nieuws

Succesvol experiment smaakt naar meer: infra wil af van riskant betaalsysteem

infra Premium 8746

Succesvol experiment smaakt naar meer: infra wil af van riskant betaalsysteem

“Een middeleeuws tafereel”, zegt de infrabouwer. “Achterlijk”, reageert de hoogleraar. Het gaat over het betalingssysteem. Over het voorschieten van materialen, reken- en tekenwerk. De bouwer als bank, die vaak maanden moet wachten op de eerste betaling. Met een experiment in Limburg toont MKB Infra dat het anders kan én misschien wel moet. “Waar zie je dit nou?”

‘Overheden moeten bij wet binnen dertig dagen betalen. Dat lijkt misschien mooi, maar infrabouwers hebben daar eigenlijk weinig aan. De eerste factuur gaat veel te laag weg. Dat is hét probleem. En je bent zo drie maanden verder voor je die betaald krijgt, terwijl de teller al vanaf dag één tikt.”

Aan het woord is Johan Middelkamp, directeur-eigenaar van Sallandse Wegenbouw. Al jaren stoort hij zich aan het betaalsyteem in zijn sector dat al jaren wordt toegepast, waar je bijna niemand over hoort. Al gauw ben je een zeikerd. En het is zoals het is. Het ongewone werd gewoon. Maar Middelkamp wil er iets aan doen en laten zien dat het normale misschien wel niet zo normaal meer is.

De 59-jarige directeur is namens MKB INFRA mede initiatiefnemer van een experiment in de gemeente Horst aan de Maas met andere betaalgebruiken (zie kader). Zijn wens? Een ander betaalsysteem in de infra afdwingen. Eentje van minder risico’s. Eentje die getuigt van respect voor de kleine en middelgrote ondernemer. Want tienduizenden euro’s voorschieten, als soort van bank voor de markt, is volgens hem en vele andere gww’ers, niet meer van deze tijd.

Johan Middelkamp van Salland Wegenbouw uit Haarle Groeten Ruud ploeg | FOTOGRAAF

Hij wil niet klagen, hoofdaannemers en opdrachtgevers in het harnas jagen, maar meedenken en werken aan een oplossing. De ‘rioolspecialist’ wil het systeem verbeteren, opdrachtgevers bewust maken van de risico’s die het voorfinancieren van reken- en tekenwerk, materialen en voorbereidende werkzaamheden, met zich meebrengt.

Bovenal houdt hij de infrabouwer ook een spiegel voor: “Ooit hebben wij als sector zelf ja gezegd tegen dit systeem. Maar het is tijd voor verandering. Dat betekent dat we met zijn allen solidair moeten zijn.”

Middeleeuws tafereel

Dennis van Otterdijk, directeur van de Horster Wegenbouw Combinatie, die aan het experiment met een andere betaalmethode deelnam, is het helemaal met Middelkamp eens. De heersende betaalpraktijk noemt hij een “middeleeuws tafereel.”

“Nergens zie je dit. Ik maak nu mee dat ik drie weken achter mijn eerste termijn aanjaag. Constant loop je als infrabouwer achter de feiten aan en zijn we eigenlijk een soort bank. En degene die helemaal onder aan de keten staat, is de dupe. Dat is niet goed voor de moraal, en verziekt de hele markt.”

Het probleem openbaart zich vooral bij RAW-bestekken en is eigenlijk direct voelbaar voor infrabouwers. Het begint bij de vereiste bankgarantie van vijf tot tien procent. Dan volgen de voorbereidingskosten en de bestellingen.

Dennis van Otterdijk

Pas vier weken nadat de eerste schop de grond inging, kan een aannemer zijn eerste factuur indienen. Dan nog is het de vraag of alle kosten ‘direct’ worden betaald. Facturen blijven geregeld weken liggen. En zijn nog niet alle stenen uit de vrachtwagen? Dan krijg je daarvoor voorlopig slechts de helft betaald, al schoot de aannemer alles voor.

Kosten lopen al snel op in de tonnen

“Dit gaat niet over klein geld”, benadrukken de twee bouwers. De kosten lopen al snel op in de tonnen: “Bij elkaar opgeteld ben je zo een vermogen kwijt.”

De gevolgen zijn vaak niet te overzien. Onderaannemers en leveranciers moeten ook langer wachten op hun geld. “Voor je weet krijg je de gekste situaties en ontstaan er allerlei risico’s op de verkeerde plaatsen.” Tijdens de crisis kwam dat tot uiting: viel er één bedrijf boven in de keten om, dan trok het tal van onderaannemers met zich mee de afgrond in.

