nieuws

Uitvinder Erwin Croughs haalt met Slow Mill energie uit golven: ‘Als er één goed werkt, kunnen we er duizenden bouwen’

bouwbreed 1927

Uitvinder Erwin Croughs haalt met Slow Mill energie uit golven: ‘Als er één goed werkt, kunnen we er duizenden bouwen’
Foto: Guido Benschop

Drink een biertje op een willekeurig terras in Amsterdam en de kans is groot dat je een product tegenkomt van uitvinder Erwin Croughs. De ‘Doggy’ bijvoorbeeld is een populair tafeltje bij caféhouders omdat hij nooit wiebelt. Toch wil Croughs niet als “tafelboer” de geschiedenis in. Sinds een tijdje zegt de uitvinder ‘nee’ tegen nieuwe opdrachten om zich fulltime te wijden aan zijn grote droom: golfenergie omzetten in elektriciteit.

De krachten op zee zijn immens. Aan die wijsheid moest Croughs terugdenken toen Slow Mill Sustainable Projects vorige maand een betonnen anker van 50.000 kilo liet afzinken op vier kilometer voor de kust van Texel. Het was de start van een proef met golfenergie, waarvoor Erwin Croughs samenwerkt met ingenieurs van Deltares, Mocean Offshore, Elias Consulting, ECOncrete, Ingenieursbureau Rotterdam, NLR, Innoship Engineering en Innecs. Het Waddenfonds en provincie Noord-Holland kenden een subsidie van 2,8 miljoen euro toe.

Golfenergie is volgens criticasters te duur en kansloos. Ook de Nederlandse overheid denkt er zo over want er gaat geen euro subsidiegeld naartoe.
“Dat er geen overheidssubsidie aan wordt toegekend klopt. Maar kansloos zou ik mijn oplossing niet willen noemen. Mijn concurrenten gebruiken tonnen, buizen of flappen, die een grote beperking hebben: ze gaan alleen op en neer. Dat is inefficiënt omdat de energie niet goed wordt overgedragen. Mijn oplossing, de Slow Mill, gaat op en neer, heen en weer èn geleidelijk kopje onder als het stormt. Tijdens een storm blijft hij gecontroleerd boven het anker drijven. Hij krijgt geen hele grote klappen, de golven gaan er overheen. We bouwen lichter en halen meer energie uit de golven. De Slow Mill kon zo’n 12 kilowatt per ton leveren, het tienvoudige van andere systemen.”

Hoe werkt het systeem precies?
“De Slow Mill is een 20 meter lange drijver die vast zit aan een betonnen anker. Onder de drijver zijn conische bladen bevestigd, een soort lamellen. Die gaan tot zo’n vier meter diepte. De drijver en bladen bewegen op golfenergie, zowel op als onder het wateroppervlak. De beweging wordt omgezet in hydraulische druk. De hydraulische druk wordt omgezet in rotatie en elektriciteit. Bij Deltares en Marin hebben we het systeem getest. We zijn er nog lang niet. Maar het ziet er goed uit.”

Carrière Erwin Croughs

Erwin Croughs deed Atheneum B en ging vervolgens in dienst. Daarna werd hij kelner op cruiseschepen. De wereldzeeën inspireerden hem iets te gaan doen met golfenergie. Maar eerst wilde hij nog wat voorwerk doen, want Croughs had geen idee hoe producten te vermarkten. Hoe bedenk je ze? Hoe maak je ze? Hoe krijg je ze verkocht? Die truc kreeg hij onder de knie met de ontwikkeling van de Doggy, een terrastafel die met behulp van een drukrem hoogteverschillen van enkele centimeters compenseert. Sinds een aantal jaren is hij volledig gefocust op
golfenergie. Dat is niet bepaald de weg van de minste weerstand: “Tafeltjes verkopen is makkelijker.”

Waarom zijn ’s lands subsidieverstrekkers niet overtuigd?
“Dat vraag ik mij ook af. Er gaan ieder jaar miljarden naar wind en zon. Ik ben begonnen in 2011 en heb tot op de dag van vandaag nog geen cent gezien. Die 2,8 miljoen euro van het Waddenfonds en provincie Noord-Holland moeten nog binnenkomen. Geld is wel een probleem. Tot nu toe schiet ik het grootste deel zelf voor. En er komt niet veel binnen. In 2012 heb ik de prijsvraag iSea van Rijkswaterstaat gewonnen, een bedrag van 10.000 euro. Boyan Slat was tweede. Boyan is tegelijk met mij begonnen. Hij heeft inmiddels 30 miljoen opgehaald voor The Ocean Cleanup, vooral bij Amerikaanse investeerders.”

Herkent u zich in de problemen waar Boyan Slat nu tegenaan loopt? Zijn grijpers zijn honderden meters lang en breken door midden.
“Met zulke problemen heb ik op kleinere schaal ook te maken. De krachten op zee zijn immens. Toen ik nog kelner was op cruiseschepen, heb ik schepen van 80.000 ton opgetild zien worden. Stel je voor: een paar seconden hangt zo’n schip een paar meter boven het wateroppervlak. Daar heb je een kleine kerncentrale voor nodig. De grijpers van The Ocean Cleanup moeten uiteindelijk 600 meter lang worden maar zijn daardoor natuurlijk extreem kwetsbaar. Ik zou niet graag in zijn schoenen staan. De kleinste storm overleven is al een kunst.”

