nieuws

Tien jaar na het faillissement van zijn bouwbedrijf is Martin van Hoogevest nog steeds boos: ‘Misdadig hoe de bank handelde’

bouwbreed Premium 6775

Tien jaar na het faillissement van zijn bouwbedrijf is Martin van Hoogevest nog steeds boos: ‘Misdadig hoe de bank handelde’
Martin van Hoogevest, foto Christiaan Krouwels

Het faillissement van Van Hoogevest, op 4 februari precies tien jaar geleden, was het eerste grote faillissement in de bouw tijdens de afgelopen crisis. Hoe kijkt voormalig grootaandeelhouder Martin van Hoogevest (70) terug? “U wilt toch niet failliet gaan?” zeiden de “slagers” van Bijzonder Beheer.

Wrange grap of zoete triomf? Martin van Hoogevest werkt anno 2019 in een kantoor waar vroeger ABN Amro zetelde, de bank die zijn familiebedrijf volgens hem tien jaar geleden het fatale zetje de afgrond in gaf. De bank is inmiddels vertrokken, alleen restaurant “De Bank” op de begane grond herinnert nog aan het verleden.

Martin van Hoogevest kijkt op de vijfde verdieping met uitzicht op de Onze Lieve Vrouwentoren in Amersfoort verrast bij de vraag of hij met een zekere genoegdoening dit gebouw met zijn zoon, met wie hij het kleine projectontwikkelingsbedrijf Habitoo runt, heeft betrokken. “Ik heb daar eigenlijk nooit over nagedacht. Eerlijk gezegd: ik kijk niet veel terug”, zegt hij droogjes. Het is toeval.

Martin van Hoogevest is de pijn van het bankroet voorbij, zegt hij

Het faillissement van Van Hoogevest Groep werd op 4 februari precies tien jaar geleden uitgesproken. Het bouwbedrijf behaalde in de hoogtijdagen meer dan 130 miljoen euro omzet met meer dan driehonderd werknemers, en was een van de vijftig grootste bouwbedrijven van Nederland. Martin van Hoogevest was de vierde generatie van het familiebedrijf; hij maakte het bedrijf groot. Aan het bankroet heeft hij een litteken overgehouden, zei hij een paar jaar na de val. Tien jaar later zegt hij dat hij eroverheen is. Hij rijdt nog regelmatig langs het oude, statige hoofdkantoor aan de Amsterdamseweg in Amersfoort. Maar hij voelt dan geen pijn, bezweert hij.

Hij is nooit meer in het gebouw, dat hij zelf heeft laten bouwen, geweest. Als hij de draaideur naar de galmende entree had gepasseerd, had hij gezien dat in het gebouw nu kinderopvangorganisaties en educatieve bedrijven gehuisvest zijn. En dat men in het gebouw de tragische geschiedenis nog kent. “Hoogevest, toch? Dat verhaal kent iedereen”, zegt een werknemer van een kinderopvangorganisatie bij de receptie.

Het hoofdkantoor van Van Hoogevest in Amersfoort. Foto: Ruben Schipper.

Het hoofdkantoor van Van Hoogevest in Amersfoort vlak na het faillissement in 2009.

Curatoren Johan Westerhof en Louis de Boef bewoonden de eerste maanden na het faillissement het verlaten kantoor. Ze publiceerden onlangs hun 34’ste faillissementsverslag. In de eerste helft van 2019 verwachten zij eindelijk de definitieve afwikkeling (zie kader onder tekst). De gevallen topman Martin van Hoogevest zou het boek graag een keer sluiten. “Om een heel basale reden. Er staan thuis tien ordners hoog in de kast, die zou ik graag een keer wegflikkeren. Ik zit in een fase van mijn leven dat ik dingen wil afsluiten.”

‘Er hangt een geweldig zwaard van Damocles boven de sector’

Toch wil hij nog één keer terugkijken, zonder te jammeren. En wil hij wel wat zeggen over hoe archaïsch de huidige bouw zich gedraagt.  Die problemen waar de bouw nu middenin zit – stijgende bouwkosten en personeeltekorten – had hij in 2012 al voorspeld: “Als straks de economie weer aantrekt, is de ellende voor de bouw nog lang niet voorbij. Dan vallen juist de grootste klappen voor de uitvoerende bouw. Er hangt een geweldig zwaard van Damocles boven de sector. Als straks het werkaanbod en de prijzen weer wat gaan stijgen, willen onderaannemers en leveranciers ook een beetje meer verdienen. Ze zeggen tegen de hoofdaannemers: ‘U ligt nog vier maanden achter, wilt u eerst even betalen, anders doe ik even niets.’ Dan vallen alle bedrijven die er slecht voorstaan om.”

