nieuws

Project stuwen in de Maas: co-creatie voor slimmere vervanging

infra 1946

Project stuwen in de Maas: co-creatie voor slimmere vervanging

Veel stuwen, sluizen en gemalen -natte kunstwerken genoemd- zijn oud. Ze moeten vervangen of gerenoveerd worden. Hoe ontwikkelen we nieuwe objecten die pak ‘m beet honderd jaar mee gaan en slim genoeg zijn gemaakt om alle maatschappelijke, klimatologische en technologische veranderingen te doorstaan? Dit vraagstuk is te complex voor Rijkswaterstaat. Co-creatie sessies in De Bouwcampus brachten uitkomst. “Dit is een open space om ideeën te pitchen.”

De Maas komt bij Eijsden ons land binnen. Dat is niks nieuws. Om de rivier geschikt te maken voor scheepvaart, houdt Rijkswaterstaat het waterpeil kunstmatig hoog met stuwen. Ook dat is gesneden koek. Al aan het begin van de vorige eeuw zijn de stuwen (en bijbehorende sluizen) aangelegd om de rivier bevaarbaar te maken voor schepen tot 2.000 ton laadvermogen, onder meer om kolen te vervoeren naar de Randstad.

Maar liefst zeven stuwen moesten er worden gebouwd. De eerste vinden we in Borgharen, de volgende in Linne, daarna Roermond, Belfeld, Sambeek, Grave en Lith. De vakspecialisten kunnen het rijtje dromen.

Nu zit de sleet er toch echt goed in. De stuwen en sluizen in de Maas piepen en kraken van vermoeidheid.

Zeven architectonische pareltjes, die al een eeuw trouw hun werk doen. Na de aanleg verschoof de aandacht naar onderhoud en beheer. Ook dat ging vele tientallen jaren prima. Maar nu zit de sleet er toch echt goed op. De stuwen en sluizen in de Maas piepen en kraken van vermoeidheid en lopen op hun laatste benen. De vraag is nu of er betere alternatieven zijn dan 1-op-1 vervangen (met dezelfde functionaliteit en op dezelfde plek).

De stuw in de Maas bij Lith (beeldbank RWS)

‘De stuwen in de Maas behoren tot de oudste van ons land. Het zijn kapitaalintensieve constructies, die vervang je niet zomaar.’

Een tough cookie voor Rijkswaterstaat. “De stuwen in de Maas behoren tot de oudste van ons land. Het zijn kapitaalintensieve constructies, die vervang je niet zomaar”, aldus topadviseur Maarten van der Vlist.

“En de komende decennia moeten er ook in de rest van Nederland tientallen stuwen en sluizen vervangen worden. Daar zijn miljarden mee gemoeid, daar moeten we heel goed over nadenken. Dit is een nieuw type opgave en wij hebben de wijsheid niet in pacht. We zouden te snel kunnen beslissen tot iets vergelijkbaars, terwijl de samenleving verandert. Met co-creatie laten we meer specialisten meedenken en komen we tot betere oplossingen.”

‘De waterwerken worden veel zwaarder belast dan toen ze destijds gebouwd zijn, en ook anders gebruikt dan honderd jaar geleden.’

Veroudering van grote waterwerken is een probleem in de hele westerse wereld, stelt Hessel Voortman, voor Arcadis betrokken bij een aantal aanbestedingen.

“We zien het in de VS, in Frankrijk, Duitsland en België, en dus ook in Nederland. De waterwerken worden veel zwaarder belast dan toen ze destijds gebouwd zijn, en ook anders gebruikt dan honderd jaar geleden. We hebben grotere schepen, met grotere schroefvermogens. In bewegende delen van stuwen en sluizen zien we steeds meer vermoeiingsschade optreden.”

Rijkswaterstaat beheert zo’n 280 grotere natte kunstwerken in Nederland, waarvan een flink deel voor 2040 vervangen moet zijn.

Slijtage is natuurlijk niet zo gek na 99 jaar. Al in 1918 werd een aanvang gemaakt met de bouw van de eerste stuw, in Linne. Die was zeven jaar later klaar. Op 20 oktober 1925 werd de stuw door koningin Wilhelmina geopend. Ongeveer tegelijkertijd werd ook de stuw in Grave voltooid. Daarna volgden de anderen. In 1929 was het hele Maaskanalisatieproject klaar. Inmiddels zijn de stuwen 88 jaar beheerd en onderhouden.

