nieuws

Bouwbedrijven laten verplicht steigercertificaat links liggen: ‘Te duur, te algemeen, onbekend’

bouwbreed Premium 3360

Bouwbedrijven laten verplicht steigercertificaat links liggen: ‘Te duur, te algemeen, onbekend’
Foto: Sabine Joosten Hollandse Hoogte

Bouwbedrijven nemen het niet zo nauw met de certificaten voor steigerbouwers die sinds vorig jaar verplicht zijn. “De kosten zijn te hoog en in de praktijk heb je er weinig aan”, verklaren opleiders en uitzendbureaus.

Herfst 2018. Antwerpen. Nabij het Centraal Station stort een bouwsteiger in. Een bouwvakker verliest het leven. Het zoveelste slachtoffer, weten deskundigen. Ongevallen met steigers komen geregeld voor. Neem nou de Amercentrale in Nederland destijds. Vijf doden.

Vallen van hoogte. De Nederlandse bouw- en steigerbranche wil al jaren paal en perk stellen aan het aantal steigerongevallen. Vorig jaar mei werd de daad bij het woord gevoegd: de Steigerrichtlijn kreeg ineens een wettelijke status toen die werd opgenomen in de zogeheten Arbocatalogus.

Nooit meer een amateur die een steiger opbouwt. Uitsluitend nog gediplomeerde steigerbouwers. Veiligheid boven alles. Zelden nog ongelukken. Maar bijna een jaar na invoering is nog lang niet iedereen op de hoogte van de regels. Meerdere bronnen (voor- en tegenstanders van de certificaatplicht) verklaren tegenover Cobouw dat de meeste bouwbedrijven zich absoluut niet realiseren wat de nieuwe regels inhouden.

Keihard weggestuurd

Op de trainingen en certificaten zelf is ook kritiek. “De cursussen zijn duur en in de praktijk heb je er weinig aan”, zegt opleidingsconsultant Erik Burggraaf. “Het is te algemeen en aan zaken zoals krachtenleer wordt erg zwaar getild. Op bouwplaatsen kun je met dit certificaat alleen ook niet uit de voeten. Dan word je alsnog keihard weggestuurd. Daar betaal ik niet voor, zeggen uitvoerders dan.”

AFNL: geen klachten bij ons bekend

Bij de Aannemersfederatie (AFNL) zijn meerdere steigerbouwers en bouwbedrijven aangesloten. Een woordvoerder laat weten zich niet te herkennen in de hierboven geschetste problematiek. “Ik heb niet het gevoel dat iemand hiervan wakker ligt”, zegt Rielen van der Hoek, woordvoerder van de AFNL.

Vooral voor kleine bouwbedrijven met een eigen steiger is de verplichting buitensporig, vindt Burggraaf.

“De kosten staan dan echt niet meer in verhouding tot het risico. Ik onderschrijf dat het allemaal veiliger kan, maar zoals het nu is, slaan we echt door met zijn allen.”

Instabiel

Burggraaf is al langer kritisch op het vereiste certificaat voor het opbouwen van steigers. “Alsof je met een kanon op een mug schiet. De meeste ongevallen met steigers hebben helemaal niets te maken met slecht gemonteerde steigers. Bij de opbouw vallen geen doden. Het gaat vooral mis tijdens het gebruik: als een metselaar bijvoorbeeld iets weghaalt, waardoor een steiger instabiel wordt.”

Iedereen een steigercertificaat? Ook Kurt van Deyzen ziet dezelfde problemen als Burggraaf. Hij vreest voor geldverslinding, nu een aantal grote partijen weer eigen testcentrums aan het inrichten is.

“Daardoor wordt de waarde van het branchebrede certificaat nu alweer ondermijnd. Van Deyzen richt zich op steigerbouwers uit Oost-Europa en rekruteert ze voor Nederlandse bouwbedrijven. “De bouw gaat de pijn van deze wettelijke Richtlijn echt nog wel voelen”, verzekert hij.

Examens

Met de opzet voor gediplomeerde steigerbouwers kan hij wel leven. “Het is een antwoord op de complete wildgroei van vroeger. Iedereen die toen recht uit zijn ogen keek, mocht toen een steiger opbouwen. Maar vooral de krachtenleer is veel te zwaar aangezet in examens. Monteurs hebben daar niets aan.”

Bouwbedrijven hebben de mogelijkheid om de regels tijdelijk te omzeilen, weet de recruiter. “Het eerste jaar kun je iemand als aspirant registreren. Binnen dat jaar moet hij dan wel een certificaat hebben anders wordt hij uit het register verwijderd. Of dat systeem waterdicht is? Dat weet ik niet, maar ik weet wel dat de meeste bouwbedrijven nog nooit van het register hebben gehoord.”