Martin van Hoogevest: ‘De woonagenda is een toneelstukje. 75.000 woningen per jaar gaan we nooit halen.’ (Foto: Christiaan Krouwels)

Hij kreeg gelijk. Bouwgroep Moonen en Adriaans Bouwgroep zijn de opvallendste slachtoffers tot nu toe. Hoofdaannemers zitten in de tang bij onderaannemers. “Winst maken is nog steeds een behoorlijk probleem voor hoofdaannemers”, ziet Van Hoogevest. Toch klopt hij zich niet op de borst. “Voor die voorspelling is niet zo heel veel wijsheid nodig”, glimlacht hij. “Je ziet dat altijd bij een opgaande beweging in de cyclische bouw  Al overtrof de diepte van de laatste crisis mijn verwachtingen en zijn de problemen met de capaciteit heel wat groter dan voorgaande periodes.”

Ontslagen bouwvakkers werden in de jaren tachtig postbode

De laatste grote opleving voor de bouw was in de jaren tachtig. De sector was er net als toen niet in geslaagd mensen tijdens de crisis vast te houden. “Heel veel bouwvakkers werden in die tijd postbode. Als je op tijd je wijk klaar had, kon je daarna klussen. Ideaal natuurlijk.” Martin van Hoogevest kan zich nog herinneren dat hij in die tijd bij Bredero werkte en dat er niet genoeg goede bouwvakkers te vinden waren om Hoog Catharijne op tijd op te leveren. “Er werden toen busladingen vol koekenbakkers en fietsenmakers ingevlogen. Niemand kon een hamer vasthouden.”

Die grote conjuncturele golven waar de bouw de laatste tien jaar mee te maken had, maakt bouwondernemers volgens hem huiverig. “Na de wederopbouw dacht iedereen dat er oneindig veel werk zou zijn. Nee dus. Toeleveranciers willen wel investeren, maar ze denken nu: we gaan ons niet opblazen.” Liever iets te klein zijn en hard rennen, dan te groot zijn met de kans om tot stilstand te komen. Volgens de voormalige bouwdirecteur zullen weinig ondernemers na de laatste crisis nog zin hebben om een prefab-fabriek neer te zetten.

‘Woonagenda is toneelstukje. 75.000 woningen gaan we nooit halen’

De in de Woonagenda vervatte ambitie van minister Ollongren om jaarlijks 75.000 woningen te bouwen, deed de wenkbrauwen bij Van Hoogevest fronsen. “Toen ik van die ambitie hoorde, dacht ik: zijn we daar nu een toneelstukje aan het opvoeren? Want iedereen weet wel beter: dat gaan we nooit halen. De woningmarkt is een puinhoop. Daar maak ik me wel zorgen om. De beschikbaarheid van grond is zo langzamerhand een nationale ramp geworden.” Dat merkt hij bijvoorbeeld in zijn nieuwe rol als projectontwikkelaar. “De klant is er wel, dat is het probleem niet meer. Maar hoe kom je nog aan grond en hoe kom je nog aan een bouwer?”

Martin van Hoogevest werkt tegenwoordig als vastgoeddirecteur voor het Sint Pieters- en Bloklands Gasthuis. Ook is hij samen met zijn zoon Maurits aandeelhouder van Habitoo, een kleine projectontwikkelaar.

Het zou hem niet verbazen als we over honderden jaar op de bouw terugkijken, zoals we nu terugkijken op de gildes uit de Middeleeuwen. Hopeloos ouderwets. Industrialisatie is volgens hem de enige oplossing. Maar de bouw maakt daarin nauwelijks vorderingen. “Daarin valt de bedrijfstak mij verschrikkelijk tegen. Ik had verwacht dat in de crisis grote stappen in die richting genomen zouden worden. Maar je ziet dat nu het goed gaat iedereen weer achterover leunt,  gewoon weer zijn dingetje doet en probeert zoveel mogelijk winst te maken.”

‘De banken waren de weg kwijt’

Zoveel mogelijk winst moest Martin van Hoogevest tien jaar geleden ook maken toen zijn bedrijf in zwaar weer zat. Het bouwconcern was in 2007 en 2008 te hard gegroeid en draaide te veel probleemprojecten. “We deden bijvoorbeeld werken in Rotterdam, maar we kregen onze mensen er niet naartoe, vanwege de fileproblemen. Dan moet je ter plekke mensen gaan zoeken, dat is bijna ondoenlijk in een totaal overspannen arbeidsmarkt. Wat je krijgt is allemaal tweede keus. Dat zie je dan terug in de resultaten”, verklaarde Van Hoogevest na het faillissement de verliezen. Het plan was om een kleinere regionale bouwer te worden, maar daar kreeg Van Hoogevest de tijd niet voor. De banken waren in september 2008 opgeschud door de val van Lehman Brothers en de paniek sloeg over naar Nederland. “De banken waren de weg kwijt”, oordeelt Van Hoogevest.

