nieuws

De eerste Lego-brug komt eraan

infra 3103

De eerste Lego-brug komt eraan

Als Nederland overstapt op het bouwen van herbruikbare bruggen, gaan de bouw- en onderhoudskosten met 7 tot 14 procent omlaag. Ook de verkeershinder neemt zienderogen af en de milieuvoordelen zijn evident, blijkt uit onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). De provincie Noord-Holland zet medio 2018 de eerste uitvraag voor een Lego-brug op de markt.

Heemstede krijgt de primeur. De allereerste Lego-brug van Nederland komt in plaats van de huidige Cruquiusbrug. Dat is althans het plan van de provincie Noord-Holland. De provincie liet een maatschappelijke kostenbaten-analyse doen door het Economisch Instituut voor de Bouw naar legolisering bij de bouw en het onderhoud van duizenden bruggen. Conclusie: Als bruggen vernieuwd worden volgens het IFD-principe (Industrieel, Flexibel, Demontabel) dan zijn er substantiële maatschappelijke winsten mogelijk. De bouw- en onderhoudskosten gaan met 7 tot 14 procent omlaag en de verkeershinder en de CO2-emissie nemen af.

Gemiddelde brug kost al gauw twee miljoen euro

De uitkomst komt gelegen. De komende decennia moeten er in Nederland duizenden bruggen worden vervangen of gerenoveerd. De vernieuwing van bruggen is onderdeel van de Bouwagenda van Bernard Wientjes. Het “Deltaplan bruggen” wordt het al in de wandelgangen van de Bouwcampus genoemd. Het kost dan ook een paar centen: een gemiddelde brug kost al gauw twee miljoen euro.

De provincie Noord-Holland is de eerste provincie die wil kijken of er met prefabricage en standaardisatie voordelen te halen zijn. Behalve kosten gaat het ook om snelheid (minder files omdat de brug snel weer in functie is), kwaliteit (betere spullen door repeteereffect) en milieu (door hergebruik hoeft er minder materiaal gebruikt te worden).

Medio 2018 wil de provincie een uitvraag op de markt zetten voor de vervanging van de hiervoor genoemde Cruquiusbrug in de Haarlemmermeer. De brug moet volgens “IFD”-principes gebouwd worden. Zeg maar de eerste Lego-brug. “We wilden het eigenlijk Lego noemen, maar daar zouden we juridische ellende van krijgen”, zegt Paul Waarts, hoofd van het interne ingenieursbureau van de provincie Noord-Holland en initiatiefnemer van het project.

We leren niet. Logisch, we maken unieke dingen

Waarts bezocht jaren geleden een lezing van architect Thomas Rau over hergebruik en raakte geïnspireerd. “Ik dacht: wat zou het mooi zijn als we de spullen waar we veel geld aan besteden, bruggen en wegen, zouden kunnen hergebruiken. Nu worden bruggen uniek gemaakt. Als ze vervangen worden, dan gaat het staal de hoogovens in. Het beton wordt vermalen en onder wegen gestampt. Dat is geen hoogwaardig hergebruik.”

Waarts, die ook voorzitter is van het Infra-Innovatienetwerk, wil het anders doen. Modulair en gestandaardiseerd. Hij praatte met de experts van de Erasmus Universiteit en Universiteit Twente en liet onderzoek doen door het EIB. Gericht op beweegbare bruggen. “Bij vaste bruggen wordt al veel gestandaardiseerd, zoals de liggers en de druklaag. Bij beweegbare bruggen is veel nog niet gestandaardiseerd.” Nog een reden: “De bouw van vaste bruggen gaat bijna altijd goed. Bij beweegbare bruggen willen er nog wel eens defecten optreden. We leren ook nooit wat, zou je kunnen zeggen. Maar dat is ook logisch, want we maken unieke dingen.”

Door bruggen te standaardiseren verminder je de faalkosten, concludeert het onderzoek van het EIB. Waarts legt uit: “Bij standaardisatie van bruggen moet je denken aan simpele dingen als de boutjes van de vangrail die steeds op dezelfde plek moeten zitten; stramienen voor de leuningen, die je makkelijk moet kunnen vervangen. Maar ook het demontabel maken van de val, de scharnieren en de lagers. “Dat moet eenvoudig vervangen worden. De hoofdelementen van een brug kun je zo maken dat je ze met een boutje kunt loshalen en weer vastzetten.” De maten? “Denk aan: small, medium, large.”

Eenheidsworst van bruggen komt er niet

Die stramienmaten zijn volgens Waarts vergelijkbaar met de maten van de nopjes van Lego. Die moet je ergens vastleggen. Maar niet iedereen moet zijn eigen standaard bedenken, zoals fabrikanten van smartphones ieder hun eigen connectors bedachten voor hun opladers. Europa verbood dat uiteindelijk.

Dat VolkerWessels met partners straks een circulair viaduct gaat bouwen voor Rijkswaterstaat, is volgens de provincie-ingenieur niet handig. “Daar hebben we helemaal niks aan.” Één standaard is genoeg.