Nederland Rotterdam 14 november 2018. Depot Boijmans BAM Bouw, bekisting 2e schil gaat er af. Foto Ries van Wendel de Joode/HH

Een leverancier van steigers deelt de zorgen. Hij wil niet met naam en toenaam in de krant en geeft toe een commercieel belang te dienen. “Wij verkopen niet alleen steigers aan steigerbouwers, maar ook aan gewone bouwbedrijven die een of twee steigers hebben en echt geen ingewikkelde projecten doen. Vooral kleinere bouwers maken zich zorgen. Krijgen wij een boete als wij geen certificaat hebben, vragen ze mij dan.

Inspectie SZW: te vroeg voor cijfers

De Inspectie SZW weet niet hoeveel overtredingen er worden gemaakt met de Steigerrichtlijn. Een woordvoerder van de Inspectiedienst benadrukt dat het ook te vroeg is voor cijfers, omdat de regels eigenlijk nog maar net van kracht zijn.

Kinderspeelgoed

De steigerverkoper vindt dat de Richtlijn doorschiet. “Iedereen die een steiger aanraakt, moet ineens prof zijn. Maar een steiger van 4 meter hoog is haast als kinderspeelgoed voor naschoolse opvang. Het is allemaal zo overdreven. Aannemers die over timmerlui beschikken mogen hele huizen bouwen, maar een ‘mecanodoos met steigeronderdelen’ mogen ze niet zelf in elkaar zetten.”

Peter Hecker van de Vereniging voor Steiger, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven vindt de ophef overdreven. Aan veiligheid moet je niet tornen, is zijn verhaal. “Iedereen moet toch ook een rijbewijs hebben? En niet alleen iemand die de hele dag op de weg zit, maar ook iemand die alleen boodschappen doet met de auto? Een certificaat voor vakbekwaamheid is heel normaal bij risicovolle beroepen.”

Hecker geeft wel toe dat er tijdens het opbouwen van steigers zelden ongevallen gebeuren. “Maar ik snap deze discussie gewoon niet. Te algemeen? Een automonteur leert toch ook niet alleen hoe hij een FIAT moet repareren.”

Polen

Hoe dan ook. Bouwbedrijven die de regels aan hun laars lappen, hebben een probleem, waarschuwt Hecker. “Als je een steiger in elkaar zet zonder papieren heb je bij een ongeval toch echt iets aan te tonen.”

Of alle steigerbouwers momenteel de juiste papieren hebben, durft Hecker niet te zeggen. “Er is een grote aanvoer van buitenlandse steigermonteurs, vooral in de industrie, die zijn niet aan te slepen. De meesten worden getraind in het land en de taal van herkomst, in Litouwen en Polen. Maar ik sluit niet uit dat er een heleboel zwerfsteigers zijn die in elkaar gezet zijn zonder diploma.”

Bouwend Nederland staat achter de Steigerrichtlijn, benadrukt Harry Hertsenberg, voorzitter van de KOMAT en directeur bij Volker Stevin Materieel. “Vallen van hoogte staat al jarenlang op nummer 1 bij ongevallen in de bouw. Door dat beter te organiseren, komt daar verandering in. Natuurlijk kost dit het bedrijfsleven geld, maar aan de andere kant wordt de sector hier ook veiliger van.”

Regieverantwoordelijkheid

Hertsenberg noemt steigers opbouwen een specialisme. “Sommige stellages worden opgebouwd met ik weet niet hoeveel mensen. Enorme inspanningen zijn daar voor nodig en vakkundig tekenwerk. Dan mag je toch verlangen dat iemand die een papiertje heeft ook de regieverantwoordelijkheid weet te duiden?”

Voor eventuele aanpassingen in examens en cursussen staat Hertsenberg wel open. “Dat het examen beter kan, leidt geen twijfel, daar ben ik het mee eens. Maar dat het allemaal doorschiet, ik vind van niet.”

Een paar honderd euro

De KOMAT-voorzitter denkt ook dat veel bouwbedrijven de regels nog niet kennen. “Daar moet meer aandacht voor komen en begrip. Hoge kosten voor kleinere aannemers? Ik zeg: gooi er een paar honderd euro tegenaan. Dan kun je in elk geval aantonen dat jij veilig werken als bouwbedrijf echt belangrijk vindt.”

“Een paar honderd euro?”, besluit criticaster Burggraaf, die een paar maanden geleden ook de VCA-examens bekritiseerde. “Je bent minimaal 1300 euro kwijt. Alleen al het examen kost vijfhonderd euro.”

Reageer op dit artikel