De banken stonden in de goede tijd volgens Van Hoogevest met kruiwagens met geld buiten op de stoep. Als ondernemer had hij de grootst mogelijke moeite om ze buiten te houden. “Banken slaan in goede tijden door en in slechte tijden ook. Het zijn onmogelijke instituties, ze hebben verdraaid weinig geleerd van de crisis”, is nog steeds de stellige mening van Van Hoogevest.

“Ik blijf van mening dat het faillissement niet nodig was geweest”, vervolgt hij. Volgens hem heeft ABN Amro “de kluit ongelooflijk belazerd”. De dag voor kerst 2008 werd door ABN Amro de geldkraan bij Van Hoogevest Groep dichtgedraaid. Daarna vroeg de bank om zekerheden. Van Hoogevest gaf die. ABN Amro draaide de kraan vervolgens kort open en daarna weer dicht. Met de zekerheden was schade voor de bank afgewend. “Misdadig”, beoordeelt Van Hoogevest het handelen van de bank. “Eigenlijk pauliana.” De onderaannemers haalden hun spullen weg van de bouwplaatsen en het bouwconcern ging begin februari failliet. Martin van Hoogevest overwoog nog een kort geding. “Maar dat kost je klauwen met geld en jaren chagrijn.” Hij trok zich terug nadat zijn juridische adviseurs gezegd hadden dat dat zinloos was, omdat hij toch al failliet was. Hij heeft nog spijt dat hij niet doorgezet had. “Ik ben ervan overtuigd dat ik gewonnen had.” Mogelijk had hij een grote schadeclaim bij de bank kunnen indienen.

Oorzaak faillissement: overladen met leningen en slecht in grote projecten

Van Hoogevest groeit tussen 2004 en 2007 hard. De bouwsector draait goed en het Amersfoortse bedrijf opent nieuwe vestigingen in het midden en het westen van het land. Van Hoogevest gaat zich ook storten op grote projecten. De omzet groeit 10 procent per jaar. 70 procent van de woningbouwprojecten is voor eigen ontwikkeling. De vestigingen blijken niet te renderen, de bouwdivisie lijdt in 2007 een verlies van 7,5 miljoen euro voor belastingen. Vooral bij grote projecten met aanneemsommen van 10 tot 20 miljoen euro gaat het mis, blijkt uit het faillissementsverslag van juli 2012. De directie van Van Hoogevest besluit in 2007 de vestigingen te sluiten en weer een regionale bouwer te worden. In 2008 moet het bedrijf weer gezond worden. Dat lukt niet. Het verlies is weliswaar lager dan het jaar ervoor, maar bedraagt toch nog 5,5 miljoen euro. Het is vooral de ontwikkeltak die het bouwbedrijf naar de bodem trekt. De ontwikkelposities worden vooral bancair gefinancierd, hebben een negatieve invloed op de cash flow en zorgen voor een zware financieringslast. De liquiditeitsproblemen worden steeds nijpender. Eind 2008 heeft huisbank ABN Amro weinig fiducie meer in Van Hoogevest. De bank schort de kredietverlening op. De directie van Van Hoogevest schrikt en wil snel vastgoedposities uit de ontwikkeltak verkopen om aan geld te komen. Die plannen lijken bij huisbank ABN Amro in goede aarde te vallen. Nadat op 15 januari 2009 nieuwe zekerheden aan de bank zijn verstrekt, wordt de kredietkraan weer enigszins opengezet. Deze wordt op 22 januari 2009 echter weer dichtgedraaid, waardoor Van Hoogevest afspraken met leveranciers niet kan nakomen. In de dagen voor de surseance lijkt investeerder Koos de Vink met een overname de boel nog te redden. De overname ketst op 2 februari 2009 af, omdat onderaannemers van de bouwplaatsen zijn vertrokken en hun materialen hebben meegenomen, waardoor de projecten niet verder kunnen. Op 3 februari wordt het faillissement aangevraagd. Op 4 februari wordt het faillissement uitgesproken. Op 5 februari 2009 vertelt Martin van Hoogevest, geflankeerd door de twee curatoren, in het hoofdkantoor aan zijn voltallige personeel dat het voorbij is.