Legobrug in Wuppertal, zo hoeven de bruggen er nu ook weer niet uit te zien. Foto: Morty

Lego-brug in Wuppertal. Zo hoeven de bruggen er nu ook weer niet uit te zien. Foto: Morty

Eenheidsworst onder de bruggen krijgen we niet, verzekert Waarts. “Alles tussen de interfaces, de Lego-nopjes, kan elke vorm krijgen die je maar wilt. Krom of recht, maakt niet uit. Ga je gang.” Alle elementen tussen de interfaces zijn herbruikbaar. Ook het goede wegdek van de oude brug die weg moet. Waarts: “Die kan straks bijvoorbeeld in een parkeergarage weer gebruikt worden.”

Het is een andere filosofie, zegt Waarts. “We maken nu alles op maat. Dat noemen we kunstwerken. Ik ga liever voor confectie.”

NEN is volgens Waarts nu bezig om samen met wegbeheerders, bouwers en andere partijen die zich bezighouden met het bouwen van beweegbare bruggen, met het opstellen van de NTA-norm (een voorloper van de uiteindelijke NEN-norm) voor de Lego-bruggen. Die moet straks voor de uitvraag van de nieuwe Cruquiusbrug klaar zijn.

Steeds een nieuw prototype, maar nooit een serie

Volgens het EIB zijn de Lego-bruggen “perspectiefrijk”. Nederland waterland is grofweg bezaaid met 50.000 verschillende bruggen. Gemaakt door steeds weer een andere combinatie van opdrachtgever, ingenieursbureau, aannemer en onderaannemer/bruggenbouwer. “Iedere keer wordt er weer een nieuw prototype gebouwd, alleen de serie wordt nooit gemaakt.”

Waarts kan het wel verklaren. “Het is een kleine markt. Kijk, als je standaard keukens verkoopt, raak je die wel kwijt. Maar hier heb je te maken met een versnipperde markt van opdrachtgevers. Wij als provincie bouwen elk jaar een brug. Dan is het niet de moeite om te standaardiseren. De overheid is weinig georganiseerd, iedereen doet het voor zich. “

Daar zit dan ook de oplossing. “Laten we het lekker samen doen, anders ziet de markt er geen brood in.” Alle provincies en gemeenten probeert Waarts de komende tijd mee te krijgen. “Als we dit alleen in Noord-Holland doen, dan gaan bouwbedrijven niet investeren.” Volgende week zitten de provincies met elkaar om tafel over het onderwerp, daarna volgen de gemeenten. Iemand moet het voortouw nemen nu Rijkswaterstaat zichzelf een bescheidener rol heeft aangemeten als het gaat om innovatie.

Lobbyen als een terriër

De neuzen van alle overheden die bruggen kopen, moeten dezelfde kant op, weet Waarts. Een lastige klus. “Het zijn eigenwijze partijen. Ik probeer ze mee te krijgen, maar ze moeten het ook volhouden. Maar ik ken mijn pappenheimers, ze willen allemaal iets eigens. Ik zal flink moeten lobbyen en een terriër moeten zijn om ze bij de les te houden. Ik denk dat het wel zal lukken met het rapport van het EIB in de hand. Hoe kun je tegen zijn? Het heeft alleen maar voordelen.”

De bouwers staan volgens Waarts te springen om aan de slag te gaan. “Vorig week dinsdag waren we nog bij de Bouwcampus. Daar zitten bouwers bij die zeggen: we hebben nu wel genoeg geluld, laten we maar beginnen. Dat deed mij deugd.”

 


Marktvolume Lego-bruggen nodig

In vergelijking met andere sectoren wordt in de gww minder gestandaardiseerd gebouwd, maar wordt wel veel met prefabricagetechnieken gewerkt. Zo is bij de bouw van vaste bruggen een groot deel van het betonwerk en de opbouw geprefabriceerd en ook in de spoor- en tunnelbouw worden prefab betonnen en stalen onderdelen toegepast. In tegenstelling tot bij vaste bruggen worden bij de bouw van beweegbare bruggen alleen de stalen opbouw en de val geprefabriceerd. De betonnen onderdelen worden, de funderingspalen uitgezonderd, veelal ter plaatse gestort. Uit het onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) komt naar voren dat meer prefabricage en standaardisatie bij beweegbare bruggen mogelijk is. De bouwtijd zou sterk bekort kunnen worden. Verder zou meer prefab kunnen leiden tot een hogere kwaliteit van de bouwelementen en tot verlaging van de faalkosten. Prefab is volgens het EIB een belangrijk voordeel omdat de gww-sector sterk gevoelig is voor weersomstandigheden. Volgens EIB-onderzoeker Paul Groot kan de manier waarop bruggen op dit moment vernieuwd worden “wat meer systematiek en meer coördinatie” gebruiken.

Het volledige onderzoek van het EIB is hier te lezen: EIB: Bouwstenen-voor-beweegbare bruggen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels