nieuws

Analyse | De verborgen gebreken van de nieuwe Bouwwet

bouwbreed 1355

Analyse | De verborgen gebreken van de nieuwe Bouwwet

Het bouwtoezicht in Nederland rammelt, de kwaliteit van bouwen laat te wensen over en opdrachtgevers hebben vaker het nakijken bij bouwfouten. Daar moet iets aan gebeuren, vindt eigenlijk iedereen. Maar het wetsvoorstel van de minister is niet waterdicht, menen kritische senatoren. Daarom is het nog maar zeer de vraag of de Eerste Kamer nu wel vóór stemt.

Dit is geen kwestie van zwart of wit, goed of kwaad, voor of tegen. Dit is een kwestie van aannames, geloof, hoop én de rotsvaste overtuiging dat het anders moet in de Nederlandse bouw.

Geen revolutie zonder weerstand, zo eentje is dit er ook, want dat de wet kwaliteitsborging voor het bouwen voor een ander speelveld zorgt, mag duidelijk zijn.

Jaren geleden werd al over deze hervorming gesproken. Oud-VVD-minister Dekker schreef er in 2008 een rapport over. Privaat wat kan, publiek wat moet. Het ging over de vraag wie waar verantwoordelijk voor is in de bouw of zou moeten zijn. Die oh zo verdomd ingewikkelde puzzel is nog altijd niet gelegd.

Minder toezicht door gemeenten, was de inzet. Meer verantwoordelijkheid door de markt. Minister naar minister speelde deze hete aardappel door. De crisis kreeg ook de schuld. Bouwers zaten niet altijd te wachten op proeven met andere manieren van kwaliteitsborging, terwijl oud-minister Van der Laan (PvdA) ook wel belangrijker zaken aan zijn hoofd had.

Eerlijk speelveld

Moet er iets veranderen in de bouw? Vraag dat aan een toezichthouder, inspecteur of bouwdirecteur en allemaal knikken ze van ja. De uitstervende toezichthouder ziet de werkdruk groeien, de inspecteur heeft nauwelijks tijd om preventief te controleren én de bouwer wil een eerlijk speelveld, waarin kwaliteit een kans krijgt om beloond te worden.

De noodzaak is er. Je kunt het huidige bouwstelsel zelfs een kaartenhuis noemen.

Het begint bij de vergunning die wordt afgeven op basis van bouwtekeningen. Zijn de juiste papieren eenmaal binnen dan is er feitelijk niemand die controleert of bouwers zich aan de tekeningen houden. Met andere woorden: of een nieuwe woning of gebouw is gebouwd volgens de eisen van het Bouwbesluit is volstrekt onduidelijk. Ventilatie-eisen? Energiezuinig? Gecheckt, zonder het echt te meten, hier heb je de sleutel.

Uitgestorven bouwtoezichthouder

Dat maakt de positie van opdrachtgevers er natuurlijk niet sterker op: want hoe toon je bij een eventuele fout van een aannemer achteraf nog aan dat die fout inderdaad door dat bouwbedrijf is gemaakt?

Natuurlijk, er zijn waarborgfondsen en zo, maar de consument die baalt van de aannemer omdat die na klachten nauwelijks thuis geeft, is anno 2019 nog zeker niet uitgestorven.

Kortom, wie in het huidige bouwstelsel kwaad wil, kan kwaad doen. De aannemer die iets te verbergen heeft, verbergt zijn bouwfouten. Easy. Verborgen gebreken noemen ze dat in het juridisch jargon. Niet goed opgelet, of meegekeken, pech gehad.

Bakje koffie

Van de gemeentelijk toezichthouder hoeft de gemiddelde Nederlandse burger ook allang niet meer onder de indruk te zijn. Veel bouw- en woningtoezichthouders zijn wegbezuinigd, mede door dit zeker sinds 2008 aangekondigde wetsvoorstel. Maar in het grijze gebied tussen oud en nieuw, werd het toch al bekritiseerde bouwstelsel, alleen maar meer kwetsbaar.

“De bouwpolitie? Vroeger kwamen ze nog weleens een bakje drinken. Zelden zie ik ze nog op de bouwplaats”, zegt de gemiddelde aannemer.

Reden genoeg dus voor een Paleisrevolutie in de bouw. Al kun je betogen dat er relatief weinig woningen en gebouwen tijdens of na oplevering instorten: dat er daadwerkelijk is gebouwd, zoals is beloofd, mag best wat explicieter worden vastgelegd.

Bijvoorbeeld zoals wordt voorgesteld met het opleverdossier. Dat dossier maakt het vermoedelijk een stuk makkelijker om bouwbedrijven in kragen te vatten, als er fouten zijn gemaakt.

Tijd en geld

Wie kan daar niet mee leven met zo’n oplevertoets, of as-built-dossier? Daar wordt iedereen wijzer van toch?

Inderdaad. Veel meer moeite hebben criticasters met de private kwaliteitsborgers die de minister in het leven wil helpen. Hoe onafhankelijk zullen zij straks zijn in een wereld die wordt gedomineerd door geld en tijd?

Over de nieuwe organisatie die de minister wil optuigen voor het goedkeuren van kwaliteitssystemen van kwaliteitsborgers is ook niet iedereen het eens. Is dat niet wat bureaucratisch allemaal? En wat als iedereen verantwoordelijkheden afschuift naar onderaannemers van onderaannemers? Of juist andersom?

Stinkend

Toch is er maar een ding waar senatoren echt allergisch voor zijn. Het zijn de open eindjes in dit wetsvoorstel, puntjes op i-en moeten in lagere regels worden gezet.

Om die reden stuurde de Eerste Kamer de vorige minister (Plasterk) terug naar huis: schaaf er nog maar wat aan, hier gaan we niet meer akkoord. Boter bij de vis graag.

De huidige minister deed stinkend haar best, maar paste de wet niet aan.

Een Bestuursakkoord? Nog meer experimenten? Nog meer toezeggingen? De senaat wil weten waarmee ze instemt, net zoals een opdrachtgever waar hij of zij aan toe is. Op papier. Vooraf. Zonder uitwijkmogelijkheden. As-built. Zonder gebreken die na oplevering (lees de stemming van de Eerste Kamer) ineens aan het licht komen. Geen nieuw kaartenhuis.

Paradox

Hoe paradoxaal. De wet die de bouw en burger wil verlossen van alle open eindjes en verborgen gebreken, is zelf misschien wel niet waterdicht genoeg. De wet kwaliteitsborging voor het bouwen bevat (te) veel verborgen gebreken. Dat zou deze wet over drie weken, na de meivakantie, als de senaat gaat stemmen over het voorstel, weleens definitief de kop kunnen gaan kosten.

De Eerste Kamer vergadert vandaag over de wet kwaliteitsborging voor het bouwen. 


Deze analyse is geschreven door Thomas van Belzen, journalist van Cobouw die dit dossier al jaren op de voet volgt. Reageren? Dat kan via thomasvanbelzen@vakmedianet.nl. 

Reageer op dit artikel