nieuws

Taatspennen versleten: Spoedreparatie van Hollestelle aan Volkeraksluizen

infra Premium 1090

Taatspennen versleten: Spoedreparatie van Hollestelle aan Volkeraksluizen

De taatspennen in de Oostkolk van de Volkeraksluizen zijn versleten. Koninklijke Hollestelle uit Goes is donderdag begonnen met de spoedreparatie aan de drukstbevaren sluis van Europa.

Tot eind deze maand kan de hoge vaart vanaf 13,90 m boven NAP geen gebruik maken van de Volkeraksluizen. De overige twee kolken en de jachtensluis blijven overigens wel beschikbaar. De sluizen scheiden het Haringvliet van de Oosterschelde en jaarlijks passeren 150.000 vrachtschepen.

Sluisdeur draait op taatspennen

De herstelwerkzaamheden aan de taatsen zijn zowel complex als omvangrijk. De constructiespecialist Hollestelle voert de klus uit als onderdeel van het lopende contract voor variabel onderhoud, bevestigt Rijkswaterstaat. De maatregelen worden uitgevoerd in een speciaal op maat gemaakte droogzetkuip, waarmee het werk veilig en goed kan worden uitgevoerd. De sluisdeur draait op de taatspennen.

Tijdens werkzaamheden aan de Volkeraksluizen eind vorig jaar is gebleken dat door slijtage de taatspennen van sluishoofd C van de oostkolk niet meer voldoen. Om verdere schade aan de taatspennen te voorkomen, heeft Rijkswaterstaat hoofd C buiten gebruik gesteld. Sindsdien wordt met een halve oostkolk geschut.

Met pasen weer klaar

Om zo snel mogelijk weer de gehele sluiskolk ter beschikking te hebben, is vanaf 8 maart  gestart met de herstelwerkzaamheden. De oostkolk is dan volledig gestremd. Als de klus volgens planning verloopt, kan tijdens het paasweekend ook de hoge beroepsvaart en jachten met staande masten de Volkeraksluizen weer passeren.

Plannen voor vierde kolk

Het complex bestaat uit 3 grote sluizen en kolken voor de beroepsvaart: elk 330 bij 24 m en een jachtensluis van 135 bij 16 m voor pleziervaart, met een vaste brug. In totaal zijn er 48 sluisdeuren. Er zijn al plannen voor een vierde schutkolk, daarvoor staat ruim 150 miljoen euro opzij.

Reageer op dit artikel