nieuws

Hoogleraar: systeemfouten gww-sector onopgelost

infra 5558

Hoogleraar: systeemfouten gww-sector onopgelost

De bouwsector groeit al elf kwartalen op rij en raakt zelfs al weer oververhit. Nieuwe woningen gaan als warme broodjes over de toonbank, maar bij de grond-, weg- en waterbouw blijft het stil, oorverdovend stil. ‘‘Geen wonder’’, meent aanbestedingsexpert André Dorée. ‘‘De systeemfouten in de sector zijn nog altijd onopgelost.”

De crisis is voorbij. Het tij is gekeerd voor de bouw. Dat mag dan goed nieuws zijn voor de sector, het brengt ook risico’s met zich mee. Voor je het weet gaat de bouwbranche ‘weer over tot de orde van de dag’ – en verandert er niets. En dat is niet goed, zegt André Dorée. “Tot een systeemverandering met stabiel goede winstcijfers komt het zo nooit”, voorspelt de hoogleraar aan de Universiteit Twente, die promoveerde op het fenomeen aanbesteden.

Houtje-touwtje aannemer

Niet voor niets is een van zijn gevleugelde uitspraken: ‘‘De bouw is cyclisch en daarom heeft de ‘houtje-touwtje-aannemer’ – hij die losbandig van het ene project naar het andere project hobbelt – de beste overlevingskansen in crisistijd.”

Dorée waarschuwt. Aanleiding? De cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) recentelijk publiceerde over de economie en waaruit blijkt dat de grond-, weg- en waterbouw nog lang niet boven Jan is.

Overheid kijkt makkelijk weg

Dat komt, meent Dorée, door structuurfouten. Nu het wat beter gaat, vallen die misschien minder op, maar ze zijn duidelijk aanwijsbaar, meent hij. Vooral het deel van de bouw dat afhankelijk is van overheidsaanbestedingen blijft kwetsbaar.

René van den Burg Fotografie

Dorée ziet de Bouwagenda van Wientjes als een opvallend initiatief om de sector te stimuleren, maar plaatst kanttekeningen bij de impact. De beoogde kwaliteitssprong met de spectaculaire productiviteitsgroei is nog ver weg.

Bouwagenda is niet zomaar kwaliteit

“De Bouwagenda gaat uit van brede investeringsprogramma’s en verwacht dat uit de schaalsprong een kwaliteitssprong volgt. Terwijl de sector op dit moment al kampt met knelpunten door de autonome groei. Nu inzetten op meer bouwvolume zal die problemen vergroten. Een snelle toestroom van projecten zal worden opgevangen met een houtje-touwtje-aanpak zonder structuurwijzigingen. Innovatie en kwaliteit zullen niet spontaan volgen zolang de verantwoording bij de markt ligt”, waarschuwt Dorée.

Wrange vruchten

Hij wil niet te zuur overkomen en is voorzichtig om zich aan politieke uitspraken te wagen, maar hij vindt wel dat de overheid te makkelijk wegkijkt.

“De sector plukt de wrange vruchten van jarenlang snoeien in middelen voor opleiding en ontwikkeling. Bedrijven zouden zelf de verantwoordelijkheid voor scholing op zich nemen. Dat is een systematische denkfout, want in een cyclische markt domineert de kortetermijnprobleemoplossing en in crisisjaren worden alle ‘onnodige’ kosten wegbezuinigd om te overleven.

Het was niet voor niets dat in het verleden onderwijs en ontwikkeling collectief was geregeld. Dat was uit ervaring gegroeid en niet zonder reden. Gaan de bedrijven dat regelen nu het beter gaat? Nee. Nu er financieel meer ruimte voor is, hebben ze daar geen aandacht voor: te druk met nieuwe projecten. Alle hens aan dek. Productie gaat voor, inclusief de onderlinge strijd om de schaarse mensen”, schetst Dorée het toekomstbeeld.

