nieuws

Bij Google-maps kunnen ze Van Oord al 150 jaar niet bijhouden

infra Premium 6131

Bij Google-maps kunnen ze Van Oord al 150 jaar niet bijhouden
2018-12-14 14:41:35 ROTTERDAM - Koningin Maxima doopt de nieuwe sleephopperzuiger van Van Oord in Rotterdam. De doop van de Vox Amalia, vernoemd naar de oudste dochter van koningin Maxima en koning Willem-Alexander, staat in het teken van het 150-jarig bestaan van het baggerbedrijf. Rechts CEO Pieter van Oord. ANP ROYAL IMAGES PATRICK VAN KATWIJK *NETHERLANDS ONLY*

Palmeilanden, Maasvlaktes en Suezkanalen. Van Oord drukt al 150 jaar zo sterk haar stempel op de wereld, dat Google maps het amper kan bijhouden. Dat verandert volgens ceo Pieter van Oord niet  nu de winddivisie steeds belangrijker wordt. “Want dat energie-eiland op de Noordzee komt er sneller dan iedereen denkt.”

Hij mag zich sinds kort koninklijk baggeraar noemen. Honderdvijftig jaar nadat overgrootvader Govert van Oord zich zelfstandig vestigde als griendwerker omdat zijn toenmalige baas hem ook op zondag wilde laten werken. Dat wilde de gelovige baggeraar niet.

Het hele jaar 2018  vierde achterkleinzoon Pieter van Oord met familie en andere aandeelhouders het lustrum uitbundig. Eind november kregen ze het felbegeerde predicaat koninklijk. Als klap op de vuurpijl doopte koningin Maxima vorige week  de nieuwste sleephopperzuiger.

Baggeraar beschouwen we als een geuzentitel

Hij neemt zich voor niet naast zijn schoenen te gaan lopen. “Het predicaat koninklijk vervult me natuurlijk met trots”, vertelt Pieter van Oord in zijn werkkamer met uitzicht op de Nieuwe Maas en de Brienenoordbrug. “Het is een enorme eer.  Maar we zullen onze wortels er niet door verloochenen. Daar zorgen de bijna honderd familieleden die mede-aandeelhouder zijn wel voor. Wij beschouwen baggeraar als een geuzentitel.”

Pieter van Oord ,  Foto: Guido Benschop

Volgens de CEO gaapt er niet alleen een kloof tussen de wereldwijd actieve speler nu en het bedrijf kort na de oprichting in 1868 door overgrootvader Govert van Oord. Het verschil met 25 jaar terug is ook immens. “Dat zit hem in niet alleen in aantal medewerkers, de omvang van de vloot, maar ook in kennis, cultuur en de opkomst van een compleet nieuwe activiteit: off-shore wind. ”

Vorig jaar had de winddivisie al de olie-en gasactiviteiten van Van Oord overvleugeld en was met ruim 400 miljoen euro verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de omzet. Dit jaar is het aandeel verder gestegen tot zo’n 40 %. Pieter van Oord sluit niet uit, dat de winddivisie in een aantal jaren de grootste is. “Die potentie heeft het wel. Nadat offshore-wind in Europa een vlucht heeft genomen komen de markten in Azië en Amerika los. Wij hebben de ambitie , mensen en mogelijkheden om daar een rol te spelen. We worden niet zenuwachtig als iemand ons vraagt snel een organisatie op te tuigen in Taiwan of  ergens anders.  Dat hebben we vaker gedaan.”

We waren net te vroeg met de Jumping Jack

Toen de firma de eerste schreden zette op de Offshore-windmarkt zat Pieter van Oord zelf in Dubai. Daar gaf hij leiding aan projecten als het opspuiten van de Palmeilanden en the World. Neef Koos van Oord die toen nog aan de touwtjes trok, ging een joint venture aan met Mammoet en bouwde een platform, de Jumping Jack, waarmee het mogelijk was efficiënt windmolens op zee te plaatsen. Zo’n vaartuig bestond nog niet. Maar de verwachtte markt bleef uit. “We waren te vroeg,” blikt hij terug. “En dus verkochten we de Jumping Jack in 2007 en ontbonden de samenwerking. Natuurlijk heb ik vanuit Dubai telefoontjes gepleegd met de familie of het een verstandig besluit was of niet. Maar die vinden bij elke investering of desinvestering plaats.  Op dat moment was dat de juiste beslissing.”

