nieuws

Voorzitter van het Betonhuis Rob van Gijzel: ‘Beton is circulair en zonder beton is er geen wereld’

bouwbreed Premium 2414

Voorzitter van het Betonhuis Rob van Gijzel: ‘Beton is circulair en zonder beton is er geen wereld’

Hij is de eerste voorzitter van de samenwerkende cement- en betonindustrie in het nieuwe Betonhuis. Rob van Gijzel is niet iemand die op de winkel wil passen. Kan de betonwereld de charismatische voorzitter wel volgen? Cobouw had het eerste gesprek met Van Gijzel. “Het beton wil meer naar buiten en netwerken, en dan noem je jezelf ‘Betonhuis’…dat is wel erg weinig open en aaibaar. Het klinkt niet erg contactueel”. Zo’n man dus.

Strak in het pak komt hij binnenlopen. Rechtstreeks van het Mediapark waar hij een interview heeft gegeven aan Radio1. Over de problemen met de middenhuren. Daarover heeft hij begin 2018 gerapporteerd. In een moeite door vertelt hij het verhaal nu nog een keer. Je ziet het meteen: aardige, charmante man, maar ook een politicus pur sang. Nooit te beroerd om zijn verhaal voor de zoveelste keer gloedvol te vertellen. Aanleiding voor het interview is evenwel niet de middenhuurproblematiek, maar zijn benoeming tot ‘koning van de betonwereld’. Hij is de nieuwe en eerste voorzitter van het Betonhuis, de organisatie waarin de Nederlandse cement- en betonindustrie samenwerkt.

‘Ik had nog nooit een bouwer aan mijn bureau gehad! En ik was echt heel toegankelijk. Maar niemand kwam ooit langs. Ondernemerschap zat er niet in, concludeerde ik. Jullie schreven het allemaal op.’

Voordat de openingsvraag (Wat moet Van Gijzel nu eigenlijk in het beton?) gesteld kan worden, is hij al begonnen: “Ik zit hier door Cobouw. Weet je dat wel? Ik heb eens op een bijeenkomst van de Cobouw50 op Soestdijk als burgemeester van Eindhoven het een en ander geroepen over de bouwwereld en het vreselijke gebrek aan innovatie dat daar gebruik is. Ik had nog nooit een ontwikkelaar of bouwer aan mijn bureau gehad! En ik was echt heel toegankelijk. Ik had alles met ze willen bespreken. Maar niemand kwam ooit langs. Ondernemerschap zat er niet in, concludeerde ik. Jullie schreven het allemaal op. (‘Bouwers moeten meer initiatief nemen’, was de kop boven het verhaal uit 2014, red.) En op een of andere manier is het blijven hangen bij het bestuur van de betonbedrijven. Daarom vroegen ze me als de eerste voorzitter van het Betonhuis”.

Intussen heeft hij in de lounge al een bekende gesignaleerd en springt op. Hij schudt oud-politicus Hans Hillen van het CDA de hand. Als hij weer gaat zitten praat hij gewoon door: “Ik wilde altijd samenwerken met bouwers. Zo zag ik dat veel spoorlijnen dwars door de centra van steden snijden. Ze verbinden steden, maar verdelen de stad. Kun je daar nu niet een goede oplossing voor vinden? Daar wilde ik wel over praten. Ik wilde het spoor onder de grond krijgen en de stad weer één maken.”

‘De exponentiële groei zit in zonne-energie. Maar dat doen we in Nederland niet.’

Hoe vind je dat de bouw er nu bij staat?
“Ik praat momenteel veel over bouwen in het middensegment. De mensen rond de tafel krijgen lukt wel en afspraken maken ook, maar je kunt die woningen alleen niet bouwen. De bouwcapaciteit is er niet. Ik heb Bernard (Wientjes, red.) gehoord over zijn bouwagenda, en ik steun zijn plannen, maar wie moet dat gaan doen? Bernard schrijft precies op wat en waarom er moet gebeuren. Maar niet hoe! We doen het nu ook nog veel te traditioneel. In het Energie-akkoord is de windmolen prioritair. En ik weet uit eigen ervaring in Eindhoven dat de wet van Moore niet van toepassing is op windmolens. Met andere woorden: windmolens hebben niet die verbetercapaciteit in de komende tien jaar die andere technieken wel hebben. Andere duurzaamheidstoepassingen zullen veel meer gaan opleveren. Die exponentiële groei zit in zonne-energie. Dat doen we in Nederland niet, want windmolens is centrale energieopwekking en zonnepanelen decentrale energieopwekking. En voor centrale energieopwekking heb je de energiebedrijven nodig en die willen dat monopolie niet opgeven. Ze hebben afgedwongen dat we nog generaties hangen aan die energiebedrijven, terwijl we ze eigenlijk niet nodig hebben.”

