nieuws

Hoe bijna-energieneutrale woning een schietschijf werd: ‘We knoeien met theoretische modelletjes’

bouwbreed 5031

Hoe bijna-energieneutrale woning een schietschijf werd: ‘We knoeien met theoretische modelletjes’
Illustratie: Pascal Tieman

Nieuwe woningen moeten vanaf 1 januari 2020 bijna energieneutraal zijn. Criticasters waarschuwen echter voor lekke mandjes vol overgewaardeerde installaties. “Met twee vingers in de neus halen bouwers deze eisen.”

Wie van all electric-huizen houdt, draaiend op zonnepanelen en warmtepompen, snakt al jaren naar een frisse wind. De ‘eeuwenoude’ methode om de energieprestaties van woningen te berekenen, is achterhaald: de epc? Weg ermee. Nee, in tijden van sjoemelsoftware, nepnieuws, Twitter en Klimaatverandering is voor nauwelijks te volgen normen geen plaats meer.

Tot zover het goede nieuws voor de opvolger van de epc die vanaf 1 januari 2020 ingaat.

Bouwers, netbeheerders, leveranciers, wetenschappers en lobbyisten laten namelijk geen spaan heel van de BENG. Was BENG een tekstje in een stripboek, dan stond er BANG! Kapot. Ontploft. Geëxplodeerd. Met ambities die zijn opgepeuzeld door de meneren en mevrouwen die ze in het veld belangenbehartigers noemen. Van de ooit zo hoge ambitie lijkt bijna niets over.

BENG-onderzoek

Bouw en energiedeskundige Harm Valk deed namens Nieman Raadgevende Ingenieurs onderzoek naar BENG in de praktijk. Valk signaleert dat van de bijna-energieneutrale ambitie weinig is overgebleven, snapt de discussie en de sentimenten, maar nuanceert. “BENG mag geen blokkade zijn voor de bouwproductie. Ik zou zeggen: count your blessings. Het probleem met het eerste concept was dat de eisen over de hele linie te streng waren. Ik vind het knap dat de overheid die BENG-issues heeft opgelost. Problemen met hoogbouw, tiny houses en bungalows zijn allemaal opgelost.” BENG aanpassen voor 1 januari 2020 acht hij ook niet slim. “Als overheid zou ik nog duurzamer bouwen op een andere manier stimuleren.”

D66-Kamerlid Jessica van Eijs kan erover meepraten. Het regent kritiek. “Geen postzakken vol natuurlijk, maar mails van leden, milieuorganisaties, houtskeletbouwers, de isolatiebranche.”

Moeder aarde

Al is de minister haar partijgenoot, het zit Van Eijs niet lekker. En dus gaat ze vragen stellen aan de minister vanmiddag. Als dit klopt, dan moet er iets gebeuren.

Als dit klopt. Steeds weer keert die vraag terug in discussies over het Klimaat. Zo ook bij de BENG. Ook nu zijn er twee kampen. De mensen die vrezen voor hoge kosten en de bouwproductie. En de mensen die vinden dat het allemaal niet streng genoeg is.

Wie heeft hier gelijk? De minister, die zegt dat de BENG best goed is? Of de mensen die menen dat de minister zich baseert op oude aannames en theoretische modellen?

Superwarmtepomp

André Meester behartigt de belangen van de Nederlandse Isolatie Industrie (NII). Hij vindt dat de isolatiebranche er in de BENG bekaaid vanaf komt.

“Met de BENG die er nu ligt heb je haast ‘superwarmtepompen’ nodig en onnodig veel zonnepanelen. Dat komt omdat de eisen voor energiebehoefte niet streng genoeg zijn. Dat is niet effectief. Dit is een stap terug, in plaats van vooruit.”

Meester waarschuwt voor lagere bouwkwaliteit, hogere woonlasten en overbelaste elektriciteitsnetten. “Je kunt wel overal zonnepanelen plaatsen. Als je de opbrengst niet kunt terugleveren aan het net, gaat die het afvalputje in en is dat een puur theoretische compensatie.”

Nauwelijks een horde

Logisch kun je denken. De isolatie-industrie vindt dat er meer geïsoleerd moet worden. Toch zijn ook meer neutrale deskundigen het in de kern met Meester eens: de ‘bijna energieneutraal-norm’ is voor de massa aan woningen nauwelijks een horde te noemen.

Waarom is BENG-lat dan lager dan ooit bedoeld? Volgens kenners heeft dat alles te maken met een kostenoptimaliteitsstudie die ingenieurs- en adviesbureau DGMR in opdracht van de minister uitvoerde naar een eerste versie: de eisen bleken ongunstig uit te pakken voor tiny houses, bungalows en hoogbouw (aangesloten op stadsverwarming). De angst voor een dip in de bouwproductiedip helpt hogere ambities om zeep.

Hoewel er in tijden van schaarste en oplopende woningprijzen veel te zeggen valt voor dit argument, plaatsen criticasters grote vraagtekens bij het rapport van DGMR, de BENG zelf en randvoorwaarden waarmee de minister rekent.

Black Box

Daarnaast zou de norm voor leken nauwelijks te begrijpen zijn. En dat was nou juist de bedoeling, weten ze ook bij TNO. “BENG 1, 2, 3, voor de gemiddelde Nederlander is dat inderdaad nauwelijks te volgen”, reageren Wouter Borsboom en Marleen Spiekman van TNO. Ook zij zijn kritisch.

“Vooral BENG 1 is een black box. Dat heeft ons in deze hele zoektocht verbaasd: al die sommetjes die we steeds maken om allerlei effecten te bekijken. We zouden meer afstand moeten nemen: maken we wel de goede sommetjes?”

