nieuws

Hollandse restauratiemarkt uitgehold: ‘We schieten door met Europees aanbesteden’

bouwbreed Premium 4443

Hollandse restauratiemarkt uitgehold: ‘We schieten door met Europees aanbesteden’

Buitenlandse aannemers met eigen steengroeves en monopolieposities. Nooit toegepaste Chinese stenen in Hollandse monumenten. De verkeerde kleur rood in het glas-en-lood van het Rijksmuseum. Met de eervolle restauratie van de Domtoren voor de deur, waarschuwen Hollandse meesters voor de verloedering van het cultureel erfgoed. “We schieten door met Europees aanbesteden.”

“Dacht je nou echt dat wij Nederlanders de Notre-Dame mogen restaureren? Echt niet. Ik heb weleens een werk gehad aan een paar fonteinen in Rome, maar als je weet wat daar allemaal aan vooraf is gegaan. Als je dan naar de Nederlandse markt kijkt, vraag ik me af of we niet doorschieten met Europees aanbesteden.”

Steenhouwer Daniel Spee maakt zich duidelijk zorgen over de toch al fragiele restauratiemarkt (zie kader). En over stroeve aanbestedingsprocedures gesproken. Die van de Utrechtse Domtoren is daar onbetwist één van. Bouwbedrijven haakten vorig jaar allemaal af toen de toren in de steigers gezet moest worden.

“Waarschijnlijk komt de restauratie van de Dom zelf, volgende maand op de markt”, verwacht Spee. Hij zal de aanbesteding kritisch bekijken. Het zou niet de eerste keer zijn dat gespecialiseerde aannemers er niet fatsoenlijk mee uit de voeten kunnen. “Vrijwel altijd gaat het om de laagste prijs”, zeggen meerdere restaurateurs tegen Cobouw.

In Leiden smeert een schilder het plafond van de Hartebrugkerk in met een gel die het vuil, dat aan de oude verf kleeft, absorbeert. Als het kostbare goedje droog is, wordt het spul er als een loslatende huid afgetrokken. Foto: ANP FOTO COPYRIGHT TON 

“Vrijwel nooit is er ruimte voor vakmanschap. En zodra het over pareltjes van projecten gaat zoals het Rijksmuseum of de Utrechtse Domtoren, gedragen Hollanders zich altijd roomser dan de paus.” Met als gevolg dat buitenlandse partijen er met de ‘Hollandse buit’ van doorgaan. Met nog vers in het geheugen de renovatie van het Rijksmuseum.

“De glas-in-loodramen daarvan werden gerestaureerd door een Duits bedrijf. Vreselijk, waarschijnlijk waren ze de goedkoopste”, typeert Marije Wolfswinkel, voorzitter van de Ondernemers Vereniging voor Glazeniers. Goedkoop is duurkoop, stelt zij.

“Dat Duitse bedrijf hield weinig rekening met het oorspronkelijke loodprofiel: een bepaalde kleur rood, met de mond geblazen, een van de duurste soorten, gemaakt van goudoxide. Ze kozen echter voor een goedkopere kleur, machinaal geblazen.” Eeuwig zonde, vindt Wolfswinkel. “Je hebt het wel over geschiedenis die op deze manier verloren gaat. Geschiedenis is identiteit. Ken je die niet, dan ben je een lege huls.”

‘Laminaat kan nooit echt hout zijn’

Inschieten, joppen, prikken en puntijzeren, steenhouwer Spee weet er alles van. Ook hij komt situaties tegen waar monumenten ‘verminkt’ achterblijven. Verkeerde stenen toegepast. Goedkope uit China, terwijl geen monument in Nederland met Chinees natuursteen is gebouwd.

“Dat lijkt onbenullig, maar je ziet echt het verschil. Frijnen (manier van gladmaken van de steen – TvB) is tijdsgebonden. Rond 1900 gebruikten ze bijvoorbeeld een heel andere slag dan veertig jaar daarvoor. Met een machine is dat niet na te bootsen. Mooi laminaat kan nooit echt hout zijn.”

Onkunde in het Museum Volkenkunde. Geplakte plinten. Oude beelden die worden bewerkt met een te harde mortel. Cobouw krijgt meer ‘monumentenmissers’ mee. Geen handwerk, maar een slijptol. Steeds klinkt de oorzaak zo: “Het is pure onkunde. Een chronisch gebrek aan kennis. Het is de ‘botte bijl’ van de nietsvermoedende inkoper.”

