nieuws

Bouwen op borrelende vuilstort: niemand durft het, in Leeuwarden wel

bouwbreed 2312

Bouwen op borrelende vuilstort: niemand durft het, in Leeuwarden wel
©Foto: Hoge Noorden/Jaap Schaaf

Bouwen op een vuilstortplaats is niet nieuw. Maar een gebouw realiseren op een pruttelende afvalberg waarbij je niet in de grond kan kijken, is nog nooit eerder gebeurd. Dat het kan, bewijzen Oosterhof Holman en Sweco in Leeuwarden. Over een paar weken is het Energie KennisCentrum, staande op de voormalige vuilstort Schenkenschans, klaar.

Aan de rand van Leeuwarden, tussen de weilanden en de kantoorpanden, ligt een heuvel. Schapen grazen erop los en op de top verrijst langzaam maar zeker een gebouw. Aan niets is te zien dat deze heuvel voormalige vuilstortplaats Schenkendans is met onder de grond 800.000 kuub afval, volledig ingepakt en afgedicht.

Continue in beweging

Niet bijzonders. Honderden van dit soort vuilstortplaatsen kent Nederland. Maar er is er niet een waarop zo intensief wordt gebouwd als deze. Geen wonder: bouwen op een afvalberg brengt immers grote risico’s met zich mee: de bulten zijn continue in beweging, borrelen en klinken in.

Door al het afval dat eronder zit verborgen, is niet te voorspellen hoe de ondergrond reageert. Er even in prikken en roeren, om een beeld te krijgen, is verboden. “Je mag op geen enkele manier onder de afdichting komen”, legt technisch expert Arnold Kleinjan van ingenieursadviesbureau Sweco uit. “Dus moet je er op een andere manier achter komen wat er gebeurt als je gewicht aan zo’n berg toevoegt.”

Vuilstortplaatsen met rust gelaten

Veel voormalige vuilstortlocaties worden daarom vooral met rust gelaten. Soms wordt er wel een zonnepark opgelegd, maar woningen of andere grotere gebouwen, nee dat eigenlijk nooit. In het Noord-Hollandse Nauerna gebeurde het jaren terug, maar daar kon worden gefundeerd en stortgrond afgegraven, met als resultaat dat het zakkingsgedrag redelijk nauwkeurig te voorspellen was.

Vuilstort Schenkenschans
Op de plek van de vuilstortplaats Schenkenschans, stond ooit een oude steenfabriek. Die werd in de jaren ‘70/’80 gekocht door Oosterhof Holman. Toen de provincie even later hard op zoek was naar een vuilstortlocatie, werd deze plek gekozen. Een milieuvergunning was er namelijk al. Tot het jaar 2000 heeft de provincie daar vuil gestort. Inmiddels is de berg afgedicht en onder levenslang beheer geplaatst van de provincie. Een paar jaar geleden vatte Oosterhof Holman het plan op om het gebied rondom de stortplaats te verbouwen tot een bedrijvenlocatie. De Energiecampus van Leeuwarden gaat zich er vestigen. De plek waar vroeger vuil werd gestort, wordt dus straks het toonbeeld van duurzaamheid. De campus gaat energie leveren aan huishoudens, er komt een vergister voor biogas, een zonnepark en om het gebouw heen komt een proeftuin op het gebied voor duurzaamheid en circulariteit. Het is de bedoeling dat er op de bult nog een tweede gebouw komt te staan en dat er horecagelegenheden bij komen. Het gaat nog wel zo’n vijf tot acht jaar duren voordat deze plannen werkelijk zijn gerealiseerd.

In Leeuwarden was de uitdaging voor Oosterhof Holman, eigenaar van het terrein, wat groter. “Waarom we het dan toch hebben gedaan?”, projectleider Ronald Silvius glimlacht. Met gepaste trots kijkt hij uit over het gebouw dat, weliswaar met vertraging, verrijst op de heuvel. “Omdat we een eyecatcher wilden hebben. Het gebied om de vuilstort heen, dat al jarenlang ons bezit is, zijn we aan het ontwikkelen als nieuw bedrijventerrein.”

Nastelbaar

Sweco werd erbij gehaald en samen met de experts van het ingenieursbureau werden de plannen gemaakt voor het nieuwe Energie KennisCentrum. Dat het gebouw nastelbaar moest worden gemaakt, werd al snel duidelijk. Het Kenniscentrum zou komen te staan op 108 pootjes, die rusten op betonnen platen. Met behulp van vijzels kunnen de poten worden versteld, als de bult zakt. “Dit was niet zo’n lastige keuze, deze techniek is niet nieuw. Maar hoe en in welke mate was vooral de uitdaging”, vertelt Silvius.