Rijkswaterstaat beheert zo’n 280 grotere natte kunstwerken in Nederland, waarvan een flink deel voor 2040 vervangen moet zijn. Hoe gaan we dat aanpakken? De samenleving verandert, het klimaat verandert en de technologie ontwikkelt zich in een moordend tempo. Je nu vastpinnen op een ontwerp dat een eeuw mee moet, dat is nogal wat. Welke functie moet de stuw over 20 jaar invullen? En over 50 jaar? Dat is lastig te voorspellen.

De stuw in de Maas bij Borgharen (beeldbank RWS)

Nederland kent specialisten genoeg op dit gebied. Meestal zijn ze allemaal zelf het wiel aan het uitvinden in hun eigen laboratorium, maar als zij nou eens zouden samenkomen?

Gelukkig hebben we in Nederland specialisten genoeg op dit gebied. Meestal zijn ze allemaal zelf het wiel aan het uitvinden in hun eigen laboratorium (zo gaat dat met knappe koppen) maar als zij nou eens zouden samenkomen en vrijuit zouden filosoferen over kansen en mogelijkheden? Door kennis uit te wisselen wordt het geheel meer dan de som der delen.

‘Als je een aannemer om een stuw vraagt, krijg je een stuw. Niets meer en niets minder. Maar willen we een stuw?’

In De Bouwcampus in Delft gebeurt dat. Het is een ontmoetingsplaats om innovatieve oplossingen te creëren voor maatschappelijke vraagstukken op het gebied van wonen, werken en leven. Het project Grip op de Maas is een van die vraagstukken. Directeur Majorie Jans van De Bouwcampus: “Hoe gaan we die stuwen en sluizen vervangen? Dat is echt een wicked problem. Als je een aannemer om een stuw vraagt, krijg je een stuw. Niets meer en niets minder. Maar willen we een stuw? En zo ja wat voor een? En waar? In De Bouwcampus kijken we over grenzen en vakgebieden heen. Het kan duurzamer, multifunctioneler, flexibeler en toekomstbestendiger.”

‘Doordat de stuwen in de Maas één systeem vormen, heeft deze vervangingsopgave een grote complexiteit.’

Grip op de Maas is ideaal geschikt als pilot om nu eens anders te denken. Van der Vlist: “Doordat de stuwen in de Maas één systeem vormen, heeft deze vervangingsopgave een grote complexiteit. Daarom is co-creatie heel geschikt. Je kunt het object, de hele serie en de relatie met het riviersysteem bestuderen.”

Jans: “Voor dit soort ingewikkelde vraagstukken is De Bouwcampus bedoeld. In een serie van vier bijeenkomsten zijn de deelnemers in ons co-creatielab met de vervangingsopgave aan de slag gegaan. De opbrengst van die bijeenkomsten zijn de perspectieven (zie kader, TV) die door een aantal multidisciplinaire teams zijn gemaakt. Ze geven een brede en andere kijk op de Maas als systeem.”

Stuw in de Maas bij Sambeek (beeldbank RWS)

Hoe kunnen we leren van elkaars expertise?

Co-creatie dus. Het past mooi in de huidige tijdgeest waarin nieuwe vormen van samenwerken worden getest. Op kantoor zijn scrum en agile populair en raken we steeds meer vertrouwd met brainstormen, design thinking en de vele rollen die we in een samenwerkingsverband kunnen aannemen. Ook productontwikkelaars en marktonderzoekers doen aan co-creatie. Zij betrekken hun klanten bij conceptvorming en de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. De insteek is altijd dezelfde: hoe kunnen we leren van elkaars expertise?

Meedoen was belangrijker dan winnen.

Om de sessies rond Grip op de Maas van de grond te krijgen werden er advertenties geplaatst, participanten gezocht en uitgenodigd en voorbereidingsgroepen opgezet. Deelnemers moesten hun aanmelding motiveren. Ze moesten ook een toelichting geven op wat hun bijdrage zou kunnen zijn. Meedoen was belangrijker dan winnen. Meedoen betekende ook: je committeren aan vier sessies.