Wat was de grootste tegenvaller tot nu toe?
“Hmm… dat-ie het niet deed. We hebben de Slow Mill getest in Scheveningen. Mechanisch werkte alles prima. Het probleem was dat de elektriciteit er niet uit kwam. Daarom hebben we de switch gemaakt naar hydrauliek. Ons doel voor dit jaar is dat het anker functioneert en de drijver goed werkt en overleeft. Maar goed, tegenslag hoort erbij. Ik heb nog nooit een schaalmodel gemaakt dat meteen perfect was.”

Hoe houdt u financieel het hoofd boven water?
“Ik heb wat leningen afgesloten bij kennissen, familie en Innovatiefonds Noord-Holland. Crowdfunding? Dat ga ik pas doen als ik echt energie kan leveren.”

De gemeente Texel is uw eerste en tot nu toe enige klant. Hoe is dat zo gekomen?
“De toeristenindustrie op Texel wil geen windmolens. Ze zijn bang dat de toeristen het dan laten afweten. Maar ze moeten wel hun energiedoelstellingen halen. Zonne-energie is op Texel goed vertegenwoordigd. Een aanvulling met golfenergie vinden ze aantrekkelijk omdat landschapsvervuiling niet aan de orde is. Dat hoorde ik twee jaar geleden. Ik zag kansen, ook omdat het Waddenfonds subsidie moet geven aan duurzame projecten. Ik klopte bij de gemeente aan en heb mijn presentatie gegeven. Ze geloofden het eerst niet, totdat ze het rapport van Marin zagen. Toen besloten ze er werk van te maken. Dat was vorig jaar. In februari hebben we het betonnen anker afgezonken. Onze proefopstelling ligt vier kilometer uit de kust, net achter de horizon. Vanaf het eiland zie je er niks van. De komende zes maanden gaan we kijken hoe het anker reageert. Als het goed gaat, koppelen we de Slow Mill eraan. Begin 2021 is de pilot afgerond. Dan beslist Texel of ze hiermee door gaan.”

Is uw systeem schaalbaar?
“Absoluut. Schaalbaarheid is juist nodig om dit systeem betaalbaar te krijgen. We bouwen nu twee prototypes voor 4 miljoen euro. Als het systeem in productie gaat, kunnen de kosten terug naar zo’n 400.000 euro per stuk. Dan kan het hard gaan. Mijn systeem is complementair aan windparken op zee. Een serie Slow Mill’s kan voor een windpark 30 tot 40 procent meer rendement opleveren. We denken ook dat windparken door ons systeem drie jaar langer mee gaan omdat de luwte van een golfpark bescherming biedt en vermoeiing voorkomt. Bovendien wordt de ruimte en infrastructuur op zee goed benut. Dat wordt echt een issue. De Noordzee begint druk te worden en gebruiksfuncties moeten worden gecombineerd. Per windpark wil ik stroken maken aan de westzijde. Denk aan IJmuiden Ver, Gemini en windparken in Duitsland, Denemarken, Zweden, Noorwegen, Frankrijk en Engeland. Slow Mill’s aan elkaar koppelen? In géén geval! Dan krijgen we dezelfde problemen die Boyan Slat nu heeft. Iedere drijver moet zelfstandig kopje onder kunnen.”

Wat vinden zeilers, surfers en waterskieërs van de Slow Mill?
“Veel zullen dat er niet zijn. Op vier kilometer voor de kust komen geen surfers. Kleine jachten kunnen eromheen. Als ze er tegenaan varen? Dan heeft hun boot schade.”

Heeft het systeem nog andere voordelen?
“Als de Slow Mill werkt, kan het budget voor zandsuppletie misschien omlaag. Rijkswaterstaat steekt op Texel jaarlijks 20 miljoen euro in zandsuppletie. Het water achter ons systeem is veel rustiger. Een tweede voordeel is biodiversiteit. De betonnen ankers trekken kreeften, krabben en mosselen aan. We jagen dus tegelijkertijd de energietransitie, biodiversiteit en voedselketen aan. En dan heeft de Slow Mill nog wat kleinere voordelen. Lichteiland Goeree, een aanloopbaken op 30 kilometer ten zuidwesten van Hoek van Holland, zou op een Slow Mill kunnen draaien.”

Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, is het dat waarschijnlijk ook. Wordt dit de zoveelste mislukking in Energietransitieland?
“Dat zullen we zien. We gaan nog genoeg tegenslag tegenkomen. Maar als er één goed werkt, kunnen we er duizenden gaan bouwen. We zijn nu nog iets duurder dan wind op land. Met schaalgrootte worden we wellicht goedkoper. Maar eerst die subsidie. Als ik het geld binnen heb, kunnen we verder met knutselen.”

Reageer op dit artikel