nieuws

CVW-directeur Jan Emmo Hut terug naar de aannemerij: ‘Ik hou wel van een uitdaging’

bouwbreed Premium 2784

CVW-directeur Jan Emmo Hut terug naar de aannemerij: ‘Ik hou wel van een uitdaging’

Jan Emmo Hut keert terug in de aannemerij. Vier jaar lang was hij, als directeur van het Centrum Veilig Wonen (CVW) het middelpunt van de Groningse aardbevingsproblematiek. Nu gaat hij bouwbedrijf Kooi leiden. “Hoe moeilijker het werk wordt, des te uitdagender ik het vind.”

Opeens staan ze daar. Dertig actievoerders in de hal van het CVW-kantoor in Appingedam. Gejoel. Geschreeuw. Getrek. De boze menigte eist een onafhankelijke schade-instelling. Ze zijn klaar met het CVW, dat te veel aan de kant staat van de grote boosdoener: de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM). Er wordt gescholden. De sfeer is grimmig.

Mikpunt van boze Groningers

Zo maar een dag uit het leven van Jan Emmo Hut. Maanden later kan hij zich alles nog scherp voor de geest halen. “Het is niet leuk als je wordt uitgescholden”, zegt hij. Maar, je raakt eraan gewend. Als directeur van het Centrum Veilig Wonen was hij wel vaker het mikpunt van boze Groningers. “Nee, makkelijk was het niet altijd”, kijkt Hut terug op die turbulente tijd bij het CVW.

Hij is net een paar dagen geleden gestopt als directeur. In zijn nieuwe kantoor bij bouwbedrijf Kooi wil hij er eigenlijk niet te veel woorden aan vuil maken. Want hij heeft er vooral veel goede momenten meegemaakt. “Erger vond ik het eigenlijk voor mijn medewerkers. Die hebben altijd met veel passie en veel energie hun werk gedaan. Onder moeilijke omstandigheden. Zelf trek in me alle kritiek ook niet zoveel aan. Ik houd wel van een uitdaging. Hoe moeilijker het werk wordt, des te uitdagender ik het vind.”

De baan bij het CVW was de 59-jarige bouwkundige dan ook op zijn lijf geschreven. Hut houdt van doorpakken. Onder moeilijke omstandigheden doet hij, naar eigen zeggen, zijn werk het best. “Bij het CVW had ik constant te maken met regels die veranderden. Dat maakt het werk erg lastig. Bij een bouwbedrijf weet je wat je opdrachtgever wil. Bij het CVW weet je dat niet”, aldus Hut.

Nieuwe periode CVW

Na vier jaar vindt hij het mooi geweest. Niet omdat hij klaar is met de voortdurende kritiek op het CVW, maar omdat hij merkt dat er een nieuwe periode aanbreekt voor het centrum. “Toen ik mijn vertrek een half jaar geleden aankondigde, wist ik nog niet dat er een nieuw schadeloket zou worden opgericht. Dus daar heeft het niets mee te maken”, verzekert hij. “Maar ik merkte toen al wel dat het CVW in een andere fase was beland. De tijd van opstarten was voorbij. En juist daar ligt mijn kracht: iets vanaf de grond oprichten. Dus het vervolg is nu aan iemand anders.”

Bovendien, zo geeft Hut eerlijk toe, mist hij – als zoon van een aannemer – het werk in de bouw. De combinatie van ondernemen en techniek. Het fysiek zichtbare resultaat. De kans om bij Kooi aan de slag te gaan, kon hij niet aan zich voorbij laten gaan.

Spijt dat hij jarenlang niet kon ondernemen, gevangen werd door regeltjes, heeft hij echter niet. Zijn tijd bij het CVW heeft hem ook veel gebracht, vindt hij. “Ik heb ontzettend veel van het werk daar geleerd. Hoe je onder moeilijke omstandigheden toch met elkaar kunt blijven praten, bijvoorbeeld. Hoe je met verschillende belangen en met kritiek moet omgaan. En hoe je op emotionele momenten toch je hoofd koel houdt.”

‘Niet alles ging goed, maar het dossier is zo complex’

Andersom heeft Hut ook veel betekend voor het CVW. En het aardbevingsgebied. Want onder zijn leiding zijn er belangrijke stappen gezet. Er is veel kennis en ervaring opgedaan met het versterken en gasloos maken van corporatiewoningen. Niet alles ging goed, erkent hij. En ook lang niet alle doelen zijn bereikt, maar als je met zo’n grote en belangrijke operatie begint, kan dat ook bijna niet anders. Hut: “Het dossier is zó complex. Er zijn zoveel meningen en uitgangspunten. Regels die telkens weer veranderen. Je kunt wel eindeloos blijven praten over wat er allemaal moet gebeuren, maar zonder het te doen, weet je nooit hoe het werkelijk uitpakt.”

De CVW-baas vertrekt dan ook met opgeheven hoofd. Wroeging voelt hij niet. “Nee, dat heb ik absoluut niet. We hebben altijd gedaan wat we konden. En het gaat wel om de veiligheid hier in Groningen. Wachten totdat alles tot in de puntjes is uitgezocht, werkt dan gewoon niet. Als we dat hadden gedaan, waren we nu nog niet begonnen.”

Voor de opvolger van Hut bij het CVW is er nog genoeg te doen. Volgens de laatste plannen moeten er nog tussen de 20.000 en 30.000 woningen versterkt worden. Tenzij de regering de plannen wijzigt. Want nu de gasproductie wordt teruggeschroefd is het nog maar de vraag of al die huizen nog wel versterkt moeten worden. Hut wil er geen voorspellingen over doen. “Ik laat de gevolgen van dit besluit aan deskundigen over. Bovendien ben ik niet meer in functie bij het CVW. Het zou raar zijn als ik zeg hoe ik erover denk.”

‘Problemen Groningen niet zomaar opgelost’

Toch is Hut ervan overtuigd dat de problemen in Groningen niet zomaar opgelost zijn. Ook niet nu er een nieuw schadeloket is en een nieuw kabinetsbeleid. “De regering is wel eens geneigd te zeggen: zo, we hebben een nieuwe wet, dan zijn de problemen zo opgelost. Maar dat is niet reëel.”

Duizenden schadeafhandelingen moeten nog verwerkt worden. Huizen vernieuwd of gerenoveerd. Bovendien zou Groningen, als het aan Hut ligt, de groenste provincie van Nederland moeten worden. “Groningen zou voorop moeten lopen in de energietransitie. Juist door alles wat hier heeft gespeeld.”

Als directeur bij Kooi heeft Hut nu andere dingen aan zijn hoofd. Al is hij niet van plan het aardbevingsdossier volledig los te laten. Want die compassie die hij altijd heeft gehad met de versterkingsoperatie, is hij niet zomaar kwijt. En dat komt mooi uit, want bij Kooi is aardbevingsbestendig bouwen een belangrijk thema. “Dat is een van de redenen waarom deze baan mij aansprak. Ik wilde betrokken blijven bij het aardbevingsdossier. En mijn kennis daarvan komt hier goed van pas.”

Kennis komt van pas in nieuwe functie

Die kennis geeft hem een voorsprong op andere bouwbedrijven. Is dat wel eerlijk? Al eerder kreeg Hut kritiek dat hij met twee petten op werkte: toen hij nog directeur was bij Van Wijnen en aan de leiding stond van het CVW. “Nee, die situatie was heel anders”, vindt Hut. Al snapt hij de vraag wel. “Toen had ik inderdaad twee petten op en daarom ben ik indertijd ook gestopt bij Van Wijnen. Nu heb ik niets meer met de versterkingsoperatie van het CVW te maken. Ja, ik heb wel veel kennis. En ja, ik heb goede contacten bij de NAM, bij de Nationaal Coördinator en het verdere netwerk. Maar ik werk volledig voor Kooi. Bij het CVW ben ik echt weg.”

Bovendien heeft Hut bij Kooi natuurlijk nog wel meer te doen. Plannen heeft hij ook genoeg. Zo wil hij graag lastige klussen oppakken. “Ja, daar word ik door getriggerd”, zegt hij met een grote glimlach. “Ik wil dat Kooi meer gaat bouwen op lastige locaties. Bestaande gebouwen gaan verbouwen waar weinig ruimte is. Dit soort projecten vergt een bepaalde instelling van een bedrijf. Het vergt vertrouwen van de opdrachtgever in de aannemer. Dat wil ik verder opbouwen.”

Reageer op dit artikel