De technici hadden geen idee in welke mate de ondergrond zou zakken. Door de grote verscheidenheid aan materiaal kunnen vooral de zakkingsverschillen groot zijn. “Al zakt zo’n bult tot aan Australië, als hij gelijkmatig zakt, is dat geen probleem”, legt Kleinjan uit. Hij is namens Sweco vooral in het voortraject betrokken geweest en is nu sinds lange tijd weer eens op het terrein aanwezig. “Spannend zijn vooral de verschillen. Als een berg aan de ene kant 20 centimeter inklinkt en aan de andere kant maar 10, dan krijg je hoogteverschillen. Dat ga je merken in het gebouw. Dan krijg je scheuren, deuren gaan niet meer open en dicht.”

‘In de grond kijken was onmogelijk’

Doordat er ook nog eens óp de afvalberg moest worden gefundeerd, in plaats van erin, zorgt dat voor een extra belasting en nog meer onzekerheid over het zakkingsgedrag. Een model ontwerpen dat het gedrag van de bult kan voorspellen, was dus van essentieel belang. Maar dat was ook de grootste uitdaging. Kleinjan: “Normaal zou ik als geotechnicus in de grond kijken. Maar hier was dat uitgesloten vanwege de afdichtingsconstructie op het afval, deze mocht niet worden opengemaakt. Dus moesten we op een andere manier metingen doen.”

Via hoogtemetingen, satellietbeelden, meetgegevens van een vergelijkbare stortplaats in Breda en een plaatsing van een proefterp, kon uiteindelijk redelijk nauwkeurig in kaart worden gebracht wat de maximale zakkingsverschillen zijn tijdens de levensduur van het gebouw. Kleinjan: “We verwachten dat dit maximaal 20 centimeter zal zijn.”

Metingen en pootjes bijgesteld

Elke veertien dagen worden de zakkingen bovendien handmatig gemeten en zodra er een verschil optreedt, worden de pootjes bijgesteld. En als het dan tóch misgaat, is er nog een zekerheidje ingebouwd. “Het gebouw is demontabel ontworpen. Dus als er toch onverwachte risico’s optreden, kun je het altijd nog oppakken en ergens anders neerzetten”, lacht Silvius. “Maar dat verwachten we niet hoor.”

Toch waren daarmee nog niet alle hordes genomen. Bouwen op een afvalbult is zo ongewoon, dat niet alleen het technische gedeelte een uitdaging was, maar ook het juridische aspect. “De provincie, gemeente, het kenniscentrum: iedereen bemoeide zich ermee. Terwijl wij allang de risico’s in kaart hadden gebracht en beperkt, wilden de partijen allemaal extra zekerheden inbouwen. Over de allerkleinste details werden vragen gesteld en verzekeringen afgesloten”, verzucht Silvius.

Eigendomssituatie

De eigendomssituatie werkte hierin ook niet bevorderlijk. De ondergrond is van Oosterhof Holman, de afvalberg en de afdeklaag zijn in erfpacht bij provincie Friesland; de laag daarboven is in ondererfpacht bij de Energiecampus Leeuwarden en die daarboven in onder-ondererfpacht bij Energie Kenniscentrum. “Iedereen kon dus zijn zegje doen.”

Het werd uiteindelijk een project met een lange adem, met vertraging en met flinke extra kosten. “Ik ga geen bedragen noemen, maar het heeft denk ik wel 20 tot 30 procent meer gekost dan van tevoren verwacht”, bekent de projectleider. “Natuurlijk heb ik wel eens momenten gehad dat ik dacht: poeh, poeh. Vooral als er nóg meer vragen werden gesteld. Maar uiteindelijk zijn we heel
trots en blij dat we hiermee door zijn gegaan”, zegt hij.

Blauwdruk voor andere vuiltortplaatsen

Ook omdat er over enkele weken niet alleen een uniek gebouw, staande op een afvalberg, wordt opgeleverd, maar er eveneens een blauwdruk ligt voor andere vuilstortplaatsen. Kleinjan: “Er zijn honderden oude stortplaatsen in Nederland waarbij we hetzelfde kunnen doen. We hebben nu de kennis en de ervaring, dus we hopen dat we hiermee verder kunnen. Er is een flink tekort aan bouwlocaties, dus waarom niet?”

Reageer op dit artikel