nieuws

Deze leerlingen hebben geen virtual reality-bril nodig om de bouw ‘hartstikke leuk’ te vinden

bouwbreed Premium 1121

Deze leerlingen hebben geen virtual reality-bril nodig om de bouw ‘hartstikke leuk’ te vinden
Leerling Thomas Bruin, Espeq opleidingen. Heerhugowaard, Foto: Ruud Jonkers

Opleidingsbedrijf Espeq uit Heerhugowaard probeert met virtueel timmeren en schilderen de bouw aantrekkelijk te maken. Werkt het? Leerlingen Devin (15) en Thomas (26) dromen vooral van een eigen bedrijf.

Ze bestaan. Hongerige jongens en meisjes die dolgraag de bouw in willen. Kijk naar Devin Haisma, een schuchtere jongen van vijftien. Vader hovenier die timmerwerk erbij doet. Devin vindt timmeren “hartstikke leuk”. “Misschien dat ik straks bij mijn vader kan werken”, zegt hij. Hij brandt van ongeduld, het liefst begint hij morgen.

Of neem Thomas Bruin (26), die elke dag vanaf Texel met de veerboot en de trein naar Heerhugowaard komt. Hij is kok geweest, maar was de hete keukens, de stress en de slechte werktijden zat. Hij wil het proberen in de bouw. Lekker werken met zijn handen en regelmatige tijden. Hij droomt van een eigen bedrijf.

Tekst loopt verder onder het filmpje

Een verlegen jongen verandert in een zelfbewuste vakman in de dop

Devin en Thomas doen het eerste jaar van de MBO-opleiding bouwtimmeren. Ze oefenen in het grote opleidingslokaal aan de werkbanken bij opleidingsbedrijf Espeq in Heerhugowaard. De laatste weken mogen ze zelfs meehelpen aan het bouwen van het “clubhuis van de bouw”. Zo noemt Winfred de Nijs, de voorzitter van Espeq het “bouwcafé” dat in de maak is bij de ingang van Espeq. Dat moet een plek worden waar straks een maandelijkse soos voor de sector plaats gaat vinden.

Devin wijst naar de kozijnen. Die heeft hij samen met Thomas gesteld. En hij is nu bezig met de wanden. Voor de camera van Cobouw wil hij laten zien wat hij aan het doen is. Hij doet zijn veiligheidsbril op en legt een balk onder de cirkelzaag. Iiiiiioooooooooowwww. Een verlegen jongen verandert in een zelfbewuste vakman in de dop.

Devin Haisma (15). Zijn vader is hovenier die timmerwerk erbij doet. “Misschien dat ik straks bij mijn vader kan werken.” Foto: Ruud Jonkers

Devin Haisma (15), eerstejaars leerling bouwtimmeren bij Espeq. Zijn vader is hovenier die timmerwerk erbij doet. “Misschien dat ik straks bij mijn vader kan werken.” Foto: Ruud Jonkers

“De bouw moet straks van de muren afdruipen”, legt Winfred de Nijs, de algemeen directeur van ontwikkelende bouwer M.J. de Nijs de bedoeling van het bouwcafé en andere bouwplannen van Eseq uit. Ook aan de buitenkant van het grijze gebouw moet de ambitie er binnenkort afspatten. Boven de ingang hangt een groot billboard met de tekst dat gewerkt wordt aan een CO2-neutrale toekomst. Practice what you preach. “Ons gebouw krijgt straks een A-label, we plaatsen zonnecollectoren en een WKO-installatie en gaan van het gas af”, zegt Suzanne den Dulk, directeur van Espeq in haar snikhete werkkamer – de oude verwarmingsinstallatie heeft volgens haar kuren.

Opleiders zijn de navelstreng voor de bouw

Opleiders zijn de navelstreng voor de bouw. Zeker sinds de crisis. Het natuurlijk verloop was tussen 2008 en 2016 groter dan de aanwas van jonge arbeidskrachten vanuit een opleiding. Tegenover 42.000 mensen die tussen 2008 en 2016 uit de bouw stroomden stonden volgens het CBS slechts 22.000 nieuwe krachten. Demografisch gezien zijn er te gewoon weinig jongeren in Nederland om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen. “De vijver wordt kleiner”, zegt Den Dulk.

De Nijs had de personeelsnood al jaren geleden voorspeld. “Het was zo’n beetje mijn lijfspreuk: we gaan van een financiële crisis naar een personeelscrisis.”

Espeq moet volgens Den Dulk dus nog harder zijn best doen om jongeren te verleiden. En hun moeders, zegt De Nijs. “Het zijn de moeders die een doorslaggevende stem hebben bij de beroepskeuze van hun kinderen.”

Dus is de entree van het gebouwd opgeleukt met hippe houten borden met de tekst “666 succesvolle plaatsingen bij bedrijven”. Ook staat er een maquette van een gebouw en hangen er posters van jongeren met virtual reality-brillen. En naar wie het wil horen verspreidt Den Dulk de boodschap over de bouwplaatsen waar de bouwvakkers van de toekomst met virtual reality-omgeving leren verven en timmeren of een torenkraan te bedienen. Bouwen in een game-omgeving. Catchy! Allemaal te zien in dit theater vanaf volgend jaar, belooft Den Dulk.