 

Instroom en vergrijzing

Volgens de hoogleraar staan bouwondernemers te springen om jong talent dat BIM, SE en risicomanagement onder de knie heeft. Tegelijk is het hard nodig om de vergrijzende sector bij de tijd te houden en instroom te stimuleren. “Vanuit 4TU Bouw hameren we daarom vooral op nu investeren in onderwijs en in de human capital-agenda.”

De zeer beperkte macht van gww-aannemers zorgt voor permanente druk op de winstmarges. Dorée: “De onderhandelingsmacht is het grootst daar waar de keten de minste spelers heeft. Dat kan zijn bij klanten, toeleveranciers, gespecialiseerde onderaannemers en nu zelfs dus ook bij zzp-vaklieden. De tragiek voor veel individuele bouwers is dat zij zelden een sterke positie veroveren binnen de keten, waardoor winstmarges in de aannemerij permanent onder druk staan en zullen blijven staan.”

Geen vetpot

Dat deze stelling hout snijdt blijkt ook als de jaarverslagen van de top 10 grootste bouwers op een rij worden gezet. In 2016 behaalden zij bijna 25 miljard euro omzet en maakten daarop 389 miljoen euro winst. Nog echt geen vetpot. De cijfers zijn rooskleurig ten opzichte van de periode 2010-2015, waarbij deze zelfde tien bouwers 100 miljard omzet behaalden, maar een verlies moesten nemen van 185 miljoen euro. Aannemers hebben nog steeds last van afschrijvingen op probleemprojecten, met name in de gww. De A15 MaVa was het dieptepunt, maar ook bij de A2 Maastricht, het aquaduct in Leeuwarden en de Gaasperdammertunnel zijn miljoenenverliezen te melden. Die moeten deels worden weggestreept tegen positieve cijfers bij projectontwikkeling en nieuwbouw, waar heel andere marges lonken.

Waarom de bouw niet innovatief is

Waarom de bouw niet innovatief is

BAM is dan ook blij met de 40 miljoen winst op ruim 3 miljard omzet, Heijmans boekt voor het eerst in zes jaar een winst van 20 miljoen op een omzet van 646 miljoen. Het CBS schrijft juichend over het elfde kwartaal van stijgende bouwcijfers en mooie prognoses. Het seizoen van halfjaarcijfers is een feestje van zwarte cijfers met goede winstperspectieven en gevulde orderportefeuilles. Maar er doemen alweer nieuwe problemen op: Goed personeel is schaars en onderaannemers durven steeds hogere tarieven te vragen. Bij scholen en op het spoor kampen opdrachtgevers al met fors hogere inschrijfprijzen en te lage budgetten.

De gww-sector steekt fundamenteel anders in elkaar dan andere deelsectoren. De omzet per project is hoog, maar dat geldt vaak ook voor het bijbehorende risico. De bijna onvermijdelijke spelregels van het aanbesteden zorgen voor competitie, hoge tenderkosten en lage inschrijfprijzen. Tegenvallers tijdens de uitvoering zijn bijna onvermijdelijk, waardoor de marges bitter laag blijven. Dat is in een notendop het basisprobleem, waarvoor geen structurele oplossing bestaat. Dorée: “De overheid besteedt per project aan. De bedrijven hebben daarom een sterke focus op projecten. De systeemeffecten, als het cyclische en de kortetermijngerichtheid in de bedrijfstak, worden door overheid te gemakkelijk afgedaan als probleem van de marktpartijen binnen de sector. Door dit wegkijken doet de overheid zichzelf en de belastingbetaler tekort.”

Droge boterham

De gemiddelde gww-aannemer is vooralsnog blij met een droge boterham, blijkt ook uit de praktijk. Projectdirecteuren ergeren zich vaak aan opdrachtgevers die zeggen dat aannemers niet kunnen calculeren en risico’s altijd te laag inschatten. ‘Want, dat is vaak helemaal geen keus’, zeggen ze dan. ‘‘Wie met zekerheid calculeert, krijgt nooit een opdracht. Als je alle risico’s zou doorrekenen in de inschrijfprijs, weet je zeker dat iemand anders de klus pakt en dan is al het rekenwerk voor niets geweest.”

