nieuws

Danielle de Nijs: ‘We moeten de bouw veel beter verkopen’

bouwbreed Premium 4971

Danielle de Nijs: ‘We moeten de bouw veel beter verkopen’

Gezonde marges, gezonde werknemers en een gezonde dosis innovatie. Zonder gene kun je bouwbedrijf De Nijs uit Warmenhuizen succesvol noemen. Al zal directeur Danielle de Nijs (42) dát nooit hardop zeggen. “Ik vind dat op-de-borstklopperij. Ons motto is doen wat je zegt en zeggen wat je doet.” 

Roerige tijden voor bouwbedrijven. Personeel is niet aan te slepen en de kosten van materialen, grond en zzp’ers stijgen als torens die wolken raken. En de buitenwacht wil circulair, de beste kwaliteit en het liefst ook nog een beetje inspraak.

Hoe manage je dat? Hoe maak je als bouwdirecteur keuzes, zonder je hoofd te verliezen? Aan de vooravond van de allereerste Cobouw Colleges over ‘succesvol ondernemen in de bouw’ sprak Cobouw met Danielle de Nijs (42).

Danielle de Nijs: Een familiebedrijf is saai, dacht ik toen ik jong was

Na een avontuurlijk uitstapje als register-accountant bij KPMG besloot ze alsnog te gaan werken bij het 95 jaar oude familiebedrijf als een van de directieleden. “Wanneer wij gelukkig zijn? Als we onze medewerkers aan het werk kunnen houden, als onze opdrachtgevers tevreden zijn en als wij een mooi rendement kunnen halen. En bovenal. Nee is ook een antwoord.”

Driehonderd medewerkers. Een omzet van circa 200 miljoen euro. MVO. Innovatief. Uitstekend relatiebeheer. M.J. De Nijs en zonen Holding is modern in alles. Alleen het stukje ‘en zonen’ in de naam gaat niet helemaal meer op. “Het grootste verschil met 95 jaar geleden is dat vrouwen nu mee mogen doen”, zegt Danielle de Nijs op een druilerige maandagmiddag.

Eigenlijk wilde ze niet in de voetsporen treden van haar opa en vader. “Een familiebedrijf is saai, dacht ik toen ik achttien was. Mijn ambities strekten verder dan Warmenhuizen. Ik ben ook nooit gepusht om de bouw in te gaan.”

Bij haar broertjes lag dat anders. Die groeiden op in het bedrijf. Maar Danielle ging studeren. “Ik word registeraccountant”, dacht ze op een dag. Zo kwam ze bij KPMG terecht. “Een geweldige tijd, Londen, Parijs… ik heb veel van de wereld gezien.”

Ze kon er partner worden. Ze besloot anders. Vond het vak steeds minder leuk worden, mede door de economische crisis. “De commissarissen willen met je praten. Wil je toch niet de overstap maken”, vroeg haar vader Ton op een zondagavond, gebogen over bouwtekeningen.

Nadenken. Lang nadenken. Het was een stap voor het leven, wist zij. En ze wist beter nu. “Een familiebedrijf is helemaal niet suf. Dit gaat over het maken van mooie projecten.” En dus zei ze: “ja”, volmondig. En sinds ze de overstap maakte, heeft ze geen moment spijt gehad.

Maatschappelijk verantwoord, duurzaam, BIM, zorgzaam, goed in relaties, voor en met de mensen. Het is bijna onmogelijk om De Nijs in één zin te beschrijven. Hoe doet u dat? 
“Wij zijn een echt familiebedrijf. Niet alleen van De Nijs, maar ook van andere families. Dat gaat generaties terug. En ja, we zorgen goed voor onze medewerkers, maar we zijn ook een modern bedrijf. We blijven niet hangen in het traditionele denken. Wil je mee in deze wereld dan moet je mee veranderen. Koploper hoeven we ook weer niet te zijn. Die strijd kunnen we toch niet winnen. Als bedrijf met korte lijntjes kunnen we wel slagvaardiger zijn. En we zijn echt een binnenstedelijke aannemer. Driekwart van onze projecten ligt in Amsterdam. We zijn goed in logistiek en een ontwikkelende bouwer die eigenlijk alles doet, behalve infra.”