Stuw in de Maas (beeldbank RWS)

‘Wij hebben erop aangedrongen dat ze hun rol als opdrachtnemer of opdrachtgever zoveel mogelijk loslieten.’

Adviseurs, aannemers, ingenieurs, (landschaps)architecten, financiers, toeleveranciers, juristen en kennisinstellingen sloten zich aan om op basis van gelijkwaardigheid hun ideeën te ventileren, los van projecten, los van programma’s en los van bedrijfsstrategieën.

Jans: “Het was heel spannend. Wie in de bv Nederland wil meedenken over de Maas? Het moest allemaal van de deelnemers komen. Zij moesten hun eigen sessies organiseren en voorbereiden. Wij deden niks, alleen faciliteren. Of ze voor werk kwamen? Ach, de een wil werk, de ander komt zijn verhaal doen. Het is brengen en halen. Wij hebben erop aangedrongen dat ze hun rol als opdrachtnemer of opdrachtgever zoveel mogelijk loslieten.”

‘Maar wacht even… samen met de concurrent aan tafel, is dat niet ongemakkelijk?’

Ook Arcadis liet zich nadrukkelijk zien tijdens de bijeenkomsten. Hessel Voortman: “Om breed van gedachten te wisselen en om onze eigen ideeën over het vervangen van natte kunstwerken in de etalage te zetten.” Voortman noemt De Bouwcampus “een open space waarin iedereen ideeën kon pitchen”.

De vrijheid die hij ervaarde tijdens de sessies, is over het algemeen ver te zoeken in een aanbesteding. Maar wacht even…  samen met de concurrent aan tafel, is dat niet ongemakkelijk?

Voortman: “Die vraag wordt me vaker gesteld maar eigenlijk werk ik in de praktijk juist heel vaak in wisselende combinaties met meerdere partijen. Het vormde geen enkele belemmering. Je hebt elkaar nodig. Co-creatie is prima om te komen tot een genuanceerder en beter startpunt voor een aanbesteding.”

‘Als we de stuwen één voor één zouden gaan vervangen, zijn we over 40 jaar klaar. Per stuw hebben we het dan misschien goed gedaan maar op systeemniveau hebben we mogelijk de plank misgeslagen.’

Voortman benadrukt dat het belangrijk was de Maas te zien als één systeem: “Dan kun je grote stappen maken. Als we de stuwen één voor één zouden gaan vervangen, zijn we over 40 jaar klaar. Per stuw hebben we het dan misschien goed gedaan maar op systeemniveau hebben we mogelijk de plank misgeslagen. Het is veel zinniger om te kijken wat de functie van de Maas moet zijn. Misschien blijken er maar vijf stuwen nodig. Of helemaal geen. Misschien kunnen we de rivier anders indelen. Misschien kunnen we de schepen ergens anders laten varen. Voor zulke ideeën waren deze verkenningen prima.”

Stuw in de Maas bij Grave (beeldbank RWS)

‘Vragen om gratis advies is contra-productief. Het werkt wrevel en vrijblijvendheid in de hand.’

Waar Voortman wel kritiek op had, was dat het allemaal gratis moest: “Vragen om gratis advies is contra-productief. Het werkt wrevel en vrijblijvendheid in de hand. Als zo’n bijeenkomst niet in de agenda past, laten mensen het al snel schieten. Maar daarvoor zijn deze vraagstukken te belangrijk.”

‘Voor de deelnemers zit er ook winst in om elkaar te ontmoeten en kennis uit te wisselen over relevante problematiek.’

Rijkswaterstaat heeft inmiddels aangegeven te werken aan een oplossing rondom het ‘probleem’ van gratis advies, waarover geklaagd werd. Over de opbrengst van de sessies horen we de deelnemende partijen overigens niet klagen.

Van der Vlist: “We hebben de problematiek op tafel gelegd, de experts uitgedaagd en nieuwe mogelijkheden uitgewerkt, van aardig idee tot prototype. Dat opent nieuwe denkrichtingen. We krijgen inzicht in nieuwe ideeën en onverwachte verbindingen. Ons palet wordt groter. Dat beschouw ik als pure winst. En wat de kritiek betreft: voor de deelnemers zit er ook winst in om elkaar te ontmoeten en kennis uit te wisselen over relevante problematiek.”