Murw was Martin van Hoogevest tien jaar geleden

Murw was hij tien jaar geleden. Hij was door de “slagers” van bijzonder beheer gemangeld. Ze hadden hem vlak voor het faillissement met zijn tweeën apart genomen en gevraagd of hij zijn huis niet als onderpand wilde geven. “U wilt toch niet failliet gaan?”, sprake ze op hem in. Maar Martin van Hoogevest trok een grens. Zijn huis in onderpand geven zou toch niets uitmaken. Gelukkig dat hij voet bij stuk hield, denkt hij achteraf. Gunstig was ook dat hij zijn pensioen buiten het bedrijf had gestald. “Ik ken voorbeelden van andere bouwondernemers die failliet gingen en echt alles kwijt waren en op straat terecht kwamen. Dat wens je niemand toe.”

'Raar dat het nu ineens over is'

'Raar dat het nu ineens over is'

Hij ziet het faillissement als een “bedrijfsongeval”. “Dit soort dingen gebeuren. Als ondernemer loop je soms langs de rand”, zegt hij schijnbaar koeltjes. “Wij waren op het verkeerde moment bij de verkeerde bank.” De pijn was er wel in de eerste jaren na het faillissement. Hij had een “gevoel van enorm falen”, zei hij toen. “Ik had de neiging een kuil van dertig meter te laten graven, erin te duiken en te zeggen: schuif maar dicht. Ik was de vierde generatie van het familiebedrijf, het was een erfenis die ik meekreeg. Dat is onder mijn verantwoordelijkheid fout gegaan.”

Liever tien keer failliet dan schoondochter verliezen

Maar sinds de dood van zijn schoondochter, vijf jaar geleden, heeft hij de betrekkelijkheid van het einde van zijn bouwbedrijf ingezien. Hij had niets liever gewild dan nog tien keer failliet gaan, als hij daarmee zijn schoondochter had teruggekregen. Haar zoon, zijn kleinkind, komt veel bij hem en zijn vrouw thuis. Zijn gezicht klaart op. “Dan laat ik alles uit mijn handen vallen.” Die kleinzoon heeft ook anderhalf jaar terug op vakantie in Tsjechië zijn snor met een tondeuse afgeschoren. “Mijn vrouw had me nog nooit zonder snor gezien, ze wilde zien of ik geen hazenlip had”, grinnikt Van Hoogevest. Die tegenslagen hebben zijn familie heel hecht gemaakt, zegt hij. En er zijn intussen zoveel boeiende dingen op zijn pad gekomen, waar hij gelukkig en blij van wordt, zegt hij. ”Dingen zijn nooit onverdeeld zwart, net als ze nooit onverdeeld wit zijn.”

Faillissement na tien jaar nog steeds niet afgewikkeld

Het faillissement van Van Hoogevest is ruim tien jaar na faillissementsdatum nog steeds niet afgewikkeld door curatoren Johan Westerhof en Louis de Boef. Onlangs publiceerden zij hun 34e faillissementsverslag. “Binnen een paar maanden en in ieder geval in de eerste helft van 2019 verwachten wij de definitieve afwikkeling”, zegt Westerhof. “Tientallen” schuldeisers zullen dan een “kleine bijdrage” tegemoet zien. Hoe hoog die uitkering is, kan hij nog niet zeggen. Van Hoogevest Bouw kent 885 schuldeisers. De boedelvordering op deze vennootschap bedraagt 1,2 miljoen euro. De curatoren hebben bewust de tijd genomen om de vastgoedposities te verkopen, zegt Westerhof. “Er was in het begin van de crisis geen appetite voor ontwikkelposities.”
In de eerste jaren na het faillissement constateerden Westerhof en De Boef paulianeus handelen van Rabobank en ABN Amro. Van beide banken werden vastgoedtransacties vlak voor het faillissement waargenomen, die voor de curatoren reden waren ze terug te draaien. Beide keren ging het om onroerend goed dat op het laatste moment werd verhypothekeerd, dat wil zeggen dat de banken onderpand kregen op uitstaande leningen. Banken vragen onderpand om zelf minder risico te lopen; in geval dat een lening niet terugbetaald wordt, kan het pand te gelde worden gemaakt. De banken hadden kunnen weten dat de transactie nadelig zou kunnen uitpakken voor schuldeisers als Van Hoogevest failliet zou raken. De banken hebben met de curatoren geschikt: Rabobank moest twee derde van de verkoopopbrengst (450.000 euro) aan de boedel afstaan. ABN Amro had vijf onroerende zaken in de week voor het faillissement verhypothekeerd en moest dat terugdraaien.

Lees ook:

Van Hoogevest ging aan grandeur ten onder

Parel Van Hoogevest maakt doorstart

Arrogantie nekte Van Hoogevest

Reageer op dit artikel