nieuws

Overnamegolf rolt door, maar pas op voor een kat in de zak

bouwbreed 3312

Overnamegolf rolt door, maar pas op voor een kat in de zak

Het aantal fusies- en overnames in de bouw en installatiebranche piekt. Honger naar goed personeel speelt daarbij een belangrijke rol. Maar zo’n capaciteitsovername is niet per definitie een succes, weten dealmakers. “Vraag is: hoe houd je alle kikkers in de kruiwagen?”

Een netto winstmarge van bijna 7 procent: Daan van der Vorm kon mei dit jaar zijn geluk niet op. De ‘beste cijfers in de afgelopen 99 jaar’ zo kwalificeerde de directeur van bouwend ontwikkelaar Vorm (nummer 16 in de Cobouw50) de resultaten over 2018. Dat smaakte naar meer. Maar tekort aan personeel kan die ambities frustreren, weet Van der Vorm.
Samenwerking met maakbedrijven was volgens hem de remedie. Hij vatte direct de koe bij de hoorns: samen met installatiebedrijf Giesbers startte Vorm een nieuw bedrijf genaamd Homeblocks. Die onderneming maakt prefabbadkamers, -toiletten, -meterkasten en technische ruimten. En hij beloofde meer samenwerking met maakbedrijven. Want: “De beschikbaarheid van vaklieden domineert de komende jaren de markt.”

Begin juni, goed een maand later, was het weer raak: Vorm kondigde de overname aan van metselbedrijf Van Rooijen-Balk. De bouwer uit Papendrecht is niet de enige die maakbedrijven koopt. Het aantal fusies en overnames in de bouw- en installatiesector stijgt spectaculair. Behoefte aan personeel is daarbij steeds vaker een belangrijk motief. Welke bedrijven zijn het meest in trek? Wat betekent dit voor de prijzen? En, hoe groot is de kans op een kat in de zak? Drie dealmakers over de ins en outs van capaciteitsovernames.

‘Vooral middelgrote en grote aannemers kopen bedrijven omdat ze personeel nodig hebben’

Zeker, metsel- en timmerbedrijven zijn populair. Net als installateurs, stukadoors en tegelzetters. Maar vlak kleine aannemers met goede werkvoorbereiders, projectleiders, uitvoerders en ander UTA-personeel ook niet uit. “Vooral middelgrote en grote aannemers kopen bedrijven omdat ze personeel nodig hebben. Zowel mensen in de uitvoering, de ‘handjes’, als die op kantoor, de ‘hoofden’. Ze willen hun vaste opdrachtgevers geen ‘nee’ verkopen en minder afhankelijk zijn van de flexibele schil,” meent Richard Olde Hartman.

Olde Hartman kent zijn Pappenheimers. Het begeleiden van overnames van bouw-, installatie-, infra- en aanverwante bedrijven is een van de hoofdactiviteiten van Olde Hartman Advies, een landelijk opererend bureau dat hij runt samen met zijn vader Ben.

Ze hebben het druk, Richard en Ben. “Veel bedrijven in de bouw hebben lang moeite gehad het hoofd boven water te houden,” aldus Olde Hartman jr. “Inmiddels hebben ze weer voldoende werk en zijn de marges beter. De cijfers over 2018 bewijzen dit. Daar is een nieuwe overnamegolf uit ontstaan.”

Welke bouwers het op maakbedrijven hebben gemunt? “Vooral installateurs en andere partijen die onderhoud verrichten voor beleggers, investeerders, woningcorporaties en grotere vve’s. Die willen continuïteit bieden. Dat vraagt capaciteit.”

‘De overnameprijs wordt bepaald aan de hand van zo’n 20 tot 25 kernpunten’

De gestegen vraag heeft ook gevolgen voor de prijzen. Bouw- en installatiebedrijven zijn de afgelopen twee jaar gemiddeld zo’n 9 procent duurder geworden. Er wordt inmiddels zo’n 4,15 keer de operationele kasstroom (Ebitda) betaald. Toch moet aan deze multiplier niet al te veel waarde worden gehecht, meent Olde Hartman jr. “De overnameprijs wordt bepaald aan de hand van zo’n 20 tot 25 kernpunten. Die lopen per bedrijf sterk uiteen. Voor een installateur met vaste servicecontracten uit de Randstad wordt veel meer betaald dan voor een kleine aannemer met eenmalige opdrachtgevers uit de provincie.”

Vooral het uitvoerend personeel hecht nogal waarde aan de werksfeer met de collega’s. (Archieffoto: Niels de Vries)

Ook Vincent Pastoor, partner bij Marktlink, dat fusies en overnames binnen het mkb begeleidt, onder meer in de bouw- en installatiebranche, en Peter van der Vijgh, teamleider corporate finance bij Flynth, herkennen de trend. Pastoor: “Zaken als de omvang van de werkvoorraad en de toekomstige kasstromen zijn nog steeds belangrijk, maar kopers hebben tegenwoordig ook een scherp oog voor het personeel.”

