nieuws

Digitaal expert: ‘Bouwers en ingenieurs moeten een soort Google worden’

bouwbreed Premium 2766

Digitaal expert: ‘Bouwers en ingenieurs moeten een soort Google worden’

Over tien jaar is de wereld compleet veranderd. Dan draait het niet meer om geld, niet meer om olie, maar om data. Dat stelt Patrick van Hoof, global director of digital innovation van Arcadis. “Iedereen moet over naar BIM, als je dat niet doet, kun je het in de toekomst sowieso wel vergeten.” Meer denken vanuit de eindgebruiker en net als een techbedrijf snel ‘falen’ om eerder succes te hebben, is zijn devies.

Dat de bouw moet digitaliseren is alom bekend. Maar in welke vorm, en in welke snelheid, dat is de vraag. Om de digitalisering bij Arcadis in een stroomversnelling te brengen, heeft het ingenieursbureau afgelopen jaar Patrick van Hoof aangesteld. Digitale innovatie en Van Hoof gaan hand in hand. Hij heeft het al veelvuldig op de kaart gezet – bij bedrijven in diverse sectoren, waaronder de Amerikaanse bedrijven Huge, IDEO en Disney.

‘De bouw is een van de laatste’

Nu is de beurt aan Arcadis, oftewel: de bouw. “De bouw is een van de laatste sectoren waar digitalisering nog vorm moet krijgen. Dat komt omdat het in deze branche om een fysieke omgeving gaat. Die is moeilijker te ‘disrupten’. In veel andere sectoren, zoals de tech-, retail- en de bankensector, heeft digitalisering de boel al op z’n kop gezet. Dat moet toch ook echt gaan gebeuren in de bouw”, vertelt de kersverse Arcadis-directeur.

Techbedrijven staan op de loer

En de tijd dringt. Want grote techbedrijven als Google roeren zich nu al in de sector. Google heeft eind vorig jaar een opdracht verworven om in het Canadese Toronto een gebied te ontwikkelen. “Google doet dit puur op basis van data, zowel bestaande data als nieuw te verzamelen data. Het bedrijf heeft data van alle eindgebruikers en ontwikkelt op basis van hun gedrag en wensen een woon- en werkomgeving. Dit kan Google ook in Nederland. Het bedrijf zou zo IJburg kunnen ontwerpen.”

De bouw kijkt nu vooral nog naar klassieke concurrenten, zegt Van Hoof, maar zou ook meer rekening moeten houden met concurrentie van buitenaf. “Van bedrijven die data verzamelen, zoals Google, Facebook en Amazon. Zij kunnen steeds meer met hun data. Vooral voor ontwikkelaars en ingenieursbureaus vormt dat een risico. Bouwbedrijven zullen iets minder snel concurrentie van hen ondervinden, want het fysiek maken van dingen, zoals het bouwen van wijken, is nog lastig met alleen data. Maar het is niet onmogelijk.”

‘BIM is een basisstap’

Veel bedrijven in de bouw zijn inmiddels wel redelijk op de goede weg, stelt Van Hoof. Maar er moet de komende jaren nog veel meer gebeuren om digitalisering vorm te geven. “Steeds meer design-, ingenieurs- en bouwbedrijven investeren in digitalisering. Ze doen onderzoeken naar bijvoorbeeld 3D-printing. En ook steeds meer bedrijven gaan werken met BIM. Dat is goed, maar werken met BIM is slechts een basisstap. Iedereen moet over naar BIM, als je dat niet doet, kun je het in de toekomst sowieso wel vergeten”, stelt hij.

Hoe word je Google?

Naast deze ‘modernisering’, zoals Van Hoof het noemt, moeten bedrijven in de bouwsector kijken hoe ze meer als Google of Amazon kunnen worden. “Net als deze techbedrijven moeten bouwers, ingenieursbureaus en ontwikkelaars meer gaan denken vanuit de eindgebruiker”, legt hij uit. “Veel bedrijven werken nog op een klassieke manier, ze krijgen een opdracht en realiseren dat. Maar dat moet gaan veranderen.”

Bouwers kunnen beginnen met experimenten op kleine schaal, vervolgt de Arcadis-directeur. “En dan vooral gericht op de eindgebruiker. Wat je bijvoorbeeld kunt doen in de woningbouw, is bijhouden welke elementen huizenbezitters op het laatste moment nog
laten veranderen aan een nieuwbouwwoning. Dit kan een heel simpel experiment zijn, dat niet zo duur is. Je bouwt een klein appje en biedt mensen keuzes. Je meet hoe ze dit gebruiken en de data sla je op. Deze informatie kun je in een volgend woningbouwproject zo weer toepassen”, legt Van Hoof uit. Belangrijk is, vervolgt hij, dat je als bedrijf snel ‘faalt’ om eerder succes te hebben. Dat je weet wat werkt en niet werkt. “Dat is hoe alle techbedrijven werken. Dat kan een bouwer ook. Bouwbedrijven hebben misschien minder geld om hieraan uit te geven, maar ook met kleine experimenten kun je veel bereiken.”

Pilot met Amsterdam

Samen met zijn team heeft Van Hoof ook bij Arcadis een aantal van dit soort experimenten op touw gezet. Zo werkt het ingenieursbureau sinds kort met de gemeente Amsterdam samen in een pilot om het aantal gebruikte leaseauto’s te beperken en de bereikbaarheid van de stad te vergroten. “In de service die we aan het ontwikkelen zijn, koppelen we verschillende vervoersdiensten aan elkaar, zoals de trein, de auto, de fiets, maar ook een Uber-ritje. De service moet voor de reiziger dan de beste verbinding uitrekenen, zodat de gemeente deze verbindingen weer op elkaar af kan stemmen. Het is een dienst à la Google Maps, maar dan net een stapje verder. Als wij niet met zoiets komen, dan gaan oude of nieuwe concurrenten het doen.”

Daarnaast kan Arcadis, door een vernieuwd datamodel dat ze loslaten op het spoor, sinds kort nog preciezer voorspellen welke wissels er onderhouden moeten worden om problemen te voorkomen. We koppelen de historische data van de meest invloedrijke factoren, bijvoorbeeld hoe vaak en wanneer het in een jaar gemiddeld vriest, aan realtime info, zoals het actuele weer en de weersverwachting. In plaats van alleen zaken uit het verleden, laten we dus nu ook actuele zaken los op het spoor. Zo kunnen we beter voorspellen welke wissels op welk moment onderhouden moeten worden.”

Alle data in interne bieb

Ook bouwt het ingenieursbureau aan een interne ‘bibliotheek’, waarin alle projectdata wordt opgeslagen. “Stel dat een collega in Wolvega een innovatieve rotonde heeft gemaakt. Alle gegevens daarvan slaat hij op in deze bibliotheek. Een collega in het Midden-Oosten kan deze rotonde zo uit de bibliotheek halen en ter plekke toepassen”, vertelt Van Hoof. Eigenlijk zouden diverse bedrijven in de branche dit soort data met elkaar moeten delen, vervolgt hij.

“Dit is een moeilijk onderwerp. De klassieke gedachte is namelijk: dit is onze zuurverdiende data, dat houden we voor onszelf. Want data heeft waarde, als je dat voor jezelf hebt, heb je een voordeel. Maar door dit soort data meer met elkaar te gaan delen, creëer je nog veel meer waarde. Want het heeft toch geen zin als een bedrijf een goede rotonde ontwikkelt en een ander bedrijf dit ergens anders weer opnieuw moet doen?”

Reageer op dit artikel