nieuws

Nu weinig bouwvrouwen? 35 jaar geleden was het pas uitzonderlijk: ‘Ik mocht niet bij mijn vader werken’

bouwbreed 818

Nu weinig bouwvrouwen? 35 jaar geleden was het pas uitzonderlijk: ‘Ik mocht niet bij mijn vader werken’

Als vrouw in de bouw werd je in de jaren ‘80 gek aangekeken. Nu – ruim 35 jaar later – is het allang niet vreemd meer. Toch moet er nog heel wat gebeuren om echt meer vrouwen in de sector te krijgen, erkennen Bouwnetwerk-voorzitter Nathal Bakker en medeoprichter Margaret Dalman tijdens de 35-jarige verjaardag van het netwerk.

Geen vrouwen op hoge hakken en in mooie mantelpakjes, maar vrouwen op platte, stevige schoenen en in dikke warme jassen. Zo zien de tachtig leden en oud-leden eruit die naar het Lustrum-evenement op het Forteiland Pampus zijn gekomen. Het mag dan misschien vanwege het frisse windje en de drassige grond zijn, maar ook op andere bijeenkomsten is er bij Bouwnetwerk geen sprake van ‘hogehakkengehalte’. Iedereen kan er gewoon bijlopen hoe zij wil.

‘Geen feministische club’

Gekakel en gegiechel is er natuurlijk wél, maar verder is Bouwnetwerk geen feministische vrouwenclub, benadrukt de huidige voorzitter Bakker. De bijeenkomsten zijn inhoudelijk, vol met workshops en gaan in op manieren hoe vrouwen carrière kunnen maken.

Bakker: “We komen bij elkaar om te netwerken en om over ons vak te kunnen praten. Het is een plek voor vrouwen die werken in de gebouwde omgeving om te ontmoeten, inspireren en stimuleren.” Natuurlijk kan dat ook als er mannen zijn, beaamt ze, ‘‘maar als vrouwen onder elkaar kun je het over onderwerpen hebben waar vooral vrouwen mee worstelen, zoals het combineren van meerdere rollen. Je kunt elkaar helpen met hoe je je profileert in een mannensector.”

Vroeger nog veel erger

35 jaar geleden, toen het netwerk werd opgericht, was het helemaal hard nodig dat vrouwen elkaar in de sector een handje hielpen, vertelt oprichter Dalman, die speciaal voor het Lustrum ook naar het Forteiland is gekomen. Nog steeds is de bouw een mannensector – volgens CBS-cijfers staat het percentage al jaren op 9 procent – maar in die tijd was de situatie nog vele malen erger. “Er was misschien een handjevol timmervrouwen actief”, zegt ze.

Leden
Marjon Mors, mede-directeur van SVP Architectuur en Stedenbouw, is al zo’n 5 à 6 jaar lid. Ze kwam bij Bouwnetwerk omdat een van haar mede-directeuren, ook lid was. In het begin dacht ze: wat moet ik nou tussen al die vrouwen? Maar nu is ze ervan overtuigd dat een vrouwennetwerk best wel nuttig kan zijn. “Vrouwen zijn bij andere netwerken altijd in de minderheid. Het is belangrijk dat vrouwen zich toch kunnen profileren. Hier kan dat.”
Landschapsarchitect Marlies van Driest zit al 25 jaar bij Bouwnetwerk. Ze werd geen lid omdat er zoveel vrouwen in zaten, maar vooral omdat ze wilde netwerken. Dat werkte en daarom is ze nu nog steeds lid. “Ik kan hier voor werk terecht, maar ook om over kleding en schoenen te praten. Ik heb hier erg veel leuke contacten op gedaan en projecten uit kunnen halen.”

“Als jong meisje op Curaçao wilde ik bij mijn vader in zijn wegenbouwbedrijf werken, maar dat was ‘not done’. Omdat ik een vrouw ben.”

Hoe het netwerk ontstond

Dalman sloeg daarom een compleet andere weg in, maar kwam uiteindelijk toch in aanraking met vrouwen in de bouw. Tijdens haar studie Sociaal pedagogiek schreef ze een scriptie over loonbaanontwikkeling bij vrouwen en ging zich er even later ook daadwerkelijk voor inzetten. Eerst richtte ze een stichting op om vrouwen op te leiden en later kwam er een eerste vrouwennetwerk. Dat was alleen nog heel breed, niet gericht op een bedrijfstak.