Spee: “Het gaat al mis bij de aanbestedingen. Het ministerie van Economische Zaken stelde nota bene beoordelingsrichtlijnen op met de stichting ERM (Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg), maar vrijwel niemand gebruikt die kwaliteitsnormen.”

Hij nam de proef een keer op de som. “‘Wat is jouw prijs?’, vroeg een opdrachtgever voor een restauratie van een oud gebouw. Mijn vakmanschap wilde hij alleen gebruiken voor een schaduwberekening, vermoedde ik.” Dat vermoeden bleek juist.

Hij kwam er als volgt achter: “Ik liet de naam van de natuursteen bewust weg in mijn tegenprijs. ‘Conform oorspronkelijk’, schreef ik op. Mijn prijs bleek een stuk hoger. Ik wist waarom. ‘Welke steen gebruikt de winnende partij?’, vroeg ik als check. Dezelfde als die van jou. Toen ik dat hoorde, wist ik genoeg: hier worden goedkopere stenen gebruikt. Dieptriest.”

Glazenier Wolfswinkel onderschrijft dat: “Opdrachtgevers weten vaak niet hoe ze iets moeten voorschrijven. Maar, ook architecten weten niet altijd waar ze mee bezig zijn. En als je dan een gebrek aankaart tijdens een bouwvergaderingen, ben je meestal te laat – als je al mag aanschuiven als onderaannemer.”

Niet gebruikte richtlijnen

Gebruik de beoordelingsrichtlijnen, bevelen ze aan. Spee weet waarom het niet gebeurt. Het is pure angst. “Opdrachtgevers zijn bang dat ze de mededingingsregels overtreden. Er zijn namelijk nauwelijks restauratiebedrijven die aan de richtlijnen voldoen. Op mijn beurt vraag ik me af: waarom maak je die richtlijnen dan? Als je ze nooit voorschrijft, voelt ook niemand zich genoodzaakt zich aan de regels te houden.”

Spee vult aan. “En dacht je nou echt dat Nederlandse partijen de Notre-Dame mogen restaureren? Nee. Dat komt omdat andere landen wel subtiel allerlei eisen stellen aan bedrijven, waardoor je er als buitenlandse partij nooit tussenkomt.” Marktprotectie? Dan lust Spee er nog wel een.

“Er zijn Duitse bedrijven die zelf ook een groeve hebben. Dat geeft ze een monopoliepositie en vaak een voorsprong. Als wij een steensoort nodig hebben en om dezelfde opdracht strijden, verhogen zij gewoon de prijs.”

Foto: @BarbraVerbij

Glazenier Wolfswinkel maakt ook mee dat de goedkoopste aannemers vrijwel altijd de klus krijgen. Ook zij komt restauratiefouten tegen. “Bijvoorbeeld met het verduurzamen van glas-in-lood. Of opdrachtgevers vervangen al het lood, terwijl dat niet hoefde. Dat is een probleem op zich. Veel beginnende glazeniers hebben nog nooit gehoord van museaal restaureren (authentiek materiaal zo min mogelijk vervangen). Wat er moet gebeuren? Ik pleit voor één restauratieacademie in Nederland.”

Molenmaker en algemeen restaurateur Lucas Verbij plaatst daar zijn kanttekeningen bij. Toch maakt ook hij zich zorgen om Nederlandse monumenten. “Gebrek aan toezicht is het grootste probleem. Vooral op de uitvoering van het werk. Soms komt er helemaal niemand kijken en klooien mensen maar wat aan.”

‘Vertel de verhalen achter het monument’

Verbij geeft een voorbeeld van een gemeentelijk monument. “De goot was gewoon verrot, terwijl het een paar jaar geleden was aangepakt. De zwam erin. Met spaanplaat, steunklosjes en multiplex had de vorige bouwer het hersteld. Doe het gewoon zoals het hoort, denk ik dan.”

Beoordelingsrichtlijnen opnemen in bestekken, is ook zijn advies. “En ik zou alle monumenten digitaal vastleggen. Met een handboek erbij. Zodat iedereen weet hoe je een monument in stand moet houden.”

