nieuws

Liesbeth (65) is een van de eerste timmervrouwen: ‘Hoezo een mannenberoep?’

bouwbreed 2037

Liesbeth (65) is een van de eerste timmervrouwen: ‘Hoezo een mannenberoep?’
Timmervrouw Liesbeth: "Ik hou dit makkelijk vol tot mijn pensioen".

Liesbeth Bresser (65) was een van de eerste timmervrouwen. In het begin kreeg ze ‘lullige’ opmerkingen naar haar hoofd geslingerd. Maar op een gegeven moment luisterden alle mannen naar haar. “Hoezo een mannenberoep?”

Liesbeth – een stoere vrouw, met kort, grijs haar, een bril en gespierde armen- legt haar hamer neer. Cobouw staat voor de deur, en daarvoor maakt ze graag even tijd. Ze is samen met haar collega Namphyo  aan het werk op de tweede etage van een herenhuis in Amsterdam. Een klusje dat ze, in al die jaren die ze nu al een eigen bedrijf heeft, aardig in de vingers heeft.

‘Echt niet de enige’

“Ik was absoluut niet de enige vrouw die aan het timmeren ging”, begint de timmervrouw haar verhaal, terwijl ze terugdenkt aan de begintijd van haar carrière. “Vrouwen in mijn tijd dachten: hoezo een mannenberoep? Ik kan dit ook!”

Bouwvrouwenavond Pakhuis de Zwijger
Liesbeth Bresser is vanavond een van de sprekers op de bouwvrouwenavond van Pakhuis de Zwijger. Zij en kraanmachinist Jessica Bruintjes doen vertellen hoe het is om als vakvrouw in een mannenwereld te werken. Twee generaties staan tegenover elkaar: Liesbeth als 65-jarige timmervrouw en Jessica als 26-jarige kraanmachinist.

Het waren roerige tijden, die jaren 80, in de ogen van de timmervrouw. Demonstraties, kraken en grote werkloosheid. Jongeren die jaren hadden gestudeerd konden geen werk vinden. Velen schoolden zich om, bijvoorbeeld tot bouwvakker. Niet alleen mannen, óók vrouwen. Net als Liesbeth.

Geen werk

De Amsterdamse had geschiedenis gestudeerd en kon daarin geen werk vinden. Dus besloot ze haar geluk te zoeken in een andere richting: ze werd timmervrouw.

Een keuze op haar lijf geschreven. Anders zou ze nu, ruim 35 jaar later en aan de vooravond van haar pensioen, niet nog steeds met plezier met een hamer in haar handen zitten. “Ja, het is geweldig werk”, glimlacht ze, terwijl ze die hamer langzaam tussen haar vingers ronddraait. “Of het mijn passie is? Ja, ik denk het wel.”

Bouwplaats voor vrouwen

In de jaren 80 was het helemaal niet zo gek de bouw in te gaan, vervolgt Liesbeth. “Van mijn lichting waren er zo’n 15 tot 20 vrouwen die zich omschoolden en in de bouw aan de slag gingen. In Amsterdam was zelfs een leerling bouwplaats speciaal voor vrouwen. Het burgerziekenhuis is door een vrouwenteam verbouwd”, vertelt ze, een tikkeltje trots.

Nu is dat, tot haar spijt, wel anders. Of ze de enig overgeblevene is, weet ze niet, maar ze kent op dit moment geen enkele timmervrouw meer. “Er zijn wel vrouwen die klusbedrijven beginnen. Maar dat kan iedereen, je hebt er geen opleiding voor nodig. Ik ken weinig vrouwen die net als ik een timmeropleiding en een restauratieopleiding hebben gedaan.”

Teruggegaan in de tijd

Zijn we teruggegaan in de tijd? “Misschien wel. Veel mogelijkheden zijn afgeschaft”, knikt ze. “Dat omscholingstraject bijvoorbeeld, eeuwig zonde.”

Maar er zijn tegenwoordig niet alleen te weinig vrouwen. Überhaupt willen er steeds minder jongeren in de sector werken, zegt Liesbeth triest. “Toevallig heb ik nu een meisje dat een snuffelstage doet. Als ik vraag wat ze later wil doen, is het antwoord: binnenhuisarchitect. Niemand kiest meer voor vakwerk. Meisjes niet, en ook steeds minder jongens.”

‘Bouw heeft het aan zichzelf te danken’

Liesbeth schudt even haar hoofd. De bouw heeft het aan zichzelf te danken, stelt ze. “Waar kun je een goede vakopleiding doen? Of een goed omscholingstraject? Dat is er nauwelijks meer.”