Van der Vijgh heeft veel te maken met bedrijven uit het mkb. “De grote aannemers hebben vaak geen adviseurs nodig.” Die bedrijven kopen vooral kleine branchegenoten omdat ze streven naar een grotere dekking of op zoek zijn naar extra capaciteit. Dat laatste speelt volgens hem vooral bij overnames in de eigen regio.”

‘In het onderhoud is de cultuur totaal anders dan in de ruwbouw. Dat botst’

Dat de prijzen stijgen, is volgens de beide adviseurs eveneens een feit. “Een direct gevolg van de hoogconjunctuur. En van de vergrijzing,” concludeert Pastoor. “Veel eigenaren zitten tegen hun pensioenleeftijd aan. Die wilden hun bedrijf al langer verkopen, maar door de crisis viel de belangstelling tegen. Dit is een goed moment.

‘‘Kopers van bedrijven hebben tegenwoordig ook een scherp oog voor het personeel”

Helemaal gespeend van risico’s zijn capaciteitsovernames niet, weten de adviseurs. Is de deal beklonken, dan wacht een nieuwe uitdaging: zorgen dat het personeel blijft. Of, in de woorden van Olde Hartman: “Hoe houd je alle kikkers in de kruiwagen?” Dat is niet vanzelfsprekend, meent deze adviseur. “In het onderhoud is de cultuur totaal anders dan in de ruwbouw. Dat botst.”

Volgens Van der Vijgh lopen kopers bovendien meer risico bij een bouwbedrijf dan bij een installateur. Bij bouwers is vooral de loyaliteit van de flexibele schil nogal ongewis. “Installateurs moeten aan meer eisen voldoen. Certificaten en diploma’s zijn daarvoor noodzakelijk. Zonder het juiste personeel kunnen ze geen projecten uitvoeren. Daarom hebben ze veel meer mensen in vaste dienst. Bij bouwbedrijven speelt dat minder.”

‘Meer dan een uur naar het werk rijden, was tijdens de crisis heel normaal, tegenwoordig pikken mensen dat niet meer’

Hoe zo’n mogelijke exodus te voorkomen? Olde Hartman: “Zorg dat jouw mensen het naar de zin hebben, zorg voor goede arbeidsvoorwaarden. Neem de reistijden. Meer dan een uur naar het werk rijden, was tijdens de crisis heel normaal. Tegenwoordig pikken mensen dat niet meer.” Pastoor: “Investeer in je mensen, bied ze perspectief.” Dat laatste is volgens deze dealmaker bij capaciteits overnames vaak geen probleem. “De koper is vaak groter. Dus zijn er meer doorgroeimogelijkheden.”

Een goede band is volgens de Marktlink-partner eveneens van groot belang. “Vooral het uitvoerend personeel hecht nogal waarde aan de werksfeer met de collega’s. Door activiteiten te organiseren kun je saamhorigheid bevorderen en de band met de werkgever versterken.”

Hebben de adviseurs zelf ooit meegemaakt dat een koper een kat in de zak kocht? Nee, klinkt het in koor. Pastoor zou het zelfs verbazen, zeker nu. “Als mensen al hadden willen verkassen of zzp’er hadden willen worden, hadden ze dat al lang gedaan. Dat ze zijn gebleven, bewijst dat ze het naar de zin hebben.

‘Zomerborrel en teamdagen’
Een flinke omzetgroei tot een kleine 100 miljoen euro met maar twintig vaste bouwplaatsmedewerkers. Martin Visser, directeur van ABB Bouw, een middelgrote aannemer uit Sliedrecht, krabde zich in 2017 wel even achter zijn oren. Bij zo’n omvang hoorden extra handjes, meende hij. Toen zich begin 2018 de kans aandiende om Panco uit Noordeloos over te nemen twijfelde hij dan ook geen moment. Een buitenkansje: de toenmalig directeur ging met pensioen. Binnen het familiebedrijf was er geen opvolger en dus moest er iets anders gebeuren. Bovendien kende Visser Panco goed. Beide bedrijven waren familiebedrijven en werkten al jaren samen. April 2018 was de overname rond. In een keer kreeg ABB er twintig à dertig vaklieden bij. Visser: “We hadden dit natuurlijk ook kunnen doen via eigen kweek, maar dat duurt erg lang.” De directeur kijkt ruim een jaar na dato tevreden terug. Bijna alle Panco-vaklieden zijn gebleven. Visser: “Er is er een zzp’er geworden. Maar die werkt nog steeds voor ons.” Hoe ABB dat voor elkaar heeft gekregen? “Voordeel is dat de meeste bouwplaatsmedewerkers elkaar al enigszins kenden. De zomerborrel en teamdagen hebben ook geholpen. Je moet je mensen koesteren.”
Reageer op dit artikel