Uitleggen om begrip te kweken, helpt volgens hem ook. “Een eigenaar van een monumentale boerderij sprak me vol onbegrip aan. Ik wil een raam hebben, maar de rijksdienst werkt dat tegen. ‘Jij koopt iets met een beperking’, reageerde ik. ‘Sterker: jij bent slechts een tijdelijke herder en een bevoorrecht mens dat in een monument mag wonen.’ Uiteindelijk zag de opdrachtgever de historische waarde van zijn pand in, werd hij helemaal idolaat van het monument en deed hij er alles aan om het gebouw in ere te herstellen.”

Machtige posities in het buitenland

Gebrek aan handjes. Gebrek aan geld. Gebrek aan kennis. Gebrek aan liefde voor de oude Nederlandse bouwgeschiedenis. En buitenlandse onderaannemers met machtige posities. De Nederlandse restauratiemarkt is fragiel, zoveel mag duidelijk zijn, en restaurateurs voelen zich ondergewaardeerd.

Spee: “Restaurateurs zijn gewoon kunstenaars die naar mijn mening relatief slecht betaald krijgen. Het uurtarief van een automonteur vinden we heel normaal, en dat van een advocaat die 200 euro per uur of meer krijgt ook. Maar zodra de glazenier, steenhouwer of schilder met een prijs komt, zegt men al gauw: zoveel?”

Aanbesteding Restauratie Domtoren

Aanbesteding Restauratie Domtoren
Ga voor de beste en niet voor de goedkoopste, geeft hij Utrecht en haar Domtoren mee in een alleszeggend advies. “Een beschadigde Nachtwacht laat je toch ook niet door de goedkoopste restaurateur opknappen?”

Iedereen wil de Dom op zijn cv

Hoe dan ook zal hij de strijd om de Dom aangaan. Zelfs als de criteria hem niet aanstaan. “De Domtoren zomaar laten gaan, is geen optie. Iedere zichzelf respecterende restaurateur in Nederland moet daar wel reikhalzend naar uitkijken. Of je hem nou belangrijk vindt of niet. Het is van het kaliber van het Paleis op de Dam.”

Het is te hopen voor Spee dat deze historische operatie anders afloopt. De gevel van dat Koninklijke Paleis werd namelijk gerestaureerd door een Duits bedrijf.”

De roep van de drie gespecialiseerde aannemers om kwaliteitseisen in aanbestedingen op te nemen of te koppelen aan subsidies staat niet op zich. Ook het Economisch Instituut voor de Bouw dringt daar op aan in een rapport (Gespecialiseerde aannemers in beeld) dat vandaag wordt aangeboden aan een topambtenaar van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De nieuwe minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ingrid van Engelshoven, trekt 325 miljoen uit voor het instandhouden van erfgoed en monumenten. Twee miljoen daarvan gaat naar het opleiden van nieuw ambachtelijk talent. De restaurateurs die Cobouw sprak, vragen zich af of dat genoeg is.


Restauratiefouten in beeld

Hier is een vervallen hand van beeld met cement bijgewerkt. Te harde mortel, verkeerde kleur, slechte uitvoering.

Voet van beeldhouwwerk met mortel gerepareerd. Vorm en detaillering en kleur slecht uitgevoerd.

Zandstenen trap voorzien van een inschietstuk. Lelijk bijgewerkt met lichte mortel.


Gebrek aan opleidingen in restauratieland (EIB)

Het aantal opleidingen in de restauratiebranche is te beperkt. Dat concludeert het EIB in een rapport dat vandaag verschijnt. Het rapport is gemaakt in opdracht van het GA-Platform Restauratie.

Voor leidakkers, molenmakers, smeden, glazeniers, erfgoedhoveniers en rietdekkers bestaat er geen volledig opleidingsaanbod. Veel bedrijven vinden dit aanbod onvoldoende. Molenmakers en smeden hebben daar minder last van.

De restauratiemarkt groeit fors de komende drie jaar, voorspelt het EIB. “Maar de restauratiemarkt zal daar waarschijnlijk niet volledig van profiteren, omdat het afhankelijk is van subsidies.”

Het EIB adviseert een vaste stroom aan werk. “Neemt het werk af, dan bestaat het risico dat kennis uit de sector verdwijnt.” Het EIB beveelt ook aan om het aanbod van restauratieopleidingen meer te spreiden. “Grote afstanden kunnen een barrière vormen voor jongeren die overwegen het restauratievak in te gaan.”


 

 

 

Reageer op dit artikel