nieuws

Van ’t Hek start Amsterdamse hub: funderingsbedrijf slaat weg in naar logistiek dienstverlener

bouwbreed Premium 3990

Van ’t Hek start Amsterdamse hub: funderingsbedrijf slaat weg in naar logistiek dienstverlener

Amsterdam wordt steeds voller. Dat merken bouwers ook. Vrachtwagens kunnen nauwelijks hun kont nog keren en plek om bouwmateriaal op te slaan is schaars. Van ’t Hek richt daarom een bouwhub in. In eerste instantie om een woningbouwproject van VORM op de Houthavens van materiaal te voorzien, maar het funderingsbedrijf hoopt er later ook andere aannemers mee te bevoorraden.

Laden en lossen is verboden. Vrachtwagens mogen niet stilstaan. Ruimte voor bouwmateriaal is er nauwelijks, aan de zijkanten van de elke straat staan hoopjes gereedschap op elkaar gepropt. In die omstandigheden moet bouwer VORM appartementen realiseren op de Amsterdamse Houthavens. Even smokkelen, ho maar. Want op elke hoek controleert een parkeerwachter of de bouwvakkers zich aan de regels houden. Regel overtreden? Dan volgt een boete van 3000 euro.

Bouwhub op 5 minuten rijden

Maar waar moeten al die gipsplaten dan heen? En die gevelelementen? Hoe sla je ze op, totdat ze echt nodig zijn? Van ’t Hek, onderaannemer van VORM, bedacht een oplossing: een bouwhub op 5 minuten rij-afstand. Het is niet de allereerste in de stad, maar wel een die ook vanuit het water te bereiken is.

Dat laatste is hard nodig, zegt directeur Ruud van ’t Hek. “Wij werken veel in binnensteden. We zien al een tijdje dat er steeds meer noodzaak is om een plek in te richten waar je materialen kunt opslaan. Hinder van vrachtwagens wordt minder geaccepteerd. Vroeger was het normaal als je stond te laden en te lossen midden in de stad. Nu niet meer. Gemeentes willen geen klachten meer van bewoners en eisen van bouwers omgevingshinder te voorkomen.”

Op de Houthavens is nauwelijks ruimte om materiaal op te slaan.

‘Medewerkers mogen hier allen met vouwfiets komen’

Het project op de Houthavens is een goed voorbeeld. Daar worden in fases circa 150 appartementen gebouwd. In een aantal blokken wonen al mensen, op andere plekken staan de eerste palen nog niet in de grond. Om overlast voor bewoners te voorkomen, zijn bouwvakkers aan strenge regels gebonden. “We mogen hier maar maximaal tien auto’s parkeren”, vertelt projectleider Rick van der Starre van VORM, terwijl hij een groep studenten die straks ook aan de slag gaat op de hub, rondleidt over het terrein. “We hebben al onze werkvoorbereiders een vouwfiets gegeven, zodat ze hier toch kunnen komen. Het was heel lastig om personeel over te halen hier te komen werken. Want ze willen allemaal met een busje hierheen komen.”

Materiaal opslaan mag ook niet overal. Daarom is elk hoekje bouwput benut. “Zie je dat materiaal liggen naast dat appartementenblok daar?”, zegt Jurian Borst, projectleider van de bouwhub. “Dat mag eigenlijk al niet eens. Toen wij hier drie jaar geleden begonnen met heien, was het hier nog een grote zandvlakte. Dat de logistiek hier zó’n groot probleem zou worden, hadden we niet gedacht.”

Gevels, gipsplaten, prefab-elementen: voor alles is ruimte

Toen dat probleem steeds groter werd besloot Van ’t Hek een terrein van 4.000 vierkante meter in te richten bij de Port of Amsterdam. Zodat VORM meer de ruimte krijgt om materiaal op te slaan. Het funderingsbedrijf heeft daar al een stuk grond voor eigen opslag en heeft er nu een stuk bij betrokken. Al het materiaal dat VORM nog nodig heeft, kan via deze hub worden geleverd.

“Gevels, isolatiemateriaal, gipsplaten, prefab-elementen, het maakt niet uit. We kunnen het hier straks allemaal opslaan en vervoeren naar de Houthavens”, vertelt Van ’t Hek, nadat de groep studenten vijf minuutjes heeft gereden en bij de hub is aangekomen. “Er zijn geen eisen aan wat voor soort materiaal we opslaan, wel aan de doorloopsnelheid. We willen geen opslagloods worden. Het wordt échte een bouwhub.”

De nu nog lege bouwhub bij de Port of Amsterdam.

Ook voor andere bouwers

Een bouwhub met veel toekomstmogelijkheden voor het funderingsbedrijf. Want de hub is niet alleen ingericht voor VORM, maar ook voor andere aannemers. “We zijn al in gesprek met andere bouwbedrijven hier in Amsterdam. Met wie, dat zeg ik niet”, lacht Van ’t Hek. “Maar we willen eerst testen hoeveel materiaal we nou kunnen opslaan, hoe we het makkelijk kunnen wegbrengen en dat soort zaken. Daarom gaan we eerst een jaartje proefdraaien.”

Maar waarom zou een funderingsbedrijf zo’n plek inrichten? Wordt Van ’t Hek hierdoor niet een logistiek dienstverlener? “Ja, eigenlijk wel een beetje”, knikt de directeur, die tussendoor tal van vragen op zich krijgt afgevuurd van de studenten. “We gaan in ieder geval meer doen dan hup damwanden en palen erin, wat eigenlijk de functie is van een funderingsbedrijf. We zijn straks langer bij het bouwproces betrokken. Op die manier hopen we extra service te leveren, zodat bouwers ook voor een volgend project weer kiezen voor ons. Overigens doen we dit niet alleen hoor, de transportstromen laten we doen door CH Dekker in Ilpendam.”

“Maar zijn de straatstenen niet veel te licht om materialen op te slaan?”, vraagt een van de studenten. Van ’t Hek lacht. “Dat is een goede vraag”, zegt hij bemoedigend. “Daar hebben we zeker over nagedacht. We hebben hier extra gefundeerd. Zodat we hier ook zwaar materiaal op kunnen slaan.”

Slimme it-systemen
Van ’t Hek is van plan om op de bouwhub te gaan werken met ‘slimme it-systemen’. Zodat een bouwhub-medewerker online kan zien wat er volgende week nodig is op de bouwplaats.
“Op die manier hoeft er niet steeds heen- en weergereden te worden”, verklaart directeur Ruud van ’t Hek. Het funderingsbedrijf is samen met een programmabouwer druk bezig met de ontwikkeling van zo’n systeem. “Er zijn wel realtime, slimme IT-systemen voor de bouw, maar niet een die echt goed werkt. Dat komt omdat nergens het bouwhubproces in is verwerkt”, aldus Van ’t Hek.

Met studenten aan de slag

Het groepje HvA-studenten is niet zomaar ter plaatse. Het gaat aankomend schooljaar meewerken aan de bouwhub. Op het terrein wordt een studentenatelier ingericht, waar ze aan hun afstudeerproject kunnen werken.

“Traditionele partijen zijn vaak bevooroordeeld. De gemiddelde onderaannemer interesseert het geen fluit of ze nou hun materiaal bij een bouwhub leveren of gewoon direct op de bouwplaats. Zij zullen dus niet zo snel met ideeën en oplossingen komen. Studenten daarentegen leveren frisse ideeën. Bovendien brengen we zo het belang van een goede bouwlogistiek al bij het onderwijs over het voetlicht”, legt Van ’t Hek uit.

‘Bouwhub is vaak een stap te ver’

En dat is nodig, want het bevoorraden van bouwprojecten wordt steeds lastiger, ziet Van ’t Hek. En niet alleen in Amsterdam. Toch is er nog maar een handjevol bouwhubs in het land. “Dat komt omdat de bouw traditioneel is. Het gebeurt soms dat er op de bouwplaats wel vier auto’s staan van hetzelfde bedrijf. Alleen al zo’n simpel dingetje is lastig te veranderen. Een bouwhub inrichten is dan helemaal een stap te ver”, weet de directeur.

Bouwlogistiek in emvi-criteria

Wat zou helpen, vervolgt hij, is als bouwlogistiek onderdeel wordt van emvi-criteria in aanbestedingen. “Als je in een aanbesteding van te voren aangeeft dat er punten te verdienen zijn als bijvoorbeeld bouwmateriaal via een hub wordt geleverd, worden bedrijven opeens veel creatiever.”

Toch heeft Van ’t Hek er vertrouwen in dat aannemers en leveranciers zullen meewerken aan de Amsterdamse bouwhub. En dat leveranciers niet opeens, tegen de afspraken in, tóch weer op de bouwplaats gaan leveren, zoals bij andere bouwhubs is gebeurd. “Dat gevaar ligt wel op de loer”, geeft de directeur toe.

Als bouwlogistiek onderdeel wordt van EMVI-criteria, zijn dit soort situaties te voorkomen.

Data verzamelen

“Pas als wij kunnen aantonen dat het werken met een hub voordelen oplevert, gaat het systeem werken. Daarom gaan we in samenwerking met TNO data verzamelen. Zodat we bedrijven kunnen laten zien wat ze hiermee kunnen besparen. Daarnaast zijn goede afspraken en een professioneel beleid voeren van essentieel belang de bouwhub te laten slagen.”

Als de hub een succes wordt kan de plek uitgebreid worden met nog 4.000 vierkante meter grond. Voorlopig is er nog genoeg ruimte bij de Amsterdamse haven, want tot 2040 worden daar nog geen woningen gebouwd, verwacht Port of Amsterdam. “Daarom is dit een perfecte plek om vanuit hier bouwprojecten te bevoorraden. Materialen kunnen vervoerd worden via de weg, maar ook via het water. En daar hopen we natuurlijk op”, aldus Kim Borgmann, commercieel manager van Port of Amsterdam.
De verwachting is dat bouwhub Amsterdam na de bouwvak operationeel wordt.


Oplossing lange levertijden en materiaalschaarste

De bouwhub kan volgens Van ’t Hek een oplossing zijn voor de materiaalschaarste. Ruud van ’t Hek legt uit: “Bouwteams op de bouwplaats moeten een inschatting maken wanneer ze bijvoorbeeld bakstenen nodig hebben. Maar als blijkt dat de metselaars eerder kunnen beginnen met metselen, dan zijn de stenen vaak nog niet op de bouwplaats aangekomen. Een bakstenenleverancier heeft dan geen mogelijkheden eerder stenen te leveren. Als je echter van te voren al tegen de bakstenenfabriek zegt, lever de stenen wat eerder op de bouwhub, dan zijn de stenen wél beschikbaar als het werk wat inloopt”, verklaart de directeur.

Reageer op dit artikel