nieuws

Mick Eekhout: Laat Nederland weer het innovatie-lab zijn van Europa

bouwbreed Premium 610

Mick Eekhout: Laat Nederland weer het innovatie-lab zijn van Europa

We hebben niet het genadeloze bouwtoezicht, missen de dominante verzekeraars en zijn gevrijwaard van advocatenspelletjes die in de omringende landen bouw-innovaties de kop in drukken. Nederland heeft volgens Mick Eekhout dus alles in zich om weer de ideale proeftuin te zijn voor bouwinnovaties. Lef en ideeën zijn er volop. De industrie zou wel wat harder mogen lopen en met architecten optrekken.   

Hoogleraar, directeur, columnist, architect, academielid, pamflettist. Mick Eekhout heeft in zijn carrière heel uiteenlopende rollen vervuld gespeeld en wisselde geregeld van pet. Als het maar leidde tot innovatie van de bouw en bouwproducten. Dat doel was een constante in zijn werk en heiligde  bijna alle middelen.

Hoe staat het bouw-innovatie klimaat er momenteel in Nederland ervoor?
“We herpakken ons weer na een crisis die er flink inhakte. We hadden met de drie technische universiteiten ‘Het 3TU Speerpunt Bouw’ om na de crisis meteen de draad weer op te pakken door tijdens de recessie onverstoorbaar door te gaan met baanbrekend onderzoek. Maar dat werd getorpedeerd door machtsspelletjes binnen de universiteiten. Dat was een gemiste kans.

Gelukkig hebben we nu het klimaat-akkoord. Wordt dat de grote aanjager voor innovatie?
“Energie-neutrale hoogbouw, is natuurlijk de grote uitdaging waar we met zijn allen voor staan. We hadden een bewezen concept in de vorm van het Rotterdamse Concept-House prototype, geheel gefinancierd door een groot aantal bedrijven. Dat heeft drie jaar prima gewerkt, maar sneuvelde uiteindelijk zeer ongewenst onder de slopershamer. Ook weer vanwege ondoorgrondelijke machtsspelletjes. We gaan nu door met een 40 meter hoge  woontoren in Delft. Dat wordt een opvallende zwarte verschijning omdat drie van de vier gevels zijn bekleed met zwarte pv-panelen zodat hij energiepositief wordt. Dat moet in de toekomst kleurrijker kunnen natuurlijk, maar de rendementen van zonnepanelen, anders dan blauw en zwart zijn nu nog te laag. Het zou mooi zijn als de Cobouw-award daar veelbelovende inzendingen voor zou opleveren. Daar is schreeuwend behoefte aan.  Een aantal jaren  geleden ging ik al eens bij Trespa langs en vroeg ik waar hun prototypes bleven voor gevelplaten met geïntegreerde PV-panelen. Toen keken ze me glazig aan. Ze hadden geen flauw idee waar ik het over had.”

Is dat typerend voor de houding van de Nederlandse toeleveranciers?
 “Helaas wel. De industrie zou veel harder mogen lopen en verder vooruit denken. Productontwikkeling en innovatie is anders dan marketing, veel meer gericht op de lange termijn. Dat moet nu meestal van ontwerpers en de architecten komen.  Met Octatube heb ik altijd dicht in hun  buurt vertoefd en hun wensen vaak ook nog voor ze die hadden uitgesproken vertaald naar producten. Als ik dan eens een prototype liet zien, zeiden ze meteen enthousiast: dat is precies wat we zoeken! Je moet meedenken en ze voor zijn. Ik begrijp niet dat niet veel meer partijen dat doen.”

Met wat voor product zou de industrie hoognodig moeten komen?
“Glazen gevels kunnen naar mijn overtuiging veel lichter. In de jaren 90 bouwde ik al een compleet glazen concertzaal van 8 mm dik glas in Amsterdam. Tegenwoordig komen we bij vergelijkbare constructies, al gauw op veel dikkere glasplaten uit, terwijl ik zomaar wild denk dat het op de een of andere manier juist veel dunner moet kunnen. Misschien wel met maar 1 of 2 mm. Dat hoog-voorgespannen glas dat op elk mobieltje zit is ijzersterk. Daar kun je heel hoge gebouwen mee bekleden met flinterdunne gevels. Dat is niet alleen heel efficiënt, ook de ‘embedded energy’ van de gevel gaat enorm omlaag. Want dat is nog wel een zwak punt van glas. De productie ervan kost heel veel energie. Vroeg of laat gaan overheden natuurlijk eisen stellen aan de voetafdruk van dat soort HighTech materialen. Dat weet iedereen.”

Waarom is dat er nog niet dan?
“Iedereen kijkt de kat uit de boom. En het is uiteindelijk best een complex proces: je bent er niet met alleen de producenten van floatglass. Ook de lamineerders, de coaters, de harders, de ontwerpers., de constructeurs, de gevelbouwers, de certificeerders  …. Iedereen moet meedoen. En je verdient de ontwikkelkosten niet terug op één project. Ook niet als dat een toren van 300 meter hoog in Dubai is. Het vergt een een langdurige en diepe investering, een deep dive.”

Zo houdt iedereen elkaar gevangen.
“Dat mechanisme speelt overal. Wereldwijd. In Nederland zijn de omstandigheden uiteindelijk nog niet zo beroerd. We hebben niet dat verlammende bouwtoezicht zoals in Duitsland, hoe goed dat ook uitpakt als het gaat om het garanderen van kwaliteit. Vergeleken met Frankrijk en België spelen verzekeraars een veel bescheidener rol en zijn niet in staat innovatie de kop in te drukken. Ten opzichte van Engeland hebben we het voordeel dat advocaten en quantity syurveyors het bouwproces hier niet zo in hun greep hebben.  Dat zijn allemaal factoren die innovatie in de ons omringende landen belemmeren. Dat zijn forse tegenkrachten waar bouwers, ontwerpers, adviseurs en toeleveranciers in het buitenland mee te maken krijgen. De ‘Dutch Design en Architecture’ heeft niet meer die wereldwijde faam,van de ’90 en het eerste decennium van deze eeuw. Maar die positie kunnen we zeker weer terugveroveren. Er is ondernemerschap, er is lef. Op onze schaal kunnen we kleine stapjes vooruit zetten. Zo kan Nederland weer het innovatielaboratorium worden voor Europa.”

 

Cobouw Awards

Mick Eekhout is voorzitter van de jury van de Cobouw Award voor het beste bouwproduct van het jaar. Die prijs wordt, naast de prijs voor de beste werkgever, het meest duurzame project en de Cobouw50 uitgereikt op 21 november. Inzenden kan tot 10 september. Kijk voor meer informatie op: www.cobouwawards.nl

Reageer op dit artikel