Een modern familiebedrijf dus?
“Wij lopen voorop met duurzaamheid, BIM en logistiek. Maar het grootste verschil met 95 jaar geleden is dat vrouwen mee mogen doen. En stilstand is achteruitgang. Daarom zijn we constant bezig om onze processen te optimaliseren. Waar wij goed in zijn? Dat zal ik nooit hardop zeggen. Ik vind dat op-de-borstklopperij. Ons motto is: doen wat je zegt, zeggen wat je doet. In deze turbulente tijd is dat steeds lastiger om waar te maken. Je moet dus duidelijk zijn naar je opdrachtgevers. Je kunt niet tot vijf dagen voor oplevering nog van alles bedenken en veranderen. Dan lever je niet op tijd op en blijf je ook niet binnen budget.”

Bouwgroep Moonen viel om. Projecten vallen stil in het hele land. Hebben jullie daar dan geen last van?
“Nee. Omdat we zelf ook ontwikkelen kunnen we vraag en aanbod goed op elkaar afstemmen. En vandaag aanbesteden, betekent bij ons vandaag inkopen. Als wij een aanbesteding doen vragen we onze onderaannemers direct om offertes.”

Bouwbedrijven worstelen zichtbaar met opdrachtgevers die steeds meer willen en andere omgevingsfactoren. Wanneer zijn jullie gelukkig?
“Hahaha… Als wij al onze medewerkers goed aan het werk kunnen houden en een mooi rendement kunnen halen. En als onze opdrachtgevers tevreden zijn. Wij richten ons op een omzet van 200 miljoen euro met een bandbreedte van tien procent. En groeien is geen doel op zich bij ons. Wij vinden het als directie belangrijk dat wij regelmatig bij onze projecten langs kunnen gaan, zodat we er zo dicht mogelijk op kunnen zitten.”

Iedereen wil overal bouwen. De druk op de bouw is groot. Hoe gaat u daarmee om?
“Af en toe moet je streng voor jezelf zijn en ‘nee’, is ook een antwoord. Maar als ik naar de hele bouw kijk, denk ik wel dat de sector te afhankelijk is van het ‘klimaat’. Al moet ik zeggen dat het nu wel heel hard is doorgeslagen van de ene naar de andere kant. Wij hebben daar redelijk weinig last van gehad en zijn in crisistijd zelfs gegroeid. Mensen ontslaan was bij ons gelukkig niet aan de orde. Daar komt ook een factor geluk bij kijken, want als een aanbesteding net jouw kant opvalt, kan die op het juiste moment voor een goede bodem zorgen. In crisistijd besloten we echter ook zelf door te gaan met twee eigen ontwikkelprojecten. Daar konden we de rest van ons bedrijf op laten draaien.”

U komt uit de cijferwereld. De cijfers in de bouw zijn vaker rood…
“Bouwen is nou eenmaal een industrie met lage marges. Twee procent heeft de Rabobank ooit becijferd. Dat is dan wat je verdiend. Tja, dan wordt het inderdaad wat karig. Eén verkeerd project en je bent het kwijt. Als ontwikkelende aannemer hebben wij een stabieler rendement van rond de drie procent. Kijken we op eigen vermogen dat zit dat zelfs tussen de 15 en 20 procent. Dat heeft ook weer te maken met de projecten die we zelf ontwikkelen.”

Jullie investeren zichtbaar in langdurige relaties met werknemers en vaste partners. Hoe belangrijk is dat?
“Ontzettend. We helpen elkaar in de crisis en uit de crisis. Met sommige bedrijven zijn we zelfs helemaal vergroeid. We willen daarnaast dat onze medewerkers langjarig bij ons werken. Koud van school vragen we jongens direct wat hun idealen zijn. Waar wil je naartoe? Bedrijfsleider? Dan kijken wij hoe iemand dat binnen vijf of tien jaar kan worden. De laatste jaren zijn we dat pad sterk gaan professionaliseren, maar die aanpak hanteren we eigenlijk altijd al. In de tijd van mijn opa meldde zich een timmerman. Hij begon als krullenjongen, met vegen en opruimen, en groeide door tot hoofduitvoerder. Zo krijg je echte De Nijs-mensen.”

De Nijs-mensen?
“Ja. We kijken een beetje of iemand past bij de De Nijs-mentaliteit. Wat dat is? Ja jeetje, een nuchtere, harde werker die af en toe in is voor een geintje. Met een moderne blik op BIM en logistiek, die op een duurzame manier projecten wil realiseren. Die dingen moet je wel mee hebben. Er moet een match zijn. Je kunt wel een wereldklasse-uitvoerder zijn, maar als die match er niet is, kun je misschien beter ergens anders werken.”