‘Het is echt een perfect rapport van Bernard, maar het laatste hoofdstuk ontbreekt’

Wordt het nog wat met die Bouwagenda?
“Het is echt een perfect rapport van Bernard, maar het laatste hoofdstuk ontbreekt. Je hebt stakeholders nodig met een bepaalde mindset om dit voor elkaar te krijgen. Ze zijn allemaal onzeker door alle veranderingen. Alleen: één ding is volstrekt helder, als we in de bouw blijven doen zoals we het deden, krijgen we het niet voor elkaar. Je moet andere processen bedenken.”

En wat betekent dat voor jouw achterban, het beton?
“Ja, het is een buitengewoon behoudende wereld, maar er is toch een hoop aan het veranderen. Ze moesten me echt over de streep trekken. Ik heb een aantal goede gesprekken met ze gehad. Ze hebben zichzelf laten zien. Beton is na water het meest belangrijke product dat we in Nederland hebben. Het is het belangrijkste bouwelement. Zonder beton is er geen wereld. Dan is dus de vraag hoe ga je met beton innoveren? Ze doen al aan 3D-printen en geo polymeren, maar er is nog veel onnodige schaamte in deze industrie. ‘We zijn maar van het beton’, hoor ik vaak. Maar het is hartstikke belangrijk. We bouwen er heel Nederland mee op. Straal dat uit. Die schaamte, die bescheidenheid, wil ik wel weghalen. In Eindhoven hadden ze dat ook, toen ik daar begon. Dat is nu wel weg. In beton moet dat ook gebeuren. Beton is zo belangrijk voor de hele samenleving.”

Van Gijzel: ‘Ja, het beton is een buitengewoon behoudende wereld. Ze moesten me echt over de streep trekken.’

“Tweede punt: beton zit helemaal onderin de keten. Je bent niet in charge over wat er met beton gebeurt. Prijsdruk slaat altijd onder in de keten neer. Dat stopt innovatie in de hele keten. Onze klimaatopgave is gigantisch. Men denkt dan altijd meteen aan CO2. Maar klimaat is ook al dat regenwater op een goede manier opvangen. Daar speelt beton een grote rol. Daar zullen we veel kennis moeten toepassen. Kijk naar Singapore dat in tien jaar tijd verduurzaamd  is. Op daken en balkons van elk gebouw is groen gekomen. Met behulp van beton.”

Ik begrijp die maatschappelijke opgave en de rol die beton kan spelen, maar met welk argument ben je dan over de streep getrokken?
“Er zijn veel uitdagingen om innovatie op de kaart te krijgen. Hoe moet dat nu in die hele bouwketen? En beton is maar een schakel daarin. Een niet onbelangrijke, maar we zullen moeten samenwerken, anders lukt het niet. In de afgelopen 50 jaar zijn er niet veel belangrijke innovaties geweest in de bouw. De hele wereld verandert razendsnel, maar de bouw niet.”

 

Aan de Amsterdamse Prinsengracht werken betonvlechters aan de bekisting voor een nieuw gedeelte van de walmuur.

En jij wil meehelpen het beeld van beton te verbeteren en stappen te maken in die gigantische opgave van verduurzaming?
“Beton is circulair. Het gaat heel lang mee, en als je bedenkt dat je het weer kunt afbreken en opnieuw gebruiken, dan is dat niet slecht. We rekenen nu bij circulariteit in gebruiksperiodes van 50 jaar. Maar beton gaat veel langer mee, dus dan is de belasting veel geringer.”

Sorry hoor, maar beton associeer ik niet met circulariteit…
“Ja, maar dat moet wel. Beton kun je weer terugbrengen naar de grondstoffen. Dat is geen probleem. Is beton circulair in zijn toepassing, in zijn functionaliteit? Daar moeten we met architecten nog even over nadenken. Wat je nu ziet is dat de betonmensen niet gevraagd worden mee te denken in het hele proces. Ze leveren het beton en trekken zich weer terug in hun hokje. Je moet meer circulair ontwerpen. Als je kijkt wat we in Eindhoven met Strijp S hebben gedaan: dat was een betonnen wijk van Philips en is helemaal getransformeerd. Er kwamen winkels, horeca en woningen. Het is nu een hippe plek waar veel gebeurt. Met beton als ondergrond. Dat is door het lange gebruik toch circulair?”

Van Gijzel: ‘Wat je nu ziet is dat de betonmensen niet gevraagd worden mee te denken in het hele proces. Ze leveren het beton en trekken zich weer terug in hun hokje.’

beton

Beton zorgt voor veel CO2 en het Betonakkoord, dat gericht is op verduurzamen van beton, is nog steeds niet ondertekend. Dus niet alle geesten zijn er rijp voor…
“Als redelijke mensen om de tafel gaan zitten, komen we ook met redelijke oplossingen. Ik ben optimistisch. Als je rekent in 50 jaar dan is beton CO2 belastend. Maar als het langer meegaat veranderen die cijfers. Maar er zal hoe dan ook een reductie van CO2 moeten plaatsvinden. We gaan binnenkort toch weer een paar keer praten over het Betonakkoord.”

‘De betonmensen zijn nu nog te weinig bezig met wat er later in de keten met hun product gebeurt.’

En dan glimlachend: “Het beton wil meer naar buiten en netwerken, en dan noem je jezelf Betonhuis…dat is wel erg weinig open en aaibaar. Niet erg contactueel. Terwijl ze dat wel willen. Er is vraag naar innovatie en dan moet je je openstellen. De betonmensen zijn nu nog te weinig bezig met wat er later in de keten met hun product gebeurt. Iedereen die beton wil hebben kan het krijgen. Ze brengen het wel. Maar meedenken over het proces en verbindingen maken, dat vinden ze lastig.”

Betonmensen zijn nogal ruw en verdedigen hun gebied met hand en tand. Het woordje ‘kartel’ valt ook nog wel eens. Weet je daarvan?
“Het draait in de bouw maar om drie grondstoffen: hout, staal en beton. En als je bedenkt dat iets heel lang mee moet gaan, dan is de keuze snel gemaakt. Je moet voor je eigen product staan. Tot nu toe heb ik eigenlijk alleen maar heel leuke mensen ontmoet.”  Van Gijzel lacht heel hard. En zegt dan: “Ze voelen zich wat achtergesteld. We hoeven ons niet te verdedigen, zeg ik. Wat we hebben is echt bijzonder. En we kunnen meedenken over toepassingen die er nu nog niet zijn. En die heel erg belangrijk zijn om de maatschappelijke uitdagingen aan te kunnen. Dat laatste moet nog wel gedefinieerd worden.”

‘De betonmensen voelen zich wat achtergesteld. We hoeven ons niet te verdedigen, zeg ik. Wat we hebben is echt bijzonder.’

En dan: “Ik ben geen voorzitter geworden om alles af te dekken en dicht te lopen. Ga ik niet doen en dat gaat ook niet lukken. We kunnen het alleen als we samen de schouders er onder zetten. Ik heb geleerd dat we alleen vooruitgang boeken als de bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen. En dus een onderdeel trekken. De voorzitter of het bureau kan dat niet alleen. De betonindustrie wil uit zijn schulp. En daar ga ik bij helpen. Mijn grootste uitdaging is om contact te maken met partijen buiten het beton waarmee we voor innovatie kunnen zorgen. Kijk eens naar Groningen. Wat daar niet moet gebeuren en het is ook nog razend ingewikkeld. Kunnen wij als betonsector niet met een voorstel komen? Kunnen wij dan niet een oplossing aandragen?”

‘Ik ben geen voorzitter geworden om alles af te dekken en dicht te lopen. Ga ik niet doen en dat gaat ook niet lukken.’

Het voorzitterschap van Van Gijzel bij het Betonhuis is één dag in de week, wordt betaald en loopt drie jaar. Of het allemaal  gaat lukken is onduidelijk – de betonindustrie beweegt van oudsher niet zo snel – maar het worden hoe dan ook drie roerige jaren. Dat staat wel vast met zo’n voorzitter.


De parkeergarage
De instorting van de parkeergarage Eindhoven kunnen we wel een betonissue noemen. Toch? Van Gijzel: “Dat had nooit mogen gebeuren. Maar wij leveren beton en een ander past het toe. Als je er op een foute manier mee omgaat krijg je dit soort dingen. En dan wordt de betonindustrie er op aangekeken. Alsof het beton niet goed is. Het beton dat gebruikt is, is gewoon goed. Maar de toepassing in de constructie kennelijk niet. Hoe vaak komen dit soort zaken voor? Heel weinig. Beton wordt overal toegepast. En het gaat bijna altijd goed. En ontwikkeling van nieuwe producten en technologie gaat met vallen en opstaan. Het is geen lineair proces. Dingen mislukken soms.”


Verandering
Wat zou Van Gijzel meteen veranderen in de bouw? “Ik vind het niet goed dat je bouwers bij aanbestedingen vraagt om heel veel te tekenen en te rekenen en ze daar niet voor vergoedt. Dat is vragen om problemen. Het gaat om veel geld en dat moet linksom of rechtsom toch terugverdiend worden, dus dat zorgt voor een gebrek aan transparantie.”


Rob van Gijzel (63)
Van Gijzel is op 29 juni 1954 in Eindhoven geboren.  Hij zat voor de PvdA in de Tweede Kamer en maakte daar naam door zijn behandeling van de Bijlmerramp en de bouwfraude
(hij noemde het “De grootste fraude uit de geschiedenis van Nederland”) . Hij zat van 1989 tot 2001 in de Kamer en was daarna van april 2008 tot september 2016 burgemeester van Eindhoven. Sinds 1 maart is hij voorzitter van het Betonhuis, de branche organisatie van de cement- en betonindustrie.

 

Reageer op dit artikel