Hij was nog niet terug in Nederland, zat net in de Raad van Bestuur, of de zaak kantelde totaal.  In 2009 besloot het bedrijf opnieuw in windenergie te stappen. Ditmaal niet alleen als onderaannemer, maar als EPC-aannemer. Die doet risicodragend mee vanaf de initiatieffase tot en met de exploitatiefase. Dat leidde tot de bouw van een nieuw installatieschip, De Aeolus, kabellegger Nexus en nog een handvol gespecialiseerde schepen. De markt kwam los in het Britse deel van de Noordzee en verplaatste zich daarna naar Nederland en Duitsland.  Gaandeweg werden er  ander bedrijven overgenomen. Inmiddels lijkt er geen houden meer aan.

“Ik moet nog zien dat het goedkomt met dat eerste offshore windpark dat zonder subsidie wordt gebouwd”

Het feit dat dit jaar het eerste windpark eerste windpark zonder subsidie is gegund, Zuidholland-Zuid, wil volgens Van Oord niet zeggen dat de overheid zich nu kan terugtrekken. “Het is nog maar het eerste park en het is nog afwachten hoe het uitpakt voor exploitant Vattenfall. Wil er echt een solide sector ontstaan dan moet de overheid in mijn beleving een soort bodemprijs garanderen zoals in de UK. De prijsvorming van elektriciteit is zo sterk afhankelijk van politieke factoren als de CO2 belasting, dat je niet kunt zeggen tegen private partijen: zoek het maar uit. De overheid zal ook de verdere elektrificatie van de maatschappij moeten stimuleren. En ze moeten de parken blijven aansluiten met stopcontacten op zee. Dat kun je allemaal niet aan marktpartijen overlaten. Bij het minste of geringste haken die af.”

Installatieschip de Aeolus werd dit jaar aangepast voor het plaatsen van de nieuwste generatie offshore windturbines

Al pratend is hij mijlenver verwijderd geraakt van die griendhandelaar uit 1868 die onder andere zinkstukken leverde voor de pijlers van de Moerdijkbrug, destijds de grootste brug van Europa. Je zou bijna vergeten dat Van Oord nog steeds in de eerste plaats een baggerbedrijf is. Een bedrijf dat palmeilanden en Maasvlaktes opspuit, havens aanlegt en Suez-kanalen graaft.

“Zo ver van elkaar liggen die twee activiteiten uiteindelijk ook weer niet,” benadrukt de CEO. “Voor die nieuwe winddivisie wordt er in de toekomst wellicht een kunstmatig eiland aangelegd in de Noordzee. Sneller dan we dachten toen we met onder andere Shell en Tennet dat visioen lanceerden voor een energie-eiland op de Doggersbank als knooppunt voor  hoogspanningsverbindingen. Voor windpark IJmuiden-ver dat al rond 2025 tot ontwikkeling komt wordt nu ook al gedacht aan een klein eilandje voor het substation en als werkhaven. Als ik één ding geleerd heb afgelopen jaren: geen enkel scenario op het gebied van windenergie is uitgekomen. Ze bleken allemaal te conservatief. Het ging allemaal veel sneller. Misschien denken we met zijn allen wel te lineair. Moeten we meer exponentieel leren denken.”

“Een familiebedrijf vergadert echt niet minder met de aandeelhouders dan een beursgenoteerde onderneming.”

