nieuws

Einde kleine bouwopleidingen in zicht: ‘Er is nu echt paniek in de tent’

bouwbreed Premium 1181

Einde kleine bouwopleidingen in zicht: ‘Er is nu echt paniek in de tent’

Terwijl de bouw kampt met een schrijnend tekort aan handjes, dreigen steeds meer kleine vakopleidingen te verdwijnen. Voor brancheverenigingen AFNL en NOA is de maat vol. Zij roepen het kabinet op nu écht maatregelen te nemen.

Al jaren daalt het aantal leerlingen op kleine vakopleidingen. Al jaren schreeuwen brancheorganisaties AFNL en NOA dat het slecht gaat. Maar omdat er nauwelijks gehoor is gegeven aan deze oproepen, kwijnen kleine vakopleidingen meer en meer weg. De cijfers uit het laatste EIB-rapport liegen er niet om. Zo waren er in 2015 nog 33 leerlingen die de opleiding tot steigerbouwer volgden, in 2016 waren het er nog slechts 16. Bij de opleiding tot betonstaalverwerker ging het aantal leerlingen van 24 naar het schrijdende aantal van 12. En bij de plafond- en wandmonteurenopleiding zijn er van de dertien leerlingen nog slechts 6 over.

Vrees voor einde kleine bouwopleidingen

Als dit zo doorgaat zijn er straks geen kleine vakopleidingen meer over, vrezen AFNL en NOA. De afgelopen jaren is het aanbod al flink gedaald. Zo worden veel opleidingen op nog maar een locatie in het land gegeven.

Dit terwijl de bouw deze vakmensen juist zo hard nodig heeft. Juist die betonstaalverwerkers, die voegers en slopers. Juist die mensen die van die kleine opleidingen afkomen. En de vraag naar deze mensen wordt alleen maar groter. Jaarlijks heeft de bouw maar liefst 2800 nieuwe vakmensen nodig, terwijl er op dit moment slechts een paar honderd jongeren afstuderen van een bouwopleiding (inclusief de grotere opleidingen), blijkt uit de cijfers van het EIB.

Bij grote opleidingen, zoals die tot metselaar, neemt het aantal leerlingen wel toe. Bij kleine opleidingen, zoals opleidingen voor voeger en betonstaalverwerker, neemt het aantal leerlingen af.

‘Nu echt paniek in de tent’

Daarom doen de brancheverenigingen nu een dringend beroep op de politiek. Zelf hebben ze al van alles geprobeerd om het probleem een halt toe te roepen, maar er is meer nodig. Hulp van de overheid.

“Er is nu echt paniek in de tent”. Dit zei Hendrik Ruijs voorzitter van NOA dinsdagmiddag tijdens de overhandiging van het EIB-rapport aan vertegenwoordigers van de regering. “We proberen hier al jaren aandacht op te vestigen. We investeren enorm in deze opleidingen, we hebben ons eigen opleidingsinstituut. We geven er flink geld aan uit. Maar we weten dat we slechts een kleine roeper in de woestijn zijn. Daarom doen we nu een dringend beroep op u: hoe gaan we deze ambachten in leven houden?”

‘Geld moet eerlijker verdeeld worden’

Vooral aan de bekostiging van het onderwijssysteem zou de overheid moeten bijdragen, vinden de brancheverenigingen. “Techniekopleidingen zijn een stuk duurder dan de meeste andere opleidingen, want je hebt veel meer apparatuur nodig. Daarom kost het ROC’s meer om deze vakopleidingen in leven te houden. Wij vinden dat daarom het geld dat naar praktijkopleidingen gaat, eerlijker verdeeld moet worden”, legde Sharon Gersthuizen, voorzitter van AFNL dinsdag aan de vertegenwoordigers van de regering.

Bedrijfsleven wil meer invloed op vakopleidingen

Ook zou de overheid ervoor moeten zorgen dat het bedrijfsleven weer wat meer invloed krijgt bij de ROC’s, vinden de brancheverenigingen. Want ondernemers die alle zeilen bijzetten om een vakopleiding van de grond te krijgen, stuiten geregeld op weerstand bij de schoolinstellingen. Die eisen dat bedrijven voor een aantal jaren een minimum aantal leerlingen leveren, maar dat is nou net een garantie die ze niet kunnen geven.

Overigens laat het Regiocollege in Zaandam weten juist intensief samen te werken met het bedrijfsleven, waaronder met Bouwend Nederland en Installatiewerk Nederland.

‘Overheid moet bijdragen aan bekostiging certificaten’

Het EIB stelt in haar rapport ook dat de overheid zou moeten bijdragen aan een flexibeler onderwijssysteem. Vooral aan de bekostiging aan deelcertificaten, want die vallen nu volledig op het bordje van de branche. “Er wordt nu ook wel gewerkt met certificaten, maar omdat de kosten volledig voor de bouw zijn, is de reikwijdte gering”, zei directeur Taco van Hoek eerder tegen Cobouw. En zo’n certicificatensysteem zou juist kunnen bijdragen aan het aantrekkelijker maken van vakopleidingen voor zij-instromers. Zij-instromers hoeven door zo’n systeem niet meer elke week 1 dag naar school, wat ze veel geld kost.

Positieve reacties vanuit kabinet

De vertegenwoordigers van de regering leken dinsdag niet negatief tegenover de suggesties van de brancheverenigingen te staan. Harde toezeggingen deden ze niet, maar ze lieten weten dat de deur sowieso open staat voor gesprek. “Ik denk dat het inderdaad goed is om met meer certificaten te gaan werken”, zei Anne Kuik, Tweede Kamerlid van het CDA. “Maar hiermee wil ik niet zeggen dat het kabinet straks alle kosten hiervan gaat vergoeden. Maar we gaan zeker naar deze optie kijken als het CDA.”

Zahair El Yassini, Tweede Kamerlid van de VVD (L) wil graag het gesprek aangaan.

‘We willen graag samen de schouders eronder zetten’

Ook Zahair El Yassini, Tweede Kamerlid van de VVD, zei graag het gesprek aan te gaan. “Ik vind het van de zotte dat we mensen opleiden die artiest worden en dat ze dan dansend terecht komen bij het UWV. Deze artiestenopleidingen hebben totaal geen aansluiting op de arbeidsmarkt. Tegelijk heeft de bouw juist mensen nodig, maar is er geen opleiding meer. Ik denk dat we de stap moeten durven zetten dat sommige opleidingen juist opgeheven moeten worden en dat we voor sommige opleidingen juist meer doen. Dus ja, wij staan open voor suggesties en voorstellen. We willen graag samen de schouders eronder zetten.”

Reageer op dit artikel