Stuw in de Maas bij Roermond. (beeldbank RWS).

‘Vernieuwen kan alleen als er “hoge doelen” worden gesteld’.

Al met al: voor herhaling vatbaar. Volgens Jans zitten we in de greep van de Aanbestedingswet, die innovaties tegenhoudt. Innovatief zijn binnen de mogelijkheden van de wet is volgens Jans hard nodig. Vernieuwen kan volgens haar alleen als er “hoge doelen” worden gesteld. Dan gaan marktpartijen vanzelf “iets heel slims” verzinnen.

‘We merken dat bij grote aanbestedingen de discussie vaak beperkt blijft tot vastomlijnde oplossingsrichtingen’.

Het laatste woord is aan Maarten van der Vlist: “We merken dat bij grote aanbestedingen de discussie vaak beperkt blijft tot vastomlijnde oplossingsrichtingen. Dat wilden we nu juist niet want dan gaan we bouwen wat we al hebben, de bekende weg. We willen het spel nu eens niet op de oude manier spelen. Het gaat over het veranderen van de business. Natuurlijk willen de experts werk. Ze komen iets brengen en iets halen. Maar het gaat er vooral ook om voor de bv Nederland goede stappen te zetten. Daarvoor is hun inbreng cruciaal.”
——————————————————————————-

Schaalsprong met co-creatie

Leent iedere vervangingsopgave zich voor co-creatie? Volgens Majorie Jans van De Bouwcampus wel als een project “opschaalbaar” is en er meerdere opdrachtgevers zijn die met hetzelfde probleem worstelen. Ze kunnen samen naar het hele systeem kijken. Op het gebied van grote maatschappelijke vraagstukken kunnen ze een schaalsprong en een kwaliteitssprong maken.

Bij grote projecten kan gedacht worden aan waterwerken, gezonde schoolgebouwen, vernieuwing van het rioleringnet of duurzamere woningbouw.

Jans: “Als we alle projecten één voor één gaan benaderen, zijn we over 300 jaar nog steeds bezig. Met co-creatie kijken we systematisch naar de hele voorraad. Het leidt niet direct tot een concrete uitvoering maar tot betere input voor de uitvraag, nieuwe vormen van samenwerken en versnelling van innovatie.”


Wilde ideeën over de Maas

De sessies in De Bouwcampus leverden nieuwe perspectieven op. Een kleine selectie:

Stuwen als ontmoetingsplekken
De stuwen zijn intrigerende kunstwerken, die op een functionele manier de dynamiek van het water representeren. Geweldig om te ontdekken voor het grote publiek. Mooie droom maar… in de praktijk zijn stuwen niet te betreden (verboden toegang) en vaak alleen bereikbaar via een modderig karrespoor. Dit kan beter! Natte kunstwerken worden spectaculaire blikvangers in het landschap, inclusief opleidingscentrum, een speelplek voor kinderen en een terras voor koffie met gebak.

Grote ingreep? Groot verhaal!
Een grote ingreep heeft een groot verhaal nodig, vond een van de werkgroepen. Wat dat betreft biedt de Maas genoeg stof: verhalen over water, verhalen over koningin Wilhelmina, verhalen over techniek en over geschiedenis kunnen onderliggende waarden en inzichten versterken. Dat geeft een goed fundament en draagkracht onder de burgers voor de grote ingreep.

De Maas als zoetwaterbekken
Het vervangen van de stuwen in de Maas is misschien helemaal niet nodig. Maak twee complementaire watersystemen (van Maastricht tot de Randstad). Enerzijds de Maas en haar vallei als zoetwaterbekken, anderzijds de omliggende kanalen voor de beroepsbinnenvaart. Dit zal leiden tot een betere afstemming van de waterhuishouding op de klimaatscenario’s.

Energieopslag en aquafarming
Energie uit zon en wind is normaal. Waarom niet ook uit water? We staan aan het begin van een nieuwe industriële revolutie. Iedereen gaat zelf groene energie produceren en delen in smart grids. Deze energietransitie is de basis voor een nieuwe mondiale duurzame economie en de Maas gaat mee in de vaart der volkeren, met energieopslag, aquafarming en koelte uit diepe wateren.

Een pdf met de oplossingen staat hier

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels