nieuws

Aron overleefde een zwaar bouwongeval: “Wat ik meemaakte, wil ik anderen besparen”

bouwbreed 8959

Aron overleefde een zwaar bouwongeval: “Wat ik meemaakte, wil ik anderen besparen”
Aron de Jong

Uitgerekend op zijn meest ‘favoriete’ bouwplaats in Utrecht komt timmerman Aron (43) onder een 650 kilo zware wand terecht. Hij overleeft het ongeluk maar ternauwernood, maar is voor het leven getekend. Vier jaar later deelt hij openhartig zijn aangrijpende verhaal: “Wat ik meemaakte, wil ik anderen besparen.”

Hij is groot en sterk, zo’n stoere bouwvader die je altijd opvangt als je dreigt te vallen. Dat doet misschien wel het meeste pijn. Dat hij zijn kinderen niet meer kan bijhouden als ze voor het eerst zonder zijwieltjes fietsen.

Houten miniatuurtrappen in een etalagekast. Op een mooie voorjaarsdag in Culemborg drentelt Aron de trap af in de hal van het bijna driehonderd jaar oude Bouwbedrijf Van Dillen. Doorsnee veertiger, ben je geneigd te denken. Kijk je in zijn helderblauwe ogen, dan zie je dat hij pijn heeft geleden. Zie je dat hij moest afzien om hier überhaubt te kunnen staan.

“Gaat het nog?.. Ja hoor”, knikt Aron halverwege het gesprek. “Ik vind het fijn om hierover te praten.” Voor hij instemde met een interview met Cobouw moest hij dat nog even overleggen met zijn baas, Cees van Dillen. Die reageerde positief. Erover praten helpt: “Ik geloof in de kracht van kwetsbaarheid.”

De tekst loopt onder de foto door 

Aron voor het ongeval met zijn zoontje Samuel. Ze bouwen een garage voor zijn moeder.

Kwetsbaar stelt Aron zich zeker op. Voor zijn ongeval was dat wel anders. “Ik was een echte binnenvetter. Ik was een doener, geen prater, net zoals veel bouwvakkers.” Die les heeft hij wel geleerd. Deze traumatische ervaring moet hij wel delen: “Doe je dat niet, dan sterf je daar bij wijze van spreken aan.”

Wat vond hij het leven als timmerman prachtig. Het harde werken, maar toch ook die vrijheid van altijd buiten zijn en de veelzijdigheid. “Mijn mooiste project? Zonder twijfel KEZ. Kanalen Eiland Zuid, de renovatie van vier flats. Een megagrote bouwplaats, een superplanning, wisselwoningen voor blije bewoners.” Om koude rillingen van te krijgen. Zijn mooiste project. Het was direct zijn laatste.

Crescendo op de bouwplaats

Maandagochtend 10 november 2014. Op de Utrechtse bouwplaats KEZ is er geen vuiltje aan de lucht, Arons zoontje Samuel is net vier jaar geworden en gaat vandaag voor het eerst naar school.

Aron staat als aanpikkelateur beneden bij de bok, waarop vier loodzware hsb-wanden staan. Het is bijna winter, maar de timmerman draagt slechts een trui en een spijkerschort. Rond de klok van half elf is dat misschien wel zijn redding.

De derde flat is aan de beurt. Balkons worden hier bij de woningen betrokken met houtskeletbouwwanden (hsb). Bewoners zijn laaiend enthousiast als ze er mogen terugkeren. Aron geniet er in stilte van.

Het gaat crescendo. Zijn team ligt ruim voor op schema. De achtste wand van 4 bij 2,5 meter gaat zo omhoog richting balkon. Een geoliede machine. Routinewerk.

Met een schroeftol in zijn hand loopt Aron bij de bok vandaan. Volstrekt geen benul van wat hem te wachten staat.

De wand zijn vriend werd tegenstander

Een van de hsb-wanden valt om. Boven op Aron. Vanachter aangevallen door een frame van houten balken, helemaal afgewerkt met een deur en een slot, met leidingen en isolatiematerialen. Zoveel flatbewoners maakte hij blij met deze prefabwand. Plots werd het zijn tegenstander.

“Er ligt iemand onder”, roept een van vier bouwvakkers die het ziet gebeuren. Secondewerk. Geen tijd te verliezen. De vier krijgen de wand gelift. Zeker 650 kilo. 150 per persoon. Adrenaline als pure doping.

“Ik kan me er niets meer van herinneren. Zelfs de toedracht heb ik van horen zeggen. Ik zou de wanden te vroeg los hebben gemaakt”, blikt Aron terug.