Ze gaan door:

“Halen we de juiste informatie er wel uit? Maar het belangrijkste is dat een groot deel van de woningen het te makkelijk gaat krijgen. Bouwers kunnen alle details, aansluitingen bij daken, en ramen, in kruipruimten, laten versloffen en compenseren met een pv-paneeltje. Die zijn achteraf moeilijk aan te passen.”

Vooral bij hoogbouw problemen

Richt BENG 1 slimmer in, vinden ze bij TNO, leg de lat vooral hoger voor tussenwoningen, zorg dat ze niet onnodig lekken en regel dat voor 1 januari 2020.

In theorie kan dat. Toch vraagt Claudia Bouwens, programmaleider van het Lenteakkoord namens Neprom, Bouwend Nederland, Aedes en NVB Bouw zich af of nu wijzigen wel verstandig is.

“Deze methode is complex en de tijd dringt. De bouwpraktijk kan pas projecten vanaf oktober met nieuwe software doorrekenen. Ik zou zeggen voer BENG in zoals die nu is. Pas de grenswaarde een jaar later in 2021 aan.”

Jan Willem van de Groep.

Jan Willem van de Groep: ‘We knoeien met theoretische modelletjes’ Foto: Suzanne van de Kerk

Ze is redelijk tevreden over het huidige voorstel. “De vorige mocht een tandje losser, vonden wij. Vooral bij hoogbouw voorzagen we problemen: te weinig ruimte voor zonnepanelen. Dat is aangepast. Of daarmee de ambitie nu te laag ligt?

Van gas los

Bouwens: “Vergeet niet dat we tussentijds al van het aardgas zijn losgemaakt. Eigenlijk was dat ook een onderdeel van de aanscherping in 2020. Hoewel er verzet was tegen de ingangstermijn, is de klus wel geklaard. Nu hoor je daar niemand meer over, hoewel de kosten natuurlijk wel zijn gestegen. Geen warmtepomp is zo goedkoop als de compleet uitgeengineerde cv-ketel.”

De problemen met hoogbouw zijn nog niet helemaal opgelost, zegt Bouwens. “Het lastige is dat je vaak overgeleverd bent aan warmtenetten. Die zijn echter zelden hernieuwbaar. Stadsverwarming is vaak op fossiele bronnen gebaseerd. En veel dakruimte voor pv-panelen is er niet.”

Waar ‘klimaatbelievers’ aandringen op strengere normen, neigt Bouwens, juist naar een afzwakking voor hoge gebouwen.

“Natuurlijk vind ik het ook jammer dat we niet verder richting een ‘epc van 0,0 gaan’, zoals we in 2015 bedachten en dat er nog altijd een energierekening blijft van 90 euro per maand. Maar voor de volgende hordes hebben we gewoon meer tijd nodig.”

Meer isoleren? Zinloos vindt zij. Duurzamer glas en kozijnen zou ze wel toejuichen. En ze dringt aan op een eerlijker plaatje.

Werk eens met de echte getallen

“De onderliggende berekening (PEF, Primaire Energie Factor) wordt nu te rooskleurig voorgesteld. Per woning betekent dat drie zonnepanelen minder, maar eerlijk is dat niet.”

Een spel van belangen. Bouwtempo versus extra isoleren, kosten versus een kleinere warmtepomp. Wie snapt het nog? Duurzaam ondernemer Jan-Willem van de Groep is misschien wel een van de weinigen. Toch ergert hij zich kapot aan BENG, die anno 2019 volgens hem toch weer vooral uitgaat van theoretische modelletjes.

“Hoe is het toch mogelijk dat we daarmee blijven knoeien. Ze zouden eens langs moeten komen en het energieverbruik van echte woningen met echte mensen uit onze monitoring moeten zien.”

De rekensommen van DGMR noemt Van de Groep “niet echt overtuigend.”

En zo kun je nog wel een paar wetenschappers bellen. De een zal dit zeggen, de ander dat. Dan nog maar een telefoontje met DGMR, het bureau van de kostenstudie die ‘slecht’ uitpakte voor BENG. Baseert DGMR en dus de minister zich inderdaad op verkeerde aannames? “Nee”, reageert onderzoeker Ieke Kuijpers-Van Gaalen vam DGR nuchter. “Natuurlijk merk ik dat er veel reuring is. Maar er zijn ook veel misverstanden.”

DGMR: geen lekdozen

Ze zette haar verhaal daarom op papier. Juist vanwege alle nuances die er ook zijn. “Het probleem is dat er niet één waarheid is. Ten opzichte van de epc is er zoveel gewijzigd. Het is ook begrijpelijk dat iedereen wil vergelijken, maar dat is eigenlijk niet te doen.”

Verkeerde onderliggende getallen? Kuijpers-Van Gaalen is zich van geen kwaad bewust.

“De manier van rapporteren is vastgelegd in EU-regels. Daar komt dan iets uit. Het ministerie maakt keuzes. Die gaan niet alleen over energie, maar ook over betaalbaarheid en bouwbaarheid.”

Haar belangrijkste inzicht? “Dat we met de huidige epc-eisen al heel dicht bij het kostenoptimale punt zitten.”

Buigen of barsten doet ze niet. Terug bij af? Verre van bijna energieneutraal? Daar gaat ze niet in mee. “Als je toch wilt vergelijken kom je met BENG – afhankelijk van het gebouw – uit tussen een epc van 0,4 en 0,1. De angst voor lekdozen is dan ook niet terecht.”


De Tweede Kamer vergadert vanmiddag over de BENG-norm. Cobouw volgt dat debat en doet daar verslag van.

Reageer op dit artikel