Voor haar betekende het omscholingstraject, dat gefinancierd werd door de overheid, een nieuwe kans. Een die ze met beide handen aangreep. Na haar opleiding ging ze in eerste instantie aan de slag bij aannemers, zo werkte ze een tijd lang bij Dirksen & Singerling. “Daar werd ik heel goed ontvangen, óók als vrouw.”

‘Vervelende mannen’

Er waren wel mannen die moeite hadden met een timmervrouw, maar als ze haar eenmaal kenden, ging het goed. “In het begin kreeg ik kleine klusjes, zoals trapleuningen vastmaken. Dat was niet altijd makkelijk”, geeft ze toe.  “Er zaten soms vervelende mannen tussen. Vooral onderaannemers die mij niet goed goed kenden, maakten lullige opmerkingen. Je kunt het vergelijken met Marokkanen nu, voor die jongens is het werk best lastig.”

Maar zo erg dat ze ermee wilde kappen, was het absoluut niet. Integendeel: na een paar jaar voor aannemers te hebben gewerkt, besloot Liesbeth dat het tijd was voor een eigen bedrijf. “Ik werkte in die tijd samen met een oudere man, die het altijd beter wist. Dus op een gegeven moment dacht ik: nu is het genoeg, ik begin voor mezelf.”

Stichting Vakvrouwen

De timmervrouw vond aansluiting bij stichting Vakvrouwen, die in 1982 werd opgericht. Het doel was een gezamenlijke werkplaats van waaruit vrouwen laagdrempelig hun eigen bedrijf zouden kunnen starten. Het initiatief bestaat nog steeds, en Liesbeth zit er het langst bij.

Wat er na haar pensioen, dat over een klein jaartje ingaat, gebeurt met die plaats, dat weet ze niet. In ieder geval neemt niemand haar bedrijf over. Maar dat is niet erg, zegt ze, als vrouwen die in de bouw willen werken, maar de kans krijgen het te blijven doen. “Het is niet erg dat er wéinig vrouwen zijn, als ze maar een kans krijgen. Het zou zonde zijn als ze afhaken alleen maar omdat er nauwelijks andere vrouwen in de sector werken.”

Imago

Volgens de timmervrouw is het van essentieel belang dat de bouw aan haar imago werkt, wil de sector meer meiden (en jongens) aantrekken. De branche zou een voorbeeld moeten nemen aan defensie, stelt ze. “Daar gaan steeds meer vrouwen werken, mijn dochter wil het bijvoorbeeld ook. Ze had van die leuke filmpjes gezien. De propaganda doen ze daar dus kennelijk beter.”

Aan jonge vrouwen die timmervrouw willen worden adviseert Liesbeth om het gewoon te doen. Het is volgens haar een prachtig vak, en het is niet alleen maar met je handen werken, benadrukt ze. “Je bent constant bezig oplossingen te verzinnen.” Ter illustratie wijst ze naar de deur die nog op zijn zijkant staat. “De oude deur moet er weer in, maar die is scheef. Dus moet ik daar iets op verzinnen.”

Timmervrouw Liesbeth: ‘Voor vrouwen is dit werk niet zwaarder.”

‘Jij bent secuurder’

Het is werk dat voor vrouwen ook prima te doen is. Het is niet anders dan voor mannen, gelooft ze. “Nee, ik werk precies hetzelfde.”

Namphyo staakt zijn schilderswerkzaamheden even als hij het gesprek aanhoort. “Nee, jij bent veel secuurder”, vult hij aan. “Bij mannen gaat het soms met grof geweld. Jij werkt netter en neemt de tijd.”

Makkelijk door tot pensioen

Is het niet zwaarder? “Nee, ook niet”, zegt Liesbeth stellig. “Het is echt niet zwaarder dan bijvoorbeeld de zorg, of op de markt staan. En ongezonder dan achter je computer zitten is het ook niet.”

De 65-jarige Liesbeth is zelf het levende bewijs. Nog hartstikke fit is ze, en tot haar pensioen houdt ze het makkelijk vol. “Toen ik veertig was voelden de deuren net zo zwaar”, lacht ze. “Maar ik ben op mijn 30ste begonnen. Dat maakt wel een verschil natuurlijk”, zegt ze terwijl ze haar oorbescherming oppakt. Het is weer tijd om aan het werk te gaan.

Reageer op dit artikel