Ze zijn gevangenen van het systeem waar zovelen onderdeel van zijn. Overgeleverd aan de kredieten die banken nog wel bereid zijn te verstrekken. “De bouwsector is een risicovolle sector”, hoe vaak ze dat wel niet te horen krijgen. “Basel III.” “Geen wonder”, denken infrabouwers stilletjes: “Ons geld ligt bij onze klanten.”

Achterlijke sector

Hoe maak je duidelijk dat iets dat al jaren gewoon is, eigenlijk een probleem is? Hoe verander je de waan van de dag, en de bikkelharde feiten, waar je al zo lang ja tegen zegt?

“Dat is erg lastig”, weet emeritus-hoogleraar Integraal ontwerpen aan de TU Delft, Hennes de Ridder (70). Nog altijd trekt hij in het hele land wekelijks volle zalen met kritische lezingen over de bouw. Vraag hem naar de betaalmoraal in de infrasector en hij loopt helemaal leeg.

Hennes de Ridder.

Hennes de Ridder

“De sector is en doet achterlijk. Opdrachtgevers die met hun leger consultants intiem willen samenwerken met aannemers en vervolgens hun intieme partners uitknijpen. Hou toch op, dat doet niemand. Iedereen weet toch dat je niet kunt samenwerken als je aan de andere kant wordt uitgeknepen!  Het is heel zielig allemaal. Dat idiote geroep om samenwerking en integratie in de gefragmenteerde, top-down uitbestedende uitknijpketen in de bouw is er alleen maar op gericht de bouwers capaciteitsleveranciers te laten blijven en niemand verantwoordelijk te laten zijn.”

Op de kleintjes letten

Vooral de kleinere aannemers hebben last van deze betaalpraktijk, zegt De Ridder. “Sowieso zoeken zij wanhopig naar wat meer evenwicht tussen de zeer kleine marges en de enorme risico’s. Daar komt dat voorschieten bovenop. Vaak worden die kosten ook onderschat.”

Precies daarom staat Middelkamp op en nam hij het initiatief om via een experiment aan te tonen dat het ook anders kan. De gemeente Horst aan de Maas toonde zich geïnteresseerd met een klus van ongeveer 350.000 euro voor het bouwrijp maken van een gebied waar woningen komen.

“De gemeente wilde graag meewerken. Heeft zelf ook ervaring met een hoofdaannemer die failliet ging. Toen volgden er meer en dat is ook niet in hun belang.”

Tachtig procent voorfinancieren

Voorafgaande aan het experiment (zie kader) in Horst aan de Maas, berekende Middelkoop wat een gww-bedrijf in de normale situatie zou moeten voorschieten. “Bij een fictief werk van vijf ton, kwam ik boven de vier ton uit, tachtig procent van het project, ook de gemeente schrok ervan. Maar het hielp wel bij de bewustwording. Dat is ook een probleem. Veel opdrachtgevers beseffen niet welke kosten wij in de eerste fase allemaal maken.”

Veel was anders bij de proef. “Zo kreeg de Horster Wegenbouw Combinatie het bedrag van de bankgarantie van de gemeente gelijk teruggestort. Ook het betalen ging anders; tijdens de allereerste bouwvergadering werden de gemaakte kosten en de kosten van de komende vier weken berekend. Uiterlijk na vier weken stond dat bedrag op de rekening van de bouwer.

De eerste keer waren er zelfs slechts veertien dagen voor nodig. “Dat hoefde niet, maar was wel super”, blikt Middelkamp terug.

En zo ging dat met elke termijn: vooraf de kosten begroten en uiterlijk vier weken later stond dat geld op de rekening van de bouwers. En alle afwijkingen werden direct aangepast bij afspraken over de komende termijn. Middelkamp: “En binnen een week ging het geld in de keten naar beneden. Onderaannemers en leveranciers wisten niet wat ze meemaakten. Dit is echt goed voor iedereen.”

Meer proeven nodig

Hij spreekt van een succesvol experiment. “Er is alleen al een rentevoordeel behaald van 2400 euro. Doe je dit dus op een project van 20 miljoen dan heb je het zomaar over een besparing van 130.000 euro. Ook de kredietwaardigheid van bouwers gaat hiermee omhoog en je hebt minder kredieten nodig bij de bank. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat dit het risico op faillissementen in de sector beperkt.”

Tijd voor een grote ommezwaai? Voor regelgeving misschien? “Graag”, denkt Middelkamp. “Maar er zijn meer proeven nodig. Wij zijn in gesprek met een aantal gemeenten.” Naar een ander betaalsysteem? “Langzaam maar zeker ontstaat er draagvlak voor. De grootste bedreiging? De conservatieve houding in de bouw.”

 

Reageer op dit artikel