Winfred de Nijs en Suzanne den Dulk: “Meer meiden zijn welkom.” Foto: Cobouw

In het timmerlokaal nog geen spoor van augmented reality, VR-brillen en virtueel schilderen

De promotie werkt; Espeq groeit tegen de stroom in. “Het aantal leerlingen groeit al drie jaar met 20 procent”, zegt Den Dulk. Vooral jongens komen. Niets nieuws onder de zon. “Meer meiden zijn welkom”, zegt Den Dulk. “De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er nu tussen de tien en vijftien meisjes zijn op een totaal van 330 leerlingen. De meeste doen de schildersopleiding.”

In het timmerlokaal nog geen spoor van augmented reality, VR-brillen en virtueel schilderen. Alleen werkbladen, hout, gereedschap, getimmer en gezaag. Een VR-bril? Devin kijkt ervan op, hij kent de toekomstplannen niet. Op een nuchtere toon: “Ik zou het wel willen proberen”, zegt Devin. Nuttig? “Voor de opleiding wel.“ Hij heeft de gadgets niet nodig om naar de bouw gelokt te worden. Wat hem meer bezig houdt? “Iets permanents maken.” Ook bouwleerlingen zuchten kennelijk naar onsterfelijkheid en betekenis. Of vinden ze het gewoon vervelend om iets te maken dat op de hoop belandt?

Helemaal te buiten aan high tech zullen ze in Heerhugowaard sowieso niet gaan. Beginnen bij het begin. Den Dulk: “Onze opleiding begint met basisvaardigheden. Die zijn dezelfde gebleven. Maar we zullen er wel ontwikkelingen aan toevoegen.”

Oud-kok Thomas Bruin wil het in de bouw proberen.

Bouwvakker van de toekomst doet aan one touch-logistiek

Winfred de Nijs gelooft in de modern jas van Espeq. Zijn kleinkinderen en hijzelf zitten op Snapchat, maar veel kaas heeft hij zelf niet gegeten van de moderne snufjes, bekent hij. Dat laat hij aan Den Dulk en haar collega’s over.  “Wat Suzanne nu bij Espeq gaat introduceren kan ik niet eens bedenken. Wat ik meebreng is dat ik zie wat er in de markt gebeurt.” Dat het CO2-vraagstuk het grootste vraagstuk is geworden voor de bouw bijvoorbeeld. “Dat betekent heel veel transformatiewoningen. Soft skills worden daarom belangrijker, omdat de werkomgeving een bewoond huis is in plaats van een bouwplaats.” Nooit met prut onder je schoenen een bewoonde woning in lopen bijvoorbeeld. “Je schoenen uittrekken voor de deur. En je rotzooi opruimen”, zegt De Nijs.

Ook moet de bouwvakker van de toekomst leren spelen als bij voetbalclub Barcelona. De Nijs:“One touch-logistiek. Net als bij voetbal. In een keer die last pakken en op de juiste plaats zetten, in plaats van gooi allemaal maar neer en daarna eindeloos verplaatsen.”

Dat laatste kost nodeloos veel geld, bovendien draagt het bij aan het beeld en de werkelijkheid dat bouwvakkers zich “helemaal het lazarus werken”, legt De Nijs uit. Logistiek is volgens hem een essentiële succesfactor bij projecten. Espeq blijft dus handige handjes afleveren, maar ook steeds meer vernuftige breinen.

Devin Haisma denkt dat VR-brillen tijdens de opleiding wel interessant kunnen zijn.

Devin en Thomas willen vooral “dingen maken”

Devin en Thomas willen vooral “dingen maken”, het liefst al voor een bouwbedrijf. Bij Espeq prefabonderdelen maken die echt de markt op gaan, vinden ze ook wel wat. Maar dat zit er niet in, zegt Winfred de Nijs. “We mogen als Espeq niet concurreren met bedrijven.” De leerlingen zijn immers “gratis” en daarmee zou het opleidingsbedrijf andere bedrijven in de weg zitten.

Thomas wil in ieder geval snel die bouwplaats op om van het vak te proeven. Met een teleurgestelde blik: “Ik zou graag willen beginnen, maar dat is nog even wachten helaas. Omdat ze bij Espeq nog geen werk voor me hebben.” Dan weer een verlegen lach. Deze leerlingen hebben engelengeduld.

 

Halvering mbo-studenten bouw en infra

De mbo-opleidingen in de richting bouw en infra hebben het aantal scholieren sinds 2008 bijna zien halveren. Afgelopen studiejaar groeide het aantal studenten echter weer. Dat blijkt uit cijfers die het Economisch Instituut voor de Bouw verzameld heeft bij DUO en de HBO-raad. In oktober 2017 deden 12.642 mbo’ers een bouwstudie, dat is 45 procent minder dan in 2008. Ook bij bouwopleidingen in het vmbo (-37 procent) en het hbo (-8 procent) blijft het aantal studenten fors achter in vergelijking met tien jaar geleden.  Alleen de opleiding HBO-master deed het beter dan in 2008. Het aantal studenten in 2017 lag 2 procent boven het niveau van 2008. De ergste dip lijkt achter de rug. Afgelopen studiejaar groeide het aantal studenten bij alle typen opleidingen. Het aantal vmbo-leerlingen steeg zelfs voor het tweede jaar op rij sterk (11 procent in 2016 en 8 procent in 2017). Het aantal mbo-studenten nam in 2017 met 9 procent toe. Het aantal hbo-studenten in de bacheloropleiding groeide vorig jaar slechts met 2 procent, de masteropleiding werd door 15 procent meer hbo’ers gevolgd.


 

Reageer op dit artikel