Wat in die stormachtige 150 jaar altijd constant bleef was de betrokkenheid van de familie.  Die heeft via holding Merweoord een stevig meerderheidsbelang van 78,5%.  Al wil dat volgens de CEO niet zeggen dat iedereen het ook altijd eens is met de koers die de Raad van Bestuur uitstippelt. “Vergis je niet. Het is lang niet altijd makkelijk al die familieleden op één lijn te krijgen.  Daar ben ik veel tijd aan kwijt. Zoals een bestuurder van een beursgenoteerde onderneming geregeld langs zijn grote aandeelhouders moet, ga ik langs bij MerweOord.  Als ik voorstel een installatieschip voor windmolens te bouwen ter waarde van 200 miljoen euro en ze zien dat niet zitten, dan heb ik een levensgroot probleem.”

Tot nu toe kwamen ze er altijd uit. Dat de familie inmiddels al vijf generaties lang  intensief betrokken is bij het bedrijf wijdt hij aan het fenomeen rentmeesterschap. “De familie is sterk begaan met het bedrijf en wil het overdragen aan de volgende generatie. Dat zit diep in ons DNA verankerd.”

Goed rentmeesterschap in het DNA

Vanuit eenzelfde rentmeester-filosofie, die terugvoert op de gereformeerde wortels van overgrootvader Govert, proberen de Van Oords  het stempel dat ze op de aarde drukken beperkt te houden. Met hun palmeilanden, vliegvelden in zee en maasvlaktes staan ze te boek als ‘de google maps changers’, maar dat willen ze graag op een nette verantwoore manier doen.  Dus: zoeken naar zachte oplossingen door te bouwen met de natuur, zoals bij de Zandmotor. Zo hopen ze op meer plekken op aarde gebieden te beschermen tegen zeespiegelreizing en klimaatverandering.  En ze proberen de invloed van hun activiteiten te beperken door koraal te transplanteren of koraallarven uit te zetten.

“En nu doorpakken Pieter”, sprak de VN topdiplomate op het verjaardagsfeestje. “Breek helemaal met olie en gas.”

Dezelfde betrokkenheid leidde er toe om Christiane Figueres uit te nodigen voor het jubileumsymposium eind november in de Laurenskerk. De VN-topdiplomate speelde een sleutelrol bij de totstandkoming van het klimaatakkoord van Parijs.  Na een betoog over de bedreigingen van klimaatverandering en de rol die een familiebedrijf daar in kan spelen, beter dan een beursgenoteerde onderneming, had ze nog een venijnige verrassing voor haar gastheer. Ze riep op door te pakken en alle acitiviteiten voor de olie- en gasindustrie te staken.

Maar tot zo’n toezegging liet Van Oord zich niet verleiden. Een maand later is hij niet van gedachten veranderd. “De energietransitie is noodzakelijk en lijkt nu eindelijk op stoom te komen, maar ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat we de komende 30 tot 40 jaar nog niet zonder fossiele brandstoffen kunnen. Ook wij als bedrijf niet. Gas is in mijn ogen een transitiebrandstof. De schoonste van alle fossiele brandstoffen. Daarom investeren we nu ook in schepen die worden aangedreven op LNG zoals recent de Vox Amalia. Op termijn zullen we heus elektrisch gaan varen. Maar dat kan nu nog niet eens.”

Als de overheid nu niet doorpakt haken bedrijven ook weer af met de energietransitie

Bovendien, kaatst hij de bal terug: politici en de overheid moeten hun rol blijven spelen. Die moeten de markt blijven aansporen en de randvoorwaarden scheppen voor een succesvolle energietransitie. Als overheden nu niet doorpakken, haken bedrijven ook weer af.  Dan worden we weer decennia teruggeworpen in de ontwikkeling.”

 

Na zijn studie economie van de VU in Amsterdam trad Pieter van Oord (57) bewust niet meteen in dienst bij het familiebedrijf. Bij Van Ommeren vervulde hij functies in de logistiek. Onder andere als commercieel manager in Chicago. Eenmaal in dienst van het familiebedrijf werkte hij aanvankelijk vooral in het buitenland: onder andere in Londen en Dubai. In 2007 trad hij toe tot de raad van bestuur. Een jaar later nam hij het stokje over als CEO van neef Koos van Oord.
Reageer op dit artikel