KEZ. Arons mooiste en laatste project als timmerman.

Een flashback.

Opluchting op de bouwplaats. Aron gaat zelfs nog op een palet zitten en er zijn zelfs grapjes. “Dat valt mee”, denken zijn collega’s met blauwe striemen op hun benen van de haast onmogelijke krachtsinspanning. Het valt niet mee. Aron bloedt vanbinnen. Bloedt dood, maar merkt het niet.

Ambulance in. Protocol. Naar het ziekenhuis. Daar raakt Aron in een shock. Scans volgen. Zijn bekken blijkt verbrijzeld, zijn blaas is geknapt, zijn zenuwen beschadigd, gebroken ruggenwervels. De rots in de branding van zijn vroegere clubje Vriendenschaar moet vechten voor zijn leven.

“Fuck”, denkt directeur Cees van Dillen op de gang. “Dat dit uitgerekend Aron moet gebeuren. Over hem maakte ik me juist geen zorgen. Bovendien nam ik hem aan. De bouwplaats moest een veilige plek voor hem zijn.”

Aron krijgt er niets van mee. In slaap gehouden op de intensive care. Morfine. Nachtmerries op klaarlichte dag. “Ik hoorde schietpartijen, dacht dat ik mee werd gesleurd, schreeuwde soms het ziekenhuis bij elkaar en stak middelvingers op naar de verpleegkundigen.”

Hulpeloos kind

Rust. Herstel. Een roes. Aron komt bij. Zeven dagen na het ongeval wordt hij wakker. “Je lijkt wel dronken”, zegt zijn broer. Aron voelt zijn been niet. Kan ik ooit nog lopen?

Schaamte, stomazakjes en frustratie. De buikwond wil maar niet genezen, de urine blijft eruit lopen. Wat een afgang. Hij kan zijn dochtertje Novah, van nauwelijks een half jaar, niet eens vasthouden. Timmermannen zijn stoer. Deze eventjes niet.

Ziekenhuis uit, revalidatietehuis in. In de bossen van Doorn, steunbetuigingen zat aan de muur op kamer, maar Aron voelt zich eenzaam. Het is hard werken, zonder vrijheid. Veelzijdig? Nou nee.

Rolstoel, rollator, rekje. Aron mag na vijf maanden naar huis. Zijn vechtsport moet hij opgeven. Zijn buik is misvormd, zijn rechtervoet hangt. “Ze noemen het een klapvoet. Een hulpstuk houdt het omhoog. Ik baal daar zo van. Ik wil zelf alles doen.”

De tekst loopt door onder de foto 

Het was een zware tijd voor Aron en zijn jonge gezin. “Ik kon mijn dochtertje van nauwelijks een half jaar oud niet eens tillen” Foto: Eran Oppenheimer

Pech gehad, jongen, zeggen ze in het UMC. “Succes met je leven, je bent uitbehandeld. Maar ik weigerde me daar bij neer te leggen.”

Op de tablet die hij van collega’s kreeg, vindt hij een ‘klapvoetspecialist.’ Eind dit jaar hoopt hij definitief een punt te kunnen zetten achter zijn revalidatieproces. Vier jaar na toen.

“Wat het ongeval me heeft gebracht? Ik ben opener geworden en het leven meer gaan waarderen, maar ik kon natuurlijk geen uitvoerder meer worden. Soms mis ik de productie wel. Iets tastbaars maken.”

Cees wil Aron niet kwijt. Ook al kan zijn voormalige teamgenootje nog ‘maar’ 28 uur werken. “Fulltime”, kan ook, zeggen ze bij het UWV. Aron grijpt de beste man die hem dat vertelde, nog net niet bij zijn keel.

DNA van bouwvakkers

“Is VGM-coördinator (veiligheid en gezondheidscoördinator) iets voor jou?”, vraagt Cees op een dag. Aron twijfelt.

’’Bestaat daar een functie voor’’? Uiteindelijk gaat hij ervoor. “Ik wil anderen besparen wat mij is overkomen. Dat is altijd mijn drijfveer geweest.”

Lees alles over

Lees alles over
Aron lanceert al snel een prijs voor de meest veilige werknemer van het jaar. Niet dat alle bouwvakkers elkaar nu ineens corrigeren. Niet lullen maar poetsen blijft het adagium.

“Het is een harde strijd die je moet voeren. Misschien heeft het iets met het dna van bouwvakkers te maken. Het zijn doeners, geen praters.”

Aron drukt bouwvakkers op het hart om meer te delen. Hij hoopt dat zijn verhaal bijdraagt aan minder ongevallen in die prachtige sector. “Wijs elkaar op onveilig gedrag”, geeft hij alle bouwvakkers in Nederland mee. “Praat erover. Een ongeval voorkom je niet alleen, dat moet je samen doen.”

Aron de Jong: “Ik vind het fijn om hierover te praten.” Foto: Eran Oppenheimer


Een veilige bouw begint op de bouwplaats

Het aantal doden in de bouw neemt weer toe. Twintig waren het er in 2017. Cao-partijen in de bouw gaan over tot actie onder druk van de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Inzet? Een veilige bouw begint bij jezelf. Cobouw startte een zoektocht naar bouwvakkers die een zwaar ongeval overleefden. Aron de Jong reageerde vrijwel direct per mail.

“Beste Thomas.

Ik was timmerman bij een middelgroot bouwbedrijf en kreeg eind 2014 een bedrijfsongeval. Ik kwam onder een hsb-wand terecht en heb uiteindelijk ontzettend veel geluk gehad dat ik er zo goed vanaf ben gekomen.

Ik liep een zwaar multi-trauma op en legde een lang revalidatieproces af. Een zware tijd voor mij en mijn jonge gezin. Mijn werk als timmerman kon ik al snel uit mijn hoofd zetten vanwege blijvend letsel aan bekken, heupen en voet.

Echter heb ik een fantastische werkgever die mij kansen heeft aangeboden om op kantoor te komen werken. Ik ben nu VGM-coördinator en heb weer plezier in mijn werk gevonden.”


‘Spreek elkaar aan op onveilig gedrag’

Aron ondervindt dat het veiliger krijgen van de bouwplaats geen eenvoudige opgave is. Hij geeft 5 praktische veiligheidstips.

  1. Wees bewust van risico’s, let op een ander als die een risico niet ziet.
  2. Spreek elkaar aan, discussieer over veiligheid (Is niet verboden, maar het lijkt wel taboe).
  3. Goed voorbeeld doet volgen. Blijf als leidinggevende aangeven dat veiligheid boven alles staat. Straal dit ook uit en handel daarnaar.
  4. Als werknemer ben je altijd verantwoordelijk voor je eigen veiligheid en die van anderen.
  5. Leer van elkaar en van (bijna) ongevallen.

Directeur Cees van Dillen: Aron is bikkelhard voor zichzelf

Dat uitgerekend Aron iets moest overkomen. “Over hem maakte ik me nooit zorgen”, blikt directeur Cees van Dillen terug op de traumatische gebeurtenis. Zijn woorden zijn veelzeggend: een bouwongeval zit in een klein hoekje. Al tref je nog zoveel voorzorgsmaatregelen. Dan nog kan het misgaan.

Cees kent Aron al zijn hele leven. “Zijn vader heeft me opgeleid, ik heb Aron hier aangenomen. Ik heb met hem gevoetbald.”

Als voetballer stond Aron centraal achterin. “Hij was de rots in de branding. De rust zelf, maar hij kon ook bikkelhard zijn. Ook naar zichzelf toe. Die eigenschappen hebben hem hier doorheen gesleept.”

Aron vindt het fantastisch dat zijn werkgever er alles aan doet om hem aan boord te houden. Cees vindt dat volstrekt normaal. Hij wil de lezers van Cobouw ook iets meegeven.

“Werkgevers moeten er alles aan doen de risico’s op werkplekken tot een minimum te beperken. Een belangrijk onderdeel daarvan is werknemers opleiden en meenemen in de risico’s. Dan kunnen zij gevaren herkennen en zo nodig zelf maatregelen nemen.”

Cees van Dillen: “Ik geloof in de kracht van kwetsbaarheid”


Meer human interest in Cobouw

Hennie en Bertus snakken naar het einde: bouwvakkers worden geen tachtig

Verhaal van twee betontimmermannen die de zestig zijn gepasseerd. Doorwerken tot hun 67e trekken ze niet. Ze delen hun ervaringen en hopen dat de regering met een regeling komt, zodat ze met vervroegd pensioen kunnen.

Dit is Haiko, één van de twintig bouwdoden van 2017

Haiko Steenhuis kwam op 21-jarige leeftijd om het leven op een Groningse bouwplaats. Dit verhaal is geschreven vanuit zijn perspectief in samenwerking met nabestaanden.

Haiko met zijn vriendin Esmee. Kort voor ze gingen trouwen, kwam Haiko onder een wand terecht. 

Reageer op dit artikel