnepanelen op daken. Maar bij SolaRoad hadden de ingenieurs het voor het zeggen en wilden niet te optimistische prognoses geven.  Voor de horizontale oriëntatie, de minder transparante toplaag,  vervuiling, beschadiging en beschaduwing door passerend verkeer, vandalisme…. voor elke factor die van invloed kon zijn op het rendement werd al gauw 10% mindering in opbrengst in rekening gebracht.  Het gevolg was dat toen de eerste meetresultaten binnenkwamen iedereen aangenaam verrast was. Je bleek eigenlijk best veel elektriciteit te kunnen opwekken met zonnepanelen geïntegreerd in het wegdek.  Dat verraste ook de buitenwereld en pakte prettig uit.”

Minister Kamp opende in oktober 2014 het zonnefietspad van SolaRoad bij Krommenie.

Na het fietspad in Noord-Holland werd er her en der in Nederland nog wat kleinere aantallen SolaRoad panelen neergelegd. Maar op dit moment liggen in de fabriek van Strukton in Maarssen meer dan vijftig panelen klaar in afwachting van plaatsing. Bij elkaar zo’n 100 strekkende meter wegdek, bestaande uit betonnen platen van 3 bij 3,6 meter.  Lekker zwaar, zodat ze ook niet worden gejat. Niet het allerbelangrijkste maar volgens Van Stratum wel een prettige bijkomstigheid aangezien zonnepanelen op daken of zonneweiden steeds vaker worden gestolen.

De nieuwe serie SolaRoad panelen is bestemd voor een busbaan in de N218 bij Spijkenisse en voor een parallelbaan van de N232 bij Schiphol. Beiden gaan het zwaar voor de kiezen krijgen met zwaar vrachtverkeer en bussen. Volgens innovatiemanager Paul Rutte van de provincie Noord-Holland is er weinig angst meer bij de SolaRoad-partners, waaronder de provincie, dat de panelen beschadigd raken onder de denderende vrachtwagens. “Het glas uit de eerste versies is vervangen door een stalen achterkant en bovenop is een robuuste kunststof toplaag gekomen die ook voldoende stroef is. Het fietspad was overigens ook al berekend op voertuigen van hulpdiensten en toonde aan dat het forse aslasten kon weerstaan.”

SolaRoad is allang niet meer de enige partij die zonnecellen integreert in wegdekken, blijkt deze dagen op de Infratech in Rotterdam. Op de provincieboulevard in hal 1 van het Ahoy-complex liggen drie Nederlandse initiatieven naast elkaar. Dat stelt de beursbezoekers in staat de voor- en nadelen goed tegen elkaar af te wegen. Behalve de betonnen tegels van SolaRoad zijn daar de Wattway te zien en de  SolarPath.

De Wattway die BAM aanlegde bij Kockengen.

Van de Wattway heeft BAM vorig jaar twee proefstukken neergelegd.  Eén stukje op de N401 bij Kockengen en één op een vluchtstrook langs de A2. De eerste monitoringsresultaten zijn ook bekend en die zijn volgens Ad van ’t Zelfde van BAM Infra hoopgevend.

Groot verschil met de SolaRoad is dat de Franse producent van Wattway de kristallijne zonnecellen aanbrengt op een onderlaag van vezelversterkt kunststof. Het totale pakket, inclusief beschermende toplaag, is daardoor niet meer dan 8 mm dik.  Bam en Wattway plakken hun cellen dan ook gewoon op het asfalt. Er moet een sleuf in het bestaande wegdek worden gefreesd voor de bekabeling, maar veel meer is er volgens Van ’t Zelfde niet nodig. “Uiteraard onderzoeken we vooraf de staat van het wegdek en de fundering, maar lichte vervormingen kan het systeem volgen zonder dat de kristallijne cellen beschadigd raken of inboeten op rendement. Op zoab zou ik het niet neerleggen want de geluidsproductie is iets groter (1,3 decibel) en zoab pas je toe als de omgeving tegen geluidsoverlast moet worden beschermd.”

“Per vierkante meter gebruiksoppervlak doet opbrengst zonneweg niet onder voor een zonnepark”

De Wattway panelen halen volgens de innovatiemanager van BAM Infra een vermogen van 110 wattpiek per vierkante meter, waar een standaard zonnepaneel op een dak of een zonneboerderij op 150 wattpiek komt. “Dat is uiteraard wat lager, maar als je het gebruiksoppervlak afzet tegen de opbrengst en die vergelijkt met bijvoorbeeld zonneparken, valt de vergelijking niet slecht uit.  Want daar verlies je ruimte aan stellages, looppaden en toevoerwegen. En zonneparken onttrekken grond aan andere functies: landbouw of natuur. Wij gebruiken grond die al een andere bestemming heeft, namelijk verkeersafwikkeling.”