Totdat ze begin jaren ‘80 een bouwvrouw in hart en nieren ontmoette, Lenie de Beus, directeur van de Nederlandse Wegtanker Maatschappij. Samen besloten ze een vrouwennetwerk op te richten puur voor de bouwkolom- voor projectontwikkelaars, architecten, aannemers, ontwerpers in de openbare ruimte en anderen die hierin actief zijn. “Het begon met een klein zaaltje met tien vrouwen en ik. En het is uitgegroeid tot dit”, vertelt ze trots, kijkend naar al die vrouwen die lachend, druk kletsend en discussiërend rondlopen over het Pampus-eiland.

‘Langzaam groeide het’

Het netwerk stond voor een lastige opgave. Want hoe zorg je ervoor dat je vrouwen interesseert om in een mannensector te gaan werken? “Heel langzaam groeide het”, vertelt Dalman. “Langzaamaan kwamen er steeds meer vrouwen die in belangrijke functies gingen werken. Als dat gebeurt, als vrouwen leren zichzelf te profileren, dan wordt het normaler. Dan zullen anderen volgen.”

Volgens Dalman is het van essentieel belang dat organisaties laten zien dat ze investeren in vrouwen. En dat ze elkaar daarin uitdagen. “Vrouwen zijn een hele interessante doelgroep voor de branche, ze zijn toegewijd en serieus. Als je die kwaliteit gebruikt, kan dat echt wat betekenen voor je winstgevendheid.” Bakker vult aan: “De bouwkolom zorgt ervoor dat steden, woningen en infrastructuur voorbereid zijn op de toekomst. Een vrouw geeft daar een andere, maar wel meer complementaire invulling aan dan een man. Kwaliteit leveren en samenwerken is een tweede natuur voor bouwvrouwen.”

Hoeveel tripjes naar Pampus nog nodig?

Maar, weten Dalman en Bakker, de bouw is er nog lang niet. Er moet nog héél wat gebeuren om het percentage vrouwen in de bouwsector echt te laten groeien. Hoeveel tripjes naar Pampus zijn daar nog voor nodig? “Tja, eigenlijk zou je willen dat je morgen niet meer nodig bent”, zegt Bakker eerlijk. “Ik bedoel: het zou het mooist zijn dat er zoveel vrouwen in de bouw werken dat een netwerk dat zich daarvoor inzet, overbodig is. Door de jaren heen veranderde het netwerk en lagen de inhoudelijke accenten soms anders, maar de behoefte én noodzaak om een plek voor ontmoeting te hebben, is er nog steeds. Anders zouden we niet al 35 jaar bestaan.”

Kom naar de bouwvrouwenavond

Kom naar de bouwvrouwenavond

Maar Bouwnetwerk is er niet alleen om vrouwen in de bouw te krijgen. Ook is het netwerk er simpelweg voor een beetje plezier. Tijdens het Lustrum-evenement is dat ook de overheersende factor. De vrouwen willen gewoon even lachen, een wijntje drinken, nieuwe mensen leren kennen en vieren dat het netwerk jarig is. Na een rondleiding op het eiland, een korte workshop, kunnen ze dat naar hartenlust doen tijdens een barbecue, onder een klein zonnetje. “Dat is óók belangrijk”, zegt Bakker. “Lol hebben in je werk. Je moet er plezier uit halen. Dat kan hier.”

Nooit een einde

Als het aan Dalman ligt, komt er nooit een einde aan vrouwentripjes als deze. Ook als er eenmaal genoeg vrouwen in de sector werken, moet Bouwnetwerk blijven bestaan, vindt zij. “Ik denk dat vrouwen, meer dan mannen, altijd in hun beroepsrol moeten blijven investeren. Ze hebben andere vraagstukken waar ze mee worstelen, zoals het combineren van hun gezin en werk en het blijft goed omdat met andere vrouwen te bespreken.”

En bovendien is het helemaal niet zo uitzonderlijk, een netwerk vol met vrouwen, vult Bakker aan. Mannennetwerken zijn er óok, en die zijn helemaal niet zo wezenlijk anders dan vrouwennetwerken, zegt Bakker. “Het is helemaal niet zo’n vrouwending hoor, bij elkaar komen in een netwerk. En bovendien: alle vrouwen van dit netwerk komen met veel plezier elke dag mannen tegen in hun werk”, besluit ze glimlachend.

Reageer op dit artikel