Oudere bouwvakkers die voortijdig uitvallen is een actueel item. Garanderen jullie dat iemand het tot zijn 67ste volhoudt?
“Je moet wel. Dat vind ik gewoon een verplichting die je als werkgever hebt. Daarom moet je in een vroeg stadium met mensen in gesprek gaan. Hoe zie jij je toekomst? Hoe wil jij je pensioengerechtigde leeftijd halen? En als jongeren lichamelijke klachten hebben, bekijken we hoe we ze fit houden of moeten omscholen. Ons ziekteverzuim is ook relatief laag. Gekke dingen doen we niet, we hebben geen tafeltennis- of voetbaltafel in de kantine. We zorgen wel dat iedere medewerker geregeld contact heeft met een directielid. En we willen dat iedereen zo snel mogelijk al onze afdelingen een keer gezien heeft. Anders krijgt iemand op de bouwplaats te weinig binding met het bedrijf.”

De Pontsteiger is één van de projecten waaraan De Nijs mee bouwt

Veel aansprekende projecten in de binnenstad. Een favoriet? 
“De Steltloper in Amsterdam vind ik mooi, dat is een flatgebouw van 18 hoog dat op stelten staat. Daar hebben we heel erg ingezet op logistiek. Vanuit een kraan maken we daar de hele dag foto’s van de bouwplaats. Aan de hand van 3D-punten zien we in een BIM-model per dag de voortgang van het project. Rhapsody, dat we samen met Smit’s Bouwbedrijf maken, is juist een erg duurzaam project. Gestapelde bouw met een negatieve epc. Pontsteiger is juist weer een technisch hoogstandje.”

Hier MVO, daar logistiek, daar een beetje BIM. Steeds weer vernieuwen. Klinkt ideaal: het bouwproject als broedplaats voor innovatie…
“Inderdaad. Maar, nieuwere dingen passen we meestal eerst toe op twee, drie projecten. Werkt dat goed, dan rollen we het pas uit. Wie dat initiatief neemt? Soms wijzelf, soms de opdrachtgever.”

U bent best nuchter. Ligt u weleens ergens wakker van?
“Niet zo gauw. Maar ik denk weleens: hoe zorgen we voor voldoende nieuwe mensen in de bouw? De bouw is zo’n mooie sector. Dat moeten we met zijn allen veel beter verkopen. Jarenlang was ik accountant en kon ik nooit goed uitleggen wat ik deed. Nu, zegt mijn dochter: Kijk mama, daar staat jullie kraan.”

U verliet de wereld van getallen voor die van de concrete maaksector. Hoe maakt u het verschil?
“Door gewoon hard te werken. Door tussen de mensen te staan en niet te veel erboven. De uitdagingen van de toekomst? Op het gebied van logistiek is nog een wereld te winnen. Kijk alleen al naar de vrachtwagens. Ze komen vol aan en gaan halfvol of zelfs helemaal leeg weer terug. Niet efficiënt. Circulair bouwen vinden we ook belangrijk. Dat doen we stapje voor stapje, maar ons beton is al volledig circulair. Als we slopen kunnen we het zand, het cement en grind hergebruiken. Er is echter nog een mismatch tussen vraag en aanbod.”

Dinsdag geeft u een lezing over succesvol ondernemen in de bouw tijdens de eerste editie van Cobouw Colleges. Heeft u een tip voor lezers die daar niet bij zijn?
“Ga mee in de digitalisering van de bouw, pas je aan aan de ontwikkelingen buiten en verdiep je in het gebruik van data. Loop daar niet voor weg. Onze derde generatie omarmde BIM vrij snel. Zes jaar geleden maakten wij al een speciale BIM-manager vrij. Kijk vijf tot tien jaar vooruit, is kortweg de boodschap. Ook wij weten niet alles. Maar we weten wel dat we constant moeten blijven veranderen.”


Cobouw Colleges editie 1:
Succesvol ondernemen in de bouw

Op dinsdag 17 april is Danielle de Nijs één van de sprekers van de allereerste editie van Cobouw Colleges. De dag staat in het teken van succesvol ondernemen in de bouw. Bekijk hier het hele programma. Er zijn nog plaatsen.

 

Naam: Danielle de Nijs
Leeftijd: 42
Functie: directeur bij De Nijs (Nummer 21 uit de Cobouw 50)
Omzet: circa 200 miljoen euro
Aantal medewerkers: 300
Verantwoordelijk voor: Juridische Zaken, innovatie BIM, personeelszaken, acquisitie, kwaliteit, ICT, MVO
Opleiding: Universiteit van Amsterdam

 

“De Steltloper is een van onze bijzondere projecten.”

 

 

 

Reageer op dit artikel