André Dorée van UTwente

Foto’s Doree: Toma Tudor

Het hoort bij de tragiek van het aanbesteden. En meer dan 80 procent van de gww-opdrachten verloopt via tenders van overheden. Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben jaarlijks miljarden te besteden. Het EIB becijferde dat de investeringen voor infra in de periode 2018-2021 zullen toenemen met ruim 10 procent tot 7,6 miljard euro. Daarna dalen de budgetten naar circa 6 miljard euro in 2030. Het instituut waarschuwt dat de beschikbare middelen voor de periode 2016-2030 achterblijven bij de opgaven.

Vechtgedrag

Zodra overheden beknibbelen op budgetten, heeft dat meteen zijn weerslag op de sector. Bij overcapaciteit ontstaat meteen een sfeer van vechtgedrag en verdringing met lage inschrijfprijzen. De crisis bracht een kaalslag op gang waarbij marktpartijen met de laagste vaste kosten de beste kans op overleven hadden.

Het is niet voor niets dat het aantal faillissementen onder gespecialiseerde aannemers het hoogste lag. De overheden hebben weer meer te besteden, maar de volumes zijn nog altijd niet op het niveau van voor de crisis. Uit de meest recente kwartaalmonitor van het CBS blijkt dat het investeringsvolume met 1 procent is gedaald. De hogere prijzen (+2,8 procent) maskeren die daling.

Leergeld

Is er dan geen enkele hoop voor de gww-sector? De hoogleraar verwacht dat als bouwers het werken met geïntegreerde contracten onder de knie krijgen, wel een goede boterham is te verdienen. “Bouwers leren nog wat het betekent te werken met UAV-gc.

Het leergeld en afschrijven op probleemprojecten kost de bedrijven nu nog het nodige geld. Over werk hoeven ze zich geen zorgen te maken. De projecten zullen blijven komen. De bouw is relatief regionaal, locatiegebonden en arbeidsintensief. Er is dus regionale capaciteit nodig. De geïntegreerde contracten zijn goed voor de ontwikkeling van de bedrijven, voor innovatie en technologie. Het versterkt hun positie in de keten.’’

Dorée besluit: “Toch valt niet te ontkomen aan de cyclische markt. Als de vraag stagneert ontstaat weer werkhonger, volgen de wanhoopsaanbiedingen, en dan is het cirkeltje weer rond. De kernvraag is hoe de sector die up’s en down’s het best kan opvangen. Het is funest om in een krimpfase alles af te breken om daarna in de groeifase weer helemaal opnieuw te beginnen omdat kennis en ‘human capital’ zijn vernietigd. Een mogelijkheid om die cyclus te doorbreken is dat nu in de Bouwagenda te regelen.”

 

Systeemfouten gww-sector

  • Aanbesteden nodigt uit tot laag inschrijven
  • Hoge tenderkosten en lage winkansen
  • Als de sector overvraagd is/wordt, mislukken de aanbestedingen
  • Grote projecten met grote risico’s
  • Bouwer is zwakke schakel in de keten
  • Te weinig aandacht voor innovatie en scholing

  

Belemmeringen voor bouwinnovaties

  • Weinig uitdagend en consistent overheidsbeleid
  • Starheid in toepassing van wet- en regelgeving
  • Beperkende aspecten van aanbestedingen
  • Moeilijk te internaliseren baten
  • Ontbreken van reputatiemechanismen
  • Beperkte opschalingsmogelijkheden
  • Risicomijdend gedrag
  • Gebrek aan ketensamenwerking
  • Beperkte kennisopbouw en kennisdeling

 

Oplossingen die innovatie stimuleren 

  • Hoog ambitieniveau van de overheid
  • Aanbesteden op kwaliteit
  • Realistische verdienmodellen voor innovatie
  • Past-performancesysteem
  • Programmatische aanpak
  •  Innovatiemanagement van opdrachtgever en –nemer
  • Onderzoek en kennisontwikkeling
  •  

Bron: EIB, Universiteit Twente

 

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels