nieuws

Hoogleraar Anke van Hal: ‘Van het gas af: prima, maar zorg voor draagvlak’

bouwbreed 3124

Hoogleraar Anke van Hal: ‘Van het gas af: prima, maar zorg voor draagvlak’
Anke van Hal Prof. dr. ir. Anke van Hal is hoogleraar Sustainable Building and Development bij het Center for Sustainability van Business Universiteit Nyenrode en is tevens als praktijkhoogleraar Sustainable Housing Transformation verbonden aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft.

Ze vindt het ‘heel positief’ dat het kabinet vol inzet op minder verbruik van aardgas. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar doe het niet overhaast. Denk ook aan de bewoners. Maak kennis met Anke van Hal, hoogleraar duurzaam bouwen met een missie. “Nu vertragen leidt uiteindelijk tot versnelling.”

“We gaan nu aan de slag met energiebesparing in de naoorlogse woningbouw; er is geld, we weten hoe het moet, woningbouwverenigingen zijn er klaar voor.”

Anke van Hal is ook spreker bij de Praktijkdag Gasloos bouwen en verbouwen

Anke van Hal is ook spreker bij de Praktijkdag Gasloos bouwen en verbouwen

Anke van Hal, hoogleraar Sustainable Building and Development aan de Business Universiteit Nyenrode, begint haar lezingen tegenwoordig regelmatig met bovenstaand citaat. Valt u aan deze woorden iets op?, vraagt ze haar toehoorders vervolgens. Zelden krijgt ze een reactie. De quote komt uit 1983 en is al 35 jaar oud, verklapt ze daarna.

Van Hal wil maar zeggen: er zijn in die 35 jaar tal van subsidies voor energiebesparing geweest, er zijn prachtige technieken ontwikkeld die zich ruimschoots hebben bewezen: eigenlijk had de gebouwde omgeving al veel duurzamer kunnen en moeten zijn.

Waarom dat dan níet zo is? Die vraag intrigeerde haar. En – misschien nog wel belangrijker: hoe kan het beter? Rond de millenniumwisseling startte ze haar queeste. Inmiddels heeft ze een antwoord. Sterker, ze denkt te weten hoe we de kansen op succes aanzienlijk kunnen vergroten. Interview met een gedreven professor duurzaam bouwen.

Wat de bewoners en werknemers ervan vinden, is meestal secundair.

Om maar direct met de deur in huis te vallen: de derde succesfactor, dát is haar Heilige Graal. De derde wat?! De mens. Het welbevinden van de bewoners. Geluk. Van Hal: “Of je het nu hebt over de bouw van woningen of bedrijfsgebouwen: als je praat over duurzaamheid gaat het steevast over twee dingen: geld en techniek. Dáár lijkt alles om te draaien. Wat de bewoners en werknemers ervan vinden, is meestal secundair. Geluk, daar krijgen we jeuk van.”

Om van milieuambities in de woningbouw een succes te maken is het welbevinden van de bewoners zéér belangrijk

Een gemiste kans. Voor open doel. Want om van milieuambities in de woningbouw een succes te maken is het welbevinden van de bewoners zéér belangrijk, misschien wel doorslaggevend, weet Van Hal inmiddels. Deels uit ervaring, maar vooral uit onderzoek. Ze interviewde met collega’s de bewoners van begin jaren negentig gebouwde ecowijken in onder meer Amsterdam (het voormalige terrein van het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf), Groningen (Drielanden) en Delft (Ecodus).

Veruit de meeste van deze bewoners zijn nog steeds enthousiast. Waar hem dat in zit? Niet zozeer in het lagere energieverbruik of de kleine ecologische voetafdruk, maar in de woonomgeving: het vele groen en water in de wijken en het feit dat ze grotendeels autoluw zijn. “Geld, techniek: dat is allemaal rationeel. De woonomgeving is emotie. Geluksgevoel. Dat is voor bewoners het allerbelangrijkste.”

Die ecowijken stonden destijds volop in de belangstelling. Tot in het buitenland toe. Maar de reguliere bouw bouwde gewoon door. Wat nou: autoluw, vegetatiedaken, waterpartijen! Dat kostte alleen maar geld. En de meerwaarde liet zich niet kwantificeren. Waarom pikte de bouw dit niet op? Vanwaar die weerstand?, wilde Van Hal weten. Ze besloot erop te promoveren. Als hoogleraar kon ze nog een stap verder gaan: zoeken naar oplossingen.

Huidige renovaties met hoge energieambities focussen vaak nog te veel op besparen en nieuwe technieken te weinig op geluk en emotie

Om met het waarom te beginnen: de aanvliegroute is te beperkt. Huidige renovaties met hoge energieambities focussen vaak nog te veel op besparen – terugverdienmodellen et cetera – en nieuwe technieken te weinig op geluk en emotie. En alleen op de woning in plaats van op de wijk. Er wordt vaak te veel opgelegd, zonder te luisteren naar wat bewoners nu echt belangrijk vinden: een prettig woonklimaat. En er is te veel haast, benadrukt ze.

In het verleden zijn bewoners dingen opgedrongen waar ze achteraf niet blij mee waren.

Gevolg: gebrek aan draagvlak. Van Hal: “Als je tegen bewoners zegt: we gaan je woning op deze wijze aanpakken, leidt dat tot weerstand. Want wat willen mensen?: onder andere erkenning en invloed. Als je bestaande woningen van het gas af wilt krijgen moet je inspelen op wat er leeft in een wijk en vooral in het begin investeren in de bewoners door goed te kijken wat belangrijk is voor hen. Dat kost enige tijd. Maar deze vertraging levert uiteindelijk versnelling op, omdat je dan draagvlak hebt gecreëerd. Daar ben ik van overtuigd.

“In het verleden zijn bewoners dingen opgedrongen waar ze achteraf niet blij mee waren. Badkamers zonder bad bijvoorbeeld. Woonwijken met veel te weinig parkeerplaatsen – autoluw is een pre, maar de meeste mensen hebben wel een auto. Andere milieumaatregelen leverden totaal niet op wat ervan werd verwacht. Een voorbeeld: serres van enkel glas bedoeld als extra isolatieschil voor de buitenmuur. Maar wat deden veel bewoners: ze braken die muur eruit, waardoor ze een grotere ruimte creëerden en alle warmte wegstroomde.”

De ‘pijn’ van het uitgeven van een grote som ineens, weegt voor veel mensen niet op tegen het plezier van de winst van de besparing op termijn

Hoe nu zulke bloopers in de toekomst te voorkomen? Daarvoor legde de hoogleraar haar oor onder anderen te luister bij gedragswetenschappers. De resultaten zijn hoopgevend. “Er is bijvoorbeeld veel kennis over omgaan met weerstand. Nieuwe, verrassende inzichten. Daar kunnen bouwers, installateurs, woningcorporaties en andere bouwprofessionals bij deze transitie veel aan hebben.”

Als ander voorbeeld noemt Van Hal de fixatie op berekeningen die laten zien hoe snel bewoners een investering in bijvoorbeeld zonnepanelen of een warmtepomp kunnen terugverdienen. “Adviseurs denken vaak dat dit overtuigt. De gedragswetenschap plaatst daar vraagtekens bij. De ‘pijn’ van het uitgeven van een grote som ineens, weegt voor veel mensen niet op tegen het plezier van de winst van de besparing op termijn. Verliesaversie heet dat met een mooi woord.”

Bestaat er een panacee? “Nee, er bestaat geen zilveren kogel,” meent de hoogleraar. “Draagvlak creëren blijft lastig. Wat wij nu vaak doen is direct argumenten aandragen, overtuigen. Daarmee schiet je vaak geen meter op. De gedragswetenschap biedt wel handvatten. Luisteren, de tijd nemen. Tips over wat wel en niet te doen. Neem die warmtepompen waar nu zoveel over wordt gesproken. Je leest overal dat ze duur zijn, lawaai maken, dat er te weinig vakmensen zijn die ze kunnen installeren. Maar ze bieden ook duidelijke voordelen. Warmtepompen verwarmen via vloeren en wanden. Dat betekent geen lelijke radiatoren meer, meer ruimte voor kasten, minder stof en, in de zomer, verkoeling. Die voordelen moet je beter over het voetlicht brengen.”

‘Je gooit een brief in de bus, zegt: je moet van het gas en dat kost geld’

Warmtepompen vormen een belangrijke troef in de plannen van het kabinet om huizen van het gas te halen. Dat gaat gepaard met grote haast. Nieuwbouw met een aansluiting op het gasnet is per 1 juli niet meer toegestaan. Alle gemeenten hebben een verzoek gekregen voor diezelfde datum een wijk aan te melden die van het gas kan.

We moeten niet dezelfde fouten maken als in het verleden.

De gemeente Utrecht heeft daarvoor Overvecht-Noord op het oog. Maar in die wijk staan lang niet alle huiseigenaren te juichen. Zij vinden de kosten onaanvaardbaar hoog. Van Hal begrijpt die reactie. “Je gooit een brief in de bus, zegt: je moet van het gas en dat kost geld. Dan staan bewoners op hun achterste benen. Vaak zie je eenzelfde reactie bij een voorstel waarvan de meerkosten gering zijn. Er ligt dan meestal iets anders onder. Bijvoorbeeld gebrek aan vertrouwen of grote behoefte aan iets wat mensen veel belangrijker vinden dan de energiebesparing.”

Dat kan van alles zijn: hoge criminaliteit, gaten in de weg. Haar advies: “Kijk eerst wat bewoners echt willen, wat ze echt belangrijk vinden. Koppel dat aan de plannen om van het gas los te komen. Neem daarvoor de tijd. Zo creëer je draagvlak. Kijk, in elke wijk, waarschijnlijk ook in Overvecht-Noord, zijn er ook mensen die wel enthousiast reageren. Maar die komen niet in de publiciteit. Zo ontstaat een beeld alsof de hele wijk tegen de plannen tekeer loopt. Met het gevaar van een self fullfilling prophecy: de tegenstanders krijgen de overhand, de plannen gaan niet door.”

Ik juich het toe dat we weer naar de wijken kijken, want daar liggen de kansen voor koppeling met wat mensen echt aan het hart gaat

Doodzonde, vindt Van Hal. “We zitten op de goede weg. Ik juich het toe dat we weer naar de wijken kijken, want daar liggen de kansen voor koppeling met wat mensen echt aan het hart gaat. En ik vind het zeer positief dat het kabinet ambitieus is, dat er nu een punt staat aan de horizon. Maar we moeten niet dezelfde fouten maken als in het verleden. We hebben heel veel kennis en ervaring opgedaan. Die lessen moeten we benutten.”

Met onder meer onderzoek, blogs, masterclasses, publicaties en andere initiatieven probeert Van Hal daar samen met anderen via het kennisplatform HomeMates een bijdrage aan te leveren. “Al was het maar om te voorkomen dat er over 35 jaar, in 2053, iemand, bijvoorbeeld een van mijn kleinkinderen, komt aanzetten met een quote uit de Cobouw van 2018 en het lijkt of het renoveren met hoge energieambities al die tijd opnieuw heeft stil gestaan.”


Wie is Anke van Hal?
Prof.dr.ir. Anke van Hal (1965) is ruim tien jaar hoogleraar Sustainable Building and Development bij het Center for Entrepeneurship, Governance & Stewardship van Nyenrode Business Universiteit. Tot november 2017 was ze tevens hoogleraar Sustainable Housing Transformation aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Op Nyenrode richt zij zich op de integratie van duurzaam bouwen in de markt. In Delft concentreerde zij zich op het verbeteren van de kwaliteit van bestaande woningen en wijken. Daarvoor had zij een eigen adviesbureau dat eveneens gespecialiseerd was in duurzaam bouwen. Van Hal heeft een technische achtergrond in architectuur, maar was ook jarenlang actief in de journalistiek. Ze schreef veel boeken en artikelen over haar vakgebied en is lid van tal van werkgroepen en commissies.

 

Reageer op dit artikel