Voor de provincie Utrecht was inderdaad dat dubbele grondgebruik een belangrijke drijfveer om het experiment aan te gaan met BAM en Wattway. Dat vertelde Werner Spekkink van de provincie tijdens een presentatie op de Infratech. “We willen zuinig omspringen met grond en zitten niet te wachten op eindeloze velden zonnepanelen op onze schaarse grond. Tegelijkertijd zijn we als overheid ook met handen en voeten gebonden. We mogen bijvoorbeeld geen energieproducent worden. En de verkeersafwikkeling zal altijd voorop staan.” Daarom ziet hij voorlopig niets in pps-constructies waarbij een private partij verantwoordelijk wordt voor de exploitatie van het zonnewegdek. Dan raken stroomopbrengst en rendement misschien wel in conflict met de openstelling voor verkeer.

De derde partij Solarpath, richt zich exclusief op voet- en fietspaden. Ze hebben inmiddels zo’n 100 vierkante meter liggen op trottoirs in Ede, Enschede en Poeldijk. Solarpath werkt ook met prefab betonpanelen, laat directeur Job van Roekel op de Infratech zien, maar die zijn ongeveer een kwart zo groot als die van SolaRoad. De panelen worden met kunststof strips onderling gekoppeld. De glasplaten zijn aan de bovenkant stroef gemaakt door er een geometrisch patrooon op te etsen. Het verlies aan lichtinval dat dat onvermijdelijk met zich meebrengt wordt weer goed gemaakt doordat licht aan de onderkant ook wordt teruggekaatst op de zonnecellen door die geëtste vlakken.

Concurrerende initiatieven tonen aan dat het idee achter de zonneweg klopt

Innovatiemanager Paul Rutte van de provincie Noord-Holland, een van de drijvende krachten achter SolaRoad, ziet in de concurrerende initiatieven het bewijs dat de gedachte achter de zonneweg klopt. Hij weet dat er sinds kort ook een Duitse speler op de markt is, Solmove.

Van Stratum van Strukton is het met hem eens: “Het wordt ook makkelijker voor opdrachtgevers om experimenten aan te gaan en grotere oppervlakten neer te leggen. Ze hoeven hun bestekken niet langer op één product te schrijven omdat dat het enige is dat bestaat. Het initatief van Wattway heeft SolaRoad volgens het alleen maar in de kaart gespeeld en de aarzeling bij andere opdrachtgevers weggenomen. Zijn collega bij het toenmalige Ooms Civiel, tegenwoordig een Strukton-dochter was al vanaf het begin betrokken bij het zonnefietspad, samen met TNO, de provincie en Dynniq.

Van Stratum was toen nog wat sceptisch, geeft hij toe. “Is het niet vragen om moeilijkheden om mensen over zonnepanelen te laten fietsen of zelfs autorijden? Wat houd je nog over aan rendement?” Die twijfels werden door de eerste  meetresultaten en ervaringen in Krommenie al grotendeels weggenomen. Maar wat hem echt overtuigde was toen een delegatie uit Californië zich in Maarssen meldde om poolshoogte te nemen in zijn betonfabriek. “Zijn jullie gek geworden?” Dacht hij aanvankelijk nog. “In Californië schijnt immers 14 uur per dag de zon. Leg een paar zonnefarms aan en je beschikt zonder problemen het hele jaar door over zonnestroom.”

Maar ook daar bleken de bestuurders te worstelen met ruimte en met natuur- en agrarische organisaties die bezwaren aantekenden tegen uitgestrekte velden vol zonnepanelen. Het was de mogelijkheid van dubbel grondgebruik die de Californische delegatie zo enthousiast maakte over de Nederlandse zonneweg. En dat opende definitief de ogen van de Strukton-directeur. “Veel mensen zijn niet erg gecharmeerd van die zonneweiden. Het ziet er vaak ook niet uit natuurlijk en doet een onnodig beslag op schaarse ruimte. Als je al die oppervlakte aan wegen dat er toch al ligt kunt inzetten om energie te winnen, is dat natuurlijk fantastisch. Het rendementsverlies door verkeer dat er overheen rijdt speelt vooral tijdens de spitsuren. De rest van de dag is de stroomopbrengst heel behoorlijk.  Het is nu een kwestie van meer ervaring opdoen in proefprojecten en opschalen. Als we de elementen echt in massa kunnen produceren moet de prijs flink omlaag kunnen en moet een renderende technologie ontstaan.”

Reageer op dit artikel